Plenair De Vries bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.12 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer De Vries i (SGP):

Dank u wel, voorzitter. In de Bijbel komen we al waarschuwingen tegen voor een te grote concentratie van macht en bevoegdheden. God voorspelde van koningen al dat die te veel macht zouden opeisen. Zelfs een goede koning als David was niet immuun voor het gevaar van oneigenlijk gebruik van macht en bevoegdheden. Niet voor niets is er in onze rechtsstaat sprake van een duidelijke verdeling van macht over verschillende instituties. Het is eigenlijk een christelijk principe. Ook voor Europa vindt onze fractie het belangrijk om niet te veel macht en bevoegdheden te concentreren op één plaats.

De Staat van de Europese Unie 2026 roept op tot een sterker Europa. De aanleiding voor die oproep is helder. De geopolitieke omstandigheden zijn de afgelopen jaren sterk gewijzigd en de positie van Europa staat onder druk. Terecht wordt de vraag gesteld of ons continent de problemen het hoofd kan bieden zonder meer concentratie van macht en bevoegdheden voor de Europese Commissie om de slagvaardigheid te verhogen. Tegelijkertijd kun je de tegenvraag stellen of het antwoord op deze vraag wel zo vanzelfsprekend "ja" is. Is een groeiende samenwerking tussen lidstaten met een blijvende eigen autonomie een even goede mogelijkheid om de geopolitieke uitdagingen het hoofd te bieden? Voor veel zaken is goed te beargumenteren dat ze allereerst een nationale verantwoordelijkheid zijn. Onze fractie pleit daarom voor terughoudendheid in het overdragen van nationale bevoegdheden aan Europa. We zijn er ook positief over gestemd dat we zien dat de Europese Commissie zelf op een aantal plaatsen in de Staat van de Unie meer de samenwerking benadrukt dan het naar zich toe trekken van bevoegdheden.

Voorzitter. Een van de gebieden waar samenwerking een krachtige rol kan vervullen, is de ontwikkeling en inzet van artificiële intelligentie. Er zijn op dat gebied door de Commissie goede initiatieven ontplooid, onder meer met de European AI Act. Door middel van een Omnibus wil de Europese Commissie eenvoudigere wetgeving ontwikkelen. Daarbij is op diverse plaatsen de kans op bedreigingen voor de privacy te zien. Onze fractie betreurt dit en stimuleert het kabinet om waakzaam te zijn bij deze ontwikkeling. Ik vraag daarom welke inzet het kabinet pleegt om tot een zorgvuldig AI-toezichtskader te komen, waarbij innovatie middels AI ruimte krijgt, maar tegelijk concrete en heldere kaders worden geformuleerd waarbinnen AI en inspectie moeten opereren. Dat te meer vanwege de constatering dat bij deze, maar ook bij andere Omnibusvoorstellen, geen impactanalyse is uitgevoerd. Daardoor is er in feite te weinig zicht op de mogelijke gevolgen van de voorgestelde wetgeving. Het kabinet had bij de onderhandelingen wel gepleit voor meer zorgvuldigheid, maar had daar niet de handen voor op elkaar gekregen, zo begrepen we van onze staatssecretarissen. Een vraag aan de minister: is er van de kant van het kabinet niet meer daadkracht nodig om het proces in goede banen te krijgen?

Voorzitter. Vorig jaar constateerde onze fractie al dat het energieverbruik van AI in de Staat van de Unie onderbelicht bleef. Datacenters en AI gebruiken nu al 1,5% van het wereldwijde energieverbruik. Dit stijgt snel. Het aantal stemmen dat een waarschuwing laat horen, is het afgelopen jaar alleen maar toegenomen en verdient daarom de aandacht. Het optimisme dat AI zal helpen om toenemend energieverbruik tegen te gaan, wordt door de geschiedenis gelogenstraft. Een winst in energiezuinigheid wordt al snel tenietgedaan door toegenomen gebruik. Vraag aan de minister: hoe kan het kabinet verduurzaming van AI — dus niet alleen maar energiezuinigheid, maar verduurzaming van AI — in Europees verband bevorderen?

Positief gestemd zijn we over het motief achter de Omnibussen om de regeldruk vanuit Brussel te verminderen. Dat motief speelt niet alleen op het gebied van digitale veiligheid, maar ook bij andere beleidsterreinen, zoals migratie, veiligheid en het gebruik van grondstoffen en energie. Met instemming lazen we in de appreciatie dat de door de Commissie voorgestelde Omnibus voor burgers, eveneens gericht op het terugdringen van administratieve regeldruk, geen afbreuk mag doen aan de rechten van EU-burgers. Ook hier wordt opgemerkt dat er onvoldoende inzicht is in de impact van deze Omnibus. Dit kabinet heeft verder beloofd om zelf ieder jaar met voorstellen te komen om 500 regels te schrappen. Dat is een mooie nationale ambitie, maar gaat het kabinet zich er nu ook voor hardmaken dat ook de EU een dergelijke jaarlijkse ambitie stelt?

Nog een initiatief dat onze fractie toejuicht, is het beschermen van kwetsbare jongeren tegen ongewenste invloeden van sociale media. Een gezamenlijke Europese strategie zou hier heel dienstbaar kunnen zijn. Als jongeren opgesloten raken in een digitale bubbel, raken zij het vermogen tot kritische reflectie kwijt. Ik vraag de minister welke inzet het kabinet in Europees verband pleegt om ongezond gebruik van sociale media tegen te gaan.

Eveneens met instemming lazen we het voornemen van de Europese Commissie om onafhankelijker te worden van het buitenland, met name van de Verenigde Staten, op het gebied van ICT-platforms en infrastructuur. Een goede strategische samenwerking zonder bevoegdheidsoverdracht kan dienen om deze gewenste onafhankelijkheid te realiseren.

Voorzitter. Onze fractie is blij met het feit dat de Commissie zich blijft inzetten voor steun aan Oekraïne. De blijvende onafhankelijkheid van dit land is niet alleen voor het land zelf, maar voor de veiligheid van heel Europa van groot belang. Te ver gaat het ons om een onafhankelijk Europees leger op te tuigen. Ook het zich mengen in bevoegdheden die aan de NAVO toebehoren, zien we als onwenselijk. Ook dit zien we als een wenselijke machtenscheiding die Brussel moet respecteren.

Onze fractie constateert met instemming dat het kabinet in zijn appreciatie de rol van de lidstaten in dat opzicht bewaakt. We zien bijvoorbeeld dat het kabinet bij de door de Commissie voorgenomen versterking van Europol opmerkt dat dit altijd in overleg met nationale politiediensten en met behoud van nationale zeggenschap dient te gebeuren. Het kabinet ziet ook geen noodzaak voor de voorgestelde uitbreiding van bevoegdheden voor Eurojust, de European Union Agency for Criminal Justice Cooperation. In de appreciatie wordt ook gewezen op het vasthouden aan consultatie van het Europees Parlement en EU-lidstaten. Ook op dit punt is het ongewenst als de Europese Commissie een eigen beleid gaat voeren zonder dat de lidstaten hierin gekend worden.

Voorzitter. Dat is des te opmerkelijker, omdat het kabinet deze lijn van nationale autonomie niet lijkt vast te houden op het punt van zorg en welzijn. Zo lijkt het zich erbij neer te leggen dat abortus gefinancierd wordt vanuit het ESF+-fonds, terwijl het zeer de vraag is of dat past bij de vastgestelde kaders van dat fonds en hoe dat zich verhoudt tot de nationale autonomie. Lidstaten denken hier verschillend over. Ook in Nederland is het parlement verdeeld op dat punt. Dat het debat op politiek en moreel niveau nog lang niet is afgerond, lijkt onbelangrijk te zijn voor de EU. Die wil abortus hoe dan ook mogelijk maken. Zij zet haar financiële mogelijkheden in om invloed uit te oefenen op ethische kwesties, terwijl ze daar helemaal niet over gaat. Mijn vraag aan de minister: zou die nationale bevoegdheid niet een harde lijn moeten zijn die de Europese Unie niet moet kunnen passeren, ook niet door creatief gebruik van de bevoegdheden die de EU wél heeft? Geldt dit niet voor nog meer ethische kwesties?

Andere plaatsen in de appreciatie waar de nationale autonomie benadrukt wordt, zijn de armoedebestrijding en de routekaart voor de toekomst van digitaal onderwijs en digitale vaardigheden. Bij dat laatste roept de vrijheid van onderwijs, die in ons land grondwettelijk verankerd is, op tot beperking van de EU-bevoegdheden.

Ten slotte noemen we in dit kader het klimaatbeleid. Het kabinet bepleit rekening houden met locatiespecifieke omstandigheden in Europees beleid. Daar stemmen we helemaal mee in. Ondertussen is het wel de vraag of Nederland die ruimte moet gebruiken om strengere eisen aan klimaatgerelateerde doelen te stellen in andere lidstaten, zoals Duitsland. Mijn vraag aan de minister: welke inzet pleegt dit kabinet om in EU-verband andere belangen te laten wegen naast het belang van natuurherstel? Gaat het kabinet zich ervoor hardmaken om de stand van de natuur feitelijk te meten in plaats van die te baseren op een abstract rekenmodel? Kortom, wordt de daadwerkelijke stand van de natuur in beeld gebracht door observatie in plaats van postulatie? En gaat het dit kabinet lukken om de EU aan het verstand te peuteren dat ieder EU-land zijn eigen afwegings- en beleidsruimte verdient, om zo tot passende maatregelen te komen die recht doen aan de nationale omstandigheden?

Voorzitter. Samenvattend kunnen we zeggen dat onze fractie verheugd is over menig signaal dat het kabinet aan de Europese Commissie afgeeft om de eigenheid en autonomie van de lidstaten niet uit het oog te verliezen. Tegelijk hebben we enkele punten van zorg aangegeven. We zien uit naar de antwoorden van het kabinet op de vragen die we in dit verband gesteld hebben.

Ik wil misschien mijn laatste zin wijden aan iets wat nog niemand gedaan heeft, namelijk collega Steenkamp danken voor en feliciteren met zijn maidenspeech. Ik heb gezegd.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Er is een heel terechte vraag gesteld over de staat van de natuur, hoe die wel of niet gemeten wordt, en of er alleen van rekenmodellen wordt uitgegaan. Ook wat mij betreft is het inderdaad een grote zorg dat er te veel naar die rekenmodellen wordt gekeken. Ik heb inmiddels echter begrepen dat er wel degelijk ook natuurmonitoring plaatsvindt, dat er tellingen en onderzoek plaatsvinden, dat dit door de Nederlandse provincies wordt bijgehouden en vervolgens kenbaar moet worden gemaakt aan Brussel, aan de Europese Commissie. Als het goed is, zijn er dus monitoringsgegevens, maar de ruwe data daarvan worden niet vrijgegeven. Mijn vraag is of de SGP het met mij eens is dat deze ruwe data voor iedereen vrij zouden moeten worden gegeven, zodat er onafhankelijk onderzoek kan worden gedaan naar de staat van de natuur en we inderdaad niet alleen maar op rekenmodellen hoeven terug te vallen.

De heer De Vries (SGP):

Dat zou inderdaad heel goed zijn. Mijn voornaamste zorg zou zijn dat die data niet ook daadwerkelijk gebruikt worden in regelgeving. Dat ze voor iedereen beschikbaar moeten zijn, is één. Het lijkt mij nog belangrijker dat ze gebruikt worden.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik denk dat we het daarover eens kunnen zijn. Zou het niet ook belangrijk zijn dat de minister zich er hard voor maakt dat deze ruwe data beschikbaar worden gesteld en worden meegewogen in regelgeving?

De heer De Vries (SGP):

Ik ben zelf wetenschapper genoeg om te weten dat alle metingen eigenlijk publiek beschikbaar zouden moeten zijn. Ik stem daar dus van harte mee in. Ik hoop dat de minister zich daar ook voor wil inzetten. Maar nogmaals, belangrijk zou voor mij zijn dat die data ook gebruikt worden, in plaats van alleen maar de modellen.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Hartog. Hij spreekt namens Volt.