Plenair Hartog bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 15.22 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Hartog i (Volt):

Voorzitter. Twee opmerkingen in het begin. Allereerst een persoonlijk feit. De heer Van Hattem en de heer Kemperman hebben het gehad over eurocraten en technocraten. Als oud-EU-ambtenaar wil ik even zeggen dat ik sta voor de kwaliteit en onafhankelijkheid van de ambtenaren van de Europese Unie en hun besef van de democratische controle door Parlement en Raad. Twee. Een felicitatie aan de heer Steenkamp. Dat had ik ook genoteerd. Meneer De Vries was mij net voor. Mijn felicitaties aan de heer Steenkamp met zijn maidenspeech. Wat Volt betreft kun je niet mooier beginnen. Felicitaties dus.

Voorzitter. Europa. Quo vadis? Waar gaan wij met Europa en met name de Europese Unie naartoe? Dat is de echte vraag die vandaag voor de Voltfractie voorligt. Op een aantal punten hebben wij hierover al met deze regering en met de vorige van gedachten kunnen wisselen. De discussies bij eerdere AEB's en verschillende begrotingen stemmen de Voltfractie niet heel hoopvol dat er in de komende tien jaar significante vooruitgang zal worden geboekt. Desalniettemin blijven wij vastberaden.

Het buitenlandse beleid van de Europese Unie zou niet alleen veel krachtiger kunnen zijn, maar ook moeten zijn. Dat vergt niet alleen afschaffing van het unanimiteitsbeginsel bij besluiten over buitenlands beleid. Het vergt ook dat de regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken van lidstaten ophouden langs elkaar te praten, en zich richten op het vinden van een gezamenlijke positie. De EU zou niet alleen een gesprekspartner van Rusland kunnen zijn, maar ook moeten zijn. De EU zou niet alleen een duidelijk beleid ten opzichte van Israël kunnen voeren, maar ook moeten voeren. De Europese Unie zou niet alleen een rol kunnen spelen in het conflict in het Midden-Oosten, maar dit ook moeten doen. Het kan allemaal wel, maar we doen het niet. Welke mogelijke verbeteringen ziet de minister op korte termijn?

Hetzelfde geldt voor onze collectieve verdediging. De heer Bovens is al genoemd, maar ik had het toch echt staan: juist op deze heilige dag van Sint-Michiel of Sint-Michaël zouden we moeten uitspreken dat de EU de aanvoerder van een leger kan en moet zijn dat het van buiten komende kwaad bestrijdt. Dan heb ik de heer Bovens toch even herdacht. Daarbij zijn intergouvernementele politieke samenwerking en een halfhartige samenwerking op het gebied van defensiematerieel onvoldoende. Met waar de huidige regering nu mee bezig is, zal de Nederlandse veiligheid nog voor lange tijd niet bepaald worden door door ons gekozen politici. Dan zal ze ook over twintig jaar nog afhankelijk zijn van in het buitenland gekozen politici, over wie wij als Nederland geen enkele zeggenschap hebben.

Voorzitter. Volt heeft hiervoor verschillende voorstellen gedaan, maar mijn fractie realiseert zich op dit punt momenteel nog alleen te staan. Noch de regering noch het Nederlandse parlement is bereid te kiezen voor onafhankelijkheid. Dat mag, maar laten we er met elkaar wel eerlijk over zijn. Mijn fractie zou de minister willen vragen hoe hij denkt dat we als Nederland over twintig jaar veel meer gevoel van "baas over eigen veiligheid" kunnen krijgen.

Ook op de vlakken waarop wij als Nederland zeggen vooruitgang te willen boeken, zoals economie en innovatie, is de vooruitgang niet heel voelbaar. Hoe ziet de minister dat? Kan hij aangeven wat hij als volgende stappen ziet in het komende jaar in de economische integratie van de EU? In hoeverre zijn de voorstellen uit de rapporten van Letta en Draghi daadwerkelijk uitgevoerd? Ook over de EU-samenwerking op het gebied van digitale wetgeving gebeurt er veel. Als Volt kijken wij met name naar de wetgeving op het gebied van kunstmatige intelligentie; ik hou het bij het Nederlandse woord. Welke ontwikkelingen ziet de minister daar? Waar zou hij een versnelling willen bepleiten?

Aan de autonomie van de EU en Nederland koppelt mijn fractie ook de onafhankelijkheid van buitenlandse wetgeving. Een aantal landen in de wereld passen hun wetgeving buiten hun eigen gebied toe. Met deze extraterritoriale wetgeving heeft mijn fractie het niet over het van elkaar overnemen van goede wetgeving. Dat laatste gebeurt bijvoorbeeld via het Brusseleffect, waarbij andere landen of bedrijven die op de wereldmarkt spelen, besluiten EU-wetgeving over te nemen of toe te passen op wereldschaal.

Waar mijn fractie bijvoorbeeld op doelt, zijn de Amerikaanse sanctiebepalingen die de VS ook aan het buitenland opleggen. Mijn fractie denkt daarbij ook aan het toepassen van belastingwetgeving op mensen die ooit in de VS zouden hebben gewoond of gewerkt. Ook kijkt mijn fractie nadrukkelijk naar China. De rechterlijke macht aldaar is een verlengstuk van het politieke bestuur. Desalniettemin zetten wij Chinese gerechtelijke uitspraken vaak op gelijke voet met die van Nederlandse rechters. Denk bijvoorbeeld aan wat er met Nexperia is gebeurd. De vraag van mijn fractie aan de minister is of hij een volledig overzicht heeft van de extraterritoriale toepassing van buitenlandse wetgeving op Nederlanders, Nederlandse bedrijven en burgers die in Nederland gevestigd zijn. De vervolgvraag is dan wat hij hiertegen denkt te gaan doen.

Heel actueel vandaag zijn de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof en zijn individuele medewerkers. Hoe ageert de Nederlandse overheid hiertegen? Is er een mogelijkheid om het EU-blockingstatuut in te roepen? Aan welke resultaatverplichting is de minister bereid zich te committeren om het functioneren van een onafhankelijk strafhof in Nederland mogelijk te maken? Mijn fractie stelt de woorden van deze regering op prijs, maar vraagt zich af wat de daden zijn.

Voorzitter. Er zijn nog meer grote onderwerpen die vandaag aan de orde komen, zoals uitbreiding en het Meerjarig Financieel Kader. Ook daar zou de Voltfractie meer ambitie willen zien. Misschien wil de minister kort aangeven hoe hij het mogelijk acht om de substantiële uitbreiding van taken van de EU te financieren met een stagnerend budget.

Voorzitter. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd. Mijn fractie zet daarom vandaag in op twee kleine verbeteringen van het Europese beleid van deze regering, die wat mijn fractie betreft wel iets kunnen bijdragen. Het eerste verzoek van mijn fractie gaat over de strategische agenda die de Europese Raad iedere vijf jaar vaststelt. We hebben daar, met de steun van een aantal andere fracties, schriftelijke vragen over gesteld. Het antwoord van de minister was wat ons betreft teleurstellend. Deze strategische agenda wordt door de Raad vastgesteld op basis van een document waarvan de eindversie pas een aantal dagen van tevoren wordt voorgelegd. Concepten circuleren echter al weken daarvoor. Iedereen in de Brusselse bubbel kent ze. Dat geldt ook voor journalisten.

Nationale parlementen mogen de conceptteksten echter niet officieel inzien. Volgens de minister mogen leden van de Tweede Kamer deze vertrouwelijk inzien, net voor het debat met de minister-president. Hoezo is dat democratisch, vraagt mijn fractie de minister. Hoe kunnen Tweede Kamerleden in een debat naar deze vertrouwelijke tekst verwijzen? Waarom zouden we niet op een of andere manier een debat kunnen voeren over een publiekelijk beschikbare tekst? De minister ziet hier geen reden voor. Dat is anders dan wat de leden van de Eerste Kamer bij een bezoek aan Brussel hebben ervaren. Ik kijk naar de leden die met mij dit bezoek hebben gebracht. Ik heb bij de Europese Raad een bereidwilligheid gezien om hier nog eens naar te kijken. Mijn fractie vraagt het de minister daarom nog een keer. Is hij bereid om met de vertegenwoordigers van de Europese Raad in overleg te treden om nationale parlementen eerder publiekelijk toegang tot het voorliggende document te geven? Mijn fractie overweegt hierover een motie in te dienen.

Mijn fractie vraagt de minister ook hoe hij de strategische agenda betrekt bij de positiebepaling van de Nederlandse delegatie bij Raadsvergaderingen. Hoe wordt aan deze agenda getoetst? Wat is eigenlijk de rol van de strategische agenda in een snel veranderende wereld?

Voorzitter. Het tweede verzoek van de Voltfractie gaat over het BNC-fiche. De leden van mijn fractie stellen deze fiches zeer op prijs en willen de Nederlandse ambtenaren complimenteren met de kwaliteit ervan. Het helpt de leden van mijn fractie bij het besluit om bepaalde EU-wetgeving te behandelen.

Een van de belangrijke discussiepunten in de Raad van Ministers is vaak de regeldruk die nieuwe Europese wetgeving oplegt aan met name bedrijven. Dat is inderdaad een belangrijk punt. Regeldruk komt echter niet alleen van EU-wetgeving. Het komt ook, en misschien zelfs met name, van parallelle wetgeving in lidstaten en van verschillende interpretaties en uitvoeringsbepalingen van EU-wetgeving. Het is bijvoorbeeld raar dat een in Nederland geproduceerde en goedgekeurde elektrische fiets niet mag worden bereden in Duitsland of Spanje vanwege bijvoorbeeld de kleur of afstelling van het voorlicht. Het zou daarom in de ogen van mijn fractie goed zijn als het BNC-fiche ook een indicatie kan geven van welke nationale wetgeving overbodig wordt of veranderd zou moeten worden als het EU-voorstel wet wordt. Met name bij de nu vaker voorkomende verordeningsvoorstellen lopen we het risico de al bestaande Nederlandse wetgeving over het hoofd te zien. De vraag van de Voltfractie is of de minister bereid is om in de toekomst een sectie hierover in het BNC-fiche op te nemen, daar waar dit relevant is.

Voorzitter. De Voltfractie wil het bij deze vragen laten en kijkt uit naar de beantwoording van de minister.

De heer Kroon i (BBB):

Het kwartje moest even vallen. Gaf u nou een voorbeeld over EU-wetgeving die zodanig specifiek is dat we een stornering krijgen over de kleur van het fietslampje? Klopt dat?

De heer Hartog (Volt):

Nee, dat is niet helemaal waar. Dan ben ik verkeerd begrepen. Excuses aan de heer Kroon. Bij richtlijnen is het vaak zo dat je allerlei dingen extra moet bepalen, waardoor je in feite … Het doel van EU-wetgeving is dat je een interne markt creëert. Als je dat niet goed doet, door allerlei nationale koppen, zoals de kleur- en positionering van fietskoplampen, krijg je dus die interne markt niet. Dat probleem zie ik met de nationale wetgeving, niet zozeer met de EU-wetgeving.

De heer Kroon (BBB):

U zou ook de vraag kunnen stellen of die wetgeving überhaupt vanuit Europa zou moeten komen.

De heer Hartog (Volt):

Die vraag wordt altijd gesteld bij het impactassessment. Als je die vraag negatief beantwoordt, betekent dat dat geen enkele fiets Nederland nog uit komt richting de Europese Unie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Rooijen. Hij spreekt namens 50PLUS.