Plenair Van Apeldoorn bij voortzetting behandeling Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap



Verslag van de vergadering van 16 december 2019 (2019/2020 nr. 13)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 22.44 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Apeldoorn i (SP):

Dank u, voorzitter. Dat kwam nog sneller dan verwacht. Mijn felicitaties aan mevrouw Nanninga voor haar maidenspeech. Dat is een omissie die ik wilde rechtzetten, want in eerste termijn was mij dat ontschoten. Ik heb er met belangstelling naar geluisterd. Ik moet wel zeggen dat ik het gevoel had alsof ik ineens in een parallel universum was beland. Ik geef onmiddellijk toe: we bekijken allemaal de werkelijkheid met een andere bril. Maar dat het zinloos zou zijn om te spreken over de miljoenen of miljarden die we al dan niet in het onderwijs zouden moeten investeren omdat we ons wegens linkse indoctrinatie en de nakende ondergang van de vermeende boreale beschaving op een zinkend schip bevinden, is een beeld waarin ik mij niet herken, om niet te zeggen dat het eloquent uitgesproken kletskoek is.

Ik zou ook tegen mevrouw Nanninga willen zeggen: is dat werkelijk wat u wil meegeven aan al die leraren die met hart voor de zaak en met toewijding aan hun leerlingen de straat op gaan en staken, hoewel ze dat liever niet doen? Is de boodschap dat het niet uitmaakt of wij wel of niet meer in het onderwijs investeren? Ik vroeg mij dat af.

Mevrouw Nanninga i (FvD):

Dat is natuurlijk uitlokking van een interruptie, voorzitter. Ik vraag mij af: heeft meneer Van Apeldoorn wel gehoord wat ik zei? Heeft hij de woorden die uit mijn mond kwamen wel tot zich genomen in de juiste volgorde? Of vond er even een kortsluitinkje plaats?

De heer Van Apeldoorn (SP):

Nou, volgens mij heb ik de woorden van mevrouw Nanninga goed beluisterd. Ik heb mevrouw Nanninga horen zeggen dat wij het hier vandaag over de Onderwijsbegroting hebben, maar dat dit eigenlijk niet zo relevant is, omdat wij ons in de situatie bevinden waarin onze beschaving op het spel staat en we met z'n allen de ondergang tegemoet gaan wegens linkse indoctrinatie en allerlei andere zaken die mevrouw Nanninga heeft aangekaart. Je kunt er dus nog wel meer miljoenen of miljarden tegenaan gooien, maar dat zal uiteindelijk niets uitmaken als we niet het fundamentele probleem aanpakken. Mevrouw Nanninga had het zelf over de Titanic en dat we dan hier met z'n allen debatteren over de kleur van de zwemvesten terwijl het schip zinkende is.

Dan is nogmaals mijn vraag aan mevrouw Nanninga: is dat dan de boodschap die zij wil meegeven aan al die leraren? Die leraren maken zich, terecht denk ik, ontzettende zorgen over wat er gaande is in het onderwijs, de kwaliteit die onder druk staat, het tekort aan leraren en de werkdruk die enorm toeneemt. Is dat ook de boodschap die zij mee wil geven aan de ouders op het schoolplein? Ouders maken zich misschien ook wel druk over de boterhamworst en of die al dan niet kan worden meegegeven. Dat was de opmerking die ik daarbij gemaakt wilde hebben.

Mevrouw Nanninga (FvD):

Ik hoor de heer Van Apeldoorn, ook al vind ik het een warrig betoog. Zou de heer Van Apeldoorn er prijs op stellen om een printje of een mailtje te ontvangen met mijn exacte spreektekst? Hij haalt het echt helemaal door elkaar. Het gaat niet helemaal goed.

De voorzitter:

Dat is geen vraag. De heer Apeldoorn vervolgt zijn betoog.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Ik zal het verslag er nog een keer op nalezen. Volgens mij heb ik mevrouw Nanninga heel goed gevolgd en heb ik haar weinig horen zeggen over de Onderwijsbegroting en veel over het vermeende grote gevaar dat op ons afkomt, waardoor het niet relevant zou zijn om hier te spreken over de vraag of er al dan niet miljoenen bij moeten. Volgens mij heb ik mevrouw Nanninga dat letterlijk horen zeggen. Ik zie veel collega's knikken. We zullen het nog een keer nalezen en dan kunnen we de discussie op een ander moment vervolgen.

De voorzitter:

Mevrouw Nanninga, nog een korte laatste opmerking. Dan stel ik voor dat we daarna terugkeren naar de Onderwijsbegroting.

Mevrouw Nanninga (FvD):

Dank, voorzitter. Wat is nou een wedervraag? Heeft de heer Van Apeldoorn mij toch niet heel duidelijk horen zeggen dat wij onze docenten niet goed behandelen, dat we die tekortdoen, dat we die moeten waarderen en dat al die miljoenen die we eraan besteden natuurlijk een druppel in de oceaan zijn vergeleken met het geld dat we wegpissen aan onzinnige linkse projecten? Ik kan me niet zo goed voorstellen dat de heer Van Apeldoorn dat niet gehoord heeft, terwijl ik het toch echt wel gezegd heb.

De voorzitter:

Dank, mevrouw Nanninga. Ik vraag de heer Van Apeldoorn zijn betoog te hervatten.

De heer Van Apeldoorn (SP):

Voorzitter. Met uw welnemen wilde ik de ministers graag bedanken voor hun beantwoording. Laat ik beginnen met de minister van OCW. Nogmaals, ik ben blij dat de minister nu herhaald heeft dat zij tot de conclusie is gekomen dat er structureel 1 miljard bij moet voor het wetenschappelijk onderwijs. Ik stel nogmaals mijn vraag. Betekent dat dan ook dat zij nu bezig is haar collega's daarvan te overtuigen? Kunnen we daar iets van verwachten bij de volgende begroting of is dit toch een voorschot op de kabinetsformatie? Ik heb daar volgens mij nog niet helemaal een helder antwoord op gekregen.

Ik heb een kort interruptiedebatje met de minister gehad over de perverse prikkels die er nu bestaan in het hoger onderwijs, met name het wetenschappelijk onderwijs, voor het bekostigingsmodel. Zij heeft aangekondigd dat het niet bij onderzoek zal blijven, dat er nieuwe stappen gezet zullen worden qua beleid. Daar zie ik naar uit.

De minister heeft alvast gezegd: mooi dat we op uw steun kunnen rekenen. Dat ging wel erg snel. We zullen de plannen natuurlijk kritisch bekijken, bekijken wat ze precies inhouden en of het genoeg de goede kant op gaat. Dat moeten we toch nog even afwachten. Ik moedig de minister in ieder geval aan om zo snel mogelijk met die stappen te komen. Dan zullen we er goed naar kijken. Als het er op neerkomt dat we nog verder afscheid nemen van het outputfinancieringsmodel, dan is dat wat ons betreft de goede richting. Dit is dus een aanmoediging voor de minister.

Verder zijn de problemen in het wetenschappelijk onderwijs nog steeds heel erg groot. Mijn conclusie blijft dat we al deze problemen uiteindelijk niet zullen kunnen oplossen zonder structureel meer te investeren. Dat geldt ook voor het primair onderwijs.

Specifiek dan nog over het primair onderwijs, het basisonderwijs. Over het lerarentekort is nu al het een en ander gezegd, ook bij interruptie. Ik constateer toch nog maar eens dat de minister het met mij eens is dat de feiten duidelijk zijn. Het probleem van het lerarentekort is groot. Er is een schreeuwend tekort aan leraren. Dit is nu al een groot probleem voor scholen, voor ouders die daarmee te maken krijgen en bovenal natuurlijk voor de leerlingen die hiermee te maken krijgen. Dat probleem dat al zo groot is, wordt de komende vijf jaar alleen nog maar groter. Dat zijn de feiten. Dan zegt de minister: dat is voor ons een aanmoediging om door te gaan met het huidige beleid. Daar keek ik toch wel een beetje van op. Als het tekort nog verder oploopt, dan kun je toch niet spreken van een werkende aanpak? Dat is toch eigenlijk een gotspe? Over welke aanpak heeft de minister het dan eigenlijk precies? Gaat het over zijinstromers, over meer samenwerken, over het aanmoedigen van deeltijders om meer uren te gaan werken? Ik blijf erbij dat ook als deze maatregelen zinvol zijn, ze onvoldoende zijn en het tekort blijft oplopen en dat we dus ook nog meer zullen moeten doen dan er nu al gedaan wordt. Dat lijkt mij een onontkoombare conclusie.

Ik vraag de minister nogmaals of hij dat met mij eens is of niet. Graag een helder antwoord. Het kan zijn dat de huidige budgettaire kaders dat niet toelaten en het kan zijn dat de minister zegt: we moeten daarop terugkomen bij de volgende begrotingsonderhandelingen binnen het kabinet. Maar zou hij dan wel kunnen erkennen dat er meer nodig is, aangezien het beleid onvoldoende is omdat het tekort oploopt? Dit geldt ook voor waar mevrouw Vos het uitgebreid over heeft gehad, namelijk het dichten van de loonkloof. Dat zou ook zeker kunnen helpen.

Ten slotte kom ik nog een keer terug op mijn conclusie dat structurele problemen structurele oplossingen vragen en dat het geld daarvoor er gewoon is bij de overheid en het bedrijfsleven en het een kwestie is van keuzes. Wat de SP-fractie betreft maakt het kabinet hier fundamenteel de verkeerde keuzes. Ik heb de ministers gevraagd om er nog eens op te reflecteren. Dan zeggen ze: we gaan natuurlijk niet uit de school klappen, er is eenheid van kabinetsbeleid, er zijn nu eenmaal afspraken gemaakt en wat de minister er persoonlijk van vindt ga ik niet met u delen. Nou, dat kan ik best wel begrijpen. Er wordt dan ook gezegd: we moeten nog 25 jaar wachten totdat de kabinetsnotulen gepubliceerd zullen worden. Ik wil mij dan toch wel de vrijheid permitteren om tegen beide ministers te zeggen dat ik weliswaar niet in uw hoofd of in uw hart kan kijken, maar dat ik toch wel stiekem denk dat u zich wel eens heeft afgevraagd in de Trêveszaal: is die belastingverlaging voor het grote bedrijfsleven nu echt nodig als we zulke tekorten in het onderwijs hebben en moeten we als we 1,5 miljard gaan investeren in Defensie niet ook structureel meer gaan investeren in het onderwijs? Ik denk dat u zich dit stiekem toch wel heeft afgevraagd. Misschien kunnen we dat nog eens nalezen in uw memoires en komen die wat eerder dan die 25 jaar.

Voorzitter. Met die impliciete boodschap wil ik graag afsluiten, maar niet zonder gezegd te hebben dat een en ander betekent dat ik mijn fractie niet zal kunnen adviseren deze begroting, die duidelijk tekortschiet, te steunen.

Dank, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Vendrik.