Plenair Rosenmöller bij behandeling Voorstel van het lid Rosenmöller tot wijziging van het Reglement van Orde voor meer flexibiliteit in naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen



Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.01 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):

Voorzitter, dank u wel. Dank aan de collega's in de Kamer voor hun inbreng in eerste termijn. Ik stel het op prijs dat zij zich diepgaand verdiept hebben in het voorstel en zowel schriftelijk als mondeling een aantal vragen gesteld hebben. Misschien moet ik even met een enkele inleidende opmerking beginnen. Wat heeft mij nu bewogen om dit voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde in te dienen? Dan moeten we eigenlijk even terug in de tijd. Ik denk dat het ergens in het jaar 2021 is geweest dat de samenwerking tussen de partijen GroenLinks en de Partij van de Arbeid, altijd onder druk van externe omstandigheden, intensiever werd. Die samenwerking werd intensiever in de loop van de jaren. Drie jaar geleden heeft dat tot de situatie in deze Kamer geleid dat aan de Provinciale Statenverkiezingen werd deelgenomen door aparte partijen, maar er aan de voorkant, drie jaar geleden, door het congres van beide partijen was bepaald dat die fracties indien gekozen — en die werden gekozen — een gezamenlijke fractie zouden vormen: GroenLinks-Partij van de Arbeid. Zo is die geschiedenis ontstaan en later, op 29 maart dit jaar, was de lancering van de nieuwe naam Progressief Nederland. Dat is de nieuwe partij voor de fusie van GroenLinks en de Partij van de Arbeid.

Op 13 juni jongstleden heeft het congres van de partijen die fusie geaccordeerd en heeft het ingestemd — dat is geen kleinigheid — met de opheffing van de twee partijen die ruim 70, bijna 80 jaar en 30 jaar bestonden. U kunt zich voorstellen dat dat een proces is waarover veel vergaderd is, waar jarenlang over gedaan is en wat met nodige zorgvuldigheid omkleed is geschied.

Voorzitter. Dat bracht ons als fractie en mijzelf als fractievoorzitter tot de vraag of wij lopende de rit in de Eerste Kamer kunnen kijken of wij af kunnen komen van die naam GroenLinks-Partij van de Arbeid, want dat was conform artikel 18 uit het Reglement van Orde de mogelijkheid. De fracties fuseren, krijgen dan na het oordeel van de fractie een bepaalde volgorde en dan mag je kiezen: GroenLinks-Partij van de Arbeid of Partij van de Arbeid-GroenLinks. De eerste is de naam die wij drie jaar geleden hebben genomen. Het hele land spreekt over "Progressief Nederland". De vraag is of er iets te bedenken is waardoor wij ook in deze Kamer, die toch bij de tijd wil zijn, die naam zouden kunnen voeren.

Daar zijn eigenlijk twee manieren voor. Het is misschien goed om ook tegen de collega's Van Gasteren, Van Hattem en Van den Oetelaar te zeggen dat ik hier niet zozeer met gemengde gevoelens sta, maar wel dat het plan B is. In eerste instantie — collega Van Hattem verwees er al naar — heb ik namelijk geprobeerd om gebruik te maken van artikel 142 van het Reglement van Orde. Ik heb vele collega's daarover gesproken en gebeld en we hebben gekeken. Het Reglement van Orde bepaalt namelijk dat bij unanimiteit afgeweken kan worden van het Reglement van Orde. Het leek mij redelijk om dat te doen en ik stond eigenlijk niet in mijn eentje wat betreft die redelijkheid. Sterker nog, er was een overgrote meerderheid aan fractievoorzitters, en daarmee aan fracties, ook gewogen in de Kamer, die van mening waren dat hier een redelijke argumentatie werd betracht om ervoor te zorgen dat de actuele, juridisch vastgestelde naam na het opheffen van twee partijen ook in de Eerste Kamer gebruikt zou kunnen worden. Maar artikel 142, over de hardheidsclausule, kan alleen ingaan bij unanimiteit en dus is er voor elk lid, niet eens voor elke fractie maar voor elk lid, een blocking vote. Die is benut, niet in de laatste plaats door de fractie van de PVV. Dat is haar goed recht geweest. Ik vond het teleurstellend, maar dat laat onverlet dat dat nou eenmaal de spelregels zijn die in het Reglement van Orde gehanteerd worden en die ook gerespecteerd moeten worden. Toen dacht ik: wat is de vervolgprocedure? Deze fusie en de naamgeving krijgen steeds meer vaste grond onder de voeten, ook in de samenleving. Het is eigenlijk raar dat er geen artikel is in het Reglement van Orde dat voldoende flexibiliteit in zich draagt om daaraan tegemoet te komen.

Daarom sta ik hier met een plan B, omdat ik vind dat het Reglement van Orde, dat iets zegt over de samenvoeging van fracties en fusies, wat meer flexibiliteit verdient om tegemoet te komen aan situaties die zich ook in het verleden hebben voorgedaan. Dat kun je codificeren. Ik heb in de toelichting drie voorbeelden uit het verleden genoemd. Collega Van Hattem heeft die ook genoemd. Dat zijn voorbeelden uit het verleden of het verre verleden. Toen was er een situatie rond de naamgeving van de nieuwe VVD, in plaats van de oude naam, die ze daarvoor had. Dat geldt ook voor de andere twee voorbeelden. Zonder dat daarvoor iets geregeld was in het Reglement van Orde zei deze Kamer in alle collegialiteit: "Dat lijkt me een goede zaak. Die zaak is goed georganiseerd en daar is goed over nagedacht." Zonder dat er iets geregeld was, besloot de Kamer om zo te handelen. Op die manier is de praktijk ontstaan.

Nu is de situatie anders. Daarmee kom ik op de specifieke vragen van de drie collega's. Misschien mag ik de sprekers in omgekeerde volgorde van een reactie voorzien. De heer Van den Oetelaar noemt eigenlijk één heel belangrijk element. Hij zegt: sluit glashelder uit dat er voor afsplitsingen een nieuwe situatie ontstaat. Ik zeg tegen u: houd uw amendement in de zak, want ik denk dat er met het huidige Reglement van Orde en met datgene wat ik wijzig, wat niet gaat over afsplitsingen, geen enkel nieuw recht voor afsplitsers ontstaat. Ik zou u materieel tegemoet willen komen. Je kunt zeggen: moet je dat dubbel regelen? Maar dan wordt het Reglement van Orde misschien toch een beetje een ... Ik zal niet zeggen "een rommeltje", maar misschien wel iets wat er op lijkt. Je moet overtuigd zijn van het feit dat datgene wat in artikel 20 van het Reglement van Orde staat, voldoende en afdoende is. U vroeg mij: is dat afdoende geborgd? Ja, dat is afdoende geborgd. U zei: dat wil ik glashelder uitsluiten. Ja, dat wordt glashelder uitgesloten. Daarmee kom ik u tegemoet in uw wens en lijkt een amendement op dit terrein mij niet nodig.

De heer Van den Oetelaar i (FVD):

Mijn vraag gaat specifiek over het geval van een fusie. Met uw wijziging ontstaat een nieuwe situatie voor fusies. Misschien gebeurt het nooit, maar twee afsplitsers zouden in theorie ook kunnen fuseren. Daar gingen mijn vraag en amendement over.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ja, maar als twee afsplitsers fuseren, dan voldoet het niet aan mijn voorstel, omdat die niet aan verkiezingen hebben deelgenomen.

De heer Nicolaï i (PvdD):

Ook even voor collega Van den Oetelaar: de afsplitsingen waar hij het over heeft, gaan over afsplitsingen van fracties. Het voorstel van de heer Rosenmöller gaat over een politieke groepering. Dat heeft betrekking op artikel 17; daar staat "politieke groepering". Het voorstel gaat over de situatie waarin een politieke groepering haar naam wijzigt of twee groeperingen samengaan. Artikel 20 gaat over de splitsing van fracties. Dat heeft dus niks met politieke groeperingen te maken. Ik ben gekozen namens de Partij voor de Dieren. Dat wij zo heten, ligt aan het reglement. Mevrouw Visseren-Hamakers en ik hebben allebei ooit op een lijst van een politieke groepering gestaan en die is voor ons hetzelfde. Zo staat het in het reglement. Ik denk inderdaad dat daar de essentie ligt: het gaat niet om splitsingen van fracties en samenvoegingen van fracties — we hebben nu heel veel eenmansfracties die kunnen gaan samenvoegen — maar het gaat om de achterliggende politieke groepering.

De voorzitter:

De heer Rosenmöller mag reageren en mag vervolgens zijn betoog vervolgen, maar ik zie inmiddels ook de heer Van Hattem. Laten we dan de heer Van Hattem eerst de interruptie laten plegen. Meneer Van Hattem, u hebt het woord.

De heer Van Hattem i (PVV):

Nu hoorde ik de heer Rosenmöller in de richting van de heer Van den Oetelaar zeggen: met artikel 20 is voldoende geborgd dat afsplitsers ook een beroep kunnen gaan doen op een nieuwe fractienaam in deze Kamer. Maar je zou evengoed kunnen zeggen dat met artikel 17 ook voldoende was geborgd dat bepaalde fracties bij een fusie geen nieuwe politieke banieren kunnen gaan voeren; dat was namelijk de intentie van artikel 17. Er wordt nu dus eerst geprobeerd daar via die hardheidsclausule van af te wijken. Vervolgens gebeurt dat dus nu via een wijziging van het Reglement van Orde; dat is dus een kwestie van tijdens het spel de spelregels wijzigen. Dan is het toch zeer te verwachten dat een afgesplitste fractie op een gegeven moment, als die dat echt wil, ook het soort procedures gaat volgen dat de heer Rosenmöller nu heeft ingezet?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik kan niemand beletten om voorstellen te doen tot wijziging van het Reglement van Orde. Als je tijdens het spel de regels wilt veranderen … Dit spel gaat altijd door. Elke wijziging van het Reglement van Orde is in uw optiek dus een wijziging van de regels terwijl het spel nog gespeeld wordt. Dat is nou eenmaal inherent aan een wijziging van het Reglement van Orde. Wij hebben alleen beoogd enige flexibiliteit te introduceren als het gaat om fusies. Over afsplitsingen hebben wij het helemaal niet. Daarom ben ik zo ondubbelzinnig duidelijk in de richting van de heer Van den Oetelaar. Nou was u degene die het met name had over "waarom nu wel?", "haast", "breed, maar is het dan ook zorgvuldig?", "waarom voor Prinsjesdag?" en die hele procedurele kant.

De voorzitter:

Een vervolgvraag van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

De heer Rosenmöller zegt nu: dit is niet aan de orde voor afsplitsers. Nee, dat is op dit moment niet aan de orde op basis van het Reglement van Orde dat we met z'n allen hebben vastgesteld in 2023. Hij haalt een periode aan vanaf 2021 waarin het fusieproces van GroenLinks en PvdA in gang is gezet. Vervolgens waren de fracties van GroenLinks en PvdA hier allebei met hun volle verstand bij toen dit nieuwe Reglement van Orde in 2023, dus amper drie jaar geleden, werd vastgesteld, ook wetende dat er een fusie op handen was. Ze hebben toch uitdrukkelijk gezegd: geen nieuwe politieke banieren in deze Kamer. Nu is het idee opeens om hier wel van af te gaan wijken. Dan is het toch inderdaad een kwestie van tijdens het spel de spelregels veranderen, nu het op een opportunistische manier goed uitkomt?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik denk daar echt anders over dan de heer Van Hattem. Het heeft niks met opportunisme te maken. Stel dat u degene was geweest die had gezegd: "We begrijpen wel dat je als Eerste Kamer een beetje bij de tijd moet zijn. Als zich een situatie voordoet waarin een partij als de onze fuseert en een nieuwe naam krijgt, dan zien wij de redelijkheid van een hardheidsclausule in. Dan zien wij er de redelijkheid van in dat, zoals dat in het verleden ook gegaan is, dus daarom die voorbeelden, deze fractie GroenLinks-PvdA vanaf de volgende week de fractie PRO heet." Dan hadden we hier helemaal niet gestaan.

De voorzitter:

Tot slot, meneer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik hoor geen argument. Ik hoor alleen dat de heer Rosenmöller zegt: ik had eigenlijk gewoon mijn zin moeten krijgen via de hardheidsclausule. Mijn vraag is als volgt. In 2023 hebben GroenLinks en PvdA allebei ingestemd met deze actuele versie van het Reglement van Orde, waarin duidelijk staat: geen nieuwe politieke banieren, ook niet voor fusies. Waarom hebben deze fracties er toen wel mee ingestemd en komen ze er nu opeens, nu het hun goed uitkomt, op terug?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Het is niet een kwestie van goed uitkomen, maar gewoon van voortschrijdend inzicht.

De voorzitter:

U mag uw betoog vervolgen.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik wil toch nog iets meer zeggen over de haast, de zorgvuldigheid en waarom het voor Prinsjesdag moet. Ik ben als voorsteller de Kamer erkentelijk voor het feit dat men artikel 133, lid 2, van het Reglement van het Orde heeft willen toepassen. Dat is door een overgrote meerderheid van de Kamer gebeurd. De heer Van Hattem zou met alle grote woorden die hij gebruikt — nogmaals, ik geef alle complimenten voor het feit dat hij zich in de materie heeft verdiept — zichzelf ook de vraag kunnen stellen: waarom is het eigenlijk mogelijk dat 90% van deze Kamer deze procedure akkoord en zorgvuldig acht ten aanzien van de wijziging die we willen realiseren, en ik niet? Die vraag zou je jezelf ook kunnen stellen. Ik weet niet wat daarop het antwoord is. In ieder geval is hij ontevreden en persisteert hij in het feit dat het "op een achternamiddag" geregeld is. Dat is natuurlijk volkstaal waarin hij wellicht zelf ook niet gelooft. Het is namelijk echt zorgvuldig gedaan.

De voorzitter:

De heer Rosenmöller laat ons weten: ik weet nog niet wat het antwoord is. Vervolgens gaat de heer Van Hattem staan om dat antwoord kennelijk te geven. Ik wil beide collega's erop wijzen dat het niet de bedoeling is dat u bij elkaar interrupties gaat lopen uitlokken. Ik geef de heer Van Hattem dus in één termijntje de gelegenheid om een antwoord te geven. Daarna vervolgt de heer Rosenmöller zijn betoog.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik kan klip-en-klaar zijn. De heer Rosenmöller haalt nu aan dat er een zorgvuldige procedure wordt gevolgd. Dat is zo wat betreft de termijn, om het maar zo snel mogelijk erdoorheen te krijgen. Het gaat mij om het volgende. Dit vind ik echt het principiële punt hierbij. We hebben een geactualiseerd Reglement van Orde, uit 2023. Iedereen heeft daar toen met zijn volle verstand mee ingestemd, juist ook de fracties van GroenLinks en PvdA. Nu gaan we daar tijdens het spel van afwijken, terwijl van tevoren duidelijk was dat het er al aan zou kunnen komen. De heer Rosenmöller zegt zelf: in 2021 was het fusieproces al in gang gezet. Dan had het toch voorzien moeten kunnen zijn? Dan moet ik niet de bal toegespeeld krijgen, in de zin van: u doet moeilijk. Nee, ik zeg alleen: we hebben een Reglement van Orde en dat hebben we niet voor niets, want dat is namelijk in volle meerderheid van deze Kamer vastgesteld.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Zeker, dat is vastgesteld, maar ook een vastgesteld reglement kun je een paar jaar later weer eens op een klein onderdeel wijzigen. Dat gebeurt allemaal in alle transparantie, met schriftelijke voorbereiding, met gedachtewisselingen als deze en met democratische besluitvorming. Eenmaal vastgesteld is dus niet voor altijd vastgesteld. Dat lijkt de heer Van Hattem wel te willen suggereren. Ik denk dat dat niet past, ook niet voor een Reglement van Orde. Het is misschien nog even goed om daar iets over te zeggen. Als het om eigenbelang zou gaan, dan had ik ook kunnen volstaan met de wijziging van artikel 18. Dat is eigenlijk een complexere situatie, nog los van het feit dat er in 2021 nog geen sprake was van een fusie. Het was een soort start van een samenwerking, waarvan je op dat moment niet weet waar het eindigt, zeker in '21 niet. Ook in '23 was dat per definitie niet zo. Dan ben je natuurlijk wel verder in de samenwerking. Dat klopt. Even kijken. Ik ben even de draad kwijt van wat ik wilde zeggen. O ja! Dat besluit tot die fusie was in '23 nog niet genomen. Een Reglement van Orde kun je wel degelijk ook daarna wijzigen. Dat is wat ik nog een keer wilde accentueren.

Voorzitter. Dan nog de vraag van de heer Van Hattem over afsplitsingen. Dat is toch appels met peren vergelijken. Dat heb ik ook in de schriftelijke behandeling gezegd. De afsplitsing GO en de fusie van onze partij hebben niks met elkaar te maken. Daar heb ik ook geen voorstel voor gedaan. Dat laat ik er aan alle kanten buiten.

Dat geldt ook voor de opmerking dat de registratie bij de Kiesraad voor de Tweede Kamer en het Europees Parlement z'n doorwerking heeft naar de Eerste Kamer en naar het provinciale niveau, het gemeentelijke niveau en het waterschapsniveau. Dat is niet onder alle omstandigheden zo. Terecht zegt de heer Van Hattem dat het centraal stembureau daarvan kan afwijken. Nou ja, dat zullen we dan wel zien, zeg maar. Dat gebeurt niet lichtzinnig. Maar de doorwerking is er. De doorwerking is er op het moment dat je je naam registreert, de Kiesraad dat accordeert en de bestuursrechter daar verder ook geen punt van maakt. Dan is er een doorwerking naar het provinciale niveau, het lokale niveau en het waterschapsniveau. Dat geeft ook geen onduidelijkheid.

Ik vind eerlijk gezegd dat het in de huidige situatie wat onduidelijk is op het moment dat eigenlijk allerlei gremia en de situatie in de samenleving spreken over een partij als PRO, Progressief Nederland, en wij als Eerste Kamer zouden spreken over GroenLinks-PvdA. Dat is toch onduidelijk? Dat moet de heer Van Hattem toch met mij eens zijn?

De voorzitter:

Een interruptie van de heer Van Hattem en daarna gaan we even door met het betoog van de heer Rosenmöller, want anders komen we niet op dreef met dit debat. De heer Van Hattem voor een korte interruptie.

De heer Van Hattem (PVV):

De heer Rosenmöller vraagt zich heel veel dingen af, dus daar moet ik dan toch verduidelijking op geven. Hij zegt: er is geen sprake van onduidelijkheid. Maar we kunnen de volgende situatie krijgen. Als in een provincie — ik heb het voorbeeld van Zeeland genoemd — het centraal stembureau de aanduiding "PRO Zeeland" gaat weigeren voor het GroenLinks-PvdA-deel, dan wordt er straks in de desbetreffende provincie onder een andere naam deelgenomen aan de Provinciale Statenverkiezingen. Daar komt vervolgens een fractie te zitten die een andere naam draagt dan het PRO waar de heer Rosenmöller op hint. Die moeten dan vervolgens deze Eerste Kamer gaan kiezen. Dat bedoel ik met die onduidelijkheid, want als het centraal stembureau die beslissing neemt, dan krijg je die situatie. Er zijn nu eenmaal, ook op provinciaal niveau, partijen die al een geregistreerde aanduiding hebben als "PRO".

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ja, dat kan. Dat kan ik niet uitsluiten. Het is ook niet zomaar waarschijnlijk. Dat is dan toch een situatie die zich op het provinciale niveau afspeelt. Dat heeft verder geen repercussies voor onze naamgeving als partij in de Eerste Kamer.

De voorzitter:

De heer Van Hattem nog kort op dit punt en dan gaan we door.

De heer Van Hattem (PVV):

Dat heeft wel degelijk repercussies, want je krijgt dan de volgende onduidelijkheid. Vanuit een provincie worden de Eerste Kamerleden verkozen. In de provincie kiest zo'n fractie dan dus niet voor de fractie PRO die hier in de Eerste Kamer zou zijn beoogd, maar er zit dan een fractie Links Zeeland — ik noem maar wat — die dan voor PRO gaat kiezen. Dus je krijgt dan toch een heel andere situatie.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ik kan dat in theorie niet uitsluiten, maar nogmaals, dat heeft verder geen enkele repercussie voor de naamgeving hier van onze fractie op dit moment. Daar wil ik het bij laten. Ik zou niet weten wat ik daar anders nog over zou moeten zeggen. Dat is die onduidelijkheid of duidelijkheid met betrekking tot de rol van de provincie.

De heer Van Hattem maakte ook nog een soort grapje met de afkorting van mijn eigen naam; dat grapje heb ik zelf overigens ook weleens gemaakt. Maar dat zou toch wel iets te veel eigenbelang zijn, zal ik maar zeggen. Ik geloof dat hij daar ook wel mee in zou stemmen. Dat was met een kwinkslag geformuleerd, denk ik.

Ik denk dat ik de belangrijkste vragen van collega Van Hattem dan heb beantwoord.

Dan nog even de heer Van Gasteren, met dank voor het uitgebreide amendement. Wat ik beoog — en daar zit de heer Van Gasteren toch wel iets anders in — is dat je eigenlijk de rechten van een gefuseerde fractie regelt en daar iets van flexibiliteit aan toevoegt. Er is een regeling, maar je haalt het daarmee uit de politieke sfeer, zoals dat in de Tweede Kamer gebeurt. Daar is veel minder geregeld en zou het in het Presidium besproken en in de Kamer besloten moeten worden. Ik ben het eens met de checks-and-balances. Ik ben ook blij dat u zegt dat zoiets zou moeten kunnen op het moment dat zo'n naam breed erkend wordt. Het moet ook niet tot een situatie leiden waarin allerlei vluggertjes met namen van partijen ontstaan die tot een onoverzichtelijke situatie leiden. Ik denk ook echt dat dat niet gebeurt, als je gewoon even in de praktijk kijkt naar hoe dat werkt en hoe zorgvuldig partijen omgaan met een mogelijke wijziging van hun naam of met fusies. Het gebeurt zelden; we kennen nagenoeg alle voorbeelden op de vingers van één hand. Ik zou dan tegen de heer Van Gasteren willen zeggen dat die zorgvuldigheid aan de voorkant, voordat je een gefuseerde partij bij de Kiesraad aanbrengt, misschien toch nog wat onderbelicht is in datgene wat hij aan de orde stelt. Nog even los daarvan, want hij heeft een aantal vragen gesteld die ook in de schriftelijke gedachtewisseling terugkwamen en die ook de lijn van zijn amendement zijn. Dus nogmaals, met waardering daarvoor, maar daar zitten toch ook een paar dingen in die ik wel kan begrijpen en een paar dingen die ik niet kan begrijpen. Laat ik er twee noemen die ik niet kan begrijpen of die bij mij leiden tot de conclusie dat je het amendement beter kunt ontraden.

De eerste is waarom aan de Voorzitter van de Kamer toch meer rechten worden toegekend dan in het Reglement van Orde gebeurt. Mijn reactie in de richting van de heer Van Gasteren zou zijn: je maakt het juist politieker. Als je het in het Reglement van Orde gewoon regelt en vervolgens de Voorzitter informeert, past dat veel meer in de denktrant en de wijze waarop het Reglement van Orde is ontstaan en opgesteld.

Een tweede punt, even als voorbeeld, is dat u zegt dat de hele fractie heeft besloten tot de naamswijziging. Hoe kunnen ik, u of een andere collega beoordelen of een hele fractie tot die naamswijziging is gekomen en daarmee heeft ingestemd? Dat is, denk ik, ondoenlijk. Dat is maar een voorbeeld van een element uit uw amendement, omdat het zo groot is, waarvan ik denk dat we dat pad niet op moeten, los van elementen die dus wel goed zijn, zoals bijvoorbeeld de Kieswet, die ook in mijn voorstel zit.

De voorzitter:

Tenzij de heer Van Gasteren op dit punt wil reageren, zou ik willen voorstellen dat de heer Rosenmöller zijn reactie afmaakt en dat we daarna de interruptie van de heer Van Gasteren beluisteren.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

De heer Van Gasteren heeft het ook over een gesloten systeem. Dit is ook een gesloten systeem, maar met meer flexibiliteit. Dat is ook wat ik zou willen. Misschien nog even in de richting van de collega's, en ook in de richting van de heer Van Hattem, want dit is waar ik net even naar op zoek was: mijn voorstel beperkt het niet alleen tot de fusie van GroenLinks en PvdA op weg naar PRO. Dat is namelijk een fusie waarbij eerst twee fracties fuseren, dan een partij fuseert en dan een nieuwe partij ontstaat. Dat is de wijziging uit artikel 18, derde lid. Omdat wij dat willen, hebben we gezegd: we moeten dat toch ietsje breder trekken naar mogelijke fusies, met verwijzing naar voorbeelden uit het verleden. Zo regel je niet alleen maar de meest complexe situatie, maar ook de minder complexe situaties. Bijvoorbeeld: de Partij voor de Vrijheid besluit tot een andere naam. Als je aan de verkiezingen hebt meegedaan en die naam is geregistreerd, dan zou dat moeten kunnen. Dat is de eenvoudigere manier. Dat is wat ik nog wilde toevoegen naar aanleiding van de gedachtewisseling op dit punt.

Dan ben ik, denk ik, in zijn algemeenheid toe aan de appreciatie van het amendement van de heer Van Gasteren. Met nogmaals waardering voor hetgeen er staat en de wijzigingen die ik heb geprobeerd tot mij te nemen, vind ik het geen verbetering. Als ik in die positie ben, zou ik de Kamer het amendement dus willen ontraden. Dat is omdat er elementen in zitten die volgens mij in de uitvoering niet werken en omdat het een meer politieke component introduceert in plaats van het geobjectiveerde element. Dat is, denk ik, wat ons scheidt.

De voorzitter:

Bent u, meneer Rosenmöller, daarmee gekomen aan het einde van uw beantwoording?

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Ja.

De voorzitter:

Dank daarvoor. De heer Van Gasteren heeft nog een interruptie.

De heer Van Gasteren i (Fractie-Van Gasteren):

Dank voor de beantwoording. Voordat de bijdragen door u werden becommentarieerd, begon u met de opmerking: we hadden plan A, met artikel 142. Dat werkte niet, dus had u dit plan. Dat noemen we dan maar even plan B. In de tekst van de toelichting heeft de heer Rosenmöller het elke keer over "wij". Daarmee verwijst hij naar een interne discussie. Het amendement is nu juist bedoeld om die interne discussie enigszins te formaliseren. Als je het lijstje volgt, zou het aanleveren van de informatie die gevraagd wordt haalbaar moeten zijn. Daarbij heeft de Voorzitter helemaal geen politieke rol. Volgens mij heeft onze Voorzitter geen politieke rol, maar een procestoetsende rol, samen met de collega's. Mijn vraag aan collega Rosenmöller is wat ertegen is om een plan C, namelijk het amendement of een geamendeerd amendement, toe te voegen, in plaats van "Wij van WC-Eend vinden dat we nu WC-Eend moeten heten".

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

"Wij van WC-Eend" klinkt een beetje badinerend, maar ik ga toch even door op dat voorbeeld. "Wij van WC-Eend heten WC-Eend" is niet zomaar geregeld. Er gaat een heel zorgvuldig proces aan vooraf voordat uiteindelijk twee partijen fuseren, waar allerlei mensen bij betrokken zijn, zoals leden, kaderleden et cetera. Vervolgens wordt er een nieuwe naam gekozen. Dat is een heel zorgvuldig proces.

U zegt: de Voorzitter heeft een procesmatige taak. In uw punt 6, en dan kijk ik even naar artikel 1 in uw voorstel, staat: "De Voorzitter en de Ondervoorzitters beoordelen het verzoek en de overgelegde documentatie aan de hand van het vijfde lid en brengen daarover binnen twee weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk en gemotiveerd advies uit aan het College van fractievoorzitters." Me dunkt, dat is geen procedure. Zij beoordelen dat. Je vraagt de Voorzitter van onze Kamer, die een neutrale positie heeft en die boven de partijen staat, samen met de Ondervoorzitters, die dezelfde positie hebben op het moment dat ze Ondervoorzitter zijn, dus om een oordeel te vellen over in dit geval een naamswijziging van een fractie. Dat moeten we niet willen.

De voorzitter:

Meneer Van Gasteren, u wilt nog een vervolgvraag stellen? Gaat uw gang.

De heer Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren):

Nog één opmerking. Gezien de tijd denk ik inderdaad dat we er dan mee moeten stoppen. Ik denk dat er gewoon twee meningen zijn. Eén daarvan is dat het voorstel ervan uitgaat dat de Voorzitter en de collega's daaromheen een toetsende rol hebben. Zij moeten toetsen of de zorgvuldigheid waar de heer Rosenmöller naar verwijst ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, aan de hand van een aantal criteria; niet meer dan die drie, vier of vijf criteria en geen enkel ander criteria. Dat kan vrij snel. Dat voorkomt in ieder geval gedoe. In uw geval is dat misschien niet zo, maar in elk toekomstig potentieel geval misschien wel. Het voorkomt gewoon gedoe. Het kost ook niet veel meer tijd. Ik heb dus nog steeds niet goed in beeld waarom het een probleem zou zijn om een amendement te hebben met een procedure die verder gaat dan de mededeling "we hebben net als fractie besloten dat we zo heten". Maar goed, ik denk dat we naar de tweede termijn zouden kunnen.

De voorzitter:

Dat is een fantastisch idee. Maar de heer Rosenmöller wil daar nog heel kort iets over zeggen. Daarna gaan we inderdaad naar die langverwachte tweede termijn. Meneer Rosenmöller, tot slot.

De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):

Dat miskent dan het proces van de Kiesraad, die er nog iets over moet zeggen. Die zal er toch goed naar kijken. Als mensen het er niet mee eens zijn, kunnen zij naar de bestuursrechter gaan en naar de Raad van State, die er ook weer een oordeel over moeten vellen. Dus mij dunkt, als we het hebben over checks and balances …

Het brengt ons waarschijnlijk niet bij elkaar, want u heeft goed nagedacht over uw amendement. We zijn het over een deel eens, maar we zijn het ook over een deel oneens. Dat maakt dat ik, alles afwegende, het amendement toch ontraad.

De voorzitter:

Meneer Rosenmöller, dank voor uw beantwoording.

Dat brengt ons bij de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef in deze tweede termijn als eerste het woord aan de heer Van Gasteren namens de Fractie-Van Gasteren.