Plenair Schalk bij behandeling Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties



Verslag van de vergadering van 17 maart 2026 (2025/2026 nr. 21)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.14 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Schalk i (SGP):

Voorzitter, dank u wel. Mevrouw de voorzitter, vandaag bespreken we een wetsvoorstel waarin de balans gezocht moet worden tussen aan de ene kant verenigingsvrijheid en aan de andere kant beïnvloeding van buitenaf. Helaas is het steeds noodzakelijker om dat af te bakenen. Je zou kunnen zeggen dat met de globalisering, die gepaard gaat met digitalisering, het speelveld voor nare krachten van buitenaf steeds ruimer wordt. Om dat in te perken, zijn er enerzijds maatregelen nodig, maar anderzijds roepen die inperkingen wel weer nieuwe dilemma's op.

Daarbij denkt de fractie van de SGP bijvoorbeeld aan het feit dat de burgemeester en het Openbaar Ministerie de mogelijkheid krijgen om om inzage te verzoeken. Dat kan om uiteenlopende redenen gedaan worden. Een organisatie die daaraan onvoldoende medewerking verleent, maakt zich dan schuldig aan een economisch delict. Dat is nogal wat, zeker gezien het feit dat er eigenlijk nauwelijks is bepaald wat een aanleiding kan zijn of aan welke kenmerken een aanleiding moet voldoen. Enerzijds is dat logisch, want je wil niet allerlei criteria in de wet plaatsen die makkelijk omzeild zouden kunnen worden, maar anderzijds wil je dat er ergens wel kaders zijn, zodat toepassing van de bevoegdheid transparant en verantwoordbaar blijft. Is met deze wet de juiste balans daarin gevonden, vraag ik de minister.

Het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en de VNG hebben tijdens de deskundigenbijeenkomst in de Eerste Kamer van 25 november aangegeven dat de bevoegdheid tot het doen van een informatieverzoek niet zou passen bij de rol en taak van de burgemeester. Het opvragen van donatiegegevens valt niet onder het onmiddellijk en/of met feitelijke middelen optreden tegen zich acuut aandoende dreigende verstoringen van de openbare orde. Er is een risico dat die bevoegdheid politiek gemaakt zou worden, bijvoorbeeld als een gemeenteraad daartoe moties gaat indienen tegen een onwelgevallige maatschappelijke organisatie. Is dat probleem voldoende afgewogen bij dit wetsvoorstel? Was het niet logischer geweest om deze bevoegdheid volledig bij het Openbaar Ministerie te laten en ervoor te zorgen dat de burgemeester bijvoorbeeld wel een signaal aan het Openbaar Ministerie kan geven naar aanleiding van ordeverstoringen?

Overigens is niet voorzien in de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen tegen een informatieverzoek. Mijn vraag is: is het mogelijk om die in de toekomst wel op te nemen, bijvoorbeeld in het Wetboek van Strafvordering? Of acht de minister dat ongewenst?

Een ander punt van zorg is de mogelijkheid van het stakingsbevel. Op verzoek van het Openbaar Ministerie kan de rechtbank een maatschappelijke organisatie die activiteiten ontplooit die erop gericht zijn de Nederlandse democratische rechtsstaat of het openbaar gezag te ondermijnen, of die deze klaarblijkelijk dreigen te ondermijnen, een bevel voor de duur van maximaal twee jaar opleggen tot het onthouden, staken en gestaakt houden van bepaalde activiteiten indien dit bevel noodzakelijk is om deze ondermijning of de gevolgen ervan af te wenden. Dat is een verstrekkende bevoegdheid. De vraag is of dit wetsvoorstel voldoende aantoont dat het stakingsbevel noodzakelijk is. Is er onderzocht of de bestaande wettelijke bevoegdheden niet al voldoende soelaas bieden om de activiteiten die men met het stakingsbevel in de Wtmo wil aanpakken, effectief te bestrijden? Kan de minister aangeven hoe deze vragen zich verhouden tot het belang van het tegengaan van ondermijnende activiteiten? Is voldoende helder wanneer en onder welke criteria een activiteit als ondermijnend moet worden gezien?

Mevrouw de voorzitter. De fractie van de SGP heeft ook nog zorgen over de extra lastendruk voor organisaties. Die zouden in de derde nota van wijziging moeten zijn weggenomen, maar die nota is nog wat vaag. Bijzonder genoeg stond in het primaire voorstel dat het zou gaan om donaties uit het buitenland, maar in de derde nota van wijziging wordt artikel 2 aangepast en is de buitenlandse herkomst van de donatie niet langer relevant. De nota is zo gewijzigd dat het nu alleen nog gaat om gegevens die nu ook al moeten worden bijgehouden. In dat opzicht lijkt er geen sprake van een verbetering.

Ik heb ook nog een vraag ten aanzien van organisaties of kerkverbanden die standpunten huldigen die maatschappelijk gezien onder druk staan. Is er bijvoorbeeld sprake van ondermijning van de rechtsstaat als een "ondermijner" bijvoorbeeld geen voorstander is van een burgerlijk huwelijk van mensen van hetzelfde geslacht, of als een prolife-organisatie het zogenaamde recht op abortus als mensenrecht zou bestrijden? Zou het niet beter zijn als de ondermijning gekoppeld kan worden aan gedragingen die verboden zijn in het Wetboek van Strafrecht? Waarom is daar niet voor gekozen, vraag ik aan de minister.

Mevrouw de voorzitter. Resumerend ziet de fractie van de SGP dat in dit wetsvoorstel een poging wordt gedaan om onwenselijke buitenlandse beïnvloeding door donaties aan maatschappelijke organisaties in Nederland tegen te gaan. Mijn fractie juicht dat toe, maar is nog bezorgd over de juiste afbakening. Ik zie daarom, zoals altijd, uit naar de beantwoording door de minister.

Ik dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Vogels van de VVD.