Verslag van de vergadering van 17 maart 2026 (2025/2026 nr. 21)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 16.27 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Bezaan i (PVV):
Voorzitter, dank voor het woord. We spreken vandaag over de Wet transparantie en tegengaan van ondermijning maatschappelijke organisaties. Laten we maar direct de koe bij de horens vatten. Buitenlandse donaties uit niet-EU-landen, maar ook uit EU-landen, kunnen als een sluipend gif de aderen van onze samenleving binnendringen. Neem bijvoorbeeld de bevindingen uit het POCOB-rapport van 2020. Qatar Charity doneerde via de Europe Trust Nederland tussen de €700.000 en €750.000 aan moskeeën met banden met de Muslim Brotherhood. Dat leidde tot invloed op preken en onderwijs. Of neem de Turkse Diyanet, die imams benoemt en ISN-moskeeën controleert, resulterend in propaganda die integratie ondermijnt. En neem fondsen uit Saudi-Arabië en Koeweit die salafisme promoten in tientallen Nederlandse moskeeën, met gevolgen als radicalisering en antidemocratische ideeën.
Onze democratie is een fijnmazig web van verenigingen en clubs. Dat zijn bolwerken waarin burgers hun vrijheid uitoefenen. Sportclubs, religieuze gemeenschappen en culturele verenigingen vormen het cement van onze samenleving. Maar het wordt ondermijnend wanneer externe krachten dat web kapen via een sluipende overname waarbij lokale identiteit langzaam plaatsmaakt voor geopolitieke belangen. Denk aan salafistische netwerken die worden gefinancierd vanuit Golfstaten en die onze jeugd beïnvloeden met ideeën die haaks staan op onze waarden van vrijheid en gelijkheid. Of denk aan een op het eerste gezicht onschuldige stichting die plotseling een platform wordt voor propaganda van een buitenlands regime. En het blijft niet bij geld. In een recent onderzoek van GeenStijl wordt bijvoorbeeld beschreven hoe buitenlandse diplomatieke netwerken een rol spelen in religieuze organisaties in Nederland. Uit de update van dit bericht van 13 maart jongstleden blijkt dat het ministerie van SZW nu zelf onderzoek doet naar de precieze rol van een Turkse diplomaat binnen de Islamitische Stichting Nederland. De minister van SZW geeft bovendien expliciet toe dat de samenwerking tussen het door SZW gefinancierde Kennisplatform Inclusief Samenleven, KIS, en de ISN Academie geen verstandige keuze was.
Voorzitter. Het nieuwe kabinet is een herijking gestart van de gehele koers op inburgerings-, integratie- en samenlevingsvraagstukken, inclusief de vraag met welke maatschappelijke partners er wel of niet wordt samengewerkt. Naar aanleiding van dit nieuwe concrete voorbeeld van mogelijke Turkse beïnvloeding heb ik enkele vragen aan de minister. Voor welke concrete datum verwacht het kabinet de uitkomsten van het onderzoek naar de rol van de Turkse diplomaat? Gaat het kabinet per direct alle samenwerkingen met ISN en de ISN Academie opschorten totdat vaststaat dat er geen buitenlandse aansturing meer is? Graag een ja of nee. Het kabinet heeft herhaalde signalen ontvangen. Ik noem de in 2019 aangenomen motie-Heerma c.s. die opriep tot een nieuwe organisatiestructuur bij ISN om ongewenste politieke vermenging te voorkomen, signalen van de POCOB-commissie van 2020 en AIVD-signalen. Waarom zijn deze al die jaren niet gebruikt om ISN daadwerkelijk aan te pakken? Waarom komt het kabinet nu pas, na dit journalistieke onderzoek, in actie?
Dan de herijking op het gebied van inburgering, integratie en samenlevingsvraagstukken die het kabinet aankondigt. Op basis van welke concrete en meetbare criteria besluit u welke partners, zoals ISN, wel of niet langer overheidsgeld ontvangen en een rol houden in het contact met moslimgemeenschappen? Bent u het met de PVV eens dat deze wet juist bedoeld is om dergelijke sluipende buitenlandse invloeden eerder en beter zichtbaar te maken en dat het daarom opmerkelijk is dat het kabinet zelf pas in actie komt nadat dit via journalistiek onderzoek naar buiten is gebracht? De wet maakt daarnaast een AMvB mogelijk waarmee het drempelbedrag voor donaties uit hoogrisicolanden kan worden verlaagd tot zelfs nul. Daar is al eerder aan gerefereerd vandaag. Bent u van plan van deze mogelijkheid gebruik te maken? Zo ja, op welke termijn, voor welke landen en met welk concreet drempelbedrag? Zo nee, waarom niet? Graag een reactie van de minister op deze vragen.
Deze wet verplicht organisaties niet om álle donaties openbaar te maken, zoals soms wordt gedacht. Wat zij wel doet is organisaties verplichten informatie te verstrekken over donaties boven €15.000 wanneer bevoegde autoriteiten daar gericht om vragen. Het gaat dan om herkomst, doel en omvang van de donaties. Burgemeesters, het Openbaar Ministerie en andere bevoegde instanties krijgen daarmee een instrument om bij concrete signalen van ondermijning navraag te doen. Daarnaast worden stichtingen verplicht hun balans te deponeren bij het Handelsregister, zodat basisinformatie beschikbaar is. Dat is geen massale surveillancemaatregel, maar een gerichte transparantieregel, een instrument dat alleen wordt ingezet wanneer daar aanleiding voor is. Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn en ook niet met oogkleppen op lopen.
De Raad van State waarschuwde al eerder voor de vraag naar proportionaliteit. Dat is al uitvoerig besproken vandaag. Door aangenomen amendementen in de Tweede Kamer, onder andere de hogere drempel, de kortere bewaartermijn, de aanlevertijd van vier weken en de verplichte OM-toets, is die zorg grotendeels ondervangen. Ook privacy is een reëel punt. Het opvragen van gegevens over donateurs raakt direct aan de bescherming van persoonsgegevens. Daarom is het van belang dat deze bevoegdheden alleen doelgericht worden ingezet, dat gegevens niet breder worden gedeeld dan noodzakelijk en dat de waarborgen van de AVG strikt worden nageleefd. Daarnaast moeten we voorkomen dat er willekeur ontstaat. Burgemeesters moeten zorgvuldig omgaan met deze bevoegdheid en alleen handelen bij concrete signalen van ondermijning. We hebben inmiddels al instrumenten — denk aan de Wwft en de Bibobwetgeving — maar die zijn versnipperd en niet altijd toegespitst op maatschappelijke organisaties.
Voorzitter. Toch is de kernvraag: wegen deze bezwaren op tegen de dreiging? We hebben het hier over witwassen, terrorismefinanciering en buitenlandse beïnvloeding van religieus onderwijs of maatschappelijke organisaties. De memorie van toelichting noemt het niet voor niets een substantieel risico. Bestaande wetten zijn nuttig, maar vormen soms een lappendeken met gaten. Deze wet probeert die gaten juist te dichten door transparantie mogelijk te maken wanneer er reden is om te twijfelen aan de herkomst van geldstromen. Zonder zicht op waar geld vandaan komt, verliezen we uiteindelijk ook zicht op wie invloed uitoefent op onze samenleving.
Eén ding staat voor de PVV-fractie vast: onze democratische rechtsorde mag nooit afhankelijk worden van verborgen geldstromen of ongewenste buitenlandse invloed. Laten we ervoor zorgen dat onze democratie niet ten prooi valt aan die sluipende krachten.
Wij kijken uit naar de beantwoording van de minister. Ik dank u voor uw tijd.
De heer Van Gasteren i (BBB):
Ik heb even gewacht, want ik wilde het hele verhaal afluisteren. Als ik het goed begrijp, zegt u: die wet is hard nodig. Er waren heel veel voorbeelden. Maar hoe kijkt mevrouw Bezaan dan aan tegen het feit dat de regering zelf zegt: het gaat om twee tot vijf gevallen per jaar. Dan zou je zeggen: dan valt het wel mee met het aantal gevallen waar we ons op zouden moeten richten.
Dan mijn tweede punt. Deze wet richt zich op ondermijning en niet op het verbieden van financiering. Financiering is toegestaan. Wellicht zijn de voorbeelden die u geeft voorbeelden van financiering, maar geen voorbeelden van ondermijning. Mijn vraag aan mevrouw Bezaan is hoe ze daarnaar kijkt.
Mevrouw Bezaan (PVV):
Neem me niet kwalijk, maar ik ben uw eerste vraag even kwijt.
De heer Van Gasteren (BBB):
De eerste vraag gaat over het aantal gevallen dat zich volgens de regering zou voordoen, namelijk twee tot vijf. U had een hele lijst. Dat leek me ruim voldoende om die vijf te vullen. De vraag is hoe dat zich tot elkaar verhoudt.
Mevrouw Bezaan (PVV):
Ik begrijp uw vraag; dank daarvoor. Ik ben zelf gaan nazoeken hoe dat nou precies zat. Inderdaad, u heeft gelijk over de aantallen die genoemd zijn. Maar ik heb begrepen dat de totale hoeveelheid aanvragen — zo noem ik het maar even — niet echt expliciet bekend is, aangezien heel veel voorvallen onder het staatsgeheim vallen. De AIVD spreekt alleen maar van een toename die verontrustend is. Ik heb zelf geen exacte cijfers kunnen vinden. Dat is het antwoord op uw eerste vraag. En nu ben ik ook uw tweede vraag vergeten.
De heer Van Gasteren (BBB):
De tweede vraag was de volgende. Deze wet gaat over ondermijning. Uw lijst wekt de indruk dat u zich heel erg sterk richt op financiering, terwijl financiering toegestaan is. Maar het gaat echt om ondermijning vanwege financiering, niet om de financiering zelf. Zou het oordeel aan uw kant anders luiden als u de afstand tussen de begrippen "ondermijning" en "financiering" in ogenschouw neemt?
Mevrouw Bezaan (PVV):
Volgens mij leidt financiering tot ondermijning. Daar gaat het hier over. Ik snap uw vraag niet zo goed, moet ik eerlijk zeggen.
De heer Van Gasteren (BBB):
Laatste poging dan. Nogmaals, deze wet richt zich op potentiële ondermijning vanuit maatschappelijke organisaties. Die bestaat uit het financieren. Het lijstje, het behoorlijke lijstje, dat net gegeven werd, gaat volgens mij over sec de financiering, en niet over ondermijning door die financiering. Mijn vraag aan u is de volgende. Als er onderscheid gemaakt zou worden tussen aan de ene kant sec de financiering en aan de andere kant ondermijning door financiering, zou uw lijstje dan hetzelfde luiden?
Mevrouw Bezaan (PVV):
Ja.
De heer Dittrich i (D66):
Mevrouw Bezaan heeft namens de PVV heel veel voorbeelden gegeven van financiering vanuit het buitenland voor Nederlandse organisaties. Ik wil mevrouw Bezaan meenemen naar artikel 4a. Daarin staat gewoon dat als maatschappelijke organisaties in Nederland ondermijnende activiteiten ontplooien, het Openbaar Ministerie aan de rechter kan vragen om een staking van de activiteiten, een verbod voor een bepaalde duur of iets dergelijks. Daarin staat niks over het buitenland. Mijn vraag luidt als volgt. Stel dat je nu een gemeente hebt waarvan de burgemeester en de gemeenteraad zeggen "we gaan de Spreidingswet uitvoeren en we willen een azc in onze gemeente", en dat er een organisatie komt die daar vreselijk tegen tekeergaat, dingen in brand steekt en van alles en nog wat doet. Mevrouw Bezaan steunt een onderdeel van dit wetsvoorstel. Vindt zij dat de burgemeester in dat geval allerlei donaties kan opvragen bij die woedende organisatie in de gemeente?
Mevrouw Bezaan (PVV):
Volgens mij is dat mogelijk bij donaties van meer dan €15.000, mits daar voldoende aanleiding toe is. Volgens mij is de burgemeester degene die dat kan bepalen.
De heer Dittrich (D66):
Met dit antwoord zegt u dus: als de Spreidingswet in het geding is in een bepaalde gemeente en er ontzettend veel commotie ontstaat door maatschappelijk ondermijnende activiteiten van organisaties, vindt de PVV dat daartegen opgetreden kan worden op basis van dit wetsvoorstel?
Mevrouw Bezaan (PVV):
Ik denk dat de kern van de vraag is: wat is ondermijning? Volgens mij is daar sowieso al wat onduidelijkheid over. Wat is de exacte definitie van ondermijning? Ik weet dat GroenLinks die vraag een beetje heeft gesteld. Ik weet dat GroenLinks vragen heeft gesteld en dat daar in de memorie van toelichting antwoord op is gegeven. Ik vind dat het probleem is dat de definitie van ondermijning sowieso niet heel erg duidelijk is. Eigenlijk zou ik ook de minister willen vragen een exacte beschrijving van dat begrip te geven, omdat er blijkbaar nogal wat verschillende definities bestaan. In een aantal gemeenten wordt bijvoorbeeld over ondermijning gesproken, maar dat is niet exact 100% hetzelfde als de definitie die het kabinet noemt in de beantwoording van de vragen van GroenLinks.
De voorzitter:
Tot slot, meneer Dittrich.
De heer Dittrich (D66):
Ik begrijp hieruit dat ondermijning ook in Nederland kan plaatsvinden en dus niet alleen door buitenlandse organisaties. Dat is één. Daar zijn we het over eens. Ik deel met u dat het heel belangrijk is dat we moeten weten wat ondermijning is. Dat is eigenlijk de kern van het wetsvoorstel. Dan zou ik toch de wijze woorden van de heer Nicolaï willen aanhalen: lex certa est. Het Openbaar Ministerie heeft daar ook op gewezen. Je moet wel weten wat de reikwijdte van een wetsvoorstel is. Daar moeten wij, als Eerste Kamer, natuurlijk goed naar kijken. Als we een wet aannemen met een hele open norm die verschillend kan worden toegepast, leidt dat tot grote onzekerheid bij burgers en organisaties in Nederland. Ik geloof dat wij het daar dus over eens zijn.
Mevrouw Bezaan (PVV):
Nou, dat is heel fijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga nu het woord geven aan de heer Van Rooijen, die geruild heeft met de heer Talsma. Na de heer Van Rooijen gaan we schorsen voor een korte biobreak. De heer Van Rooijen namens 50PLUS.