Verslag van de vergadering van 30 juni 2026 (2025/2026 nr. 37)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 18.10 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Bakker-Klein i (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De zoektocht naar een rechtvaardig en uitvoerbaar alternatief voor een forfaitair rendement in box 3 houdt deze Kamer al geruime tijd bezig. De tijdelijke noodmaatregel met de tegenbewijsregeling rekent nog steeds met aannames in plaats van met echte opbrengst. Ook biedt deze regeling geen kostenaftrek voor kleine vastgoedbeleggers die één of twee panden verhuren en daarmee hun pensioen willen aanvullen. Dat is naar de mening van de CDA-fractie nog steeds onrechtvaardig. Daar komt bij dat de huidige tegenbewijsregeling alleen door belastingplichtigen wordt ingeroepen als het werkelijke rendement lager is dan de forfaitaire rendementen. Dat maakt dat deze tussenregeling de schatkist, en dus ook de niet-vermogende belastingbetaler, veel geld kost.
Het huidige wetsvoorstel zorgt ervoor dat altijd het werkelijke rendement in aanmerking wordt genomen. Met het voorliggende wetsvoorstel wordt hier dus een verbetering in aangebracht ten opzichte van het forfaitaire systeem dat we nu hebben. Er wordt ook een kostenaftrek voor vastgoedbeleggers mogelijk. Hierover heeft onze fractie een vraag aan de staatssecretaris. Stel dat dit wetsvoorstel niet op een meerderheid mag rekenen in deze Kamer. Is het dan denkbaar om de verbetering die dit wetsvoorstel voor vastgoedbeleggers brengt naar voren te halen en te regelen bij het Belastingplan?
Voorzitter. Toen ik in 2023 als lid van deze Kamer het belastingdossier van mijn voorganger Peter Essers overnam, adviseerde hij mij om het boek Elementair belastingrecht te lezen en zo mijn fiscaal-juridische kennis te actualiseren. Ik heb dat boek in de zomer van 2023 gelezen en ik heb het er in de afgelopen week nog eens op nageslagen. Het boek begint met de grondbeginselen van onze belastingheffing. Om ons belastingsysteem goed te laten functioneren, is het belangrijk dat we zorgvuldig omgaan met de belastingmoraal in ons land. Dat wil zeggen: de mate waarin burgers en bedrijven bereid zijn om vrijwillig belasting te betalen en zich aan belastingregels te houden.
Volgens het boek zijn er vier beoordelingscriteria waaraan een goed belastingstelsel moet voldoen. Dat zijn de vier e's: eerlijk, efficiënt, effectief en eenvoudig. In onze rol als chambre de réflexion leek het mij goed om het voorliggende wetsvoorstel over box 3 nog eens langs de lijn van die vier e's te leggen. In de eerste plaats: eerlijk. Een belastingstelsel moet eerlijk zijn. Dat wil zeggen dat het gedragen wordt door het rechtvaardigheidsgevoel en de rechtvaardigheidsopvattingen van onze samenleving. Het CDA bepleit al geruime tijd een volledige vermogenswinstbelasting voor alle vermogensbestanddelen. Daarin zijn we ook nu consistent. Belastingheffing op het moment van realisatie is nu ook het uitgangspunt bij box 1, box 2 en de vennootschapsbelasting. Niemand betaalt graag belasting, maar een vermogenswinstbelasting wordt wel door iedereen eerlijk en rechtvaardig gevonden. Daarvoor is dus ook maatschappelijk draagvlak. Dat maatschappelijk draagvlak ontbreekt bij een vermogensaanwasbelasting, waarbij belasting wordt geheven op niet-gerealiseerde winst. Uit de vele honderden brieven die we hierover hebben ontvangen van met name kleine beleggers — ik ga proberen die in de zomer allemaal te beantwoorden — komt naar voren dat deze manier van belastingheffing als onrechtvaardig wordt ervaren. De heer Baumgarten van JA21 verwees daar ook al naar.
Voorzitter. Waarom wordt in dit wetsvoorstel dan toch nog steeds voor een vermogensaanwasbelasting gekozen? Als we het goed hebben begrepen, is in dit wetsvoorstel om twee redenen niet gekozen voor een volledige vermogenswinstbelasting. De eerste reden is dat de banken dat niet aan zouden kunnen. Tijdens de deskundigenbijeenkomst gaven de banken echter aan dat ze hier inmiddels wel toe in staat zijn. Hoe weegt de staatssecretaris die uitspraak?
De heer Van Apeldoorn i (SP):
Ik vraag me toch af wat de CDA-fractie en mevrouw Bakker-Klein nou precies zo eerlijk vinden aan de vermogenswinstbelasting, als die vermogenswinstbelasting beleggers in box 3 de mogelijkheid geeft om het betalen van belasting zo gewenst eindeloos uit te stellen. Ook de staatssecretaris, de regering, wijst op het gevaar van lock-in, dus eigenlijk het belonen of aanmoedigen van uitstelgedrag. Als je belasting betaalt over inkomen uit arbeid, kan je dat ook niet uitstellen, laat staan tien jaar of twintig jaar. Dus wat is er eerlijk aan die vermogensaanwasbelasting als dat uitstelgedrag op die manier aangemoedigd wordt?
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Op dat uitstelgedrag kom ik verderop in mijn betoog nog terug; dan ga ik dus in op de vraag van meneer Van Apeldoorn. Waar het hier gaat om eerlijkheid, is de vraag: wat ervaren burgers die belasting moeten betalen als eerlijk? Belasting betalen over geld dat er niet is, wordt door mensen niet als eerlijk ervaren. Dat bedoel ik hiermee te zeggen. Overigens, mensen die hun inkomen hebben verkregen uit arbeid, hebben eerst het inkomen uit arbeid; daar betalen ze belasting over. In alle brieven die we hebben gekregen, zeggen mensen ook: "Het gaat ons er niet om dat we geen belasting moeten betalen. Iedereen moet belasting betalen. We hebben met elkaar ook gewoon een taak te doen." Het gaat er echter over dat ze het geld juist niet hebben en dat ze dan toch belasting moeten betalen; daar gaat het bezwaar over.
De heer Van Apeldoorn (SP):
Ja, ze hebben het geld niet, maar ze hebben wel het vermogen. Het vermogen is wel gegroeid. Dat is toch een verschil met hoe we dan inkomen uit arbeid belasten, want daarbij is uitstel niet mogelijk. Dan moet je gewoon belasting betalen. Als je boodschappen doet, moet je ook gewoon btw betalen. Daar is allemaal geen uitstel bij mogelijk, maar hier is uitstel dan wel mogelijk. Het zit inderdaad in aandelen, dus het is niet direct cash; dat klopt. Maar het is wel degelijk gegroeid vermogen. Daarmee, zo stellen economen en zo stelt ook de regering, is de draagkracht van die mensen wel degelijk groter. Als je vermogen groeit, heb je meer draagkracht, ook in economische zin. Als je dus het draagkrachtbeginsel volgt, dan is het toch wel merkwaardig dat je tegen een betaalde groep zegt: als u ervoor kiest, dan kunt u het betalen van belasting eindeloos uitstellen. Dat zal zeker voor grote vermogens aantrekkelijker zijn. Ik wees er ook eerder in mijn interruptiedebatje met collega Griffioen op dat het voor kleine beleggers misschien weliswaar noodzakelijk zal zijn om soms een deel van de aandelen te verkopen om zo liquiditeit te krijgen, maar dat juist grotere beleggers, ook via allerlei fiscale constructies, ervoor kunnen zorgen dat zij feitelijk geen belasting hoeven te betalen over een hele lange periode, misschien wel tot aan het moment van overlijden toe. Dus mijn vraag aan de fractie van het CDA is nogmaals: wat is daar eerlijk aan?
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Op dat uitstelgedrag kom ik dus verderop in mijn betoog nog terug.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Het eerste is dus dat de banken er nu wel toe in staat zouden zijn volgens de deskundigenmeeting. Ik vind het belangrijk om te horen hoe de staatssecretaris dat weegt.
Een tweede reden — dan kom ik toe aan de vraag van de heer Van Apeldoorn — is de angst voor het lock-ineffect. De belastingplichtigen zouden dan de realisatie van winst uitstellen, zodat er geen heffing kan plaatsvinden. In box 2 waren we ook bang voor het lock-ineffect. Dat bleek zich ook wel voor te doen. Inmiddels hebben we echter geleerd dat het uitstelgedrag, meneer Van Apeldoorn, effectief kan worden tegengegaan door een progressief tarief. In de ons omringende landen, die allemaal een vermogenswinstbelasting kennen, is hiervoor ook een tussenoplossing gevonden, waarbij twee tarieven worden gehanteerd, zoals bij ons ook al bij de heffing over winst uit aanmerkelijk belang gebeurt. Dat stimuleert om jaarlijks een deel van de vermogenswinst te realiseren tegen het eerste tarief, in plaats van het helemaal uit te stellen. De vraag aan de staatssecretaris daarover is: heeft hij oplossingen voor het lock-ineffect overwogen zoals we die van box 2 hebben geleerd of zoals ze in omliggende landen worden toegepast, met die twee tarieven?
Dan het tweede punt. Naast eerlijk moet een belastingstelsel ook effectief zijn. Dat betekent dat gestelde doelen van fiscaal beleid ook daadwerkelijk moeten worden gerealiseerd. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, is Nederland straks het enige land dat een vermogensaanwasbelasting kent. Tijdens de deskundigenbijeenkomst is duidelijk geworden dat eigenlijk niemand weet wat de economische effecten hiervan voor Nederland zullen zijn. We gaan hiermee dus echt een risicovol experiment aan. Hoe weegt de staatssecretaris dit risico ten opzichte van de geraamde opbrengst van de vermogensaanwasbelasting?
Een derde belangrijk aspect van goede belastingwetgeving is dat het efficiënt moet zijn. Dat criterium houdt in dat de gestelde doelen met zo min mogelijk uitvoeringskosten moeten worden verwezenlijkt. Voor de uitvoering van dit wetsvoorstel zijn 900 extra ambtenaren nodig. De kosten daarvan kunnen worden geraamd op bijna een miljard euro. Daarnaast kosten de door de regering voor na de zomer aangekondigde novelle en de voorstellen daarin voor een carrybackregeling ook nog eens 1,3 miljard euro. De Raad van State waarschuwt voor de uitzonderlijke complexiteit van dit wetsvoorstel en de risico's voor de uitvoering en de rechtsbescherming.
Voorzitter. Vorig jaar heeft de CDA-fractie met tegenzin ingestemd met de Wet tegenbewijsregeling, wetende dat het om een tijdelijke oplossing zou gaan en dat een duurzame oplossing in de maak was. Het wetsvoorstel dat nu voorligt, biedt helaas nog steeds geen duurzame oplossing. Het is opnieuw een tijdelijke regeling, waarvan de regering zegt dat het een noodzakelijke tussenstap is naar een volledige vermogenswinstbelasting op alle vermogensbestanddelen. Na jaren van juridische procedures, herstelwetgeving en voortdurende wijzigingen in box 3 — meneer Schalk zei "de pleisters plakkend" — hebben belastingplichtigen behoefte aan een stabiel en voorspelbaar belastingstelsel. Door nu een tijdelijke aanwasbelasting in te voeren, verdwijnt de urgentie om over te stappen naar een stelsel dat uitgaat van daadwerkelijk gerealiseerde winsten. Daarmee dreigt een minder wenselijke tussenoplossing een permanent karakter te krijgen.
Onze zorg daarover wordt bevestigd in een passage uit de ambtelijke nota Mogelijke aanpassingen van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement, waarin op pagina 5 gezegd wordt dat met deze wet en de aangekondigde novelle het ICT-portfolio volledig volgepland is tot 2029, waardoor er pas op een later tijdstip ruimte zal zijn voor de doorontwikkeling van het box 3-stelsel naar een vermogenswinstbelasting. De heer Van Rooijen van 50PLUS verwees hier ook naar. Onze vraag hierover aan de staatssecretaris is hoe de uitvoering van de tegenbewijsregeling op dit moment eigenlijk verloopt. Is de staatssecretaris al begonnen met de voorbereiding van een volledige vermogenswinstbelasting? Kan de staatssecretaris concreet aangeven op welke datum een stelsel dat uitgaat van vermogenswinstbelasting zal worden ingevoerd? Nu al wordt voorzien in een vermogenswinstbelasting voor vastgoed, start-ups en scale-ups. Is er een fasering denkbaar waarbij stapsgewijs voor steeds meer categorieën een vermogenswinstbelasting wordt ingevoerd? Ziet de staatssecretaris mogelijkheden om in die tussenliggende periode, dus terwijl die vermogenswinstbelasting stapsgewijs wordt ingevoerd, de invoering van een vermogensaanwasbelasting uit te stellen?
Voorzitter. We kunnen veel van dit wetsvoorstel zeggen, maar eenvoudig is het in ieder geval niet. Daarmee kom ik bij het laatste criterium voor goede belastingwetgeving. Tijdens de deskundigenbijeenkomst werd voorspeld dat het ongeveer tien jaar gaat duren voordat iedereen die vermogensaanwassystematiek een beetje in de vingers heeft, dus zowel burgers als adviseurs als de Belastingdienst. Tot die tijd zal dit veel druk leggen op de uitvoering door een toch al overbelaste Belastingdienst.
De heer Crone i (GroenLinks-PvdA):
Ik wilde graag iets vragen. Het is toch wel opmerkelijk dat de Tweede Kamer dit met 100 stemmen vóór heeft aangenomen en dat we hier nu een soort tweedekamertje spelen, alsof we nog allemaal amendementen kunnen indienen. Mijn concrete vraag is of u een vermogenswinstbelasting zou willen invoeren van 42% tot 45%. Dat is namelijk uitgerekend door de hoogleraar. Hij bevestigt wat het kabinet zegt en zit zelfs nog hoger. Wil je binnen het vermogensdomein van vermogensbelasting naar winstbelasting, dan moet het tarief voor die 22 miljard van 36% naar misschien wel 45%.
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Nu stelt u eigenlijk opnieuw de vraag "hoe denkt u het gat te gaan dichten?", maar dan op een andere manier.
De heer Crone (GroenLinks-PvdA):
De hamvraag!
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
De hamvraag. Uw voorstel is: nou, dan doen we gewoon de belasting omhoog. Ik denk dat het te vroeg is om daar nu naar te kijken. De eerste vraag is hoe groot het gat eigenlijk is, zeker als je met tussenstappen werkt of als er een mogelijkheid zou zijn om met twee tarieven te werken. Hoe groot is dat gat dan? En wij zijn wel voor financieel rentmeesterschap, maar we vinden dat de discussie hierover pas bij de indiening van het vervolg, dus van de werkelijke wet, in de Tweede Kamer gevoerd moet worden, en dat op dat moment ook gekeken moet worden hoe het gat gedicht moet worden. Daarbij weten we dat er in de Tweede Kamer een motie is aangenomen die stelt dat dat geld gevonden moet worden in het vermogensdomein. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit kabinet en de Tweede Kamer met een sociale en fatsoenlijke oplossing zullen komen.
De heer Crone (GroenLinks-PvdA):
Uw fractie heeft ons de maat genomen omdat wij nu 300 miljoen binnenhalen voor ontwikkelingshulp maar niet in staat waren om meer te doen. 300 miljoen, om de armste mensen te helpen. Nu gooit u een rekening van 22 miljard over de schutting naar de Tweede Kamer en zegt u: regelen jullie het maar. Gaan de coalitiepartijen zo met elkaar om? Dit moet dan betaald worden door Vijlbrief op Sociale Zaken of door nog minder geld naar wegen en infrastructuur te sturen.
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Wij gooien helemaal niets over de schutting. We staan hier een wet te behandelen. We kijken naar een wet, die we beoordelen op de aspecten die ik net noemde: is het eerlijk, uitvoerbaar, effectief? Daar kijken we naar. We doen ook concrete voorstellen en suggesties aan de staatssecretaris om mee te nemen bij de verdere behandeling van dit wetsvoorstel en bij de novelles, om te kijken hoe we dit kunnen verbeteren. Daar komt iets uit, waar ongetwijfeld ook een kostenplaatje aan zal zitten, met een voorstel dat dan ook besproken is in de Tweede Kamer. Er zijn al heel veel voorstellen gedaan, ook door collega's in deze Kamer, voor plekken waar ongeveer gezocht zou kunnen worden. Ik ga ervan uit dat die zoektocht in het vermogensdomein zal plaatsvinden en dat er concrete suggesties en oplossingen zullen worden aangedragen, die dan uiteraard in de Tweede Kamer opnieuw zullen worden beoordeeld en uiteindelijk ook weer hier komen.
De voorzitter:
Tot slot, de heer Crone.
De heer Crone (GroenLinks-PvdA):
Ik moet iets vaststellen. Ik ben opgevoed in de geschiedenis van de zalmnorm. Je mocht niks doen zonder dekking, tot vervelens toe. En ik ging naar het randje. Maar miljarden over de schutting gooien, is echt gratis bier. Ik denk dat dit debat gekenmerkt moet worden door de term "gratis bier". Iedereen belooft aan de mensen geweldige systemen: "Je hoeft niet te betalen. Je mag tien huizen tellen, twintig huizen tellen. We gaan nog een paar jaar door met de tegenbewijsregeling." Dat is geweldig voor de mensen met hoge rendementen, want die hoeven niet eens te melden dat ze een hoog rendement hebben gehaald. Die krijgen korting. Je moet een enorme administratie invullen als je een laag rendement hebt. Dan moet je zelf een accountantskantoor betalen. Ik ken er een die heel goedkoop is. Het is allemaal gratis bier, voorzitter. Ik heb dit nog nooit meegemaakt. Ons wordt altijd verweten dat de Eerste Kamer te politiek wordt en dat wij met ongedekte rekeningen komen. Nou, ik hoef hier niet rond te wijzen in de zaal, maar ik zou echt willen dat mensen hun verantwoordelijkheid nemen. Wij beloven mensen nu dingen die we niet gaan waarmaken, tenzij u zegt dat we een winstbelasting gaan invoeren. Dan gaan we inderdaad box 3 dichtschroeien. U gaf net een suggestie om een progressief tarief in te voeren in box 2. Dan bent u stevig, als u zegt: ik ga een stevige maatregel nemen in box 2 om de vluchtwegen weg te nemen en het uitstelgedrag terug te dringen. Maar nu is het gratis bier.
De voorzitter:
Ik hoor geen vraag, maar u mag wel reageren, mevrouw Bakker-Klein. Ik kan ook het woord geven aan de heer Kroon.
De heer Kroon i (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik voel me vereerd. Ik wil toch nog even met u van gedachten wisselen, mevrouw Bakker, over dat box 2-tarievenstelsel. Ik ben gecharmeerd van het voorstel — de vraag is dan hoe dat uitwerkt — maar zou u ook gecharmeerd kunnen zijn van het idee om het dekkingsprobleem, dat meneer Crone zo bezighoudt, te dekken met een tariefvoorstel in die box 2-sfeer, zoals ik die duidde tijdens mijn termijn, waarbij een tijdelijke verlaging van de dividendbelasting een inkomen genereert over een termijn die nodig is voor het afmaken van deze wet naar een echte vermogenswinstbelasting?
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Ik zei net al dat er meerdere voorstellen zijn gedaan: uw voorstel en ook het voorstel dat door meneer Van Rooijen van 50PLUS gedaan is. Er zijn hier allerlei voorstellen gedaan die mogelijk voor een dekking zouden kunnen zorgen. Ik ga ervan uit dat de staatssecretaris daar goed naar luistert en de periode van het reces neemt om die voorstellen te wegen en met goede voorstellen onze kant op te komen. Daar zijn wat ons betreft geen blokkades in.
De heer Kroon (BBB):
U zegt niet "nee". Meneer Crone zegt duidelijk "nee" op dit voorstel, maar u zegt niet "nee". Het zou passend kunnen zijn.
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Hoe bedoelt u?
De heer Kroon (BBB):
Een tijdelijke verlaging van de dividendbelasting in box 2 om zo belastinginkomsten naar voren te halen.
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Ik vind nog steeds dat wij er in de Eerste Kamer niet zijn om allerlei hele concrete uitgewerkte voorstellen voor dekking te doen. Ik vind wel dat we een verantwoordelijkheid hebben waar het gaat om financieel rentmeesterschap. We kunnen hier niet zomaar zeggen: we schieten die wet af; zoek het maar uit. We moeten ook wel echt kijken of er mogelijke oplossingen zijn. Daarom vind ik het jammer dat de heer Crone zegt dat dit debat eigenlijk alleen maar gaat over een soort schijnoplossing of over gratis bier. Dat is niet zo. Er zijn hele goede voorstellen gedaan, ook voorstellen om dingen in fasering te doen of met verschillende tarieven. Ik vind het ook belangrijk dat we dit debat hier voeren. Ik vind het ook een heel mooi en respectvol debat tot nu toe, waarbij ik ook echt onder de indruk ben van ieders bijdrage en de verschillende perspectieven die hier zijn aangedragen. Ik heb het idee dat we de staatssecretaris daarmee meegeven wat we belangrijk vinden, wat voor ons fundamenteel is, hoe breed dat hier gedragen wordt en welke oplossingsrichtingen we zien. Vervolgens is het aan het kabinet om met voorstellen te komen.
De heer Schalk i (SGP):
Ik heb ook een vraag aan mevrouw Bakker. Ik heb haar niet horen oproepen om de wet in te trekken, maar hoe zou zij reageren als de staatssecretaris zou zeggen: ik denk dat het toch verstandig is om deze wet in te trekken? Zou zij daar bezwaar tegen hebben?
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Als de staatssecretaris dat zou voorstellen en daar ongetwijfeld ook goede argumenten voor zou hebben, zou ik daar op zich geen bezwaar tegen hebben.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Mevrouw Bakker-Klein (CDA):
Voorzitter. Ik heb nog een vraag aan de staatssecretaris die te maken heeft met de eenvoudigheid van het stelsel. De vraag is: ligt het vanuit het oogpunt van uitvoerbaarheid niet meer voor de hand om nog in deze kabinetsperiode stapsgewijs een vermogenswinstbelasting in te voeren? Iedereen is daarmee namelijk, vanwege de ervaring met box 1, box 2 en vpb, veel meer vertrouwd. Dan hoeven we achteraf ook geen complex en kostbaar correctiemechanisme in te voeren.
Voorzitter, ik ga afronden. Onze fractie begrijpt heel goed dat er een oplossing moet komen voor een budgettair probleem, maar dat probleem mag niet leidend zijn bij de afweging die we als Eerste Kamer moeten maken over dit wetsvoorstel. Voor ons is het van belang dat belastingwetgeving eerlijk, efficiënt, effectief en eenvoudig is. Naar onze overtuiging voldoet dit wetsvoorstel daar op dit moment nog niet aan. De maatregelen in de novelle die door deze regering is aangekondigd, laten de kern van het wetsvoorstel onveranderd. Onze fundamentele bezwaren tegen belastingheffing over niet-gerealiseerde vermogensgroei blijven daarmee onverminderd bestaan. Wij gaan ervan uit dat de staatssecretaris serieus met onze vragen omgaat, zodat we na het zomerreces de doorwerking zien en als Eerste Kamerfractie tot een integrale afweging met betrekking tot proportionaliteit en uitvoerbaarheid van het gewijzigde wetsvoorstel kunnen komen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Ik dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval. Dan schors ik de vergadering tot 19.45 uur voor de dinerpauze en een gecombineerde vergadering van EUZA en Financiën.