Verslag van de vergadering van 14 april 2026 (2025/2026 nr. 26)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 17.26 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Dittrich i (D66):
Dank u wel, voorzitter. Collega Van de Sanden van de fractie-Van de Sanden kan vandaag niet aanwezig zijn. Hij heeft mij gevraagd om ook namens hem het woord te voeren, dus ik praat namens D66 en de fractie-Van de Sanden.
Allereerst wil ik echt een compliment uitdelen aan de minister. Het is een heel ingewikkeld dossier en een moeilijk debat. Ik heb echt een minister gezien die probeert om ook naar de samenleving te kijken en te luisteren en om met mensen in gesprek te gaan om van alle scherpe randen die deze wetgeving in zich draagt, af te komen. Dat vind ik echt een compliment waard. De minister heeft gezegd dat hij ook met de maatschappelijke organisaties in gesprek blijft. Ik hoop dat hij ons daar periodiek, als daar bepaalde beslissingen uit komen, van op de hoogte stelt.
Het eerste punt dat ik zou willen maken, gaat over de motie van mevrouw Karimi over de Belgische situatie. Als je zo door je oogharen kijkt, dan ...
De voorzitter:
Meneer Dittrich, de heer Van Hattem staat er al.
De heer Van Hattem i (PVV):
Toch nog even een interruptie op de heer Dittrich. Hij zegt dat het goed is om met de samenleving in contact te blijven, maar in dit geval is er eigenlijk alleen gekeken naar de clubjes die heel hard roepen dat illegaliteit niet strafbaar moet worden gesteld. Zou het niet juist goed zijn om met de samenleving in contact te blijven treden, en dat deze minister dat ook doet, door bijvoorbeeld eens te bekijken wat de samenleving ervan vindt dat de Spreidingswet aan Nederland wordt opgedrongen en dat er overal azc dreigen te worden geplant? Zou het niet goed zijn om te vragen wat de samenleving ervan vindt dat er nog steeds voorrang is voor statushouders bij woningen? Zou hij niet daarover in contact moeten treden met de samenleving in plaats van een gewillig oor te zijn voor die asielclubjes?
De heer Dittrich (D66):
Ik wil allereerst afstand nemen van het woord "asielclubjes". Dat vind ik zo denigrerend. Ik vraag me eigenlijk af waar de heer Van Hattem het vandaan haalt dat ik niet met mensen spreek die het niet eens zijn met de asielwetgeving of met mensen die het juist wel ermee eens zijn. Als volksvertegenwoordiger probeer ik een breed scala aan meningen op te halen, maar ik blijf altijd wel zelf nadenken over wat ik vind dat verantwoord is.
De heer Van Hattem (PVV):
Voor de goede orde: dit was niet richting de heer Dittrich bedoeld. De heer Dittrich complimenteerde de minister. Ik bedoelde te zeggen dat de minister juist moet luisteren naar de samenleving. Ik zeg: de minister kan beter luisteren naar de samenleving waarin mensen massaal zeggen dat ze geen azc's in hun gemeente willen in plaats van dat hij een asieldwangwet, een Spreidingswet, doordrukt. Is de heer Dittrich het met mij eens dat de minister ook op die manier naar de samenleving zou moeten luisteren in plaats van een gewillig oor te willen zijn voor, zoals ik net zei, illegale lobbyclubjes?
De heer Dittrich (D66):
Ik neem echt afstand van woorden als "illegale clubjes" en dergelijke. Dat is niet zoals ik hierover zou willen praten. Als u zegt dat de minister met allerlei mensen moet praten, dan kan ik zeggen: ik heb de minister horen zeggen dat hij dat ook doet. Ik hoor u dingen zeggen over de Spreidingswet. Die is democratisch tot stand gekomen. Die gaat over solidariteit tussen gemeenten onderling. De gemeentes hebben weer gemeenteraden die praten over hoe zij met dit onderwerp om moeten gaan. Ik zou dat eigenlijk willen honoreren. Wat ik heel vervelend vind, is dat er politici zijn die de democratische rechtsstaat gaan ondermijnen door in bepaalde gemeentes de bevolking op te ruien tegen democratisch tot stand gekomen beslissingen over de vestiging van een azc.
De voorzitter:
Heel kort, want ik vrees dat u niet tot elkaar gaat komen.
De heer Van Hattem (PVV):
Als er iets de democratische rechtsstaat ondermijnt, dan is dat wel de asieldwangwet en de manier waarop deze minister die wil gaan afdwingen richting gemeentes. De heer Dittrich kan wel zeggen: dit gaat nog naar gemeenteraden et cetera. Die krijgen echter alleen maar te horen: deze minister zegt dat de azc's er moeten en zullen komen, omdat hij de Spreidingswet van dit kabinet zo prachtig vindt. Dit is een kabinet waarin de partij van de heer Dittrich, D66, de grootste partij is. Is de heer Dittrich het met mij eens dat je, als je de democratie wilt laten functioneren, juist naar de mensen in het land moet luisteren en geen asieldwangwet moet gebruiken om azc's af te dwingen in gemeentes?
De heer Dittrich (D66):
Nee, daar ben ik het totaal niet mee eens. Ten eerste staat de Spreidingswet helemaal niet op de agenda, want we hebben het over andere wetgeving. Het wetsvoorstel is hier in de Eerste Kamer besproken. Een meerderheid heeft voorgestemd. De Spreidingswet is in werking getreden en moet uitgevoerd worden. Ik sta helemaal achter hoe de minister dit aanpakt.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Dittrich (D66):
Ik wil graag vervolgen met mijn betoog. Ik was gebleven bij: als je tussen je oogharen door kijkt, dan zie je dat in België min of meer dezelfde nareisbeperkingen zijn voorgesteld als die wij hier in het wetsvoorstel zien. Eigenlijk is het dus wel heel erg logisch om te kijken wat het Europese Hof van Justitie gaat doen met die Belgische wetgeving. Als daar gezegd wordt "dat kan niet; het moet allemaal anders", dan zou het raar zijn als wij hier een hele andere koers gaan bepalen. Ik heb de motie niet meeondertekend, want er staat bijvoorbeeld in dat er dan drie maanden lang gewacht moet worden en dergelijke. Dat wil ik allemaal overlaten aan de minister. Maar de kernvraag van mevrouw Karimi ondersteun ik wel. Als België als het ware een tik op de vingers krijgt, zou Nederland dat ook tot zich moeten nemen. Dat is logisch. Graag toch een reactie daarop van de minister.
Dan over het hoofdpunt van dit debat. Dat is natuurlijk de strafbaarstelling van illegaliteit. Ik vind dat de minister in dit debat, en overigens ook al in de schriftelijke voorbereiding, goed heeft ingekaderd dat het over een beperkte groep gaat en dus afstand neemt van de voorstellen die door de PVV in de Tweede Kamer zijn gedaan. Wat dat betreft zie ik echt een grote sprong vooruit, maar wij blijven het oneens over het punt dat die beperkingen, die hier luid en duidelijk door de minister naar voren zijn gebracht, in de wettekst thuishoren. Daar staan ze niet. Nou kan ik me zo voorstellen dat als er een stemming komt, de wetten worden aangenomen. D66 zal tegenstemmen, maar als ze worden aangenomen, is er nog altijd de mogelijkheid dat deze minister bepaling 108a van de Vreemdelingenwet niet in werking laat treden totdat we de hele discussie over de Terugkeerverordening hebben gehad, waarbij we dan ook aanpassingen ten aanzien van de terugkeer kunnen opnemen. Daarom heb ik de volgende motie. Die wil ik graag indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat in het wetsvoorstel Asielnoodmaatregelenwet de strafbaarstelling van illegaal verblijf is opgenomen;
overwegende dat de doelgroep van ongedocumenteerde vreemdelingen bijzonder divers is en dat de regering de bedoeling heeft uitgesproken de strafbaarstelling alleen toe te passen op ongedocumenteerde vreemdelingen die een terugkeerbesluit hebben gekregen en naar elders kunnen terugkeren, maar weigeren mee te werken aan hun terugkeer;
overwegende dat de Europese Terugkeerverordening bepalingen rond terugkeer bevat die relevant zijn voor de toepassing van de Asielnoodmaatregelenwet, maar dat die verordening nog niet door het Nederlandse parlement is behandeld en in het kader van die behandeling bepalingen rondom strafbaarstelling van illegaliteit kunnen worden aangepast;
verzoekt de regering de relevante artikelen met betrekking tot de strafbaarstelling van illegaliteit niet in werking te laten treden totdat het wetsvoorstel met betrekking tot de inpassing van de Europese Terugkeerverordening door de Tweede en Eerste Kamer is goedgekeurd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dittrich, Karimi en Huizinga-Heringa.
Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund. Daarmee maakt zij deel uit van de beraadslaging.
Zij krijgt letter K (36703, 36704, 36855).
De heer Dittrich (D66):
We hebben veel gesproken over de beperkingen rondom gezinsvorming. Die worden door een heleboel mensen "nareisbeperkingen" genoemd. De fractie van D66 en die van Van de Sanden zijn ongelukkig met de cumulatie van de wachttermijn van twee jaar en de huisvestings- en inkomensvereisten. Wij stellen onszelf de vraag wat doet dit met gezinnen die bij elkaar willen horen en die van elkaar houden, kinderen van ouders, ouders van kinderen, maar die jarenlang uiteen worden gehouden doordat deze beperkingen worden ingevoerd. Deze beperkingen worden niet door het pact voorgeschreven, maar zijn een eigen keuze, nu van dit kabinet. Wij zijn het daar niet mee eens. Daarom zou ik eigenlijk willen vragen of in de invoeringstoets die mevrouw Van Toorenburg heeft voorgesteld, waarmee ik het heel erg eens ben, ook gekeken gaat worden naar de effecten van deze Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel op gezinnen qua mentale problemen en noem het maar op, want dat betekent ook van alles voor de inburgering die wij allemaal graag zouden willen zien.
Voorzitter. Ik vind dat de minister een mooie toezegging heeft gedaan over getrouwde en niet-getrouwde paren in het kader van de nareisbeperkingen. Wij wachten de werkinstructie af die de minister heeft toegezegd. Als het nodig is, zullen we er dan verder over debatteren.
Ik ben ook blij met de toezegging over de alleenstaande minderjarige vreemdelingen, die groep van 6.000, waarvan de minister zegt: ik wil toch echt kijken hoe ik dat probleem kan oplossen.
Over de discretionaire bevoegdheid heeft de minister gezegd: ik kom volgende maand met een brief naar de Kamer over hoe ik dat precies vorm ga geven.
De voorzitter:
Wilt u afronden?
De heer Dittrich (D66):
Dat is voor mij voldoende om te zeggen: met die toezegging ga ik akkoord, dus ik hoef geen motie in te dienen.
Mevrouw Perin-Gopie i (Volt):
Volt deelt de zorg van D66 over hoe mensen uit de lhbtiq-community behandeld worden in de asielaanvraag. Ik hoor collega Dittrich spreken over de werkinstructie. Ik snap dat hij verheugd is over zijn toezegging, maar er is reeds een werkinstructie, maar die wordt niet altijd gevolgd. Ondanks die werkinstructie zijn mensen teruggestuurd omdat ze — dat werd gewoon echt gezegd — niet gay genoeg zouden zijn. Mensen konden het niet aantonen. Ik vraag me dus af wat collega Dittrich nog meer van die werkinstructie verwacht.
De heer Dittrich (D66):
Dat is een heel goeie vraag, want ik ken die situaties ook, als mensen moeten bewijzen dat ze homo zijn en de IND zegt "dat kunt u niet", ze worden teruggestuurd en ze in de problemen komen of zelfmoord plegen. Die situaties kunnen heel erg pijnlijk zijn. Ook in Nederland gebeurt dat. Dat zijn vreselijke situaties. Daarom ga ik ervan uit dat deze werkinstructie meer body krijgt. Als blijkt dat de IND niet conform de werkinstructie opereert op dit vakgebied, zullen we de minister er ook aan houden. Dan kunnen wij, met name in de Tweede Kamer, aan de bel trekken en zeggen: nee, de intentie is ook echt dat mensen beschermd worden en dat ze gelijk behandeld worden als mensen die wel in het land van herkomst konden trouwen.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Dittrich (D66):
Voorzitter, ik ben bijna klaar.
De voorzitter:
Nou, u bent al klaar, want u bent al een halve minuut over uw tijd.
De heer Dittrich (D66):
Nou, ik wil alleen nog de conclusie melden ...
De voorzitter:
Als dat in tien seconden kan.
De heer Dittrich (D66):
... want ik kan mij voorstellen dat mensen willen weten hoe de fractie van D66 gaat stemmen.
De voorzitter:
Dat heeft u volgens mij net gezegd.
De heer Dittrich (D66):
Er zijn namelijk drie wetsvoorstellen. Ik kan het ook gewoon niet vertellen en dan zien we het volgende week.
De voorzitter:
Spannend!
De heer Dittrich (D66):
Als u als voorzitter dat wilt, zal ik het niet vertellen.
De voorzitter:
Dan geef ik graag het woord aan de heer Schalk van de SGP.