Plenair Keunen bij behandeling Voortduringswet artikelen 2c en 4 Wet verplaatsing bevolking



Verslag van de vergadering van 28 maart 2023 (2022/2023 nr. 24)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.27 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Keunen i (VVD):

Voorzitter. De Wet verplaatsing bevolking werd vastgesteld in 1952. Bijna driekwart eeuw later worden twee artikelen uit die wet geactiveerd als staatsnoodrecht. Is er sprake van een situatie die staatsnoodrecht vereist? Het antwoord is ja. Sinds de Russische inval op 24 februari vorig jaar in de soevereine staat Oekraïne is er sprake van een gruwelijke oorlog in Europa, die plotseling een enorme vluchtelingenstroom uit Oekraïne naar Nederland op gang heeft gebracht. Deze stroom was zo groot dat het absoluut niet mogelijk was om de benodigde noodopvang te verlenen via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Met de activering van de artikelen 2c en 4 van de Wet verplaatsing bevolking heeft de regering verantwoordelijkheid genomen voor de opvang van Oekraïners en die bij de Nederlandse burgemeesters gelegd. Dit wetsvoorstel is met een grote meerderheid van stemmen in de Tweede Kamer aanvaard.

Voorzitter. Staatsnoodrecht is slechts een tijdelijke oplossing voor een urgente opgave, die om een duurzame oplossing vraagt. Daarom is het verstandig dat de regering werkt aan nieuwe wetgeving voor een landelijk gecoördineerde en duurzame aanpak van de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne. Deze nieuwe Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne ligt momenteel voor bij de Raad van State. Graag wil mijn fractie de minister vragen of bij benadering kan worden aangegeven wanneer deze nieuwe tijdelijke wet door de Tweede Kamer in behandeling kan worden genomen. De achtergrond hiervan is duidelijk. Het is namelijk wenselijk om dit staatsnoodrecht zo snel als mogelijk buiten werking te kunnen stellen.

Voorzitter. De voortduringswet die vanmiddag voorligt, is niet alleen tijdelijk, maar ook in overeenstemming met Europese richtlijnen voor tijdelijke bescherming van vluchtelingen uit Oekraïne en hun bijzondere status in Nederland. De reikwijdte is strikt beperkt tot burgemeesters. Alles samenvattend kan daarom worden gesteld dat de in de Eerste Kamer gebruikelijke beoordelingscriteria van rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid volgens mijn fractie van toepassing zijn. Ook zelfs de noodzaak, proportionaliteit en subsidiariteit zijn verenigbaar met de voortduringswet, zolang de beperkte activering niet wordt uitgebreid en de regeling, zoals hiervoor besproken, slechts beperkt, dus tijdelijk, geldig is.

Voorzitter. Het zal geen verrassing zijn dat de VVD-fractie voornemens is voor deze voortduringswet te stemmen. Mijn fractie ziet met belangstelling uit naar het antwoord van de minister op onze vragen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Keunen.

De heer Van Dijk i (SGP):

Ik heb nog even een vraag aan mijn VVD-collega. Hij bracht het bijna als een compliment aan het kabinet: dat het verstandig is dat het kabinet nu een wet in consultatie gaat brengen. Ja, verstandig? In de wet staat dat er na het nemen van het besluit "onverwijld" een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer moet. Vindt u niet dat het al ontzettend lang duurt? Is meer dan een jaar later "onverwijld"?

De heer Keunen (VVD):

Over de termijn kan gediscussieerd worden: had het eerder gekund of niet? Er is in ieder geval zicht op een nieuwe, tijdelijke wet. Die ligt nu bij de Raad van State. Voor mijn fractie is dat voldoende. Als die wet er niet gelegen had, hadden we hier vanmiddag een heel ander verhaal gehad. Voor mijn fractie is het voldoende. Of het onverwijld is? Als ik het in de Dikke Van Dale ga opzoeken, zal het woord "onverwijld" ongetwijfeld ergens anders op slaan. Het had eerder gekund, wellicht, maar dat is nu denk ik niet aan de orde. De wet ligt bij de Raad van State.

De heer Van Dijk (SGP):

Helder. Heel kort: de wet ligt er inderdaad, maar dit is niet onverwijld, zoals ik ook bijna aan uw gelaatsuitdrukking zie. Dit had gewoon veel eerder gemoeten, want — zo kennen we de VVD ook — staatsnoodrecht moet er slechts zo kort als mogelijk is zijn. Dat gebeurt nu gewoon niet.

De heer Keunen (VVD):

Dat was ook de kern van mijn betoog: het moet zo kort mogelijk zijn. Dan is het acceptabel.

De heer Van Hattem i (PVV):

We horen nu dat de VVD het voorliggende wetsvoorstel omarmt. Hoe kijkt de heer Keunen aan tegen het feit dat er zo veel derdelanders worden opgevangen, ook op basis van deze wet, dat zij alle voorzieningen krijgen en dat de termijn voor die opvang zelfs nog is uitgebreid?

De heer Keunen (VVD):

De derdelanders die in Oekraïne aanwezig waren, zijn gevlucht. Ik denk dat zij terecht de status van vluchteling hadden, dus ik denk dat we met compassie naar die mensen moeten kijken, zoals we met heel veel compassie moeten kijken naar Europeanen die op de vlucht moeten slaan voor een brute inval in een land dat een soevereine democratie kent. Ik zou willen zeggen: we moeten goed kijken hoe we dit oplossen. U hebt daar vragen over gesteld aan de minister. Ik ben heel benieuwd naar het antwoord van de minister hierop, straks.

De heer Van Hattem (PVV):

Het punt is nu juist dat voor heel veel derdelanders de termijn, die tot 4 maart liep, al verstreken is. Een deel van hen kwam zelfs uit landen binnen de Europese Unie. Is de heer Keunen van de VVD het met mij eens dat zulke groepen hier in Nederland eigenlijk geen opvang meer zouden moeten krijgen?

De heer Keunen (VVD):

Nee, want ik gebruikte zojuist het woord "compassie". We hebben het over vluchtelingen, over mensen die plotseling hebben moeten vluchten. Wij als Nederland hadden niet eens voorzien dat deze oorlog zou uitbreken. We hadden niet eens de tijd om daar goed op te reageren. Ik denk dat we nu met heel veel compassie een hele goede oplossing moeten vinden. U hebt wel een terecht punt: die derdelanders zijn een bepaalde categorie binnen die groep, waar we goed naar moeten kijken, maar nogmaals, ik hoop dat we er met fatsoenlijk beleid uit komen en dat we het goed kunnen oplossen. U hebt een punt, maar de minister gaat uw vragen daarover dadelijk beantwoorden.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Tot slot. Ik hoor de heer Keunen toch weer spreken over vluchtelingen, maar we hebben het hier over mensen die uit veilige landen komen, zelfs voor een deel uit de Europese Unie. Is de heer Keunen het dan wel met mij eens dat die veiligelanders zouden moeten vertrekken?

De voorzitter:

Tot slot, meneer Keunen.

De heer Keunen (VVD):

Nee, dat ben ik niet met u van mening. Ik beroep me nogmaals op het woord "compassie".

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Nanninga namens de Fractie-Nanninga.