Plenair Van Aelst-den Uijl bij behandeling Voorstel voor een Gedragscode ongewenste omgangsvormen Eerste Kamer der Staten-Generaal



Verslag van de vergadering van 21 april 2026 (2025/2026 nr. 27)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.45 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Van Aelst-den Uijl i (SP):

Dank, voorzitter. Het initiatief tot deze gedragscode werd genomen door de Kamer zelf, want in ons reglement stond een gedragscode, die tot nu toe afwezig was. Eigenlijk voldeden we nog niet aan onze eigen regels, dus het is positief dat we dat nu wel gaan doen. Met elkaar afspraken maken over wat kan en wat niet kan, en of daar ook consequenties aan verbonden zijn, is wat de fractie van de SP en de Fractie-Visseren-Hamakers betreft een goede stap, mits goed gewaarborgd en met nalevingsbereidheid van de leden en mits klagen niet als politiek wapen kan worden ingezet. Ik neem deze punten met u door.

Dat er statistisch gezien incidenten kunnen zijn, benoemde mevrouw Fiers zojuist ook al, dus dat de noodzaak voor een dergelijke afspraak over gedrag er is, is logisch. Allereerst ga ik in op handhaving en nalevingsbereidheid. Onze grootste zorg zit niet in wat wij opschrijven of afspreken, maar in de vraag óf we ook echt iets afspreken. Een gedragscode werkt namelijk bij de gratie van leden en fracties die zich aanspreekbaar opstellen, bij de gratie van gezag en onderlinge afspraken, bij het accepteren van aangesproken worden en bij de bereidheid om uiteindelijk je gedrag te verbeteren. De paar keer dat ik er hier in huis getuige van was dat een lid een ander lid aansprak, was ik niet per se onder de indruk van deze nalevingsbereidheid of van de bereidheid om je aangesproken te laten worden.

Diezelfde zorg hebben we ook over de mogelijkheid tot het opleggen van sancties. In de Tweede Kamer zagen we dat als partijen of personen zich volledig aan het systeem onttrekken of het gezag van een voorzitter niet erkennen, sanctionering weinig zeggingskracht heeft. Die zorg zouden wij hier ook hebben.

Voorzitter. In artikel 18 wordt gesproken over eventuele berispingen als klachten gegrond worden verklaard. Wij vroegen ons hierbij af of berispingen openbaar zijn en of ze cumulatief zijn. Wat als er over één persoon meerdere klachten komen en deze meerdere keren gegrond blijken? Leidt dat dan tot stapeling of wordt elke klacht opnieuw beoordeeld?

Voorzitter. Dan geheimhouding en bescherming van de beklaagde. Een zorg die wij oprecht wel hebben, is namelijk hoe wij waarborgen dat de gewenste vertrouwelijkheid er ook echt is, tot het moment dat er een sanctie wordt opgelegd. In alle eerlijkheid: wij weten allemaal dat een melding van ongewenst gedrag ook een politiek wapen kan zijn. Het is modder die niet af te wassen blijkt, ook als het achteraf een ongegronde klacht bleek te zijn. Welke waarborgen zijn er om degene over wie de melding ging, te beschermen? Op welke wijze worden stukken, klachtendossiers van een klachtencommissie, gearchiveerd? Komt er dan een moment waarop ze toch in de openbaarheid komen, zelfs al is dat over 10, 20, 50 of 100 jaar?

En hoe zit het met de geheimhouding door het College van fractievoorzitters, dat updates, weliswaar geanonimiseerd, van meldingen krijgt? We weten immers ook allemaal dat zodra de pers er lucht van krijgt dat er een melding is, de pers gaat vissen en gaat zoeken. Uiteindelijk krijgt het college een volledig verslag, inclusief de naam van de beklaagde, zo lees ik in artikel 21. Ook daarover heb ik de vraag op welke wijze de geheimhouding hiervan wordt gehandhaafd. Of komt dit na vele jaren alsnog in de openbaarheid? In antwoord op mijn eerdere vragen werd aangegeven dat de verwachting is dat een en ander buiten de Woo zal vallen, maar weten we dat zeker? Dat iets de verwachting is, is niet hetzelfde als dat we het zeker weten. Wij vragen ons af of we daar meer zekerheid over kunnen krijgen. Ook vragen wij ons af of we meer zekerheid kunnen krijgen over deze regels, de archivering hiervan en de relatie daarvan tot de Archiefwet. De Archiefwet is namelijk vrij onverbiddelijk, zo merk ik in elk geval op mijn werk.

Voorzitter. Dan het laatste punt van zorg bij ons, namelijk de reikwijdte van deze regeling. De klachtencommissie gaat niet over datgene wat in openbare vergaderingen heeft plaatsgevonden, maar wat nou als een Kamerlid hier in deze zaal of in een commissie buiten het boekje gaat? Bij wie kan een Kamerlid of medewerker tegen wie dat gericht is dan terecht?

Voorzitter, afrondend. Wij staan echt positief tegenover de nieuwe gedragsregels en we staan positief tegenover sanctionering, maar er zijn een paar punten waar we nog benieuwd naar zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel, mevrouw Van Aelst-den Uijl. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Op dinsdag 19 mei zal het College van Voorzitter en Ondervoorzitters antwoorden in eerste termijn en zal tevens de tweede termijn plaatsvinden.

Hiermee zijn we gekomen aan het einde van deze vergadering. Ik dank alle leden, het College van Voorzitter en Ondervoorzitters en de medewerkers die deze vergadering mogelijk hebben gemaakt. Ik dank de aanwezigen op de publieke tribune voor hun komst naar de Kamer. Ik sluit de vergadering.