Verslag van de vergadering van 13 oktober 2026 (2026/2027 nr. 04)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 11.38 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
Mevrouw Huizinga-Heringa i (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Het is een goed gebruik in deze Kamer om transparant te zijn over onze nevenfuncties. Daarom meld ik voorafgaand aan mijn bijdrage dat ik sinds juli voorzitter ben van de raad van toezicht van VluchtelingenWerk. Daarom zal ik mij niet uitspreken over zaken waar een direct belang van de stichting VluchtelingenWerk mee gemoeid is.
Voorzitter. Het kabinet zit er nog geen acht maanden, en toch staat deze minister alweer voor de vierde keer in deze Kamer om een wetsvoorstel te verdedigen. Dat zegt iets over de energie waarmee deze minister aan de slag is gegaan. Met diezelfde energie neemt hij de uitvoering van de Spreidingswet ter hand. Dat waardeert mijn fractie. Daarnaast is mijn fractie verheugd over het feit dat deze minister de twee moties uitvoert die wij vorig jaar bij de behandeling van de begroting van Asiel en Migratie hebben ingediend. Het COA en de IND krijgen daardoor meer zekerheid over hun financiële toekomst.
Het wetsvoorstel dat we vandaag bespreken, past daarom zo op het oog veel minder goed bij deze minister. De behandeling ervan kan immers met geen mogelijkheid voortvarend worden genoemd. Het oorspronkelijke voorstel ligt al sinds 2018 in deze Kamer, terwijl de novelle in zijn oorspronkelijke vorm al in 2020 bij de Kamer werd ingediend. Hoe het ook zij, mijn fractie kan zich vinden in het doel van dit wetsvoorstel. Vreemdelingenbewaring wordt met de wet en de novelle juridisch beter onderscheiden van gevangenisstraf. Dat doet meer recht aan het feit dat vreemdelingenbewaring geen straf is. Dat vinden wij een goede ontwikkeling.
Mijn fractie heeft nog wel vragen bij de verregaande bevoegdheden die de directeur van de instelling krijgt in het kader van de orde en veiligheid. Hoe voorkomt de minister dat deze bevoegdheden in de praktijk leiden tot een vorm van bewaring die veel overeenkomsten heeft met een gevangenisstraf? Kan hij daarbij in het bijzonder ingaan op de zogenaamde lockdown en het beheersregime? Mijn fractie sluit zich aan bij de vragen die mevrouw Thijssen en de heer Dittrich op dit terrein hebben gesteld.
Voorzitter. Naast een inhoudelijke aanvulling op het wetsvoorstel bevat de novelle een onderdeel dat met terugkeer of vreemdelingenbewaring niets te maken heeft. Het amendement-Diederik van Dijk c.s. is bedoeld om de rechterlijke dwangsom in vreemdelingenzaken af te schaffen. Bij deze voorgenomen afschaffing heeft mijn fractie een aantal vragen en opmerkingen. Die hebben te maken met de functie die dwangsommen hebben in ons rechtsbestel, de situatie van de mensen die voor 12 juni een asielaanvraag hebben gedaan en de juridische houdbaarheid van de afschaffing.
Voorzitter. Het is waar dat de dwangsommen hun doel niet meer bereiken. De achterstanden bij de IND lopen immers ondanks de dwangsommen op. In dat licht is er iets voor te zeggen om de rechterlijke dwangsommen dan maar af te schaffen, al was het maar tijdelijk. Dwangsommen kosten de IND immers veel geld. Toch heeft mijn fractie zorgen over het feit dat de afschaffing van de dwangsom vandaag op tafel ligt. Met de afschaffing van de dwangsom is het echte probleem, de lange tijd die de IND nodig heeft om een beslissing te nemen, natuurlijk niet opgelost. Een brand kun je niet blussen door de rookmelder uit te zetten. Dwangsommen zijn bedoeld om burgers via de rechter te beschermen tegen een overheid die haar taken niet uitvoert of die daarmee onvoldoende vaart maakt. Het is bij de uitvoering van overheidsbeleid inmiddels — ik zeg het met een aarzeling, maar ik zeg het toch — zo'n chaos geworden, dat ook dwangsommen hun werking hebben verloren. Het gaat daarbij niet alleen om de dwangsommen die de rechter de IND oplegt. De Raad van State drukte eerder dit jaar de pauzeknop in wat betreft de dwangsommen die de Dienst Toeslagen moest betalen. De afhandeling door de Dienst Toeslagen loopt zodanig vast, dat ook dwangsommen geen effect meer hebben.
Kan de minister reageren op de zorgen van mijn fractie? Is hij met ons van mening dat deze voorgestelde afschaffing een symptoom is van een falende overheid? Wat vindt hij ervan dat overheidsorganisaties samen optrekken om de dwangsommen van tafel te krijgen, zoals Trouw vorige maand schreef? In aansluiting daarop vraag ik: hoe kijkt de minister zelf naar het fenomeen dwangsom? Kan de minister inzichtelijk maken welk deel van het totaal aan uitgekeerde dwangsommen uiteindelijk met een omweg bij het COA terechtkomt?
Voorzitter. Inmiddels beoordeelt de IND asielaanvragen volgens de regels van het Europees Asiel- en migratiepact. Zolang de IND nieuwe aanvragen voldoende voortvarend behandelt, zal er van dwangsommen bij deze nieuwe aanvragen niet of nauwelijks sprake kunnen zijn. Mijn fractie maakt zich echter grote zorgen over de 54.000 mensen die vóór 12 juni een asielaanvraag hebben gedaan. Zij zullen naar verwachting nog lang moeten wachten voordat de IND een beslissing neemt. De minister heeft weliswaar aangegeven dat de IND deze achterstand binnen drie jaar hoopt in te lopen, maar dat stelt mijn fractie nog niet helemaal gerust. Bedoelt de minister dat de IND ernaar streeft om de procedures van deze groep binnen drie jaar volledig af te ronden, of betekent deze termijn dat aanvragers na drie jaar alleen een eerste beslissing van de IND hebben ontvangen en dat daarna dus nog beroep mogelijk is? Kan de minister met deze Kamer delen hoelang mensen uit deze groep op dit moment al wachten? Kan de minister ten slotte toezeggen om over drie jaar — de minister verwacht dat de situatie bij de IND dan gestabiliseerd is — te evalueren of de herinvoering van de rechterlijke dwangsom op dat moment wel weer het beoogde effect zou sorteren?
De heer Schalk i (SGP):
Mevrouw Huizinga vraagt of een eventuele herintroductie van dwangsommen mogelijk is. Is ze het eens met het feit dat de dwangsommen op dit moment alleen maar contraproductief werken en dat dat misschien wel de reden kan zijn om op dit moment in ieder geval te zeggen dat we daar echt mee moeten stoppen?
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Als de heer Schalk naar mijn bijdrage heeft geluisterd, dan heeft hij gehoord dat mijn opening is geweest dat we op dit moment inderdaad zouden kunnen overwegen om de dwangsommen af te schaffen. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel van belang om te kijken naar de oorzaak van het vastlopen. De oorzaak is, zoals ik heb betoogd, een falende overheid. Daar kunnen wij toch geen genoegen mee nemen?
De heer Schalk (SGP):
Dat vind ik inderdaad een hele goede constatering. Het faalt.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Ik vind het geen goede constatering, maar goed.
De heer Schalk (SGP):
De constatering is in ieder geval juist. Het klopt dat het systeem faalt. Of de overheid daarbij faalt, kun je nog betwisten. Maar goed, het systeem faalt. Het in stand houden van de dwangsommen op dit moment zou de falende systemen alleen maar verder kunnen opschorten. Ik snap een groot deel van de vragen van mevrouw Huizinga, maar wat is nou het oordeel op dit moment over de dwangsommen? Dat is mij eerlijk gezegd uit het betoog nog niet helemaal duidelijk.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Ik was ook nog niet aan het einde van mijn bijdrage gekomen. Daarbij is het altijd een goed gebruik om eerst naar de minister te luisteren voordat je een uiteindelijk oordeel velt.
Daar komt nog bij dat de minister vorige week werd geconfronteerd met een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof oordeelde dat Nederland de asielaanvragen van Oekraïners toch weer in behandeling moet nemen. Mijn fractie hoort graag van de minister wat dit in de praktijk gaat betekenen, ook voor asielaanvragen van niet-Oekraïners die dateren van vóór 12 juni.
Voorzitter. Mijn fractie heeft vragen bij de juridische houdbaarheid van de afschaffing van de rechterlijke dwangsom. Een eerdere poging om deze dwangsom af te schaffen, strandde immers bij de rechter. Toen stuitte de regering bij de Raad van State op artikel 47 van het EU-Handvest. In interrupties is daar ook al over gesproken. Dat vereist dat een vreemdeling toegang heeft tot een doeltreffende voorziening in rechte, ook als er geen dwangsom meer is. De indieners van het amendement zijn van mening dat de bezwaren die de Afdeling bestuursrechtspraak had tegen de eerdere afschaffing van de rechterlijke dwangsom, niet meer van toepassing zijn in verband met een latere uitspraak van het Hof van Justitie. Mijn fractie hoort heel graag het oordeel van de minister hierover.
Daar wou ik het bij laten. Dank u.
De voorzitter:
Dank u zeer, mevrouw Huizinga. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Perin. Zij spreekt als altijd namens de fractie van Volt, maar vandaag ook namens de Fractie-Visseren-Hamakers.