Plenair Doornhof bij behandeling Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties



Verslag van de vergadering van 17 maart 2026 (2025/2026 nr. 21)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.36 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Doornhof i (CDA):

Dank u wel, voorzitter. De burgemeester wordt beschouwd als het aangewezen bestuursorgaan voor handhaving van de openbare orde. Die openbareordebevoegdheid beperkt zich dan tot de onmiddellijke handhaving. De burgemeester is alleen bevoegd als er acuut moet worden opgetreden. Maar de burgemeester doet meer dingen: hij sluit drugspanden, hij houdt zich bezig met terrorismebestrijding en met de aanpak van woonoverlast. In het rapport uit 2021, "Teveel van het goede?", wordt de burgemeester wat breder dan ook "de hoeder van maatschappelijke veiligheid" genoemd. Maar dan heb ik nog niet gesproken over de rol van de burgemeester als burgermoeder of burgervader, of als gemeentelijk procesbewaker. Het kan met die rollen gaan schuren als je binnen het veiligheidsdomein te veel bevoegdheden en taken aan de burgemeester geeft. Dan wordt hij of zij meer een crimefighter.

Dat brengt mij bij artikel 3 van het wetsvoorstel waar we het vandaag over hebben. Dat gaat over de bevoegdheid van de burgemeester om informatie te verzoeken bij een maatschappelijke organisatie over geografische herkomst, doel en omvang van een of meer donaties.

Voorzitter. Eerst dit. Met dit voorstel is er ook gevolg gegeven aan het eindverslag van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen; dat was een commissie van de Tweede Kamer. Mijn fractie juicht toe dat dat gebeurt. Een voorbeeld is de financiering door Golfstaten aan de Haagse As-Soennah moskee. Ik citeer uit het eindverslag van de commissie: "De afgelopen vijftien jaar is Stichting As-Soennah geregeld in het nieuws geweest vanwege omstreden imams, predikers die er kwamen of vanwege door As-Soennah gepubliceerde filmpjes op haar websites/tv-kanaal, zoals een islamcursus over het straffen van ongelovigen, een online les over vrouwenbesnijdenis of het sluiten van illegale huwelijken door imam Fawaz Jneid, die jarenlang in dienst was van de As-Soennah moskee." Het is dan ook terecht dat in de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat een bestuur hierdoor kwetsbaar kan worden. Door donaties te aanvaarden ben je niet meer onafhankelijk en kun je niet meer zomaar je eigen koers bepalen. Dat is in het bijzonder een probleem als het bestuur zich laat verleiden tot gedrag dat indruist tegen de normen van de Nederlandse rechtsstaat. Daarom hecht de CDA-fractie in het bijzonder aan — dat is bij nota van wijziging gebeurd; het gaat om artikel 4a — dat instrumentarium om effectief de financiële middelen aan te pakken van maatschappelijke organisaties die met hun door donaties gefinancierde activiteiten de democratische rechtsstaat ondermijnen. Het Openbaar Ministerie neemt daarbij het initiatief en de rechter beslist.

Dan kom ik terug op artikel 3: de bevoegdheid van de burgemeester om organisaties te vragen om informatie over donaties. Dit staat los van artikel 4a. Ik zei al dat je bij het toebedelen van burgemeestersbevoegdheden binnen de maatschappelijke veiligheid moet uitkijken voor de verhouding met de andere rollen. Tijdens onze deskundigenbijeenkomst zei de burgemeester van Simpelveld, mevrouw Susanne Scheepers, namens het genootschap en de VNG het volgende over de bevoegdheid tot het opvragen van informatie bij organisaties over donaties: "Als burgervader of burgermoeder sta je boven de partijen en ben je belast met de zorg voor de veiligheid van de gemeenschap als geheel. De nieuwe bevoegdheid dreigt die positie te politiseren. De burgemeester kan immers onder druk van lokale politieke of maatschappelijke krachten worden aangespoord om bij bepaalde organisaties donatiegegevens op te vragen." Vaak ontbreekt in gemeenten de expertise om gebruik te kunnen maken van deze bevoegdheid. Laten we dan kijken naar de formulering van artikel 3 zelf. Daarin staat een expliciete verwijzing naar artikel 172 van de Gemeentewet. Dat is niks minder dan een categoriefout. Als je gebruikmaakt van de bevoegdheid van het opvragen van die informatie, kun je toch niet zeggen dat je dan als burgemeester bezig bent om onmiddellijk de openbare orde te handhaven? Dat krijgen van inzicht in buitenlandse donaties heeft veel meer te maken met het bestrijden van de rechtsstaat ondermijnende activiteiten op langere termijn. Met dit alles kent artikel 3 dus een innerlijke tegenstrijdigheid. Dan kun je dus de vraag stellen of de burgemeester überhaupt ooit van deze bevoegdheid gebruik kan maken.

Ik zou de minister willen vragen om in zijn eerste termijn in te gaan op de vraag hoe de nieuwe burgemeestersbevoegdheid zich verhoudt tot de andere rollen die de burgemeester heeft.

Twee. Erkent de minister dat de expliciete koppeling in die bepaling aan de openbareordetaak bij voorbaat juridisch problematisch is? Met de verwijzing in dat artikel naar artikel 172 wordt een voorwaarde gesteld, onmiddellijke handhaving van de openbare orde, waar feitelijk dus nooit aan voldaan kan worden.

Ten slotte. Hoe kijkt de minister überhaupt aan tegen het belang van de burgemeestersbevoegdheid in de aanpak van ongewenste beïnvloeding met buitenlands geld? Is de waarde hiervan in het licht van bijvoorbeeld artikel 4a dat ik al noemde niet veel meer de kern van het hele wetsvoorstel, nu veel meer dan artikel 3? Wat zou dit, mede gelet op de wezenlijke bezwaren tegen de laatstgenoemde bepaling, in de ogen van de regering dan moeten betekenen voor het wetsvoorstel?

Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Van Bijsterveld van JA21. Zij spreekt mede namens de Fractie-Walenkamp.