Plenair Dittrich bij behandeling Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties



Verslag van de vergadering van 17 maart 2026 (2025/2026 nr. 21)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 21.12 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Dittrich i (D66):

Dank, voorzitter. Allereerst dank aan de minister voor zijn beantwoording. Ik vond het fijn om te horen dat de minister over artikel 3, lid 7, over de regeldruk, zei: dat hebben we niet goed gezien, dus dat artikel gaat in de ijskast. Ik denk dat dat op zich goed is, maar dat betekent dat er nog steeds een chilling effect van het hele wetsvoorstel kan uitgaan. De minister heeft zelf ook gezegd dat de lasten zeker niet nul zijn. Maatschappelijke organisaties hebben bepaalde verplichtingen waaraan ze moeten voldoen, en ze weten dat hun gegevens en de donatiegegevens gedeeld kunnen worden. Die donatiegegevens komen natuurlijk van donateurs. Die horen zelf misschien niet bij die maatschappelijke organisaties. Als we het hebben over de ruggengraat van de samenleving, is dat toch wel echt een punt.

Het tweede punt dat ik wil maken, gaat over de burgemeester en de nieuwe bevoegdheid die de burgemeester met dit wetsvoorstel krijgt. We blijven van burgemeesters horen dat de bevoegdheid die zij op grond van artikel 172 van de Gemeentewet hebben, de openbareordefunctie, niet past bij en schuurt met wat dit wetsvoorstel beoogt. De minister zegt: ik heb met de burgemeesters gesproken en het valt allemaal wel mee; het kan ingepast worden. Ik parafraseer het even. Maar wij hebben als Eerste Kamer niet voor niets een hoorzitting georganiseerd en in het openbaar alle instanties gehoord. Het standpunt van hen was heel duidelijk: wij willen dit wetsvoorstel niet. Het is dus interessant dat de minister dit nu naar voren brengt, maar dit blijft toch nog steeds een zorgpunt voor de fractie van D66.

Voor het Openbaar Ministerie geldt eigenlijk hetzelfde. Wij hebben nog steeds de vraag waarom we artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek niet uitbreiden of aanpassen in plaats van de route via de burgemeester te kiezen. De minister zegt: de toezichthoudende rol gaan we bij de invoeringstoets verder bekijken. Maar deze staat wel in de wettekst, dus dat is voor ons ook nog steeds een zorgpunt. Mijn conclusie is dat ik dit allemaal op me ga laten inwerken en dit met de fractie ga bespreken. Ik kan daar nu nog geen duidelijkheid over geven, want ik weet dat er in mijn fractie veel bezwaren zijn over dit wetsvoorstel. Ik zal het hierover hebben met de fractie. Volgende week hoort u hoe wij gaan stemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van Gasteren. Nee, hij heeft het woord niet gevraagd. Dan geef ik het woord aan de heer Doornhof van het CDA.