Plenair Visseren-Hamakers bij voortzetting behandeling Algemene Politieke Beschouwingen



Verslag van de vergadering van 6 oktober 2026 (2026/2027 nr. 03)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.02 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Visseren-Hamakers i (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank, voorzitter. Dit zijn mijn eerste Algemene Politieke Beschouwingen. Het is echt een enorme eer om tijdens dit belangrijke debat de Partij voor de Dieren te mogen vertegenwoordigen.

Voorzitter. Het kabinet breekt met deze Miljoenennota met de trend van de afgelopen jaren om in toenemende mate niet economische groei, maar brede welvaart centraal te stellen. Deze Miljoenennota keert dus terug naar de economische logica van de spreekwoordelijke donkere Middeleeuwen. Het verlichte inzicht van de afgelopen jaren dat er meer op aarde is dan economische groei laat dit kabinet, in navolging van het kabinet-Schoof, links liggen. Het concept "brede welvaart" komt welgeteld, op een totaal irrelevante manier — ik zei het eerder al in een interruptiedebatje — twee keer voor in deze Miljoenennota, terwijl de Eerste Kamer afgelopen voorjaar een motie heeft aangenomen die het kabinet oproept om brede welvaart een centrale rol te geven in deze Miljoenennota. Waarom heeft het kabinet deze motie naast zich neergelegd, vraag ik de premier.

Voorzitter. Wie de geschiedenis bestudeert van de concepten "bruto nationaal product" en "economische groei", concepten die pas in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw gemeengoed zijn geworden, leert dat dit geen neutrale concepten zijn. Het zijn specifieke antwoorden op de vraag hoe we vooruitgang definiëren en wie profiteert en wie opdraait voor de kosten. De ontwikkelaars van het concept "bruto nationaal product" waren zich er toen al van bewust dat het bnp geen maatstaf is voor welzijn. Toch verheft het kabinet economische groei in de Miljoenennota tot nationale opdracht. Het kabinet hangt dus zijn hele beleid op aan cijfers die nooit zijn bedoeld om het welzijn van een land te meten.

Voorzitter. Wat heb je aan economische groei als door die groei veel bestuivers met uitsterven worden bedreigd? Wat heb je aan economische groei als vervolgens door klimaatverandering en vervuiling een tekort aan schoon drinkwater dreigt? Wat heb je aan economische groei als er pfas in het bloed van vrijwel alle Nederlanders te vinden is? Wat heb je aan economische groei als omwonenden van Schiphol ziek worden door slaapgebrek? Graag een reactie van de premier. Maakt dit kabinet onderscheid tussen gewenste en ongewenste economische groei? Zo ja, wat is dan gewenst en ongewenst, vraag ik de premier. Is het kabinet bereid om brede welvaart alsnog centraal te stellen in de uitwerking van haar plannen en in de zoektocht naar meerderheden in de Tweede en Eerste Kamer?

Voorzitter. Deze beschouwingen over brede welvaart hebben invloed op de hele Miljoenennota. Ik zoom in op drie onderwerpen waarop de noodzaak om af te stappen van het op een ouderwetse manier meten van welzijn het meest acuut is. Ik overweeg moties op alle drie de onderwerpen. Ten eerste de natuur. Gezonde ecosystemen vormen de basis van ons bestaan. De biodiversiteit in ons koninkrijk blijft achteruitgaan. Eén manier om de natuur te beschermen is door democratische vernieuwing, door de natuur een stem te geven in besluitvormingsprocessen. Is het kabinet bereid te onderzoeken hoe rechten van de natuur in de wet kunnen worden vastgelegd?

Ten tweede onze drinkwatervoorziening. Zonder water geen leven. Dat weten we allemaal. Het zorgen voor voldoende schoon drinkwater is dan ook een belangrijke verantwoordelijkheid van de overheid. We merken dat beschikbaarheid en kwaliteit van drinkwater onder druk staan, onder meer door klimaatverandering en vervuiling. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, waterschappen en drinkwaterbedrijven vragen het kabinet om actie. Is het kabinet bereid het Watermanifest 2026 als uitgangspunt te nemen voor het beleid voor voldoende en goed drinkwater?

Ten derde ons voedselsysteem. De keuzes binnen ons voedselsysteem zijn doorslaggevend voor dierenwelzijn, stikstof, natuur, water en klimaat. De doelen op deze beleidsterreinen kunnen alleen worden bereikt door te werken aan een echt duurzaam en een echt diervriendelijk voedselsysteem. De plannen van het kabinet zijn onvoldoende. De premier heeft tijdens het debat over de regeringsverklaring afgelopen voorjaar in deze Kamer beaamd dat de veehouderij uiterlijk in 2040 100% dierwaardig zal zijn. De staatssecretaris stelt nu in zijn brief dat "maatregelen wel realistisch, uitvoerbaar en betaalbaar moeten blijven". De wetenschappelijke toets maakt inderdaad, letterlijk en figuurlijk, vegan gehakt van de plannen van de staatssecretaris en constateert dat de veehouderij als geheel ook na 2040 niet dierwaardig zal zijn. Zelfs niet ten aanzien van routinematige ingrepen zoals het couperen van varkensstaartjes, wat al decennialang verboden is en al decennialang wordt gedoogd. Wat is nou het kabinetsbeleid, vraag ik de minister-president. Kan de Kamer nog vertrouwen op een heldere uitspraak van de premier tijdens een debat?

Het lijkt erop dat de dieren ook met dit kabinet nog steeds het slachtoffer blijven van het dogma van economische groei. Daarom heeft de Partij voor de Dieren een eigen wetsvoorstel ingediend om echt een einde te maken aan de bio-industrie. Daarnaast constateert PBL dat de stikstofplannen weliswaar een stap in de goede richting zijn, maar niet voldoende zijn om de gestelde doelen te halen. Het aantal dieren dat in de landbouwsector wordt gehouden, zal volgens het PBL verder moeten dalen. Volgens de recente Klimaat- en Energieverkenning ligt Nederland niet op koers voor de klimaatdoelen van 2030, 2040 en 2050. De emissies in de landbouw zijn nauwelijks gedaald en er is weinig specifiek beleid voor de veehouderij. We moeten dus echt tempo maken met de transitie naar een duurzame en diervriendelijke landbouw. Veel boeren en organisaties, zoals die verenigd in het Groenboerenplan, laten zien dat het kan. Het landbouwbeleid barst van het geld. Het nieuwe MFK biedt kansen om dit geld te besteden aan de voedseltransitie. Is het kabinet bereid om binnen het Nederlandse NRPP de landbouwsubsidies vooral in te zetten om de transitie naar een duurzame en diervriendelijke landbouw te realiseren? Dit kan onder meer door de voorlopers te ondersteunen.

Voorzitter. Het kabinet zal moeten kiezen. Door af en toe over rechts en af en toe over links meerderheden te zoeken, haal je de doelen op het gebied van duurzaamheid niet. Een beetje milieuvriendelijker is niet duurzaam. Een beetje minder dierenleed is niet dierwaardig. En een beetje schoon water is nog steeds vies. Ik kijk uit naar de beantwoording door het kabinet en voorts ben ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De voorzitter:

Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van Hattem.

De heer Van Hattem i (PVV):

Mevrouw Visseren-Hamakers, die namens de Partij voor de Dieren in deze Kamer spreekt, maar voor de duidelijkheid namens de Fractie-Visseren-Hamakers spreekt, hebben we horen zeggen dat de pfas-vervuiling in ons bloed zit en overal. Ze heeft het over een "beetje schoon water". Maar we hebben ook moeten vaststellen dat windturbines jaarlijks vele tientallen kilo's microplastics loslaten die in ons milieu, onze leefomgeving en daardoor ook in ons lichaam terechtkomen. Is mevrouw Visseren het met mij eens dat we ook kritisch moeten kijken naar windturbines en wat mij betreft er helemaal mee moeten stoppen als die zo veel microplastics in ons milieu loslaten?

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dank aan de heer Van Hattem voor deze vraag. De oplossing voor het energievraagstuk is het minder verbruiken van energie. Dus we zullen woningen moeten isoleren. We moeten gewoon minder energie gaan gebruiken. Dat is stap één. In al onze economische sectoren, in huishoudens, in bedrijven is dat stap één in onze energietransitie. Daarmee zullen we minder energie nodig hebben en dus ook minder energie hoeven te produceren. Dat er afval is, zoals bij elke manier waarop je energie produceert, is een gegeven. Daarom zet de Partij voor de Dieren in op het zo min mogelijk gebruik maken van energie en op de noodzaak om het produceren van energie te verminderen. We zullen kritisch moeten kijken naar het afval dat wordt geproduceerd door elke energievoorziening, of het nu kernenergie is, waarbij afval geproduceerd wordt dat nog honderdduizenden jaren radioactief is, of windturbines.

De heer Van Hattem (PVV):

Het punt is … We kunnen zeggen dat we minder energie moeten verbruiken, maar het kabinet zet ook in op elektrificatie, om juist meer naar elektrisch te gaan in plaats van fossiele brandstoffen. Daarbij is er een steeds hogere energievraag voor elektriciteit, die onder andere wordt ingezet via die windturbines. Ik vraag me af of het dan wel voldoende is om te zeggen dat we minder energie moeten gebruiken. Kunnen we niet zeggen: we gaan het alleen nog maar doen op de manier die zo min mogelijk afval produceert? Dat is bijvoorbeeld met thorium, een ontwikkeling die nu in gang wordt gezet, met een veel kortere vervaltijd van radioactiviteit. Het is ook herbruikbare energie, het is veel veiliger, het is niet exclusief. Als we nu inzetten op thorium in plaats van op windturbines, kunnen we toch een veel beter leefmilieu voor ons allemaal bereiken?

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

De heer Van Hattem verwijst naar het kabinetsbeleid. Ik hoop dat de heer Van Hattem begrijpt dat ik hier niet het kabinetsbeleid ga verdedigen.

De heer Van Hattem (PVV):

Uiteraard.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Dat is fijn. Wat de Partij voor de Dieren betreft, moeten we minder energie gaan verbruiken, omdat bij elke vorm van energieproductie je afval produceert of een impact hebt. We zullen dus ook kritisch moeten kijken hoe we onze economie vormgeven. Dat was eigenlijk de kern van mijn betoog: laten we nou kijken welke economie we willen ontwikkelen in Nederland. Niet elke economische groei is immers duurzaam. En als je die keuzes hard maakt, als je heel kritisch kijkt welke sectoren de meeste energie verbruiken en welke sectoren energiezuiniger zijn, dan zal je dus minder energie nodig hebben en dus ook minder energie hoeven te produceren. Uiteindelijk heeft de Partij voor de Dieren natuurlijk een voorkeur voor hernieuwbare energie, en dat is wind en zon.

De heer Van Hattem (PVV):

Dan komen we tot de kern. Door in te zetten op windenergie komen die microplastics in ons milieu en wordt onze gezonde leefomgeving te grabbel gegooid. Zouden we dan niet, in plaats van in te zetten op windenergie, moeten kijken naar veel betere alternatieven? Dat zijn in ieder geval geen windturbines.

De voorzitter:

Mevrouw Visseren tot slot. U hebt eigenlijk al geantwoord op deze vraag.

Mevrouw Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers):

Ik heb gezegd dat, als windturbines aan het einde van hun levensduur zijn, er afval wordt geproduceerd. Ik weet dat de sector heel hard bezig is met het recyclebaar maken van die windturbines. Maar het is evident dat er afval wordt geproduceerd. Dat is bij elke soort energieproductie zo, met name bij kernenergie.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot graag het woord aan de heer Beukering. Hij spreekt namens de fractie Beukering.