Plenair Van Hattem bij behandeling Begroting gemeentefonds 2026



Verslag van de vergadering van 15 juni 2026 (2025/2026 nr. 33)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 20.23 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Hattem i (PVV):

Dank, voorzitter. De omvang van het gemeentefonds is eigenlijk niet het probleem. Die is nu zo'n 47,5 miljard euro. In 2000 hadden we het nog over een kleine 16 miljard. Het is in de afgelopen kleine 25 jaar toch fors gegroeid. Dat noemde professor Van den Berg van parlement.com vorig jaar nog het "opgeblazen gemeentefonds". Ik denk dat dat wel een terechte constatering is. We moeten wat de PVV betreft dus ook niet zonder meer extra geld verstrekken aan gemeentes. Het gaat er juist om dat we duidelijkheid krijgen over waarvoor gemeentes aan de lat staan qua medebewind, zodat gemeentes scherper kunnen begroten binnen hun eigen open huishouding.

We zien nu in heel veel gemeentes dat er extra ambtenaren in dienst worden genomen. Daarbij wordt onder andere verwezen naar de SPUK's die ze moeten uitvoeren. Je krijgt dus ook een versterkt effect op dat vlak. De vraag aan de minister is hoe hij denkt te voorkomen dat gemeenten nog meer beleidsambtenaren in dienst gaan nemen en de overheid dus nog harder laten groeien, en ondertussen straks rode cijfers gaan schrijven in bijvoorbeeld het sociale domein. Hoe gaat dat zich tot elkaar verhouden?

Bij kleinere gemeentes wordt vaak geroepen: dan is gemeentelijke herindeling de oplossing. Maar ik hoor toch graag van de minister of dat inderdaad het geval moet zijn. Ik was bijvoorbeeld afgelopen weekend nog in Noord-Frankrijk. Daar zie je piepkleine dorpjes met een paar honderd tot een paar duizend inwoners die gewoon een mooie eigen mairie hebben, waardoor het lokale bestuur dicht bij de inwoners staat. Hoe gaat deze discussie over de verdeling van middelen en de taken waar gemeentes voor staan ook de discussie over de lokale autonomie, het zelfstandige bestuur, raken? Daar krijg ik graag een reflectie op van de minister.

Dan kom ik op een ander punt. Ten aanzien van het gemeentefonds wil de PVV-fractie graag aandacht voor de modelparameters, waar wij ook eerder in schriftelijke vragen bij hebben stilgestaan. Graag horen we of de minister bereid is zo spoedig mogelijk te stoppen met modelparameters die een perverseprikkeleffect met zich mee dragen, zoals bijvoorbeeld middelen voor asielzoekers en migranten. Die worden in berekeningen voor het gemeentefonds als maatstaaf meegenomen. Vanwege allerlei beleidswensen die provincies en gemeentes met financiële problemen opzadelen, zien gemeentes zich genoodzaakt om asielzoekers op te vangen met het oog op financiële tegemoetkomingen. Dit levert behalve relatief meer geld uit het gemeentefonds ook veel geld via het COA op. Deze perverse prikkel zit ook als bonus in de asieldwangwet, de Spreidingswet. Maar juist omdat gemeentes gaan wedijveren, levert het onder de streep niet meer geld op. Het leidt echter wel tot minder leefbaarheid, hogere kosten, onveiligheid, criminaliteit, gebrek aan woningen voor onze eigen mensen en meer onnodig leed voor onze eigen burgers. Zo zien we bijvoorbeeld in de gemeente 's-Hertogenbosch dat er veel meer geld wordt uitgetrokken voor asielopvang, voor extra ambtenaren op dit dossier, onder andere omwille van het omwonendenoverleg, dat nu met name moet plaatsvinden vanwege de omstreden amv-opvang in Engelen. Het is dus veel voordeliger om gemeentes niet met asielopvang op te zadelen.

Voorzitter. Ten aanzien van het gemeentefonds dezelfde vragen die we al bij het provinciefonds hebben gesteld in het vorige debat, over het in beeld brengen van de medebewindstaken. We horen hier dus graag de nadere, door de minister toegezegde, reactie op, en dus niet alleen maar algemeenheden. Daarbij kunnen we ook nog voor een groot deel aansluiten bij de vragen die mevrouw Fiers van de fractie van GroenLinks-PvdA heeft gesteld over de lokale autonomie.

Tot slot, voorzitter. Het is van belang om heel scherp in beeld te kunnen krijgen wanneer er binnen dit kader sprake is van instrumenteel medebewind of zelfs mechanisch medebewind of facultatief medebewind, en de mate waarin de gemeentes nog beleidsvrijheid hebben en de consequenties die daaruit voortvloeien. Daarom is het van groot belang dat we dit onderzoek scherp in beeld hebben, zodat er ook scherpe keuzes kunnen worden gemaakt en gemeentes ook binnen die lokale autonomie mogelijkheden hebben om eventueel te bezuinigen en niet steeds te horen kunnen krijgen dat iets een rijkstaak is die ze dan toch maar dienen uit te voeren. Kortom, daar hebben wij dus de nodige vragen en gedachtes bij. Ik hoor graag de reactie daarop nog in deze termijn.

De heer Dessing i (FVD):

Een helder betoog van de PVV, waarbij ik me voor een heel groot deel kan aansluiten. Ik heb een verhelderende vraag voor de heer Van Hattem. Hoe kijkt hij naar het punt dat ik in mijn betoog maakte over het feit dat je aan de ene kant kunt kijken naar de uitgaven en of die omhoog of omlaag zouden moeten, maar aan de andere kant de taakuitvoering en het ambitieniveau van de gemeentes? Hoe verhoudt dat zich volgens de PVV tot elkaar? En zouden we misschien niet moeten kijken naar meer terug naar de kerntaken, waardoor we die financiën wat beter onder controle zouden kunnen krijgen? Dit los van het verhaal van de immigratiekosten dat ik volledig met hem deel.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik moet zeggen dat de heer Dessing daar een aantal treffende voorbeelden bij had, onder andere die opvang van illegale vreemdelingen. Mijn eigen gemeente, 's-Hertogenbosch, houdt ook bewust een bed-bad-broodregeling in stand voor degenen die dit land eigenlijk al hadden moeten verlaten, en dat ook op eigen kosten.

Kijk, het is natuurlijk wel zo dat gemeentes een open huishouding hebben, dus ze kunnen in hun autonomie zelf keuzes maken voor waar ze geld aan uitgeven. Maar aan de andere kant, als ze voor heel veel van zulk soort dingen geld over de balk jagen en dan bij het Rijk gaan aankloppen met dat ze toch meer geld moeten hebben voor hun taken, wat ook een kwestie van keuzes maken is ... Daarom vind ik het ook belangrijk dat we duidelijk in beeld hebben wanneer er sprake is van echt hard — ik noem het zo maar even — medebewind, dus dat het Rijk zegt "gemeente, gij zult deze taak uitvoeren en daar is vanuit het gemeentefonds een budget voor", en anderzijds waarom sprake is van voor een deel facultatief medebewind, waarbij gemeentes er voor een deel zelf voor kunnen kiezen om bepaalde taken in te vullen, dus ook zaken waar ze zelf geld voor over de balk gooien.

Ik kan totaal verschrikkelijke voorbeelden aanhalen van hoe er geld wordt verspild aan veel te dure theaters, aan allerlei hobbyprojecten, subsidies die worden uitgedeeld, waarbij diezelfde gemeentes die aan dat soort zaken geld verspillen ondertussen steen en been klagen dat ze niet genoeg krijgen van het Rijk. Tja, dan vind ik dat je prioriteiten moet stellen. En dan vind ik het belangrijker dat er geld gaat naar bijvoorbeeld het sociale domein, naar jeugdzorg, naar de Wmo, ook al zijn dat taken die deels in medebewind plaatsvinden. Dus dat daar dan wel de prioriteit bij ligt. Maar ja, daarvoor is het wel belangrijk om dat overzicht te hebben, zodat die keuzes scherp gemaakt kunnen worden.

De heer Dessing (FVD):

Heel helder, dank voor de toelichting.

De heer Van Hattem (PVV):

Graag gedaan. En dat was mijn eerste termijn.

De voorzitter:

Dank u wel, meneer Van Hattem.

Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering tot 21.00 uur, voor een halfuur dus.