Plenair Huizinga-Heringa bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.35 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):

Dank u wel, voorzitter. Sinds de vorige Algemene Europese Beschouwingen, die plaatsvonden in november vorig jaar, hebben Europese integratie en Europese strategische autonomie niets van hun urgentie verloren. Aan de Russische agressieoorlog in Oekraïne lijkt nog steeds geen einde te komen, terwijl de taal die klinkt uit het Witte Huis even wispelturig als zorgwekkend is gebleven en de Straat van Hormuz nog steeds gesloten blijft. We weten inmiddels al een aantal jaar dat Europa op eigen benen moet kunnen staan. Hoewel er stappen in de goede richting zijn gezet, zijn we nog lang niet zover. Daarbij waarschuwden de chefs van enkele Europese inlichtingendiensten vorige week dat Rusland binnen enkele maanden de effectiviteit van artikel 5 zou willen testen. En alsof dat niet genoeg is, lukt het de EU vooralsnog niet om de begroting, het MFK, voor de komende zeven jaar vast te stellen.

Tegen deze achtergrond wil mijn fractie vandaag aandacht vragen voor een aantal belangrijke structurele vragen waar Europa op dit moment mee worstelt, mee wordt geconfronteerd: de Europese rechtsstaat, die in onze ogen meer bescherming verdient dan op dit moment het geval is; de uitbreiding van de Unie, de relaties met Canada en de gevolgen daarvan voor de invloed en stabiliteit van de Europese samenwerking; en als laatste de weerbaarheid van Nederland en Europa tegen hybride en digitale dreigingen, oftewel cyberaanvallen op onze vitale infrastructuur.

Voorzitter. Allereerst de rechtsstaat. Die krijgt tijdens de toetredingsonderhandelingen met kandidaat-lidstaten terecht veel aandacht. Een land dat de rechtsstaat niet op orde heeft, is een bedreiging voor de stabiliteit van de Europese Unie. Maar sinds eerdere ontwikkelingen in Polen en Hongarije, en inmiddels ook in andere landen, weten we dat het strenge toelatingsbeleid aan de poort onvoldoende is om latere problemen te voorkomen. Niet voor niets pleiten experts er al jaren voor om terugval bij bestaande lidstaten serieuzer en slagvaardiger aan te pakken. Recent nog riep de Adviesraad Internationale Vraagstukken in een rapport over EU-uitbreiding op tot versterking van het rechtsstaatinstrumentarium in bestaande lidstaten.

In de kabinetsreactie op het advies, dat afgelopen week verscheen, leest mijn fractie dat de minister deze zorgen deelt. In een non-paper stelt Nederland voor in de toetredingsverdragen een non-regressiemaatregel op te nemen, die regressie op eerbiediging van EU-waarden na toetreding verbiedt en daar financiële rechtsstaatinstrumenten aan wil verbinden. Mijn fractie is daar blij mee. De minister schrijft ook dat hij wil verkennen of een tijdelijke afwijking van artikel 7 politiek wenselijk en juridisch mogelijk is. Kan hij ingaan op wat hij hier precies voor ogen heeft? Inmiddels presenteert de Europese Commissie weliswaar een jaarlijks verslag over de rechtsstaat, maar in de praktijk blijkt een vinger aan de pols niet voldoende.

Voorzitter. Dan de uitbreiding van de Europese Unie. Mijn fractie houdt vast aan de Kopenhagencriteria, maar vindt het ook belangrijk om te benadrukken dat toetreding geen eenzijdig proces is. Het vraagt van de Europese Unie dat zij zich voorbereidt op verdere uitbreiding. Daarbij denkt mijn fractie niet alleen aan de structuur van de Unie, bijvoorbeeld inperking van het vetorecht op bepaalde gebieden en een maximumaantal Commissarissen. Mijn fractie kijkt daarbij ook naar het uitbreiden van contacten met kandidaat-lidstaten, bijvoorbeeld door studenten in de EU te laten studeren en door projecten die gericht zijn op de versterking van het maatschappelijk middenveld in deze landen.

Wij menen daarnaast dat het inderdaad verstandig is om Oekraïne en andere kandidaat-lidstaten bij de werkwijze en activiteiten van EU-instellingen, -organen en -agentschappen te betrekken, zoals het kabinet stelt. Kan de minister toelichten wat het kabinet bedoelt met "het behoud van de autonomie en integriteit", dat het kabinet als voorwaarde stelt om landen alvast deel te laten nemen aan activiteiten van EU-instellingen? Kan de minister uitleggen hoe Nederland op dit moment investeert in de economie en de samenleving van kandidaat-lidstaten? Acht de minister het mogelijk, of zelfs noodzakelijk, om dit soort investeringen verder uit te breiden, zodat toetreding geen top-downproces is dat plaatsvindt na lange onderhandelingen tussen de Europese Commissie en de kandidaat-lidstaten, maar uiteindelijk ook door de samenleving in deze lidstaten wordt gedragen?

Als het gaat over de structuur van de Europese Unie, ziet de minister dan ruimte om daadwerkelijk af te stappen van veto's, of is dat politiek op dit moment niet haalbaar? Welke rol ziet het kabinet voor de op initiatief van Frankrijk opgerichte Europese Politieke Gemeenschap? En als laatste: welke mogelijkheden ziet het kabinet om Canada, dat verrassend genoeg inmiddels ook bij ons continent lijkt te horen, bij Europa te betrekken?

Voorzitter. Als derde. In het vorig jaar verschenen boek met de ijzingwekkende titel "Als Rusland wint" schrijft de Duitse politicoloog Carlo Masala het volgende over de weerbaarheid van ons continent: "Een maatschappij die niet beseft dat haar vorm van samenleven door hybride oorlogsvoering wordt bedreigd, zal niet de bereidheid ontwikkelen om veerkrachtig of weerbaar te worden."

Dat brengt mij bij de digitale weerbaarheid van de Europese Unie. De ChristenUniefractie heeft daar grote zorgen over. Een aantal jaren geleden schreef journalist Huib Modderkolk een boek dat net zo'n confronterende titel heeft als het boek dat ik zojuist aanhaalde: Het is oorlog maar niemand die het ziet. Dat boek gaat over de cyberoorlog die achter de schermen al woedt. De verstoringen op het spoor op Prinsjesdag hebben laten zien hoe kwetsbaar onze infrastructuur is. Zoals onlangs in Leipzig bleek, valt Rusland inmiddels ook binnen de Europese Unie routes aan waarmee militair materieel Oekraïne in wordt gebracht. Kan de minister reflecteren op de maatregelen die nodig zijn in het schaduwgebied tussen oorlog en vrede waarin wij ons volgens experts bevinden? Wat is er nodig om onze fysieke en digitale infrastructuur te beschermen tegen aanvallen door andere landen?

De voorzitter:

Er is een interruptie.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik heb nog één kleine alinea en dan ben ik klaar.

De voorzitter:

Oké.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Kan de minister een inkijkje geven in de verdere stappen die het kabinet zet om Nederland weerbaarder te maken tegen de dreigingen die op dit moment op ons afkomen?

Wij zien uit naar de antwoorden van de minister.

De heer Van Hattem i (PVV):

Ik hoor mevrouw Huizinga van de ChristenUnie spreken van "hybride oorlogsvoering", om vervolgens de focus enkel te leggen op de digitale weerbaarheid. Mijn zorg zit eigenlijk vooral bij hybride oorlogsvoering, ook bij hybride oorlogsvoering via migratie. We zien dit bijvoorbeeld aan de grens tussen Polen en Wit-Rusland: er worden willens en wetens migranten elders uit de wereld gehaald om de grenzen van de Europese lidstaten over te steken. De recente bestorming van Ceuta heeft ook het karakter van een vorm van hybride oorlogsvoering en van een aanval op onze grenzen. Waarom hoor ik mevrouw Huizinga niet over deze risico's die op ons afkomen en die, zoals zij zelf zegt, ook een stuk hybride oorlogsvoering zijn?

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Omdat mijn bedoeling niet is geweest om een uitvoerig exposé te geven van wat er allemaal onder hybride oorlogsvoering valt. Ik heb op dit moment de nadruk gelegd op de cyberkant daarvan, maar ik ben het met de heer Van Hattem eens dat het heel zorgelijk is dat er ook een soort oorlog tegen Europa gevoerd wordt over de rug van onschuldige mensen. Dat is een buitengewoon, buitengewoon nare manier van oorlog voeren.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik ben het er zeker mee eens dat dat buitengewoon naar is. Zou dat er, als we het toch over weerbaarheid hebben, ook niet toe moeten leiden dat we ons daar weerbaarder tegen opstellen? Kijk bijvoorbeeld naar wat Polen heeft gedaan. Dat heeft daar een grenshek neergezet en heeft de boel daar heel zwaar verstevigd. Er zijn zware grenscontroles ingevoerd en er is voor gezorgd dat zulk soort hybride oorlogsvoering via migratie vanuit Wit-Rusland niet meer zomaar kan plaatsvinden. Zouden we dit niet op veel meer plaatsen moeten doen om onszelf weerbaarder te maken tegen deze hybride oorlogsvoering?

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik denk dat we moeten kijken op wat voor manier we dit kunnen tegengaan zonder onschuldige mensen daarvan het slachtoffer te laten worden. Ik ben benieuwd of de minister ook de vraag kan beantwoorden hoe je dat probleem meer bij de bron aan zult kunnen pakken en niet als de mensen al aan je grenzen staan.

De voorzitter:

Tot slot, de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem (PVV):

Ik denk dat het zeker belangrijk is dat die mensen geen slachtoffer worden, maar als je toelaat dat mensen hierheen komen via dergelijke constructies, laat je hen daar juist slachtoffer van worden. Moeten we dus niet af van de naïviteit dat mensen die het grondgebied van de Europese Unie betreden, automatisch in die asielprocedures terechtkomen? Via zulke procedures vindt nu hybride oorlogsvoering plaats. De eigen verworvenheden, zoals ze dan genoemd worden, de eigen regels en de eigen grondrechten van de Europese Unie worden ingezet als instrument voor hybride oorlogsvoering. Moeten we daar niet veel kritischer naar gaan kijken en daar paal en perk aan gaan stellen?

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):

Ik ben het met de heer Van Hattem eens dat we niet naïef moeten zijn en dat we moeten kijken naar een goede manier om het asielverzoek te bekijken van mensen die ons land binnenkomen.

De voorzitter:

Ik dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Kemperman. Hij spreekt namens Forum voor Democratie.