Verslag van de vergadering van 7 juli 2026 (2025/2026 nr. 39)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 9.26 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Baumgarten i (JA21):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Het is weer zomer en volgens mij geniet iedereen van het prachtige weer, maar ook in de zomer worden mensen ziek en hebben mensen zorg nodig. Het is dan ook maar goed dat we in Nederland kunnen bogen op zo veel zorgmedewerkers die voor ons willen werken middels een flexcontract. Juist in de zorg laat dit wetsvoorstel zien hoe ingewikkeld de werkelijkheid is en hoe discutabel het wetsvoorstel is.
Een flexibele schil van arbeidskrachten is in de zorg geen luxe, maar een absoluut noodzakelijke voorwaarde om de roosters rond te krijgen in vakantieperiodes en daarbuiten. Zorginstellingen hebben dagelijks te maken met onverwachte pieken in de zorgvraag en wisselende beschikbaarheid van personeel. Het ziekteverzuim in de sector is 8% of hoger. Flexwerkers vullen die gaten op. Zonder hen blijven er simpelweg minder handen aan het bed over. Ook ActiZ, de branchevereniging van zorgorganisaties, waarschuwt. ActiZ vreest dat het verbod op oproepkrachten ertoe leidt dat zorgorganisaties noodgedwongen vaker een beroep moeten doen op duurdere uitzendkrachten, detacheerders of zzp'ers. Dat verhoogt niet alleen de kosten, wat zich dan weer vertaalt in hogere zorgpremies, maar vergroot, volgens ActiZ, ook de werkdruk op het vaste personeel.
Daar komt bij dat veel van die oproepkrachten helemaal niet meer zekerheid zoeken. Ze combineren hun werk bewust met een andere baan, mantelzorg of het gezin. Juist omdat zij zelf kunnen bepalen wanneer zij werken, blijven zij behouden voor de zorg. Wanneer die flexibiliteit verdwijnt, is het risico niet alleen dat werkgevers minder flexibel worden, maar vooral dat deze mensen helemaal afhaken. Een oproepkracht die uit de zorg verdwijnt wordt niet automatisch vervangen door een voltijdmedewerker met een vast contract. Er staat geen leger mensen klaar dat pas aan het werk wil als de werknemersbescherming van een ongekende aard is. Dat is een illusie die gewoon handen aan het bed kost. Mijn fractie vindt dat in een tijd van toenemende vergrijzing hoogst onverstandig.
Mijn fractie verwacht dat de beschikbaarheid van personeel in allerlei sectoren, niet alleen in de zorg, afneemt door deze aanval op flexwerkers. Kan de minister daarom toelichten waarop de verwachting is gebaseerd dat deze wet uiteindelijk méér zorgcapaciteit oplevert, terwijl zij juist de contractvorm beperkt waarmee nu dagelijks tekorten worden opgevangen?
Voorzitter. Opeenvolgende kabinetten voerden decennialang dezelfde koers. Die luidde min of meer dat een moderne economie vraagt om een arbeidsmarkt die zich kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. Flexibiliteit is geen weeffout maar een voorwaarde voor een gezonde economie. Voor een open handelsland als Nederland, met een aanzienlijke conjunctuurgevoeligheid, is het een absolute must. Nu lijkt flexibiliteit echter te worden benaderd als een probleem dat met wetgeving moet worden teruggedrongen. Mijn fractie is van mening dat misstanden het probleem zijn, niet een flexibele arbeidsmarkt. De volgende vraag aan de minister is dan ook: vanwaar deze kanteling van beleidsrichting?
De vraag is bovendien hoe groot het probleem is dat deze wet probeert op te lossen. Uit onderzoek dat de minister zelf heeft laten uitvoeren blijkt immers dat ruim driekwart van de oproepkrachten deze baan niet als belangrijkste inkomstenbron heeft. Bovendien geeft meer dan 90% aan dat werkgevers zich vrijwel altijd aan de wettelijke oproeptermijnen houden. Misstanden bestaan, maar ze lijken eerder uitzondering dan regel. Waarom kiest de regering dan voor een generieke stelselwijziging? Waarom heeft de regering de neiging om uitzonderingen tot regel te verheffen?
Voorzitter. Met dit wetsvoorstel worden problemen niet opgelost, maar verschoven. Nulurencontracten worden afgeschaft en er komt een bandbreedtecontract voor terug dat uitgaat van een hoge mate van voorspelbaarheid, die voor grote delen van de arbeidsmarkt simpelweg niet bestaat. Geen winkel kan een jaar vooruitplannen. Geen restaurant weet maanden van tevoren wanneer het zijn flexwerkers flexibel moet inzetten, en een zorginstelling al helemaal niet.
Voorzitter. Tot slot nog een punt dat de grenzen van dit wetsvoorstel overstijgt. De regering heeft de Eerste Kamer verzocht dit wetsvoorstel nog voor het zomerreces af te handelen, omdat het inmiddels onderdeel is geworden van de afspraken die Nederland met de Europese Commissie heeft gemaakt in het kader van het Herstel- en Veerkrachtplan. Nadat de invoering van de basisverzekering arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen vertraging opliep, is deze wet als vervangende mijlpaal aangewezen. Mijn fractie heeft zich altijd kritisch opgesteld tegenover het Europese Herstelfonds, niet alleen vanwege de gezamenlijke schuldfinanciering die eraan ten grondslag ligt, maar ook omdat dergelijke fondsen ertoe kunnen leiden dat nationale wetgeving steeds nadrukkelijker onderdeel wordt van Europese financiële afspraken. Dit wetsvoorstel lijkt daarvan een illustratie. Vindt de minister het niet principieel onwenselijk dat de regering zich in een positie heeft gebracht waarin een zelfstandig oordeel van het Nederlandse parlement over een arbeidsmarktwet tegelijkertijd financiële consequenties kan hebben in de verhouding met de Europese Commissie? Mijn fractie bekruipt het gevoel dat wij de oren laten hangen naar Brussel, omdat wij nog iets van onze zelf gestorte coronamiljarden willen terugzien. En niet alleen dat, mijn fractie is ook van mening dat wij onze arbeidsmarkt in toenemende mate inrichten naar het voorbeeld van die grote machthebber in Brussel, te weten Frankrijk. Laat er geen misverstand over bestaan, wij zijn groot fan van Frankrijk en ik hou van Franse wijn en kazen. Dat kunt u wellicht zelfs aan mij zien. Maar we zien in de Franse economie en arbeidsmarkt absoluut geen voorbeeld voor de onze.
Voorzitter. Nederland moet ervoor waken de Franse kant op te bewegen. Frankrijk laat zien dat een kapotgereguleerde arbeidsmarkt niet vanzelf leidt tot meer werk of een sterkere economie. Vaak gebeurt juist het tegenovergestelde: wie al een baan heeft, wordt beter beschermd, terwijl het voor anderen moeilijker wordt om binnen te komen. Mijn fractie vreest dat ook dit wetsvoorstel die richting opgaat. Juist in een tijd van grote personeelstekorten zouden we misstanden moeten aanpakken zonder de flexibiliteit weg te reguleren die onze economie en publieke voorzieningen draaiende houdt.
Voorzitter. Goede wetgeving bestrijdt misstanden. Zij behandelt niet iedere vorm van vrijheid alsof het een misstand is. Dat is precies de zorg die mijn fractie bij dit wetsvoorstel heeft. Ik zie uit naar de antwoorden van de regering.
Dank u wel.
De voorzitter:
Ook u bedankt, meneer Baumgarten, voor uw bijdrage aan het debat in eerste termijn. De volgende spreker is mevrouw Lagas. Zij spreekt namens de fractie van BBB.