Plenair Baumgarten bij behandeling Wet herziening bedrag ineens



Verslag van de vergadering van 9 juni 2026 (2025/2026 nr. 32)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.23 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Baumgarten i (JA21):

Voorzitter. Na vier jaar stilstand en uitstel behandelen we dan eindelijk dit wetsvoorstel. Als de uitvoering van het wetsvoorstel in één woord moet worden samengevat, dan is het wel "teleurstelling". Er is teleurstelling voor vele gepensioneerden en bijna-gepensioneerden die mogelijk dit jaar nog in aanmerking voor deze regeling hadden willen komen, maar door het wederom uitstellen van de inwerkingtreding van het wetsvoorstel buiten de boot vallen. Mijn fractie vindt het belangrijk dat pensioengerechtigden over de mogelijkheid beschikken om 10% van hun ouderdomspensioen in één keer op te nemen. Met pensioen gaan markeert voor veel mensen namelijk niet slechts het einde van een levensfase, maar juist een nieuw begin. Het markeert een begin waarin mensen na jarenlang hard werken zelf keuzes zouden mogen maken over hun eigen pensioenvermogen. Voor veel bijna-gepensioneerden die dit jaar in aanmerking dachten te komen voor het keuzerecht, moet het dan ook als een teleurstelling voelen dat de invoering van het wetsvoorstel wederom wordt uitgesteld.

Voor mijn fractie staat in dit debat dus één vraag centraal: waarom? Waarom duurt het nog zo lang voordat dit wetsvoorstel in werking treedt? Dit wetsvoorstel zorgt op zichzelf immers niet voor een grootschalige stelselwijziging. Sterker nog, in de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat de voorgestelde uitkeringsstroom voor pensioenuitvoerders eenvoudig uitlegbaar en uitvoerbaar is. De Raad van State had geen wezenlijk inhoudelijke opmerkingen op het voorstel.

Voorzitter. Ik ga ook, net als collega Van Gurp, even terug in de tijd, naar 2019 om precies te zijn. In dat jaar werd het pensioenakkoord gesloten. Een van de afspraken uit dat pensioenakkoord was om mensen op pensioengerechtigde leeftijd de mogelijkheid te geven om eenmalig een bedrag van 10% van het pensioenvermogen op te nemen. Die afspraak vormde vervolgens de kern van het wetsvoorstel dat we vandaag behandelen. Hoewel het hernieuwde wetsvoorstel in 2024 al werd aangenomen door de Tweede Kamer en er in 2025 nog werd uitgegaan van 1 juli '26 als invoeringsdatum, bleek deze invoeringsdatum op het laatste moment wederom niet haalbaar. Daarom heeft de regering de invoeringsdatum inmiddels opnieuw verplaatst, ditmaal naar 1 januari 2029.

Dat brengt mij tot de eerste vraag aan de minister. Kan de minister toezeggen 1 januari 2029 te hanteren als de harde uiterste deadline voor invoering? Mijn fractie overweegt overigens een motie op dit punt. Kan de minister concreet uiteenzetten welke mogelijkheden hij, in navolging van de motie-Ceulemans uit de Tweede Kamer, heeft verkend om de invoering van het bedrag ineens alsnog te vervroegen? Heeft de minister in het hieraan gerelateerde overleg met de pensioenfondsen alternatieve scenario's besproken?

In de brief van 17 april jongstleden schrijft de minister dat de pensioenuitvoerders een voorkeur hebben uitgesproken voor inwerkingtreding van het wetsvoorstel nadat de pensioentransitie is afgerond. Dat is in de ogen van mijn fractie zeer merkwaardig, aangezien uit de brief van 15 september 2025 niet bleek dat een gelijktijdig traject als een groot obstakel werd beschouwd. Kan de minister aangeven welke nieuwe feiten of omstandigheden maken dat gelijktijdige uitvoering niet haalbaar zou zijn? Waarom is in september 2025 niet al gesignaleerd dat 1 juli '26 onhaalbaar zou zijn?

Voorzitter. Wat de onderbouwing van het besluit om de invoering uit te stellen des te merkwaardiger maakt, is dat het keuzerecht dat voor ons ligt allerminst nieuw is en ook niet plotseling tijdens een overhaast wetgevingstraject is geïntroduceerd. Dit wetsvoorstel is al in 2022 ingediend. De regering stelde in de eerdergenoemde brief van september 2025 zelf dat pensioenuitvoerders zich reeds geruime tijd hebben kunnen voorbereiden op de komst van het keuzerecht, zowel op het gebied van uitvoering als op dat van de keuzebegeleiding en informatievoorziening voor deelnemers. Maar in de brief van 29 januari jongstleden werd aangegeven dat een van de risico's die de pensioenuitvoerders voorzien, is dat de invoering van deze wet tijdens wijziging van het pensioenstelsel kan leiden tot onduidelijkheden in de communicatie richting potentiële deelnemers.

Voor mijn fractie roept de gang van zaken vele vragen op. De Tweede Kamer heeft het huidige wetsvoorstel immers al in 2024 met een overgrote meerderheid aangenomen en de Eerste Kamer beschikt niet over het recht van amendement, waardoor het niet aannemelijk is dat het wetsvoorstel inhoudelijk zal veranderen. Waarom werd dan pas in zo'n laat stadium duidelijk dat het faciliteren van de communicatie richting potentiële deelnemers een dusdanige uitdaging zou zijn? Waarom zijn er niet al eerder voorbereidingen getroffen om potentiële deelnemers te informeren over het keuzerecht en de mogelijke gevolgen van dien? Kan de minister hierop reflecteren?

Voorzitter, ik kom tot een afronding van mijn bijdrage. Mijn fractie vindt het teleurstellend dat de inwerkingtreding van het wetsvoorstel wederom wordt uitgesteld, mede op basis van argumenten die pas in een laat stadium naar voren zijn gebracht terwijl het wetgevingstraject al jaren loopt. Daarbij blijft het voor JA21 op zijn zachtst gezegd merkwaardig dat pas begin '26 duidelijk zou zijn geworden dat de beoogde invoeringsdatum van 1 juli '26 niet haalbaar was, terwijl al veel eerder bekend was dat pensioenuitvoerders aanzienlijke tijd nodig zouden hebben voor de implementatie en de communicatie richting deelnemers. Juist die communicatie wordt nu als belangrijk argument voor uitstel aangevoerd. Ik vind het als argument voor uitstel eerlijk gezegd weinig geloofwaardig. JA21 begrijpt het belang van zorgvuldige informatievoorziening en keuzebegeleiding, maar tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat het protectionisme om deelnemers te weerhouden van het maken van afwegingen zwaarder gaat wegen dan persoonlijke verantwoordelijkheid en keuzevrijheid. JA21 wil dat verdere vertraging van het wetsvoorstel zo veel mogelijk wordt voorkomen. Verdere vertraging betekent voor veel bijna gepensioneerden opnieuw uitstel van een keuzevrijheid die hun al jarenlang in het vooruitzicht is gesteld, zonder dat die nu daadwerkelijk dichterbij is gekomen. Boven alles ondermijnt het het toch al broze vertrouwen van de samenleving in pensioenuitvoerders en politici.

Ik zie uit naar de beantwoording van mijn vragen door de minister. Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Bezaan namens de fractie van de PVV.