Verslag van de vergadering van 8 september 2026 (2025/2026 nr. 40)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 15.45 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Rosenmöller i (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel. Ik doe het even in de volgorde van de sprekers.
De heer Van Gasteren zegt: het enige wat ik wil, is het aanleveren van het aantal stukken. Maar dat is niet het punt, denk ik. In mijn voorstel staat ook dat je naar de Kiesraad gaat en … afijn, al dat soort dingen die ik daarin heb opgenomen. Wat u doet, vind ik … En dat is een herhaling van zetten: enerzijds neemt u iets op in de criteria die je niet kunt controleren. Dat is het element, onder andere, van de check op de unanimiteit van de fractie. En het tweede element — dat vind ik zo mogelijk bezwaarlijker — is dat je eigenlijk een politiek element introduceert en neerlegt bij de Voorzitter van de Kamer en de Ondervoorzitters. Dat doet de Tweede Kamer wel, dat doen wij juist niet. Dat doen we zo min mogelijk, ook in ons hele Reglement van Orde, om de Voorzitter, of haar of zijn plaatsvervangers, juist uit die politieke context te halen. Ik denk dat dat ons als Eerste Kamer door de bank genomen goed bevalt. Dat is waar u en ik niet bij elkaar komen in het amendement. Nogmaals, op andere punten wel.
Ik denk dat we het er ook over eens zijn dat de procedure via de Kiesraad en de mogelijke rechter die daar een uitspraak over doet, toch ook wel een onderdeel is van de door ons beiden gewenste zorgvuldigheid van een wijziging van een naam van een fractie in de Eerste Kamer. Dat is iets wat je niet te kust en te keur moet willen. Nogmaals, ik denk, en ik heb geprobeerd dat beargumenteerd aan te geven, dat dat ook niet de situatie is.
Dan de heer Van Hattem. Ja, "Tom Poes, verzin een list." Kijk, wij liepen tegen een situatie aan die niet werd gedekt door het Reglement van Orde. Wij dachten: ja, dat is toch eigenlijk raar. Je kunt ook niet zeggen dat als je tegen een werkelijkheid aanloopt die je niet helemaal had voorzien in 2021 of in 2023, je jezelf gaat afsluiten voor een mogelijke wijziging van het Reglement van Orde. Want in uw redenering kan je het Reglement van Orde nooit wijzigen, want "het spel" gaat altijd door. Dat heb ik ook in de eerste termijn gezegd. Zo simpel is het. Hebben die mensen in 2023 hun werk slecht gedaan? Nee, die hebben hun werk niet slecht gedaan. Hebben ze een situatie die zich na 2023 heeft voorgedaan over het hoofd gezien? Ja, die hebben ze over het hoofd gezien. Konden ze dat over het hoofd zien? Ja, dat weet ik niet. Konden ze het zien? Dat weet ik niet. Wij zien het in ieder geval nu. Wij maken het mee. En als je iets meemaakt … Ja, dan heb ik het eerst via 142 geprobeerd, via de hardheidsclausule, en doe ik het nu via de wijziging van artikel 17 en 18. Dat is gewoon een aanpassing op basis van een werkelijkheid die in de politiek ontstaat. En dan zegt u: het is dus opportunisme. Het is helemaal geen … Kijk, iets wordt niet opportunistischer als je vijf keer zegt dat het opportunistisch wordt. Ik bedoel, u gebruikt dat woord aan de lopende band, maar daarmee wordt het natuurlijk niet opportunistisch. Sterker nog, het zou eventueel opportunistisch zijn als u met die kwinkslag de fractie adviseert om af te splitsen en u mijn voorletter en de eerste twee letters van mijn achternaam zou willen gebruiken, maar ook dan is dat geen oplossing. Wij willen de naam PRO, zoals de partij heet, ook in de Eerste Kamer gebruiken. Dan is die kwinkslagoplossing natuurlijk geen oplossing.
De heer Van Hattem i (PVV):
De heer Rosenmöller doet nu alsof ik zeg dat het Reglement van Orde nooit gewijzigd mag worden. Nee, we hebben destijds juist een commissie gehad die na geruime tijd ging kijken hoe het Reglement van Orde bij de tijd kon worden gebracht. Er is heel veel tijd in gestoken. Er is zorgvuldig bij stilgestaan. Daar is amper drie jaar geleden een zorgvuldig advies uit gekomen, waar deze Kamer in meerderheid mee heeft ingestemd en waar, zoals ik al zei, ook de heer Ruud Koole van de Partij van de Arbeid bij betrokken was. Daar hebben dus gewoon mensen met hun volle verstand aan meegewerkt. Ze hebben gezegd: we moeten geen nieuwe politieke banieren willen in deze Kamer. Neemt de heer Rosenmöller dan nu afstand van het idee dat toen heel zorgvuldig is gezegd dat we geen nieuwe politieke banieren moeten willen?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Nee, daar neem ik geen afstand van. Ik concludeer wel dat de situatie zoals die in 2023 is opgenomen in het Reglement van Orde een bepaalde mate van flexibiliteit ontbeert om recht te kunnen doen aan situaties die we misschien toen niet konden voorzien maar die wel zijn ontstaan. Dat is wat ik nu regel via de wijziging van artikelen 17 en 18. Dat doe ik, nogmaals, ook verwijzend naar het recente en verdere verleden voor wat betreft situaties die zich hebben voorgedaan — ik doel dan op naamswijzigingen van fracties, fusies, meerdere partijen et cetera — waar de Kamer gewoon mee akkoord ging zonder dat het in het Reglement van Orde stond. Wat dat betreft codificeer ik alleen maar iets: wat in het verleden een gebruik was, komt nu in het Reglement van Orde. Dat is in 2023 niet in het Reglement van Orde gekomen. Nu is het drie jaar later en stel ik voor dat we dat wel in het Reglement van Orde opnemen, omdat we niet bij unanimiteit konden beslissen over de wens om onze fractie PRO te noemen.
De voorzitter:
Een korte vervolgvraag nog van de heer Van Hattem. Dit neigt naar een herhaling van zetten.
De heer Van Hattem (PVV):
Het komt er toch elke keer op neer dat het gaat om de wens van de fractie van GroenLinks-PvdA. Dat is gewoon de kern van het verhaal. Het gaat niet om een brede wijziging van het Reglement van Orde. Ik heb het net opportunistisch genoemd, maar het gaat erom dat een stukje persoonlijk maatwerk wordt aangebracht — bij de Belastingdienst noemen ze dat geloof ik "ruling" — in de richting van de fractie van GroenLinks-PvdA om dit geregeld te krijgen. Dan vraag ik me het volgende af. De heer Rosenmöller zegt letterlijk: ik neem geen afstand van het principe "geen nieuwe banieren". Maar hij doet dat dus wel zo gauw hij zelf een nieuwe banier wil gaan voeren. Neemt hij nou afstand van dat principe of niet?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Nee. Kijk, het is een andere banier. Er verdwijnen er twee en er komt er één voor terug. Dat is één. Uw woordkeuze is al een stuk genuanceerder. Ik zou zeggen dat we elkaar kunnen vinden als we zeggen: er is een Reglement van Orde dat in heel veel voorziet, maar als het gaat om een fusie en een situatie zoals wij die nu doormaken, voorziet dat eigenlijk niet in de situatie dat we die naam kunnen gebruiken. Die flexibiliteit zou je toch in alle redelijkheid moeten kunnen betrachten. Als we dat met elkaar overeenkomen, zijn we zaken aan het doen.
De voorzitter:
Meneer Rosenmöller, ik geef u graag de gelegenheid om uw beantwoording in de tweede termijn af te ronden.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik kreeg nog een vraag.
De voorzitter:
Ja, maar anders gaan we elkaar weer vragen stellen en daar geef ik geen ruimte voor, want daar is het debat niet voor bedoeld. Als de beantwoording daar straks aanleiding toe geeft, kunt u nog een keer deze kant op komen voor een interruptie, maar ik wil de heer Rosenmöller nu echt de kans geven om zijn beantwoording af te maken. Meneer Van Hattem, ik geef u nu niet het woord voor een interruptie, want de heer Rosenmöller krijgt het woord om zijn beantwoording af te maken.
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Ik zal minder aan uitlokking doen. Ik heb nog twee vragen te beantwoorden. De spoedeisendheid gekoppeld aan Prinsjesdag. Ja, strikt genomen is dat natuurlijk ook geen must. Zo heb ik het ook in het schriftelijke verslag opgenomen. Het is geen must, maar het is natuurlijk wenselijk. Dat wil zeggen, wij vinden het wenselijk en de meerderheid van de Kamer leek het wenselijk te vinden om een procedure te starten waarmee we die naamgeving in het nieuwe politieke jaar, dat begint op Prinsjesdag volgende week, dan ook in de Eerste Kamer kunnen bezigen. Als de Kamer daar vanavond mee instemt, zullen we de voorzitter laten weten dat dat onze wens is. Dan is dat per vandaag geregeld, denk ik. Dus moet dat per se? Nee, dat moet niet per se. Is dat een sterke wens? Ja, dat is een sterke wens. Waarom? Ik denk dat ik dat net heb aangegeven. De laatste vraag van collega Van Hattem — excuses voor het feit dat ik die niet in eerste termijn heb beantwoord — gaat over de casus van de Partij voor de Dieren. Daarin is sprake van een afsplitsing. Er heeft zich een afsplitsing voorgedaan. Als er weer een fusie zou plaatsvinden, dan wordt het: Partij voor de Dieren-Fractie-Hamakers. Ze kunnen de volgorde zelf bepalen, maar dan is er geen situatie die voldoet aan de criteria die ik onder artikel 17 of 18 opneem in de wijzigingen die hen brengt tot de mogelijkheid een nieuwe naam te introduceren.
Dat was wat ik wilde zeggen, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u zeer. De heer Van Hattem heeft tot slot nog een interruptie.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik moet concluderen dat de heer Rosenmöller voortdurend alleen maar redeneert "het is de wens van onze fractie" en "wij vinden het wenselijk dat dit gebeurt". Dat haalt eigenlijk het hele verhaal onderuit dat dit vanuit het brede belang van de Kamer wordt gedaan en dat de wijzigingen een hoger doel dienen. Kan de heer Rosenmöller bevestigen dat dit voorstel enkel en alleen is gedaan in het belang van de eigen fractie?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Nee, dat is niet het geval. Dat zou een te enge interpretatie zijn. De aanleiding is inderdaad de fusie van GroenLinks en de Partij van de Arbeid tot Progressief Nederland, PRO. De wijziging van het Reglement van Orde heeft een bredere strekking omdat wij niet het verwijt zouden willen krijgen dat wij alleen maar onze eigen situatie willen regelen. Wat betreft de bredere strekking van de Kamer: we zullen vanavond bij de stemmingen zien wat de Kamer, al dan niet breed, van mening is.
De heer Van Hattem (PVV):
Over het punt van de Partij voor de Dieren en de Fractie-Visseren-Hamakers wil ik het volgende zeggen. Er wordt nu gezegd dat het een afsplitsing is, maar er is eigenlijk een hele andere situatie geweest. Er was niet zozeer sprake van een afsplitsing, maar van mensen die hun lidmaatschap opzegden. Daardoor ontstond er een specifieke situatie. Daarvan kan iemand zeggen: ja, dit zijn dusdanig unieke, bijzondere situaties dat wij ook moeten zeggen dat we zo'n uitzondering moeten kunnen bedingen. Daarover zegt de heer Rosenmöller: nee, dat is niet aan de orde. Is dit nu eigenlijk niet: als het ons uitkomt, doen we het wel, maar als het bij andere fracties aan de orde zou zijn, dan is het gewoon nicht im Frage?
De heer Rosenmöller (GroenLinks-PvdA):
Tot slot, voorzitter. Nee, dat kan iemand niet zeggen. Ja, hij kan dat wel zeggen, maar hij kan op geen enkele wijze een beroep doen op het Reglement van Orde om dan anders te handelen dan wat er nu in staat over afsplitsers of over fusies van partijen die niet eerder aan de verkiezingen hebben deelgenomen. Dat is dus echt niet aan de orde. Nogmaals, de aanleiding van dit voorstel is de situatie van de fusie van onze partijen, maar ik heb het wijzigingsvoorstel breder getrokken, om me zo niet alleen maar te beperken tot de meest complexe situaties, maar in dit geval ook om eenvoudiger vormen van fusies tot een meer flexibele en bij de tijd passende regeling in het Reglement van Orde te maken. Dat gaat dan met name over artikel 17, lid 4 en lid 5.
De voorzitter:
Dank u zeer, meneer Rosenmöller, voor de beantwoording in de eerste en de tweede termijn. Ook dank aan de collega's die het woord hebben gevoerd tijdens dit debat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
Ik kom tot afhandeling van het debat over het voorstel tot wijziging van het Reglement van Orde in verband met het introduceren van meer flexibiliteit in de naamgeving van fracties van fuserende politieke groeperingen (CLXXVII). Ik stel voor om na de dinerpauze eerst te stemmen over de ingediende amendementen. Voor de goede orde noem ik ze nog even: het gewijzigde amendement onder E, van het lid Van Gasteren, en het amendement onder F, van het lid Van den Oetelaar. Ik stel voor om daarna, zoals de Kamer al eerder besloten heeft, hoofdelijk te stemmen over het voorstel in zijn geheel. Is dat akkoord? Ik zie dat de heer Van Hattem nog een punt heeft. U heeft het woord, meneer Van Hattem.
De heer Van Hattem (PVV):
Ik had ook gevraagd om hoofdelijk te stemmen over het ingediende amendement.
De voorzitter:
Als u dat vraagt, dan gaan we dat zo doen. Dat betekent dat we … Meneer Van Hattem, komt u even terug. Gaat dat over het gewijzigd amendement met letter E van Van Gasteren of gaat het over allebei de amendementen?
De heer Van Hattem (PVV):
Ik heb er een principieel punt van gemaakt dat alle leden van deze Kamer hun mening hierover individueel moeten kunnen uiten, omdat het over hun Reglement van Orde gaat. Daarom vind ik dat er over beide amendementen hoofdelijk gestemd moet kunnen worden.
De voorzitter:
Dank u zeer.
De heer Janssen i (SP):
Voorzitter, even ter verheldering: u heeft het over het gewijzigd amendement-Van Gasteren. Bedoelt u daarmee het nader gewijzigd amendement-Van Gasteren? Of is er toch niets meer nader gewijzigd?
De voorzitter:
Nee, als het nader gewijzigd zou zijn, dan had ik u dat gemeld. Het gaat over het gewijzigd amendement met letter E, zoals u het bij de vergaderstukken aantreft. De heer Janssen heeft een vervolgvraag.
De heer Janssen (SP):
Het punt dat de heer Van Gasteren heeft aangegeven, namelijk dat de Provinciale Staten eruit zouden moeten, blijft erin staan? Dat wijzigt niet meer? Daar zit mijn misverstand.
De voorzitter:
Oké. Dat misverstand kan ik uit de weg helpen: er is geen nader gewijzigd amendement. U krijgt het amendement dat er al lag, met letter E.
Ik was aan het rondvragen in de Kamer of de werkwijze van stemmen akkoord is. Ik stel vast dat dat het geval is. Dan schors ik nu de vergadering voor enkele ogenblikken.