Plenair Hartog bij behandeling Wet versterking regie volkshuisvesting



Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 14.21 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Hartog i (Volt):

Voorzitter. Met deze wet probeert de regering weer meer grip te krijgen op de woningvoorraad in Nederland. De leden van de Voltfractie ondersteunen dit en zijn in algemene termen blij met het voorliggende wetsvoorstel, met name omdat met de novelle een aantal rechtsstatelijke problemen zijn opgelost. Dat gaat hopelijk bijdragen aan de oplossing van het echte probleem in Nederland, de woningnood. Het gaat er hopelijk voor zorgen dat iedereen die zich rechtmatig in Nederland bevindt, ook toegang heeft tot adequate huisvesting.

Mijn inbreng van vandaag spitst zich toe op een aantal onderwerpen. De leden van mijn fractie hebben vragen over de toegang van kinderen tot huisvesting. We hebben een aantal algemene vragen over de regie. Ten slotte hebben we een aantal vragen over de EU-component en de grensoverstijgende problemen.

De Voltfractie heeft al bij verschillende gelegenheden gepleit voor een kinderrechtentoets op alle relevante wetgeving. Deze Kamer steunt onze wens niet, maar in het voorliggende geval zou het in onze ogen toch heel nuttig zijn om een dergelijke toets te doen. Met de novelle heeft de minister het wetsvoorstel gelukkig weer compatibel willen maken met het internationaal recht. Daar is zij goeddeels in geslaagd. Echter, op het punt van de toegang van kinderen tot huisvesting ligt er wat de leden van mijn fractie betreft nog wel een verbeterpunt. De minister kent de bijdrage van het College voor de Rechten van de Mens. Daarin staan een aantal zeer relevante opmerkingen en aanbevelingen. Zo bepaalt het Kinderrechtenverdrag in artikel 3 dat bij alle maatregelen die kinderen raken de belangen van kinderen een eerste overweging vormen en expliciet moeten worden meegenomen. Dat is in het voorliggende pakket nog niet helemaal het geval.

Ik moet hiervoor een uitstap maken naar de ontwerpregeling. Daarin worden de urgentiecategorieën opgenomen. Een belangrijk detail daarin is dat er alleen urgentie is als het huisvestingsprobleem niet redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden. Dat lijkt op het eerste gezicht aanvaardbaar, maar dat levert een probleem op als hierdoor een kind vanwege het gedrag van de ouder of ouders dakloos wordt. Dat is in de ogen van de leden van mijn fractie onaanvaardbaar. Daarom de volgende vragen. Herkent en erkent de minister dat deze paragraaf strijdig is met de rechten van het kind? Ziet de minister kans deze paragraaf uit de ontwerpregeling te verwijderen? Ziet de minister een andere oplossing voor dit probleem?

Ook in algemene zin heeft de minister ervoor gekozen om een nauwe definitie van "dakloosheid" te kiezen. Waarom sluit de minister zich niet aan bij de definitie van ETHOS Light, vragen de leden van mijn fractie. Vele maatschappelijke organisaties roepen hiertoe op.

De leden van mijn fractie hebben als tweede thema gekeken naar de samenwerking tussen verschillende bestuurslagen. Het is goed om meer regie op volkshuisvesting te nemen en daarbij procedures te vereenvoudigen en te versnellen. Dat moet natuurlijk niet ten koste gaan van de rechtszekerheid. Het moet ook de bestuurlijke samenwerking versterken en juist spanningen wegnemen. Laten we zeggen dat regie niet tot autoritair leiderschap mag leiden. Vandaar de volgende vragen. Welke afspraken heeft de minister nu al met de provincies en gemeenten gemaakt om de wet in goede harmonie uit te voeren? Zijn er voorziene knelpunten in de samenwerking? Hoe wordt voorkomen dat door gemeenten en provincies ingezet beleid, bijvoorbeeld op het gebied van prioriteitstelling, niet door de wet wordt doorkruist?

De leden van mijn fractie denken met name aan een samenspel van percentages voor sociale huur en middenhuur dan wel betaalbare koop. Sommige provincies zetten zelfs in op twee derde betaalbaar en 40% sociaal. Welke flexibiliteit geeft de minister aan de provincies om dit met de gemeenten te coördineren? Welke stimulansen zijn er om nog ambitieuzere doelen te stellen? Ziet de minister ook mogelijkheden om de afspraken tussen de medeoverheden te versnellen? Dat kan zonder de wettelijke termijnen te veranderen. Welke financiële middelen maakt de minister beschikbaar voor de provincies voor hun coördinerende taak?

Ook de vergunningverlening voor nieuwe innovatieve woonvormen en projecten kan soms problematisch zijn, omdat ze niet in een pasvorm passen. Hoe zorgt de minister ervoor dat de wetsaanpassingen creatieve oplossingen ondersteunen en niet bemoeilijken? Welke duurzaamheidsvereisten heeft de minister voor ogen om niet met de oplossing van het ene probleem het andere probleem te vergroten? Op welke manier draagt deze wet bij aan het halen van de klimaatdoelen? Uiteindelijk gaat het erom dat wij gezamenlijk de urgentie zien en aan oplossingen gaan werken.

Als laatste op dit thema hebben de leden van mijn fractie nog een aantal vragen over Bonaire, Sint-Eustatius en Saba. De voorliggende wet is daar niet op van toepassing, maar de vraag is wel of de minister elementen daarvan op termijn ook op de drie Caribische eilanden van Nederland denkt in te voeren.

Voorzitter. Het laatste thema. De leden van mijn fractie hebben een aantal vragen over het woonvraagstuk in een internationale context. Het gaat daarbij zowel om de Europese Unie als om grensoverstijgende samenwerking met onze directe buren. Op het eerste punt vragen de leden van mijn fractie hoe de minister denkt dat de EU-initiatieven voor betaalbaar wonen kunnen bijdragen aan de uitvoering van voorliggend wetsvoorstel. Is de minister bereid om de verruiming van de mogelijkheden voor staatssteun ook daadwerkelijk te benutten? Is Nederland op enigerlei wijze verbonden aan de European Housing Alliance? Welke rol kan deze alliantie spelen in Nederland? Zijn er contacten met de Europese Investeringsbank om meer in woningbouw te investeren?

Voorzitter. Een deel van de oplossing voor de woningnood in Nederland kan zijn om het gemakkelijker te maken om in een buurland van Nederland te wonen en in Nederland te werken. Welke mogelijkheid ziet de minister om hierover met de buurlanden in gesprek te gaan? Ziet de minister een mogelijkheid om samen met de minister van Sociale Zaken en de staatssecretaris van Financiën de hordes op de weg wat betreft de sociale zekerheid en belastingbetaling te verlagen? Het zou wat de leden van mijn fractie betreft ook helpen om de grenscontroles aan de binnengrenzen van de EU op te heffen, maar daar lijkt dit kabinet niet aan te willen.

Voorzitter. Het is in de ogen van de leden van de Voltfractie mogelijk stappen te nemen om iedereen in Nederland behoorlijk te huisvesten. Wat ons betreft is dat een sociaal recht. De voorliggende wet kan hierbij helpen. Wij kijken uit naar de antwoorden van de minister.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Meijer, van de VVD-fractie.