Plenair Van Ballekom bij voortzetting behandeling Algemene Europese Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 29 september 2026 (2026/2027 nr. 02)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 21.48 uur


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van Ballekom i (VVD):

Bij de laatste woorden van mevrouw Ramsodit sluit de VVD-fractie zich volgaarne aan. Minister, dank voor uw antwoorden. Ik vond ze niet altijd even concreet, om eerlijk te zijn. Ik wil nog op vier punten wijzen.

Het eerste punt is artikel 7. U zegt in uw brief: dat moeten we op termijn gaan corrigeren. Maar in uw antwoord zegt u: dat is vrijwel onmogelijk, want er is unanimiteit nodig om het verdrag te wijzigen. Ik kan u verzekeren dat als u dat probeert te bereiken nadat de uitbreiding heeft plaatsgevonden, het helemaal onmogelijk is om dat te bereiken. De enige mogelijkheid is om duidelijk te zeggen: er komt geen uitbreiding zolang de hervormingen binnen de EU geen gestalte hebben gekregen. Dat is het enige drukmiddel dat u hebt. Als u dat weggeeft, is het foutu — dat zouden wij in Brussel hebben gezegd.

Het tweede punt is: over welke instrumenten beschikken we eigenlijk wanneer lidstaten die toegetreden zijn, en daarmee natuurlijk formeel aan de Kopenhagencriteria hebben voldaan, er eens achter komen dat die toch niet meer zo van belang zijn en zich daar niet meer aan houden? De uitbetalingen worden voor een paar weken opgeschort en worden daarna alsnog uitbetaald. Daar is geen enkele regering echt van onder de indruk. Het instrumentarium moet dus werkelijk worden versterkt om dat tegen te gaan. Gelukkig hebt u bij het MFK één heel belangrijke zinsnede uitgesproken: er komen geen nieuwe gemeenschappelijke schulden. Nou, dat heb ik in mijn verslag met hoofdletters geschreven en onderstreept. We gaan u daar ook te pas en te onpas aan herinneren.

U hebt nauwelijks antwoord gegeven wat betreft de verdeling van de 850 miljard, waar Nederland als laagste binnen de EU van profiteert. Het was overigens een antwoord dat ik niet begrijp. U zegt namelijk: dat heeft met de bevolkingsomvang van Nederland te maken. Nou, ik denk dat de bevolkingsomvang van Nederland ten opzichte van Finland 18 miljoen tegenover 5 miljoen is. Dat is toch geen verklaring voor waarom Nederland lager zou moeten zitten dan het wat rijkere Finland? Dat geldt voor Zweden en voor België idem dito. Ik zou u dus toch willen uitnodigen om duidelijk uiteen te zetten welke criteria de Commissie hanteert om die 850 miljard te verdelen. Desnoods doet u dat op schrift en informeert u de Kamer dus schriftelijk. Dan kunnen wij duidelijk begrijpen en aan de belastingbetaler uitleggen dat het gerechtvaardigd is en dat het zo zit. Maar ik kan het niet verklaren, en ik sta niet graag met mijn mond vol tanden.

Dan de financiële stabiliteit en de schulden die Frankrijk heeft ten opzichte van het begin van de eurozone. Die schulden zijn verdubbeld. Nu hebben we met de zes grootste economieën in Europa een initiatief genomen: het realiseren van de kapitaalmarktunie en de bankenunie. Vindt u het geen groot risico om zaken te doen met een land dat zich zo in de schulden steekt? Dan zegt u: we wachten op het assessment aan het eind van het jaar. Van die assessments komt niets, want dat is vlak voor de Franse verkiezingen. De Fransen hebben zich nog nooit aan het Stabiliteits- en Groeipact gehouden, dus vlak voor de verkiezingen zal dat ook niet gebeuren. Dat is een beetje een doekje voor het bloeden.

De voorzitter:

Meneer Van Ballekom, u bent al een minuut …

De heer Van Ballekom (VVD):

Mijn laatste … Maar dat is niet …

De voorzitter:

U bent al anderhalve minuut over uw tijd.

De heer Van Ballekom (VVD):

Mijn laatste opmerking is: ik ben heel blij dat de minister hoog opgeeft van de Benelux. Als vicevoorzitter van het Benelux-parlement nodig ik hem graag uit voor de plenaire vergadering van 19 en 20 maart volgend jaar, waarbij wij een conferentie organiseren over het investeringsklimaat in Europa, in samenwerking met de Europese Investeringsbank. Ik heet u daar van harte welkom.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kroon voor zijn tweede termijn. De heer Kroon heeft vier minuten.