Plenair Karakus bij voortzetting behandeling COVID-19-onderwerpen en de langetermijnaanpak



Verslag van de vergadering van 5 juli 2022 (2021/2022 nr. 36)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.02 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Karakus i (PvdA):

Ik was in de eerste termijn bijna de laatste en nu ben ik de eerste, dus dat komt goed. Ik heb te doen met de heer Meijer, want verzin aan het einde van het debat maar eens nieuwe punten. Ik ben dus echt benieuwd.

Voorzitter. Het debat van vandaag staat in het teken van het coronabeleid in de meest brede zin van het woord. Voor de PvdA-fractie was dat niet nodig geweest. Veel van wat vandaag ter sprake komt, is immers allang weer achterhaald. Ik heb het liever over de langetermijnaanpak. Want terwijl Nederland nog maar nauwelijks is bekomen van de laatste coronagolf, dient de volgende zich alweer aan. Het toenemend aantal besmettingen en ziekenhuisopnamen benadrukt het belang van een goede en robuuste langetermijnvisie- en aanpak voor de bestrijding van COVID-19. Dit is een visie waar de PvdA en andere fracties al lange tijd om vragen en die de minister van VWS recent ook naar de Kamer heeft gestuurd.

Een goede langetermijnvisie is noodzakelijk, omdat COVID-19 inmiddels een onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van ons leven. Het virus gaat niet meer weg en muteert onder wijzigende omstandigheden. Gelukkig hebben we nu al veel meer kennis over het virus en de effecten van de genomen maatregelen dan twee jaar geleden. Hierdoor zijn wij in staat om betere afwegingen te maken. Tegelijkertijd is het volstrekt onduidelijk hoe een volgende mutatie of een eventueel nieuw virus eruit zal zien en wat de gezondheidseffecten daarvan zijn. In beide gevallen moet de basisstructuur, zoals wetgeving, zorg, et cetera, op orde zijn, zodat we in staat zijn om snel en op de beste wijze te reageren en te improviseren.

Wat de PvdA betreft, staan bij het nemen van maatregelen het nut, de noodzaak, de handhaafbaarheid en vooral ook de uitvoerbaarheid centraal. Realisme is op al deze punten noodzakelijk, evenals een duidelijk beeld van de effecten die maatregelen uit het verleden hadden op de bevolking. Dit zijn effecten die zich soms pas later manifesteren, wanneer de maatregelen alweer voorbij zijn en vergeten lijken. Hierbij kan men denken aan problemen die zijn ontstaan met motivatie en concentratie en door een gebrek aan binding en contact. Dat laatste geldt niet alleen voor jongeren, maar ook voor mensen met een kwetsbare gezondheid of ouderen. Met andere woorden, we hebben het hier niet alleen over de effecten op de volksgezondheid en de economie. Net zo van belang zijn de gevolgen voor de fysieke en mentale staat van de samenleving en voor de sociaal-maatschappelijke effecten. Op al deze punten toetsen wij het voorgestelde kabinetsbeleid, maar wij willen meer dan dat.

Voorzitter. De PvdA pleit in de eerste plaats voor een structurele verbetering van de positie van de zorgsector. De capaciteit en de overbelasting van het personeel baren grote zorgen, temeer omdat dit niet alleen voor ziekenhuizen geldt, maar ook voor bijvoorbeeld de verpleeghuizen. Daar kon de basiszorg in de piekdagen van corona veelal niet meer worden geleverd.

Ten tweede wil de PvdA dat de prioriteit in het langetermijnbeleid komt te liggen bij de meest kwetsbare groep in de samenleving, zoals ouderen, mensen met een zwak gestel en huishoudens met een laag inkomen. Is het bijvoorbeeld niet verstandig om nu al deze mensen voor te bereiden op onlinecommuniceren om te voorkomen dat mensen vanwege het contactverbod vereenzamen?

Het derde en misschien wel belangrijkste punt. Voor welk langetermijnbeleid ook wordt gekozen, het mag geen voedingsbodem zijn voor verdere polarisatie in de samenleving. De samenleving lijkt steeds vaker te bestaan uit groepen die lijnrecht tegenover elkaar staan, met name ook als het gaat over het coronabeleid. Hoe borgt de minister dit in de langetermijnaanpak?

Laten we met het positieve nieuws beginnen. We zijn blij dat een groot aantal instrumenten wordt ingezet om de ontwikkelingen rond COVID-19 nauwgezet te volgen. Daarmee wordt ingrijpen makkelijker. Ook de keuze voor een Maatschappelijk Impact Team is positief, zeker omdat dit team dezelfde status krijgt als het OMT. Daarmee verwerven economie en samenleving eindelijk een stem aan tafel. Dat gaat helpen bij het maken van de juiste afweging. Wel zijn wij benieuwd naar de uitwerking, want het succes van het Maatschappelijk Impact Team staat of valt bij een goede invulling, duidelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Voorzitter. De twijfel slaat toe waar het voornaamste uitgangspunt van het kabinet vorm en inhoud krijgt. Het doel is om de samenleving te allen tijde open te houden, ook in geval van nieuwe oplevingen van het virus. De PvdA onderstreept dit doel. Maar in een open samenleving doet iedereen mee en is iedereen van waarde. Om dat te bereiken, komt de regering goed beschouwd niet verder dan wat goede bedoelingen, een waslijst aan organisatorische maatregelen en een beroep op de inzet van iedereen. Om wensdenken te voorkomen, moet er ook serieus worden nagedacht over de mogelijkheid dat de samenleving op onderdelen toch weer dicht moet. De minister kan de ogen niet sluiten voor de mogelijke harde keuzes die gemaakt moeten worden als het virus in ernstige mate opleeft. Welke grenzen moeten dan gepasseerd zijn? Welke scenario's liggen dan klaar? In welke situatie gaat het kabinet de regie oppakken? Het is en blijft onduidelijk. Kan de minister dit nader toelichten?

Voorzitter. Zo missen we eigenlijk nog veel meer. Onduidelijk blijft bijvoorbeeld hoe de minister een structurele verbetering van de positie van de zorgsector voor zich ziet. Hier was een proactieve houding op zijn plaats geweest. Objectief gezien is er een forse investering in kwaliteit, capaciteit en menskracht nodig in de volle breedte van de zorg, dus ook in de nuldelijns- en eerstelijnszorg. Ook in tijden van crisis moet de zorg op een acceptabel niveau blijven. We moeten veel efficiënter gebruikmaken van de bestaande capaciteit in ziekenhuizen, zowel van het personeel als van de beschikbare zorginfrastructuur. Het is te gek voor woorden dat een ziekenhuis en de faciliteiten in de eerste lijn buiten kantoortijden vrijwel niet worden gebruikt. Dat kan en moet veel beter, zowel tijdens als buiten de pandemische crisis.

Het tekort aan zorgpersoneel is een zorgpunt dat zo snel mogelijk moet worden aangepakt, onder andere door de werkomstandigheden ingrijpend te verbeteren en door onze zorgverleners beter te betalen. Ja, er wordt hard geworven voor personeel op een krappe arbeidsmarkt. Maar als bij de achterdeur veel medewerkers de zorg ontevreden verlaten, is het dweilen met de kraan open. Het echte grote probleem op dit moment is niet zozeer het beperkte aantal studenten en de instroom, maar de grote uitval van met name jonge zorgverleners in de verpleging. Dat is zeker niet alleen salaris-gerelateerd. Kan de minister de Kamer informeren over deze ontwikkeling en rapporteren over de oorzaken van deze grote vroege uitval?

Voorzitter. Wat mij ook verbaast, is dat bij de zoektocht naar extra handen voor de zorg het aanwenden van migratie op geen enkele wijze ter sprake komt. Als dit op een verstandige wijze gebeurt, kan nieuw, tijdelijk zorgpersoneel wel degelijk de helpende hand bieden. Waarom wordt hier helemaal niet over gesproken? Of: in hoeverre zouden tijdelijke migranten de zorg uit de brand kunnen helpen? Graag een reactie van de minister hierop.

Hoe staat het met de positie van de zorgverleners die in de frontlinie stonden om Nederland draaiende te houden? Volgens FNV is een groot deel van de zorgmedewerkers ontslagen omdat ze vanwege long covid langer dan twee jaar ziek zijn. Denk aan alle zzp'ers die de afgelopen twee jaar ingezet zijn om de zorg te ontlasten in een buitengewoon risicovolle werkomgeving. Ook zij zijn ziek geworden en ervaren tot op de dag van vandaag de nadelige gevolgen hiervan. Ze zijn feitelijk in de steek gelaten. Dit voelt als een trap na voor al die zorgverleners die in de frontlinie stonden om Nederland draaiende te houden. De PvdA stelt voor om met een regeling te komen waarmee deze specifieke groep financieel ontlast wordt, niet in de laatste plaats om te voorkomen dat ook zij de zorg de rug toekeren. Is de minister bereid om met een regeling te komen?

Voorzitter. Dan onze zorgen over de toenemende polarisatie. Als de overheid wispelturig handelt, het nut en de noodzaak van de maatregelen niet helder aan de bewoners kan of wil uitleggen, de effecten van de maatregelen niet duidelijk zichtbaar zijn en er niet gehandhaafd wordt, werkt dat wantrouwen in de hand. Het kabinetsbeleid moet groepen in de samenleving juist dichter bij elkaar proberen te brengen. Het blijft daarom van het grootste belang om te zorgen voor draagvlak voor de maatregelen en begrip onder de burgers voor elkaar. Hoe? Door te kiezen voor realistisch en aantoonbaar effectief beleid, maar ook door eerlijk te zijn over wat nog niet bekend is. Toon het dilemma van de keuze. Neem de mensen mee in dilemma's, zodat ze begrip kunnen opbrengen voor de keuzes die uiteindelijk gemaakt moeten worden.

Mijn hoop en de hoop van de PvdA was juist gericht op een meer proactieve houding, bijvoorbeeld ten aanzien van groepen mensen in de samenleving die door desinformatie en populisme steeds verder afdrijven in de richting van een alternatieve werkelijkheid, waarin wetenschap en objectieve informatievoorziening niet meer van betekenis zijn. Daar zit in mijn ogen een zeer belangrijke faalfactor voor het welslagen van het coronabeleid.

Vertrouwen in beleid begint met eerlijke en heldere communicatie en met een boodschap die vaker op de doelgroep is toegespitst, bijvoorbeeld op mensen die de Nederlandse taal niet machtig zijn, of die het lastig vinden om onderscheid te maken tussen betrouwbaar en onbetrouwbaarheid nieuws. Hoe kijkt de minister aan tegen het bestrijden van polarisatie in de samenleving? Welke aanpak stelt hij voor? Is de minister bereid om indien nodig in andere talen te communiceren?

Voorzitter. Het is allemaal te vrijblijvend. Zolang we ons maar aan de basismaatregelen houden, onszelf blijven testen en kiezen voor zelfisolatie wanneer nodig, komt het wel goed. Zo lijkt het, maar dat is niet bepaald een visie waar we op lange termijn bij gebaat zijn. Hetzelfde geldt voor de voorgestelde sectorale aanpak. De minister geeft aan dat er met sectoren afspraken worden gemaakt en dat ook de sectoren onderling met elkaar overeenkomen hoe ze handelen bij een nieuwe uitbraak. Worden die afspraken ook gemaakt? Gebeurt dat op tijd? Gaan die afspraken ver genoeg? De minister zegt dat te zullen afwachten, maar dat is niet voldoende. Hij moet meer dwingend zijn en een deadline aan deze sectorale aanpak verbinden. Is de minister daartoe bereid? Wanneer moeten wat hem betreft de afspraken rond zijn? "Zo snel mogelijk" is niet concreet genoeg.

Uitgangspunt van de minister is dat alles in het werk moet worden gesteld om de scholen en kinderdagverblijven open te houden. Scholen moeten zelf zorgen voor een veilige werk- en leeromgeving. In een eerdere conceptversie van deze aanpak stond over vaccinatie vermeld dat personeel van scholen een hogere plaats zou krijgen in de vaccinatievolgorde dan tijdens de afgelopen twee jaar. Waarom is die voorrangspositie uit het definitieve stuk geschrapt? Kan de minister toezeggen dat bij vaccinatie de voorrangspositie voor onderwijzend personeel gehandhaafd blijft?

Een andere manier om scholen open te houden is het verbeteren van de ventilatie van onderwijsgebouwen. Het huidige budget hiervoor schiet volstrekt tekort. Er waren meer opmerkingen over de schoolgebouwen. Kern van het probleem is dat er onvoldoende budget is. Dat zeggen de gemeenten. Of ze zeggen dat ze er het geld niet voor hebben, of de scholen hebben daar niet de juiste middelen voor beschikbaar. Hoe gaat de minister dit probleem oplossen?

Voorzitter. Ten aanzien van de kwetsbaren in de samenleving had de PvdA graag een proactieve houding gezien. Deze mensen hebben juist in tijden van crisis onze steun en solidariteit hard nodig. Met de mond wordt beleden dat die groep prioriteit krijgt, maar het aantal concrete daden blijft daar hopeloos bij achter. Kan de minister uitleggen hoe zich dit verhoudt tot het openhouden van de samenleving? Krijgen we in tijden van crisis weer te maken met mensen die in absolute eenzaamheid moeten sterven en met bejaarden die geen bezoek mogen ontvangen?

Voorzitter. Het moge duidelijk zijn: de PvdA heeft grote zorgen over het hoge abstractieniveau van de langetermijnvisie van deze minister en twijfelt aan de vertaling ervan in praktische maatregelen. Wij roepen de regering dan ook op om deze langetermijnvisie wat meer concreet aan te vullen op de punten die PvdA-fractie hiervoor heeft aangestipt.

Als laatste wil ik nog aan de minister vragen wat het verdere proces is naar aanleiding van de langetermijnvisie. Wanneer kunnen wij het concrete plan van aanpak op verschillende onderdelen verwachten?

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Karakus. Dan is nu het woord aan de heer Meijer namens de VVD.