Verslag van de vergadering van 17 maart 2026 (2025/2026 nr. 21)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 17.08 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter, dank u wel. Ook namens mijn fractie: welkom terug aan de minister. Maar o, o, o, wat hadden wij graag met deze minister op 24 februari de Wet bestendiging bevoegdheden biometrische gegevens vreemdelingen behandeld in deze Kamer. Ik neem aan dat zijn collega de gevoelens van deze Kamer over die wet aan hem heeft overgebracht.
Laat ik wat betreft deze wet maar direct met de deur in huis vallen: de twee belangrijkste voorziene uitvoerders van deze wet zeggen duidelijk het niet te willen. Zowel het OM als de burgemeesters zeggen: doe ons dit niet aan. Hoe denkt de minister dat de uitvoering van deze wet eruit zal gaan zien als de belangrijkste uitvoerders zeggen het niet te zien zitten? Laat ik duidelijk zijn: de SP-fractie steunt het doel van deze wet. Ondermijning is de bijl aan de wortel van onze rechtsstaat en moet worden bestreden. Daarbij is meer inzicht in geldstromen, en dus ook in buitenlandse geldstromen, van belang om ondermijning van maatschappelijke organisaties tegen te gaan. Wij mogen geen omkoping, intimidatie en politieke inmenging dulden in onze maatschappelijke organisaties. Dat is helder voor de SP-fractie. Ongewenste financiering via buitenlandse inmenging is niet wenselijk en moet worden aangepakt. Er moet kunnen worden ingegrepen, ook in de geldstromen, als dit zich voordoet. Wij willen geen parallelle rechtssystemen naast of buiten onze democratische rechtsstaat, ook niet op basis van bijvoorbeeld religieuze wetgeving. Maar ook willen wij geen beïnvloeding vanuit andere landen, zoals China of Rusland, en natuurlijk ook geen beïnvloeding vanuit georganiseerde criminaliteit. De SP-fractie steunt dus het doel om inzicht te krijgen in de geldstromen als de situatie daarom vraagt en om mogelijkheden te creëren om in te kunnen grijpen.
Maar van de uitvoering zoals die nu wordt voorgesteld, is mijn fractie niet overtuigd, ondanks alle zorgvuldige behandelingen en amenderingen in de Tweede Kamer. Er worden bevoegdheden belegd bij partijen die dat niet willen, ik zei het al, en waar wij ook onze bedenkingen bij hebben. Daarnaast is het Openbaar Ministerie teruggekomen op zijn eerdere standpunt, waarin nog werd aangegeven dat deze taak eventueel wel uitvoerbaar werd geacht; het omgekeerde is nu het geval. Maar het is de bevoegdheid van de burgemeesters die mijn fractie de meeste zorgen baart. Immers, juist ook het lokale bestuur is kwetsbaar voor beïnvloeding door intimidatie en politieke inmenging. Juist dat lokale bestuur. Mijn fractie is dan er dan ook niet van overtuigd dat de taak bij de burgemeesters het beste belegd is.
Mijn vraag aan de minister is — ik kan een heleboel vragen overslaan die al gesteld zijn — waarom de minister in opvolging van zijn voorgangers ervoor gekozen heeft om iets nieuws op te tuigen. Waarom is er bijvoorbeeld niet voor gekozen om aan te sluiten bij de bestaande Bibob-praktijk, met een rol voor de RIEC's, het LIEC en het EURIEC om ook de internationale component en kennis te benutten? Graag een toelichting van de minister.
Voorzitter. Ik wil de minister ook vragen, misschien even een zijsprong, hoe hij dit wetsvoorstel beoordeelt in het licht van het rapport van de Algemene Rekenkamer dat vorige week openbaar is gemaakt. Dat rapport gaat weliswaar over de effectiviteit van de witwasaanpak in de bankensector, maar er zijn nogal wat parallellen. Wat kunnen we leren van de conclusies en aanbevelingen in dat rapport voor het wetsvoorstel dat nu voorligt? Er wordt in geconcludeerd dat de aanpak die onderzocht werd door de Algemene Rekenkamer erg kostbaar is en niet bewezen effectief. Graag een reactie van de minister. Doen we hier niet hetzelfde opnieuw?
Mijn volgende vraag aan de minister is hoe dit wetsvoorstel zich verhoudt tot Europeesrechtelijke verplichtingen vanaf 2027. Hoe past deze wet in die systematiek en welke gevolgen ziet de minister voor de uitvoering van dit wetsvoorstel vanaf 2027? Het is voor mijn fractie bijvoorbeeld niet duidelijk wanneer het over ondermijning door witwassen gaat welke bevoegdheden er zullen zijn en hoe die bevoegdheden vanaf 2027 zullen worden verdeeld als dit wetsvoorstel in werking zou treden.
Ik licht dit toe. Ik vraag dit met name omdat er bij de behandeling in de Tweede Kamer steeds is gesproken over een grensbedrag, die €15.000 waar we het nu ook over hebben. Ik begrijp niet hoe deze wet een grensbedrag effectief gaat kunnen toepassen en introduceren en of dit in rechte stand gaat houden. Kijk hoe het bij banken gaat met witwassen. In Nederland moeten nu poortwachters ongebruikelijke transacties melden naar aanleiding van subjectieve en objectieve indicatoren. Objectieve indicatoren staan in het Uitvoeringsbesluit Wwft 2018. Zo'n objectieve indicator kan ook een bepaald concreet grensbedrag zijn waarboven altijd melding wordt gedaan; vergelijk met wat nu voorligt. Subjectieve indicatoren geven daarnaast aanleiding te vermoeden dat een transactie met witwassen te maken kán hebben. Maar de lijst met objectieve indicatoren gaat in de huidige vorm in 2027 vervallen. De grensbedragen zijn dan niet meer een objectieve indicator. Hoe ziet de minister dat verschil in uitvoering met deze wet voor zich, als we hier wél weer een grensbedrag gaan introduceren? Hoe past dat in de systematiek?
Voorzitter. Er zijn terecht al jaren zorgen over ongewenste inmenging in en buitenlandse financiering van binnenlandse organisaties. Het beschermen van de Nederlandse rechtsorde en het tegengaan van ondermijning zijn voor de SP-fractie dan ook van groot belang. Maar mijn fractie heeft grote zorgen over en daarmee ook grote bedenkingen bij de toepassing en uitvoering van dit wetsvoorstel zoals dat nu is voorgesteld in de praktijk, ondanks de zorgvuldige behandeling in de Tweede Kamer en ondanks de zorgvuldige amenderingen. Mijn fractie hoopt — hij zal net als ik de collega's ook gehoord hebben — dat de minister toch al kan gaan kijken — het is misschien beetje een vervelende vraag — naar wat we wél zouden kunnen doen om die problemen en dreigingen aan te pakken en op welke termijn, indien dit wetsvoorstel het onverhoeds in deze Kamer niet zou halen en niet zou worden aangenomen. Mijn fractie kijkt daarom uit naar de beantwoording door de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Schalk van de SGP.