Plenair Bovens bij voortzetting behandeling Algemene Politieke Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.20 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Bovens i (CDA):

Iets geheel anders, mevrouw de voorzitter! Maar goed.

Mevrouw de voorzitter. Politiek gaat over perspectief. Vanuit welke waarden kijk je naar de samenleving? Hoe breed is je blikveld? Hoe zie je de doelen, zowel op de korte als op de lange termijn? Verleden week was ik met een vijftal senatoren in Straatsburg voor een vergadering van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa. Terwijl hier in Den Haag, in de Tweede Kamer, fors werd gedebatteerd over box 3 en terwijl de Nederlandse gemeentebestuurders in Oost Gelre en Winterswijk samenkwamen om over hun samenwerking met het Rijk te spreken, ging het in Straatsburg over de bescherming van het Internationaal Strafhof, de positie van het Europese Hof van Justitie, de opstart van het Oekraïnetribunaal, de diverse facetten van de oorlog in Oekraïne, zoals de zorg voor gewonde oorlogsveteranen, pluriformiteit in de media en het behoud van de vrije pers, kinderen in militaire gevangenschap in Israël en de situatie in het Spaanse Ceuta, om er maar een paar onderwerpjes uit te nemen. We luisterden naar testimonia van democratische oppositie in Wit-Rusland, in Rusland en in Georgië. De Havelprijs voor de mensenrechten werd uitgereikt. Kortom, het bevorderen van mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie stond en staat centraal.

Vanuit Straatsburg kijken we natuurlijk ook naar ons eigen land. Veel van wat besproken werd, heeft immers een directe relatie met ons land. Het Oekraïnetribunaal wordt gevestigd in Den Haag, waar ook het ICC staat. Nederland wordt internationaal nog steeds als een betrouwbare partner gezien. Ik was blij om in de plannen van de regering te lezen dat het bevorderen van de democratische waarden, de rechtsstaat en een veiligere wereld uitgangspunten blijven van ons buitenlandbeleid. De metafoor van de koopman en de dominee, die beiden ons buitenlandbeleid bepalen, is nog steeds actueel. Misschien mag ik zeggen: die is weer actueel.

Ik vraag de minister-president om in een paar zinnen te reflecteren op de Nederlandse ambitie voor deze woelige wereld, mede in het licht van het naderend voorzitterschap van Nederland van de Raad van Europa in 2027. Wat is zijn perspectief op de rol van Nederland in de wereld? Krijgt hij voldoende steun voor een onbedreigd, onafhankelijk en sterk ICC? Kunnen we in 2027 het Oekraïnetribunaal reeds in werking zien? En slagen we erin om met Europa, het Gemenebest en de andere middelgrote landen in de wereld één blok te vormen dat wordt gekenmerkt door gedeelde waarden ten aanzien van democratie en mensenrechten?

De binnenlandse koopman zag ik ook terug in de passages in de Miljoenennota over ons verdienvermogen, het bevorderen van het investeringsklimaat, het concurrentievermogen van Nederland en het inzetten op de banen en de economie van de toekomst. Daarbij houden we tegelijkertijd de doelen van het klimaatakkoord van Parijs in het vizier en werken we hard aan het versterken van de energie-infrastructuur. Wij geloven dat natuurherstel en perspectief voor de boeren, ook die in de veeteelt, samen kunnen gaan, dat Nederland van het slot kan en dat er gebouwd kan worden aan waterbescherming, wegen en woningen.

Binnen Nederland vraagt zeker het landelijk gebied om perspectief: vergunningverlening voor de boeren, natuurherstel en vergunningverlening om woningen te bouwen en om wegen en stroomkabels aan te leggen. Kan de premier aangeven wanneer we die spoedwet hier in de senaat kunnen agenderen? En is de premier ervan overtuigd dat we daarna snel van de theorie naar de uitvoeringspraktijk kunnen gaan? Mijn fractie staat in ieder geval klaar om de wetgeving in een hoog tempo te behandelen, lettend op rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en proportionaliteit.

Maar dan zijn we er nog niet, want perspectief op succes heeft nog twee flankerende bewegingen nodig, die van samenwerking en die van deregulering. Beide bewegingen hangen vanuit het CDA-perspectief samen met hoe wij kijken naar de verantwoordelijke samenleving en de kracht van burgers. De grote opgaves op het terrein van armoede, woningbouw, klimaatadaptatie, asielopvang en vervoer kunnen alleen maar slagen als we in de bungalow van Thorbecke samen optrekken met de collega-overheden, maar ook met de relaties van die vier overheidslagen, zoals werkgevers en werknemers, woningbouwkoepels, natuurorganisaties, reizigersverenigingen enzovoorts. Je hebt studentenorganisaties en onderwijskoepels nodig om lestijden aan te passen, zodat we ons duurzamer kunnen verplaatsen. Je hebt werkgevers en vakbonden nodig om af te spreken dat we niet allemaal op dinsdag en donderdag op kantoor werken, terwijl de fabrieken en kantoren op de andere dagen een stuk leger zijn. Je hebt de gemeenten, de provincies en de waterschappen nodig om met corporaties, energieleveranciers, ov-bedrijven en investeerders te spreken over de juiste woningbouwlocaties. Kortom, samenwerken vraagt om wederzijds respect en vertrouwen.

Het CDA las dat er snel een soort bestuursakkoord met de medeoverheden tot stand gaat komen. Kan de premier nader toelichten wat hij daarin graag geregeld wil zien? Krijgen de medeoverheden ook voldoende mogelijkheden om hun taken gefinancierd te krijgen? Taken met knaken dus. Mede gelet op het vandaag beginnende IPO Jaarcongres in Enschede — dat blijft toch altijd een beetje mijn stad — waar het thema "Ruimte zonder grenzen" is, vraag ik hoe integraal de afspraken worden. Zit daar bijvoorbeeld ook het doel van een einde aan dakloosheid in, om er maar eentje te noemen?

Het woord "deregulering" zal daar ongetwijfeld in vallen. Ik doel op het terugdringen van de regeldruk, ook bij andere overheden en zbo's. Voor een deel is dat een technische operatie: overbodige regelgeving slopen uit onze wetten en afspraken. Maar voor het CDA zit daar ook een vraag achter: met welk respect en met welke visie kijk je naar de burgers en de samenleving? Heb je vertrouwen in de burger? Accepteer je dat er soms dingen fout gaan, zonder in de regelreflex te schieten? Kun je wetten meer normatief maken en minder gedetailleerd? En moet er niet meer ruimte komen voor hardheidsclausules, differentiatie en discretionaire bevoegdheden? Graag verneemt het CDA het perspectief van de premier hierop.

Het CDA wijst daarbij nog op de perverse financiële prikkel die uitgaat van meer regelgeving. Burgers en verenigingen hebben steeds minder zin om de organisatie van culturele evenementen, sportwedstrijden en feesten op zich te nemen, terwijl dat toch vaak het cement van de samenleving is. Ikzelf mocht voorzitter zijn van de organisatie van de zevenjaarlijkse Heiligdomsvaart in Maastricht in 2025. Dat is het grootste katholieke evenement van Nederland, met ruim 176.000 bezoekers. Ik ben ook bestuurlijk betrokken bij veel andere evenementen. Ik heb die regelgeving in de afgelopen jaren alleen maar zien toenemen, en niet alleen de regelgeving, maar ook de kosten die organisaties moeten maken om aan elk voorschrift te voldoen. Een groot deel van de overheidssubsidie vloeit weer terug naar diezelfde overheid om toezicht en facilitering te financieren. Herkent de premier dit beeld? Is dat voor hem een motivatie om ook met dat perspectief naar het verminderen van regeldruk te kijken?

Samenwerken is dus het gewenste perspectief voor het CDA, zeker voor een minderheidskabinet dat al moet samenwerken met andere politieke partijen om meerderheden te vinden. Daarmee zijn we er nog niet. Die samenwerking moet er ook, of misschien wel eerst, komen met burgers en het middenveld. Dat betekent: geen 100.000 woningen zonder een pact met Aedes, NVM en ABP, geen afname van het aantal mensen dat in de economie afhaakt zonder een pact met de Stichting van de Arbeid, geen uitvoering van stikstof- of klimaatbeleid zonder afspraken met al die partijen die ooit het Klimaatakkoord tekenden en geen enkele ruimtelijke stap zonder een pact met waterschappen, provincies en gemeentes. In 2021, toen ik nog voorzitter van het IPO was, deed ik voor de Kamerverkiezingen de uitspraak: sluit eerst een akkoord met het land en zoek dan de partijen erbij die dit landelijk gaan regelen. Als werkgevers en werknemers het samen eens zijn over het economisch beleid en de sociale zekerheid, is dat waarschijnlijk voor de Haagse politiek het perspectief voor nieuwe wetgeving. Dat geldt mutatis mutandis voor veel meer grote opgaven. Hoe ziet de premier de verhouding tussen het sluiten van akkoorden met de samenleving en het sluiten van akkoorden met andere politieke partijen?

Mevrouw de voorzitter. Vanwege de beperkte tijd ga ik nu niet onze punten uit het debat van april herhalen. Daarvoor verwijs ik u naar mijn inbreng van toen over ontwikkelingssamenwerking, brede welvaart, grensoverschrijdende samenwerking en het thema Elke regio telt! Ik verwijs u daarbij ook naar de door ons allen aangenomen motie. De inbreng van toen mag u als hier ingelast beschouwen. Punt.

Mijn perspectief in deze bijdrage is evenmin gericht op de concrete politieke twistpunten in en rond de Miljoenennota. Het CDA houdt — ik heb dat vaker betoogd — van rolvastheid van onze Kamer in de taakopvatting. Het primaat van de politiek hoort in die opvatting de Tweede Kamer toe. Wij zijn geen beroepsinstantie van die Tweede Kamer. De conventie van Tjeenk Willink is al 30 jaar oud: beperk je tot de beoordeling van wetten, met name op de aspecten rechtmatigheid, uitvoerbaarheid en doelmatigheid. De praktijk van de afgelopen jaren om steeds meer politiek, lees partijpolitiek, te bedrijven, noopt ons echter tot het opnieuw kijken naar die rolopvatting. U hoorde mij al stiekem het criterium "proportionaliteit" noemen. Voor het CDA wordt het aspect van uitvoerbaarheid ook ingevuld met de vraag: is het uitvoerbaar voor een gemeente of een provincie? Wij gaan die discussie niet uit de weg nu we in het laatste jaar van deze Kamerperiode zitten. Het CDA zal dan ook voorstellen inbrengen in de discussie, die we ongetwijfeld onderling gaan hebben, zoals een voorstel voor een hechtere band met waar onze kiezers zitten, namelijk de provincies, of voor het introduceren van de mogelijkheid om je bij politieke moties die geen verband houden met het wetgevingsproces te onthouden van het uitbrengen van een stem.

Het CDA vindt het een heel interessante gedachte dat deze Kamer in deze beschouwingen veel meer een langetermijnperspectief gaat hanteren. Wat zijn onderliggende trends? Hoe duurzaam en houdbaar is wetgeving op de langere termijn? Hoe verandert wetgeving de maatschappelijke processen? Ik heb andere collega's daar ook al over gehoord. De christendemocratie schuwt daarbij de normatieve kant van wetgeving niet. Ik noem een voorbeeld. Toen wij verleden week in Straatsburg zaten, was ook paus Leo XIV in Frankrijk. Bij UNESCO in Parijs sprak hij over de ethische aspecten van de toepassing van kunstmatige intelligentie. Dat was niet voor het eerst en zal ook niet voor het laatst zijn. Hij roept bestuurders van AI-bedrijven, sociale partners en politici op om samen met wetenschappers, onderwijsmensen en de culturele sector na te denken over de positie van de creatieve, unieke mens in en boven de wereld van AI. Een Eerste Kamer zou een platform kunnen bieden om de verbinding tussen dat maatschappelijke debat aan de ene kant en de politiek aan de andere kant een juiste plek te geven.

Mevrouw de voorzitter. Ik zal, zoals gebruikelijk, eindigen met de heilige van de dag. Dat is Bruno van Keulen, de stichter van de orde van de kartuizers. Deze contemplatieve orde van kluizenaars leeft in totale afzondering. Iedere monnik heeft een eigen cel met een eigen klein ommuurd tuintje, waar hij wat voedsel verbouwt. De uitzondering is de zondag, waarop men in gemeenschap samenkomt om de liturgie te vieren, gedachten te delen en praktische zaken te organiseren. Elke monnik is gelijkwaardig aan de andere monniken. Besluiten worden alleen unaniem of althans met grote meerderheden genomen.

Senatoren zijn allesbehalve kluizenaars. Wij worden geacht midden in de samenleving actief te zijn. Onze zondag is de dinsdag, als we hier samenkomen om de rituelen met elkaar te vieren, onze gedachten met elkaar uit te wisselen en de zaken inderdaad te regelen. Ook hier is elke senator gelijkwaardig aan de andere, maar wij kennen minderheden en meerderheden. Unanimiteit is blijkbaar geen doel op zich. Het gaat helaas te vaak om macht, de macht van het getal, en dat is in ons geval 38. Maar als ik één ding telkens weer leer in Straatsburg, is het dat democratie niet gaat om powerplay, maar om fair play. Oftewel, het democratisch ethos vraagt dat we streven naar grotere meerderheden dan strikt noodzakelijk zijn.

Ik heb gezegd.

De voorzitter:

Dank u wel. Er is een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Allemaal hele interessante beschouwingen van de heer Bovens van het CDA over de kartuizermonniken. Die hebben ook mijn dorp Vinkel ooit gesticht en daar heilzaam werk gedaan door onder andere de Monniksgraaf te graven en dat soort zaken, maar daar hebben we het vandaag eigenlijk allemaal niet over. Het gaat vandaag eigenlijk gewoon over de Miljoenennota en over wat wij als Eerste Kamer van de plannen van dit kabinet vinden. Daar heb ik de heer Bovens eigenlijk niet of nauwelijks over gehoord. Mijn vraag is dus gewoon: wat vindt het CDA van de voorliggende plannen uit de Miljoenennota?

De heer Bovens (CDA):

Ons zal niet gevraagd worden om al dan niet in te stemmen met de Miljoenennota. We hoeven ook niet in te stemmen met de regeringsverklaring. We hoeven ook geen kabinetten te stichten en naar huis te sturen of anderszins. Wij worden hier geacht de beschouwende politiek, zoals die zich op dit moment aan ons voordoet, te bedrijven. Ik denk dat we dat in ruime mate ook hebben gedaan door te zeggen wat voor ons de accenten zijn et cetera. Daar kan het kabinet bij het uitwerken van voorstellen zijn voordeel mee doen. Wij krijgen straks wel de beoordeling van de individuele wetten en de belastingwetgeving et cetera hier op tafel. Dan zult u uiteraard ook onze mening over die wetten horen. Maar ik heb ook gezegd dat het politieke primaat wel degelijk in de Tweede Kamer ligt en dat de voorstellen daarvandaan zullen moeten komen. Die voorstellen komen, nadat ze in de Tweede Kamer zijn geamendeerd of niet zijn geamendeerd, hiernaartoe.

De heer Van Hattem (PVV):

Als ik de heer Bovens van het CDA zo beluister, zijn deze politieke beschouwingen hier misschien wel geheel zinloos.

De heer Bovens (CDA):

Als u mijn bijdrage aan het voorjaarsdebat heeft gehoord, weet u dat ik toen inderdaad al vond — het ging toen over de regeringsverklaring — dat het niet nodig was om dat hier nog een keer te doen. Dat wil niet zeggen dat we geen Algemene Beschouwingen kunnen houden en dat die geen waarde hebben, maar het is niet bedoeld om langs de meetlat te zeggen: ik ben hiervoor of hiertegen. Dat wordt ons niet gevraagd.

De heer Van Hattem (PVV):

Misschien kunnen we dan beter tot de kern komen. Als het hier dan toch geen waarde meer heeft, kunnen we de Eerste Kamer dan niet net zo goed gewoon afschaffen?

De heer Bovens (CDA):

De heer Van Hattem vraagt of wij de Kamer zouden kunnen afschaffen. Nee, niet als wij rolvastheid tonen. Dan heeft die meerwaarde. Op het moment dat wij hier hetzelfde doen als aan de overkant, kan ik me voorstellen dat sommige mensen zeggen: waarom moeten we debatten twee keer doen? We gaan debatten hier niet twee keer doen. We gaan debatten op een andere manier doen. We brengen andere zaken in, ook op een andere wijze. Dan heeft de Eerste Kamer wel degelijk zin.

Ik geef één voorbeeld, dat ik ook heb genoemd: de relatie met onze kiezers. Onze kiezers zijn Provinciale Staten. We kijken met een regionale bril naar politiek, bijvoorbeeld wat betreft de uitvoering et cetera. Denk aan het feit dat wij iedere vier jaar gekozen worden en niet in het schema zitten van verkiezingen en eventueel kabinetten die sneuvelen of niet sneuvelen. De afgelopen veertien jaar heeft geen enkel kabinet een meerderheid gehad in deze Kamer. Desondanks hebben wij onze taak als Eerste Kamer steeds vervuld. Met andere woorden: wij kijken op een andere manier naar wetgeving en voorstellen dan ze aan de overkant kijken.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Janssen van de SP.