Plenair Karakus bij voortzetting behandeling Coronatoegangsbewijzen / Quarantaineplicht voor inreizigers / Maatregelen COVID-19



Verslag van de vergadering van 25 mei 2021 (2020/2021 nr. 38)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 23.29 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Karakus i (PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Wat een dag. Ik heb vandaag van alles meegemaakt. Het was een mooie dag om heel veel van te leren. Allereerst dank aan de ministers voor hun uitvoerige beantwoording van de vragen. Het waren drie best wel ingewikkelde wetsvoorstellen. We zijn hartstikke blij dat in ieder geval rondom de Tijdelijke wet maatregelen nieuwe kaders gaan ontstaan in de aanpak, waar we met elkaar opnieuw naar kunnen kijken, waarover we opnieuw kunnen discussiëren en die we opnieuw kunnen beoordelen. Dat vind ik een hele goede stap, die vandaag in ieder geval gezet is.

Dan de tweede wet, over het coronatestbewijs. Daar hebben wij heel veel vragen over gesteld, zowel in de schriftelijke ronde als nu. Daarin zit nog steeds een twijfel voor ons. Hebben we die wet nou echt nodig? Ik heb die vraag ook gesteld en er kwam uiteraard een heel goed antwoord op, maar dan nog is het voor mijn fractie op dit moment moeilijk om in te schatten of we die wet echt nodig hebben. Want waar gaat het eigenlijk om? Bij zo'n ingewikkelde wet — we hebben het over privacy, over de uitvoerbaarheid en over de kosten — is de vraag: wat is de doelstelling en hoeveel rendement gaan we met de inzet van de wet voor elkaar krijgen? Daar twijfelen we dus nog over. We gaan daar zo meteen uiteraard nog uitvoerig in de fractie over discussiëren.

Dan de quarantaineplicht. Ook daarbij is ons uitgangspunt dat wij daar niet tegen zijn. Die hoort er namelijk bij. Als je de import van virussen wilt beperken, horen daar harde maatregelen bij. Maar als je aan de ene kant zo'n harde maatregel beschouwt als optie om een vliegverbod niet in te zetten of daarvan af te komen, zou je de effecten met elkaar moeten vergelijken. Dat is één.

Het tweede is de handhaving. Wij hebben geconstateerd dat die best strenger mag. Want de ambitie en de doelstelling is om die boven de 21% te krijgen en de vraag is of we dat hiermee wel gaan redden. Daar kregen wij geen helder antwoord op van de minister. Dat is twee.

Het derde is de focus. De doelstelling van de wet is helder en daar staan we ook voor honderd procent achter, namelijk het beperken van het risico van de import van virussen. Maar we hebben ook goed onderbouwd waarom wij denken dat je van de focus afwijkt door daar ook de economie bij te halen. We snappen het wel, maar dan wijk je wel van de focus af. Als je kijkt naar de uitzonderingen en de handhaving, dan denken wij dat je er vraagtekens bij mag zetten of de wet uiteindelijk de doelstelling behaalt.

Om in ieder geval in de goede richting te komen, willen we een motie indienen samen met GroenLinks, om de minister uit te dagen om de wet nog strenger te handhaven, met als doelstelling, nogmaals, om de import van het virus te beperken.

De voorzitter:

Door de leden Karakus en De Boer wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering ter voorkoming van verdere verspreiding van het coronavirus en mogelijke mutaties aanvullende maatregelen wil nemen voor inreizigers uit hoogrisicogebieden, waaronder het opleggen van een quarantaineplicht;

constaterende dat de eerder geadviseerde vormen van quarantaine slecht nageleefd worden;

constaterende dat het OMT stelt dat vooraf testen met een goed nageleefde quarantaineplicht gelijkwaardig is aan een vliegverbod;

overwegende dat de effectiviteit van de quarantaineplicht nauw samenhangt met de naleving van de plicht;

overwegende dat de zwaarte van het handhavings- en sanctioneringsregime effect heeft op de nalevingsbereidheid van de plicht;

van mening dat de afschrikwekkende werking van de in het wetsvoorstel 35808 (artikel 58v, lid 2; artikel 68v, lid 2) opgenomen maximale bestuurlijke boetes laag is;

verzoekt de regering zorg te dragen voor de beschikbaarheid van voldoende controle- en handhavingscapaciteit, om ten minste 90%, en zo mogelijk 100%, van de inreizigers uit hoogrisicogebieden te controleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter D (35808).

De heer Karakus (PvdA):

Verder wil ik de collega's bedanken voor de felicitaties en succeswensen. Dank u wel. Ik hoop op een verdere prettige en sfeervolle samenwerking.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Ik wil het woord geven aan de heer Keunen van de fractie van de VVD.