Plenair Petersen bij behandeling Tijdelijke wet Klimaatfonds en Begroting Economische Zaken en Klimaat 2024



Verslag van de vergadering van 19 december 2023 (2023/2024 nr. 14)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 10.43 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Petersen i (VVD):

Voorzitter, hartelijk dank. Vandaag debatteren wij in dit huis over een belangrijk onderwerp, de Tijdelijke wet Klimaatfonds. Voor de VVD is, zoals bekend, het klimaat al tientallen jaren een belangrijk onderwerp. In het eerste kabinet-Lubbers was het uitgerekend minister Winsemius van de VVD die klimaat bij een groot publiek onder de aandacht bracht en na hem traden gelukkig veel VVD'ers in zijn voetsporen. Het is ook in dat verre verleden dat ik mijn debuut maakte in de Eerste Kamer. Als 15-jarige scholier was ik een van de 75 gelukkige prijswinnaars van een opstelwedstrijd die was georganiseerd door wat nu ProDemos is. Ik houd er nog steeds rekening mee dat er 75 inzendingen waren. Wat het onderwerp van mijn opstel was, kan ik me helaas niet meer herinneren, maar wel dat de prijsuitreiking plaatshad in de imposante vergaderzaal — hier niet ver vandaan — van de Eerste Kamer. Ik kreeg toen een balpen met een Eerste Kamerlogo erop en die werd uiteraard het trotse pronkstuk van mijn kinderkamer destijds. Jaren later mocht ik als voorzitter van de Amsterdamse VVD vergaderingen bijwonen van de Eerste Kamerfractie. Wat mij daar vooral aansprak, was de open manier waarop fractiestandpunten tot stand kwamen. Fractieleden discussieerden niet met stopverf in de oren, maar stonden open voor elkaars argumenten. Ze probeerden samen een zo goed mogelijke uitkomst te bereiken, waar iedereen zich uiteindelijk in kon vinden. Deze herinnering was een van de redenen voor mij om me te kandideren voor de Eerste Kamer. Op deze manier vind ik het namelijk mooi om aan het politieke debat deel te nemen. Mijn ervaringen tot nu toe, al was het in commissieverband en als toeschouwer in deze zaal, stemmen mij hierover optimistisch. Ik reken er ook op dat dit debat verder hieraan zal bijdragen.

De Tijdelijke wet Klimaatfonds is voor onze fractie een ambitieuze wet. Hij is voorgesteld door een ambitieuze minister, die in korte tijd meer urgentie aan het klimaatdebat heeft weten te geven. Ik bedoel dat complimenteus, want die urgentie begrijpen wij. De doelen die in de Europese en Nederlandse klimaatwetten zijn vastgelegd, vragen ook om concrete actie. De Klimaat- en Energieverkenning 2023 van het PBL is al een aantal keren genoemd vanochtend. Hierin benadrukt het PBL: "Om in 2030 daadwerkelijk 55% emissiereductie ten opzichte van 1990 te bereiken, moeten alle klimaatplannen, waarvoor in de KEV een effectinschatting is gemaakt, een maximaal effect opleveren. Bovendien moeten ook niet-stuurbare factoren, zoals het weer, hiervoor gunstig uitpakken." De geschetste urgentie vraagt volgens de VVD-fractie dan ook om een benadering die oud-premier Ruud Lubbers in zijn tijd als een "positieve grondhouding" zou karakteriseren. Dat neemt niet weg dat wij vragen hebben over onderdelen van de wet, waarover wij vandaag graag met de minister van gedachten wisselen.

Het is de VVD-fractie niet ontgaan dat een groot deel van de voorgestelde plannen een voorwaardenscheppend karakter heeft. Als de plannen goed uitpakken, kunnen spelers in de samenleving zelf hun verantwoordelijkheid nemen en gemakkelijker en duurzamer hun eigen bijdrage leveren aan een schoner klimaat. Dat mechanisme spreekt ons zeer aan.

Daarnaast kan ook de inzet van kernenergie bij de VVD van oudsher op applaus rekenen. Het onderzoeken van het veilig en doelmatig verlengen van de levensduur van de kerncentrale in Borssele juichen wij dan ook van harte toe, net als het voorbereiden van de bouw van twee nieuwe kerncentrales. Het ligt voor de hand dat het nieuwe kabinet hierover besluiten zal nemen, maar dat mag de voorbereiding hiervan niet in de weg staan. Het zijn langdurige trajecten en het is zonde om de uiteindelijke bouw en ingebruikname van nieuwe kerncentrales onnodig te vertragen. Wij zijn dan ook blij dat de aangehaalde cijfers van het CBS niet alleen laten zien dat 36% van de bevolking voorstander is van kernenergie, maar ook — dat heb ik net nog niet helemaal gehoord — dat dit percentage is gegroeid van 25% steun voor kernenergie in 2020. We zijn blij met de trend en hopen en rekenen erop dat die zich zal voortzetten. In aanvulling daarop horen wij nog wel graag van de minister welke mogelijkheden hij ziet om in Nederland ook compacte serie-geproduceerde en moduleerbare SMR-centrales in gebruik te nemen. Ze zijn al genoemd. Welke termijnen voorziet hij hierin en om hoeveel van dit soort centrales zou het in Nederland kunnen gaan?

Ook de investering in andere onderdelen van de energie-infrastructuur, zoals het ombouwen van de gascentrales, het versterken van de laadinfrastructuur en de infrastructuur voor waterstof kunnen op steun van mijn fractie rekenen. De VVD waardeert het bovendien dat in het wetsvoorstel een belangrijke rol voor het bedrijfsleven is weggelegd en dat bedrijven in Nederland worden geholpen om klimaatgunstige investeringen te doen. Zonder die hulp zouden die investeringen niet rendabel zijn, wat hogere barrières zou opwerpen en uiteindelijk eventueel zelfs tot bedrijfssluitingen kan leiden. Het is al eerder genoemd. De combinatie van maatwerkafspraken met de grootste uitstoters enerzijds en generieke maatregelen voor bedrijven anderzijds doet in onze ogen recht aan de diversiteit van ons bedrijfsleven. Dat is belangrijk, want dat bedrijfsleven levert een grote bijdrage aan onze nationale welvaart. Bovendien vult het de schatkist van de overheid.

Dat brengt mij bij onze zorgen over dit wetsvoorstel. Ik heb ze gebundeld in drie clusters. Het eerste cluster betreft de negatieve effecten die de uitvoering van het wetsvoorstel kan hebben op de concurrentiepositie van het bedrijfsleven in Nederland en op ons vestigingsklimaat. Op de tweede plaats hebben we grote zorgen over de tijdige beschikbaarheid van cruciale randvoorwaarden. Ten slotte hebben we fundamentele vragen over de noodzaak van een fonds.

Voorzitter. De VVD-fractie is behoorlijk geschrokken van de schriftelijke antwoorden van de minister over de gevolgen van de Klimaatfonds-gerelateerde plannen voor bedrijven in ons land. Die bedrijven vormen de ruggengraat van onze economie en welvaart. Het is cruciaal dat zij goed kunnen presteren, zodat wij voor onze groeiende en vergrijzende bevolking ook op lange termijn de welvaart kunnen veiligstellen. Volgens de minister borgen de klimaatinstrumenten een gelijk speelveld voor bedrijven binnen de EU, maar ten opzichte van concurrenten van buiten de EU ondervinden wij volgens de recente speelveldtoets een concurrentienadeel. Hierbij is specifiek gekeken naar de Verenigde Staten, Japan en de Verenigde Arabische Emiraten. Voor het perspectief: ongeveer 30% van de Nederlandse export gaat naar landen buiten de EU. Kan de minister uitleggen waarom het verantwoord is om dit concurrentienadeel te laten voortbestaan? En hoe ziet hij de verhouding tussen de waarde van het behalen van de klimaatdoelen enerzijds en het verzwakken van de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven anderzijds? Kan hij een inschatting geven van de economische gevolgen van die geschetste verzwakkende concurrentiepositie van onze bedrijven? Daarnaast moet ons vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven om bedrijven te behouden en van buiten Nederland aan te trekken. Volgens dezelfde speelveldtoets vergroten de daarin onderzochte beleidswijzigingen juist het risico op weglek van bedrijven uit Nederland. Volgens het NFIA kiezen nota bene nieuwe industrieën die met hun investeringen kunnen bijdragen aan een klimaatneutrale en circulaire economie niet voor Nederland. Het is uiteraard sympathiek dat het kabinet zal blijven monitoren hoe toekomstige klimaatmaatregelen uitpakken voor onze industrie, maar als we nu al weten dat bedrijven hun bivak liever opslaan in andere landen, dempen wij straks de put als het kalf al verdronken is. Om te groeien hebben we in Nederland juist nieuwe bedrijven nodig. Kan de minister uitleggen hoe we negatieve ontwikkelingen juist voor kunnen zijn en onze positie als aantrekkelijk vestigingsland kunnen versterken?

Voorzitter. De VVD-fractie heeft nog grotere zorgen over de vraag of de randvoorwaarden, waarbinnen bedrijven moeten opereren, voldoende op orde zijn. Dat geldt met name voor de capaciteit van het elektriciteitsnet. De minister heeft in zijn schriftelijke antwoorden aangegeven dat "de uitbreiding van de elektriciteitsnetten nu het tempo van de energietransitie niet goed kan bijhouden, ondanks de forse investeringen van de netbeheerders dit jaar, ruim 5 miljard euro". En het vervolgcitaat: "… dat de fysieke grenzen van het elektriciteitsnet op steeds meer plekken al zijn bereikt". Het is te waarderen dat alle betrokken partijen zich tot het uiterste inspannen om het elektriciteitsnetwerk in zo hoog mogelijk tempo uit te breiden en maximaal te benutten. Maar zoals onze zuiderburen zeggen: we moeten een kat een kat noemen. Onvoldoende capaciteit is en blijft onvoldoende capaciteit. In onze ogen kan duurzame verduurzaming alleen maar hand in hand gaan met economische groei. Dan moet ons bedrijfsleven echter wel in staat worden gesteld om zijn rol hierin te spelen. Dat is door de onvermijdelijke complexiteit van dit vraagstuk niet in een handomdraai opgelost. Dat verwachten we ook niet. De minister spreekt zelfs van knelpunten op vele fronten.

Toenmalig CDA-minister Jan de Koning merkte ooit op dat een plant niet harder gaat groeien als je aan de bladeren trekt. Met andere woorden: willen we niet te veel, te snel? Kan de minister uitleggen hoe we van bedrijven mogen eisen om tijdig de vereiste prestaties te leveren, maar dan met de spreekwoordelijke handen op de rug gebonden, in een omgeving waarin dat simpelweg niet kan. Voor de VVD-fractie is het cruciaal om van de minister te horen dat de instelling van dit fonds voor de capaciteit van het elektriciteitsnet een materieel verschil gaat maken. Wat zou concreet zonder dit fonds niet gebeuren en met het fonds wel om de capaciteit van het elektriciteitsnet te laten aansluiten bij de vraag? Welke toezeggingen kan de minister aan deze Kamer doen om een groter deel van de middelen in te zetten voor het versneld op orde brengen van deze cruciale randvoorwaarde? Hoeveel verschuiving in euro's is mogelijk, en hoe snel? Welke effecten verwacht de minister hiervan wanneer te kunnen presenteren?

Vergelijkbare zorgen hebben wij over de beschikbaarheid van de benodigde menskracht. De collega van het CDA noemde dat zelf ook al. Wij waarderen de in gang gezette scholings- en omscholingsprogramma's. Juist liberalen gunnen iedereen de meest optimale ontplooiingsmogelijkheden, maar ook hier zal de tijd zijn werk moeten doen. Aan deze belangrijke randvoorwaarde is niet op stel en sprong voldaan. Kan de minister uitleggen hoe bedrijven zonder voldoende beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel tijdig hun vereiste bijdrage kunnen leveren?

Voorzitter. Wat bij de VVD tot grote vraagtekens heeft geleid, is het feit dat van het Klimaatfonds, dat inmiddels een waarde heeft van bijna 38 miljard euro, nog 21 miljard euro resteert, en dat terwijl het fonds niet eens bij wet is ingesteld. Van die overgebleven ruim 21 miljard is al ruim 15 miljard gereserveerd voor specifieke doelen. Dan rest nog slechts 5,8 miljard euro die ongeoormerkt en dus vrij besteedbaar is. Kan de minister uitleggen hoe van een fonds dat nog niet bestaat, al 85% van de middelen is uitgegeven of onomkeerbaar is gereserveerd? Alle activiteiten die al in werking zijn gezet zonder dat het Klimaatfonds bij wet is ingesteld, roepen dan ook de vraag op of dit fonds echt nodig is.

Ook het Meerjarenprogramma Klimaatfonds, de Klimaatfondsbegroting en het jaarverslag hebben inmiddels al het levenslicht gezien. De minister was attent genoeg om hierover in zijn schriftelijke beantwoording duidelijkheid te scheppen. Hij zegt: "Het klopt dat de oprichting van het Klimaatfonds via de instellingswet niet noodzakelijk is om middelen toe te kennen aan maatregelen." Ook zegt de minister in antwoord op vragen van deze Kamer dat er geen grens is aan de hoeveelheid middelen die uit het Klimaatfonds kan worden gehaald voor andere doeleinden dan waarvoor deze wet is opgesteld. Bovendien liggen de klimaatdoelen al wettelijk vast. Het is daarom onze verwachting dat toekomstige kabinetten zich ook zonder Klimaatfonds bewust zijn van hun wettelijke verplichtingen en beleid zullen initiëren en uitvoeren om aan die verplichtingen te voldoen, ook om akelige rechtszaken hierover met protesterende burgers te voorkomen. Dat werpt de vraag op die voor dit huis en voor mijn fractie een fundamentele is: is dit wetsvoorstel nu echt noodzakelijk om de wettelijke doelen te bereiken of is het overbodig? In alle eerlijkheid speelt het perspectief dat de minister hierop biedt voor de VVD-fractie een grote rol in de eindbeoordeling van dit voorstel.

Voorzitter. Hiermee kom ik tot een afronding van mijn eerste termijn. Ik kijk uit naar een constructieve gedachtewisseling met de minister en de collega's van de andere fracties, in de eeuwenoude traditie van dit huis: kritisch, maar met een open houding voor de argumenten die zullen worden aangedragen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Petersen. Blijft u nog even staan.

Mijn hartelijke gelukwensen met uw maidenspeech. U studeerde politicologie en amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Daarna ging u aan de slag bij Procter & Gamble, vervolgens bij Reed Elsevier en in 2010 werd u zelfstandig managementconsultant. Twee jaar later ging u in de koffie. U werd werkzaam bij Jacobs Douwe Egberts. Sinds 2019 bent u chief operating officer van koffiebedrijf MAAS International. Een wijs mens zei ooit: politiek is vooral koffiedrinken. In dat opzicht hebt u in ieder geval een mooie startpositie, meneer Petersen!

U bent al lange tijd actief als analist van en spreker over de Amerikaanse politiek. Ook schrijft u voor EW Magazine over hetzelfde onderwerp. In 2012 verscheen de eerste editie van uw boek "Einddoel Witte Huis. Hoe de Amerikanen hun president kiezen". U hebt inmiddels al heel wat nieuwe versies kunnen publiceren. Ik begrijp dat komend jaar, in januari, alweer de zoveelste versie uit gaat komen. Het is voor u erg belangrijk om Amerika te duiden, maar u doet meer dan dat. In oktober was u als vers gekozen voorzitter van de commissie BDO van deze Eerste Kamer aanwezig bij de tweede editie van de parlementaire top internationale Krimplatform in Tsjechië. We hadden daar de plezierige gelegenheid om beiden verwelkomd te worden door de Voorzitter van het Oekraïense parlement en de Voorzitter van het Tsjechische parlement, die verantwoordelijk waren voor de organisatie van die conferentie.

Buitenland is dus een belangrijk onderdeel voor u; dat spreekt voor zich. Maar u was ook al binnenlands actief, zoals u al meldde. U was actief in de JOVD, de jongerenorganisatie van de VVD, en u schopte het daar zelfs tot landelijk voorzitter. Verder bent u lid geweest van verschillende partijcommissies van de VVD. U was voorzitter van de Kamercentrale Amsterdam en voorzitter van, jawel, de werkgroep Permanente Inhoudelijke Verdieping. Dat kan nooit kwaad in deze turbulente tijden!

In mei van dit jaar bent u voor het eerst gekozen in een volksvertegenwoordigende rol, namelijk die van lid van de Eerste Kamer. Op de website van uw partij zegt u over uw motivatie om senator te worden dat u als zoon van ondernemers het perspectief van het bedrijfsleven duidelijk wil laten klinken. U zei: "Dagelijks ervaar ik hoe wetgeving in de échte praktijk uitpakt voor ondernemingen. Aandacht voor de positie van Nederland in de wereld is hierbij cruciaal."

Meneer Petersen. Het klimaat is bij uitstek een onderwerp waar al deze belangen samenkomen. Het zal geen toeval zijn geweest dat u ervoor gekozen heeft om juist bij dit onderwerp uw plenaire parlementaire debuut te maken. Nogmaals van harte gefeliciteerd met uw maidenspeech.

Ik geef graag thans de collega's de gelegenheid om u te feliciteren. Staat u mij toe om dat als eerste te doen.

Ik verzoek u om u voor het rostrum op te stellen voor de felicitaties. Ik schors voor een kort moment de vergadering.