Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 17.15 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Beukering i (Fractie-Beukering):
Voorzitter, dank u wel. Vandaag is het goed om te bedenken waarom zo veel Nederlanders het gevoel hebben dat de politiek steeds verder af komt te staan van hun dagelijkse werkelijkheid. Dat vertrouwen herstelt niet door een communicatiecampagne op TikTok, X of Instagram. Het vertrouwen herstelt wanneer de regering uitlegbare keuzes maakt, afspraken nakomt en zichtbaar, zorgvuldig en betrouwbaar omgaat met belastinggeld. Daar ontbreekt het aan.
Neem Oekraïne. Laat ik helder zijn: Oekraïne is aangevallen en verdient onze steun. Maar solidariteit ontslaat het Westen niet van een eerlijke lastenverdeling. Volgens de meest recente Kiel-cijfers over bilaterale steun komt Nederland uit op ongeveer €620 per inwoner, Frankrijk op circa €115 en Italië op ongeveer €70. Daarmee draagt een Nederlander per hoofd ruim vijf keer zo veel bilaterale steun bij als een Fransman, en bijna negen keer zo veel als een Italiaan. Mijn vraag aan de minister-president is waarom Nederland zo'n scheve verdeling accepteert. Waarom moet de Nederlandse belastingbetaler per hoofd zoveel meer bijdragen dan inwoners van grotere Europese economieën? Dat wringt bijvoorbeeld als we kijken naar de bruggen, wegen, sluizen en spoorlijnen in ons land die toe zijn aan renovatie en vervanging. Maar ook bij de brandstofprijzen wringt het. Ik maak geen simpele tegenstelling met "óf Oekraïne, óf Nederland", maar een kabinet moet wel kunnen uitleggen waarom miljarden voor internationale verplichtingen snel gevonden kunnen worden, terwijl noodzakelijke investeringen in de fysieke faciliteiten in ons eigen land jarenlang worden doorgeschoven.
Dan ontwikkelingssamenwerking. Voor de jaren 2027 tot en met 2029 komt er opnieuw ruim 1,1 miljard extra beschikbaar. Daarbinnen wordt 50 miljoen euro per jaar extra ingezet voor maatschappelijke organisaties, democratieprojecten en onder meer de oprichting van het Civic Space Fund. Daarnaast staat er expliciet €750.000 per jaar voor pleitbezorging en beleidsbeïnvloeding in Nederland. Ik zeg niet dat iedere ngo nutteloos is. Integendeel, maatschappelijke organisaties kunnen concrete hulp bieden. Maar het wordt principieel iets anders wanneer de overheid belastinggeld inzet om maatschappelijke organisaties ook de publieke opinie, het Nederlandse beleid en het debat te laten beïnvloeden. Daar wordt de NPO al vaak genoeg van beschuldigd. Daarom vraag ik de minister-president wie bepaalt welke maatschappelijke opvattingen en meningen met belastinggeld worden versterkt en welke niet. Kan hij garanderen dat politieke kleur bij ngo's of de NPO geen beslissende invloed heeft? Beïnvloeding die door de overheid wordt geselecteerd én betaald verdient op z'n minst transparantie, afspraken en duidelijkheid. Anders is het ordinaire propaganda.
Voorzitter. Over Israël is genoeg gezegd. Ik heb eigenlijk maar één vraag aan de minister-president. Zou hij ons kunnen uitleggen dat hier geen sprake is van selectieve verontwaardiging? Juist bij internationaal recht mag rechtsgelijkheid geen gelegenheidsbegrip worden.
Dan defensie. Ik steun de NAVO-afspraak dat Nederland voorlopig doorgroeit naar 3,5% van het bbp voor de kern van defensie. Maar geld alleen creëert geen krijgsmacht. Dat doen mensen. Defensie telt inmiddels ruim 86.000 medewerkers en moet in 2030 boven de 100.000 uitkomen. De vraag is dus niet alleen wat we gaan kopen, maar vooral waar we de mensen die militair willen worden vandaan halen. Daarbij wil ik twee groepen mensen benoemen die Defensie zelf nog steeds onvoldoende bereikt. Om te beginnen zijn dat jongeren met een migratieachtergrond. Waarom lukt het na jaren van inclusiebeleid nog steeds onvoldoende om hen voor de krijgsmacht en voor de verdediging van onze mooie maatschappij te interesseren? En dan de vrouwen. Slechts één op de acht militairen is vrouw, ondanks jarenlang bevorderingsbeleid. Vrouwen vormen de helft van de arbeidsmarkt. Hoe verklaart het kabinet dit verschil? Ligt het probleem bij de werving, bij de organisatiecultuur of bij de realiteitswaarde van het beleid, dat wensdenken als basis heeft? Ik hoor heel graag wat Defensie de komende vier jaar aantoonbaar anders gaat doen, en niet alleen welke campagne of welk nieuw reclamelogo eraan komt.
Voorzitter. Er is nog een ander personeelsvraagstuk dat aandacht behoeft, te weten de cultuur binnen Defensie. Een krijgsmacht die zich voorbereidt op oorlog moet zeker kunnen omgaan met tegenspraak of kritiek. Fouten moeten kunnen worden gemeld, misstanden moeten boven tafel komen. Defensie heeft gelukkig onlangs zelf erkend dat veel klokkenluiders geen positieve ervaring over hun melding hebben. Maar er verandert voorlopig weinig. De klokkenluiders staan nog steeds in de kou. Ik vraag de minister-president: hoe realistisch zijn onze ambitieuze groeiplannen als medewerkers niet het volle vertrouwen hebben dat zij veilig hun mond open kunnen doen? Militaire weerbaarheid is niet alleen materieel. Militaire weerbaarheid is ook leiderschap, voorbeeldgedrag, vertrouwen en bescherming van mensen die hun professionele verantwoordelijkheid nemen.
Voorzitter. Ik spreek over logistieke weerbaarheid uit eigen ervaring. Als jonge stafofficier heb ik gewerkt aan Lines of Communication en Host Nation Support. Een mooie tijd. In de Koude Oorlog was de les al eenvoudig: de krijsmacht is slechts zo sterk als de logistieke lijnen waarover mensen, munitie, brandstof en materieel kunnen worden aangevoerd. Dit is een harde les van Napoleon, die helaas steeds wordt vergeten. Nederland is geen achterland. Wij zijn de toegangspoort voor Europa. Wij moeten als het nodig is Amerikanen, Canadezen en Engelsen kunnen ontvangen en doorvoeren naar de oostflank. Onze infrastructuur is daarmee niet alleen een verantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat. Onze infrastructuur is onderdeel van onze nationale veiligheid en onze economie, en ook van onze verplichtingen als Host Nation.
Mijn vraag aan de minister-president is daarom: kunnen onze huidige wegen, bruggen, spoorwegverbindingen en havens die massale militaire aanvoer in een ernstige crisis daadwerkelijk aan? Je kunt honderden tanks kopen, maar als een brug het gewicht van een tank niet aankan, blijft die tank staan. Daarom overweeg ik in tweede termijn in het kader van de bredere NAVO-opgave van 5% een motie in te dienen over het uit oogpunt van veiligheid en weerbaarheid prioriteit geven aan Nederlandse infrastructuur die aantoonbaar noodzakelijk is. De 3,5% voor de kern van defensie blijft staan; het gaat met name over de aanvullende 1,5%.
Voorzitter. Over onze energie en maakindustrie is voldoende gezegd. Kernenergie is en blijft nodig. We kunnen kernenergie echt niet om ideologische redenen steeds het eeuwige sluitstuk van de begroting maken. Wanneer wordt betrouwbare en betaalbare energie, waaronder een toegankelijke beschikbare gasvoorraad, weer een harde economische en strategische randvoorwaarde? Zonder concurrerende energieprijzen verliezen we niet alleen banen en industrie, maar ook een deel van onze zelfstandigheid en weerbaarheid.
Voorzitter. Vertrouwen ontstaat wanneer woorden en werkelijkheid weer bij elkaar komen, wanneer internationale solidariteit eerlijk wordt verdeeld, wanneer belastinggeld controleerbaar wordt besteed, wanneer rechtsprincipes consequent worden toegepast, wanneer Defensie niet alleen geld, maar ook mensen, tegenspraak en logistieke daadkracht krijgt, en wanneer wij onze eigen infrastructuur en energievoorziening behandelen als fundamenten van onze nationale veiligheid. Dat is de samenhang die ik vandaag van het kabinet vraag. Wie zijn eigen fundamenten niet op orde heeft, kan zijn bondgenoten onvoldoende steunen. Brengen wij die fundamenten wel op orde, dan versterken we niet alleen Nederland, maar ook de verdediging van het vrije Westen.
Afsluitend, voorzitter. Op haar hoogtepunt gaf de Sovjet-Unie bijna de helft van het bbp uit en dat doet Nederland nu ook. Zes van de tien Nederlanders werken voor de overheid of zijn afhankelijk van de overheid. Sinds 2000 zijn de overheidsuitgaven met ruim 50% gestegen. In de komende jaren groeien de overheidsuitgaven, en daarmee de belastingen, nog steeds verder. Ik denk dat we op een gegeven moment moeten ophouden met te vragen wie er nu meer belasting moet gaan betalen, maar ons misschien eens moeten afvragen waar al dat geld naartoe gaat. Is het nu niet eens tijd om het tij te keren en drastisch het mes te zetten in ons eigen overheidsvlees? 30% minder communicatie- en beleidsambtenaren lijkt een goede start.
Ik kijk uit naar de antwoorden. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wenst een van de leden nog in de eerste termijn het woord? Dat is niet het geval. Dan ga ik schorsen voor twee commissievergaderingen en de dinerpauze, tot 18.45 uur.