Plenair Moonen bij voortzetting behandeling Wet toekomst pensioenen



Verslag van de vergadering van 23 mei 2023 (2022/2023 nr. 33)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 19.34 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Moonen i (D66):

Voorzitter. Allereerst dank ik de minister voor de zorgvuldige beantwoording van werkelijk alle vragen. Ook dank ik de ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Griffie van de Eerste Kamer. Zij hebben heel hard gewerkt en goed werk afgeleverd om deze wetsbehandeling op een zorgvuldige manier te laten plaatsvinden.

Voorzitter. In mijn eerste termijn heb ik aandacht gevraagd voor het verkleinen van de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen in Nederland. Met name vrouwen lopen een groter risico op armoede. Nu kunnen we leren van het pensioenstelsel in IJsland. Dat is nu de nummer één van de wereld. Nederland is nummer twee, want we scoren net iets minder goed op de mogelijkheid om de pensioenopbouw voort te zetten als deelnemer als je tijdelijk minder werkt, bijvoorbeeld om voor de kinderen te zorgen. In het IJslandse systeem kan dat wel. Dat zou ons kunnen inspireren. Daarom dien ik namens de fractie van D66 de volgende motie in.

De voorzitter:

Door de leden Moonen, Backer, Pijlman en Huizinga-Heringa wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Nederlandse pensioenstelsel als een van de beste ter wereld wordt beoordeeld en in het onderzoek van de 44 pensioenstelsels door onderzoeksbureau Mercer op de tweede plaats eindigt, achter IJsland;

overwegende dat het Nederlandse stelsel minder goed scoort op de mogelijkheid om de pensioenopbouw voort te zetten als deelnemers, al dan niet tijdelijk, minder gaan werken of stoppen met werken om voor kinderen te zorgen;

overwegende dat uit onderzoek van Netspar blijkt dat vrouwen gemiddeld 40% minder pensioen opbouwen dan mannen en dat deze pensioenkloof na die in Cyprus, de grootste van de Europese Unie is;

overwegende dat het ontbreken van de mogelijkheid om pensioenopbouw voort te zetten bijdraagt aan deze pensioenkloof tussen ouders;

verzoekt de regering om een onderzoek in te stellen naar hoe deze achterblijvende pensioenopbouw in het nieuwe pensioenstelsel kan worden weggenomen, en de uitkomsten daarvan, alsmede de beleidsvoornemens en het tijdpad van de regering om deze pensioenkloof te dichten, met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter Z (36067).

Mevrouw Moonen (D66):

Bij de zorg voor de kinderen kan het trouwens gaan om mannen en vrouwen.

Voorzitter. Tijdens mijn eerste debat in de Eerste Kamer — dat was in de zomer van 2019 — hadden we een debat over de temporisering van de verhoging van de AOW-leeftijd. Ik heb toen al aandacht gevraagd voor het stimuleren van langer doorwerken, ook na de pensioendatum. Minister Van Gennip heeft inmiddels een Seniorenkansenvisie opgesteld — daar sprak de minister ook over — die zij ook de Eerste Kamer zal toezenden en die wij gaan agenderen in de commissie SZW. Maar er ligt ook een relatie met het nieuwe pensioenstelsel en met de grote tekorten aan arbeidskrachten in Nederland. Daarover wil de fractie van D66 de volgende motie indienen.

De voorzitter:

Door de leden Moonen, Backer, Van Gurp, Crone en Oomen-Ruijten wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat deelnemers bij het bereiken van de pensioenleeftijd massaal hun functie verlaten omdat ze met pensioen gaan, en daarmee hun werkzame leven in loondienst beëindigen;

constaterende dat er tegelijkertijd een tekort is aan arbeidskrachten in vele sectoren, waaronder het onderwijs, de zorg en de techniek;

constaterende dat deelnemers onvoldoende worden gewezen op de mogelijkheid om langer door te werken;

constaterende dat langer doorwerken na de pensioenleeftijd juist financieel heel aantrekkelijk is, omdat je geen pensioenpremie en sociale premie meer hoeft te betalen, en het heel motiverend kan zijn om langer door te werken;

verzoekt de regering in overleg met sociale partners te stimuleren dat deelnemers bij het naderen van de pensioenleeftijd gewezen worden op de mogelijkheden om langer door te werken en welke financiële voordelen dit kan hebben voor betrokkenen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt letter AA (36067).

Mevrouw Moonen (D66):

Voorzitter. We hebben het vandaag uitgebreid gehad over de geschillenregeling. Zoals meerdere keren aan mij is aangegeven, zowel gisteren als vandaag, heb je als deelnemer als je iets niet begrijpt gelukkig eerst de mogelijkheid om navraag te doen bij je eigen fonds. Wanneer dat niet afdoende is, kan je altijd nog een klacht indienen, want een fonds is verplicht een klachtencommissie in te stellen en iedere klacht daadwerkelijk in behandeling te nemen. Als er uiteindelijk toch nog onvoldoende zekerheid is voor de deelnemer over de uitspraak over die klacht, is er tot slot nog de mogelijkheid om je casus voor te leggen aan een externe geschillencommissie. De fractie van D66 hecht, mede namens het CDA — mevrouw Oomen heeft er deze twee dagen ook veel over gesproken — zeer aan de onafhankelijkheid van de geschillencommissie. Ook nemen we de positionpaper van de Raad voor de rechtspraak serieus. De Raad voor de rechtspraak heeft zich zorgen gemaakt over de mogelijke grote toename van het aantal rechtszaken. Dat brengt de fractie van D66 op de volgende motie. Dit is tevens mijn laatste motie. Ik heb er drie. Dit is nummer drie.

De voorzitter:

Door de leden Moonen, Backer en Oomen-Ruijten wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij wet een regeling voor externe geschilbeslechting wordt voorgesteld, waarbij deelnemers worden gehoord nadat een interne klachtprocedure is afgewikkeld;

stelt vast dat deze geschilbeslechting geheel onafhankelijk moet functioneren;

stelt vast dat er adequate waarborgen moeten zijn voor de onafhankelijkheid in de inrichting, benoeming en reglementering van deze geschilbeslechting;

stelt vast dat deze regeling laagdrempelig moet zijn, snel duidelijkheid moet scheppen en van hoge kwaliteit dient te zijn;

stelt vast dat mediation daarvan onderdeel dient te zijn;

stelt vast dat geschillen tussen een deelnemer en fonds in de vorm van een bindend advies dienen te worden beslecht;

verzoekt de minister om, in overleg met de minister van Justitie en Veiligheid, een regeling te ontwerpen die voldoet aan genoemde kenmerken en in de vorm van een algemene maatregel van bestuur bij beide Kamers wordt voorgehangen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt letter AB (36067).

Mevrouw Moonen (D66):

Tot slot, voorzitter. De fractie van D66 is van oordeel dat de Wet toekomst pensioenen zal leiden tot een toekomstbestendiger, koopkrachtiger en transparanter pensioen. De fractie van D66 zal dinsdag om al deze redenen voor het wetsvoorstel stemmen. Hiermee geven we een vervolg aan het pensioenakkoord, waarvan onze Wouter Koolmees geestelijk vader is. Het akkoord, dat gesloten is in 2019, wordt zo vastgelegd in de wet. Dat we hiermee tegemoetkomen aan een grote wens van werknemers- én werkgeversorganisaties in Nederland, acht onze fractie eveneens van groot belang.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Moonen. Dan is het woord aan de heer Frentrop namens de Fractie-Frentrop.