Verslag van de vergadering van 23 juni 2026 (2025/2026 nr. 35)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 18.38 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Van Aelst-den Uijl i (SP):
Dank, voorzitter. Er zijn een aantal goede en belangrijke zaken toegezegd. Daar zijn wij positief over en daar danken we de minister voor. Er is echter ook nog best veel dat door de kieren van uitzonderingen en "moeilijk uitvoerbaar" lijkt te gaan vallen. Een heel groot deel van de daklozen valt wat ons betreft onder deze categorie. Volgens de derde ETHOS-telling vertegenwoordigen mensen die slapen in niet-conventionele woonruimten, zoals caravans, auto's of de bank van andere mensen, de helft van alle dakloze mensen op dit moment. Zolang er geen maatregelen zijn om deze groep te huisvesten, lukt het ook niet om dakloosheid op te lossen.
We willen om die reden een motie indienen om de minister te ondersteunen bij het beleid om in 2030 dakloosheid uit te bannen. We stellen niet wat de minister moet doen en niet hoe de minister het moet doen, maar we hopen dat het beleid om dakloosheid uit te bannen hiermee gestut en versterkt wordt, en dat we bijdragen aan het daadwerkelijk uitvoeren van deze wens. Die motie luidt als volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de regering de ambitie heeft uitgesproken om dakloosheid in 2030 uit te bannen, maar dat het aantal dakloze mensen op dit moment in Nederland toeneemt;
overwegende dat in de Wet versterking regie volkshuisvesting niet alle mensen die door de ETHOS-telling als dakloos worden gezien onder een urgente categorie vallen, waardoor zij langer op huisvesting moeten wachten;
overwegende dat de Doorbraakcoalitie Dakloosheid 2030 constateert dat de doelstelling van nul dakloze mensen in 2030 niet gehaald zal worden tenzij het kabinet aanvullende maatregelen neemt;
van mening zijnde dat alle dakloze mensen en in het bijzonder kinderen een dak boven hun hoofd verdienen;
spreekt uit dat alle dakloze mensen recht op huisvesting hebben;
verzoekt de regering aanvullende maatregelen te nemen om dakloosheid in 2030 uit te bannen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aelst-den Uijl, Van Langen-Visbeek, Van Gurp, Hartog, Van Gasteren, Visseren-Hamakers, Nicolaï, Van der Goot, Van de Sanden en Kemperman.
Zij krijgt letter Q (36512, 36881).
Mevrouw Van Aelst-den Uijl (SP):
Dank, voorzitter. Ook het gemeentelijke percentage sociale huur blijft ons zorgen baren. Of nee, niet het gemeentelijke percentage, maar het regionale percentage sociale huur blijft ons zorgen baren. Wij zien een groot risico op segregatie binnen de woningbouwregio, want wat als Wassenaar en Westland niet al hun sociale woningbouw willen bouwen en het doorschuiven naar Den Haag en Zoetermeer? Of als Bloemendaal het doorschuift naar Haarlem en IJmuiden? Of, voorbeelden waar ik zelf getuige van ben geweest, de regio rondom Gorinchem schuift het af op Gorinchem en de regio Rotterdam schuift het af op Rotterdam? Dat is niet denkbeeldig, maar zeer recent verleden.
Voorzitter, dan onze laatste zorg. Hoe hard is, met alle uitzonderingen, mitsen en maren, de intentie dat geen kind op straat slaapt of in de auto? We hopen dat de toegezegde kinderrechtentoets helderheid zal brengen. We wachten de kinderrechtentoets dan ook met veel belangstelling af. We zijn nog wel heel benieuwd of we de uitkomsten als Kamer toegezonden krijgen van de minister.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik graag tot slot het woord aan de heer Kanis van D66.