Plenair Bezaan bij voortzetting behandeling Staat van de rechtsstaat



Verslag van de vergadering van 27 oktober 2026 (2026/2027 nr. 06)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 14.36 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

Mevrouw Bezaan i (PVV):

Voorzitter, dank voor het woord. Een rechtsstaat is als een huis. De Grondwet is het fundament, de wetten vormen de muren en de rechters, de politie, het OM en onze democratische instituties dragen het dak. Van buiten kan zo'n huis er nog prachtig uitzien, terwijl binnen het betonrot al is begonnen.

Voorzitter. Met een onderhoudsbeurt redden wij het niet meer. De schade heeft inmiddels het casco gekraakt. Want wat heeft een burger aan een rechtsstaat wanneer de overheid zelf jarenlang onrecht veroorzaakt? Wat heeft een burger aan rechten wanneer hij die tegenover de overheid nauwelijks kan afdwingen? Wat heeft een slachtoffer aan het strafrecht wanneer zijn aangifte niet wordt onderzocht? Wat heeft een ondernemer aan een vergunning wanneer die jaren later alsnog ter discussie kan worden gesteld? En wat heeft de democratische besluitvorming nog te betekenen wanneer steeds meer politieke beslissingsruimte door Europese regels, internationale verdragen of zeer open wettelijke normen buiten het bereik van de nationale politiek komt te liggen? Dat zijn voor mijn fractie geen losse incidenten. Ze raken aan dezelfde fundamentele vraag: voor wie is onze rechtsstaat eigenlijk?

Voorzitter. De Staatscommissie rechtsstaat gaf haar rapport een veelzeggende titel: De gebroken beloften van de rechtsstaat. Die belofte is meer dan instituties, procedures en juridische waarborgen. De overheid handhaaft de wet, beschermt burgers, handelt betrouwbaar en zorgt dat mensen hun recht kunnen halen. Juist daar gaat het te vaak mis. De toeslagenaffaire, met ruim 44.000 gedupeerden, is daarvan het pijnlijkste voorbeeld. Voor duizenden gezinnen is het herstel nog altijd niet voltooid. De Nationale ombudsman sprak over "een ramp na de ramp" en verweet de overheid in hersteltrajecten te bureaucratisch te handelen. Als herstel van overheidsfalen zelf opnieuw leidt tot bureaucratie, vertraging en frustratie, wat heeft de overheid dan werkelijk geleerd? Een rechtsstaat die op papier perfect georganiseerd is maar in de praktijk de burger laat vallen, houdt uiteindelijk alleen nog een papieren rechtsstaat over.

Voorzitter. De overheid heeft van de toeslagenaffaire onvoldoende geleerd. Dit jaar kwam opnieuw een onthutsend voorbeeld naar buiten. Bij de Belastingdienst bleek al sinds 2019 een afgeschermde digitale datakluis te bestaan. Aanvankelijk werd over 64 miljoen bestanden gesproken, maar later bleken dat er 125 miljoen te zijn. Maar dat is het probleem niet. Het probleem is dat deze datakluis niet is meegenomen bij belangrijke informatieleveringen aan parlementaire onderzoeken en evenmin bij relevante informatieverzoeken van burgers. Hoe kan een burger zijn recht halen tegenover de overheid als relevante overheidsinformatie jarenlang buiten beeld blijft?

Voorzitter. De Nationale ombudsman waarschuwde al dat de macht van de Staat voor de individuele burger overweldigend kan zijn. De overheid beschikt over ambtenaren, juristen, deskundigen, dossiers en procescapaciteit. De burger staat daar vaak alleen tegenover. Die ongelijkheid begint soms al voordat een burger naar de rechter kan. Wie informatie van de overheid nodig heeft, is voor die informatie afhankelijk van diezelfde overheid. Kijk naar de Wet open overheid. Transparantie staat voor mijn fractie als een paal boven water. Een transparante overheid maakt zichzelf controleerbaar. De Wob was daarvoor een prima middel. De Woo heeft haken en ogen in de uitvoerbaarheid. Het gevaar bestaat dat de wet doorslaat: in het aantal aanvragen en hoe daarmee wordt omgegaan, in het ambtenarenapparaat dat nodig is om de aanvragen af te handelen, in de kosten die daarmee gepaard gaan en in de dwangsommen die de overheid verbeurt als zij niet op tijd antwoordt. Een overheid die burgers aan de termijnen houdt, moet zelf haar wettelijke termijnen halen. Volgens onderzoek duurde een Woo-verzoek bij de ministeries in 2025 gemiddeld 143 dagen. 143 dagen en de wet staat vier weken toe, verlengbaar met twee. Zoals de datakluis laat zien, gaat het niet alleen om snelheid, maar ook om volledigheid. Hoe moet een burger zich verweren als hij maanden op informatie wacht of als relevante informatie niet op tijd op tafel komt? Wat zegt dat over de rechtspositie tegenover de Staat? Vindt de regering 143 dagen verenigbaar met de rechtsbescherming? Welke waarborgen zijn er dat omvangrijke informatieverzamelingen niet opnieuw buiten de zoekslag van burgers en parlement blijven?

Voorzitter. Wie te lang op de overheid wacht, kan naar de rechter. Dat is zijn laatste redmiddel, maar ook dat redmiddel kraakt. Uit onderzoek van Follow the Money bleek dat in 2025 geen enkele rechtbank de wettelijke termijn van 56 dagen haalde voor een beroep tegen het niet tijdig beslissen op een Woo-verzoek. Ik zeg dit niet om de rechter aan te vallen. Hoeveel capaciteit rechtbanken krijgen, is een politieke keuze. Het gaat ons niet om betalen, maar om op tijd beslissen. Een dwangsom is alleen een goed middel als er sneller beslissingen komen. Bij de IND gebeurde dat niet. Daarom stemden wij voor de afschaffing van de rechterlijke dwangsom bij de IND. De belastingbetaler betaalt, de aanvrager wacht nog steeds. Voor de Woo gaat het niet alleen om kosten, maar ook om effect. Dat onderzoek laat zien dat de gemiddelde behandeltijd in 2025 daalde van 188 dagen naar 143 dagen. Dat is een stap vooruit, maar nog steeds was 77% van de verzoeken te laat. En 143 dagen is meer dan drie keer de zes weken die de wet maximaal toestaat. Zelfs nu is de dwangsom dus geen doeltreffende prikkel. De PVV-fractie vroeg in de Tweede Kamer om ook de Woo-dwangsom af te schaffen. Die motie werd verworpen. Daarom vraag ik de regering welk alternatief zij de burger kan bieden nu de dwangsom niet werkt. En hoe zorgt zij dat Woo-beroepen wel binnen de wettelijke termijn worden behandeld?

Voorzitter. De rechtsstaat moet burgers niet alleen beschermen tegen de overheid, maar ook tegen criminaliteit. De Algemene Rekenkamer onderzocht wat er gebeurt met aangiften van ernstige misdrijven. In 2024 ging het om ongeveer 42.000 aangiften. Meer dan 10.000 daarvan werden niet behandeld. Ongeveer 7.000 aangiften werden direct afgewezen en circa 3.000 onderzoeken werden uit capaciteitsoverwegingen voortijdig beëindigd. Daaronder zaten duizenden zware diefstallen, maar ook gewelds- en zedenmisdrijven. De minister plaatste kanttekeningen bij die cijfers. De Tweede Kamer vond de tegenstelling met zijn reactie zo groot, dat zij op 29 september unaniem om een nieuw en volledig feitenbeeld vroeg.

Een rechtsstaat die wetten maakt, maar de ernstige overtredingen ervan niet kan onderzoeken en vervolgen, heeft niet alleen een capaciteitsprobleem, maar ook een rechtsstatelijk probleem. Wat zegt de overheid tegen een slachtoffer wiens ernstige aangifte wegens capaciteitsgebrek blijft liggen? Uw recht bestaat, maar vandaag even niet? Daarom vraag ik de minister of het rechtsstatelijk aanvaardbaar is dat meer dan 10.000 aangiften van ernstige strafbare feiten niet worden opgepakt. Kan hij garanderen dat ernstige gewelds- en zedendelicten worden onderzocht? Zoniet, welke ernstige criminaliteit pakt de regering dan feitelijk niet op?

Voorzitter. Gezag bestaat niet alleen in wetboeken. Gezag moet ook zichtbaar zijn op straat. Rond 7 en 11 oktober werd in Amsterdam steun aan Hamas getoond. Spandoeken met "we support Hamas" en leuzen als "long live the 7th of October" op een dag waarop de slachtoffers van die aanslagen worden herdacht. Wat deed de burgemeester van Amsterdam? Zij sprak van afschuw. Mede namens het OM en de politie liet zij weten dat deze uitingen schokkend en onsmakelijk waren, maar niet strafbaar en daarom was ingrijpen niet mogelijk. Het OM zag geen opruiing. Maar afschuw is geen gezag. De burgemeester liet de stoet lopen met de dragers van de Hamasvlag vooraan tot voor ons Nationaal Monument. Toen zij de demonstratie uiteindelijk ontbond, was dat niet vanwege de steun aan een terroristische organisatie, maar omdat deelnemers de looproute niet volgden. Voor een afwijkende route bood de wet een grond, voor een terroristische vlag niet.

Een burgemeester heeft meer instrumenten dan het strafrecht. In het Amsterdamse handboek voor demonstraties getiteld Demonstreren 'Bijkans Heilig', waarvoor de burgemeester zelf het voorwoord schreef, staat als vraag in de risicoanalyse van de driehoek of een protest plaatsvindt op een dag met een symbolische waarde. Alleen de burgemeester kan voorschriften stellen over plaats en tijdstip en tijdens de demonstratie aanwijzingen geven, mits er een concrete vrees voor wanordelijkheden bestaat.

Voorzitter. Hamas en het PFLP staan binnen Europa op terrorismelijsten. Toch mag je in Nederland in het openbaar "we support Hamas" uitdragen zonder dat de politie kan optreden. Dat gat in onze wetgeving is niet nieuw en het ligt bij ons, de wetgever. Er ligt inmiddels een wetsvoorstel, maar dat is beperkt. Het beperkt zich tot de verheerlijking van ernstige terroristische misdrijven, het verspreiden van verheerlijkend materiaal en steunbetuigingen die erop zijn gericht dat anderen het oogmerk van de organisatie delen. Of een leus als "long live the 7th of October" strafbaar zou zijn, blijft volgens deskundigen een grijs gebied. De minister zei in het vragenuur dat dit niet kan en niet mag. Na zijn gesprek met de burgemeester erkende hij dat er geen andere mogelijkheid was en er geen sprake was van plichtsverzuim. Dat is geen antwoord, dat is berusting. Daarom vraag ik de minister: is de symbolische betekenis van 7 oktober meegewogen en is er een voorschrift over tijd of plaats gesteld? Zo niet, waarom niet?

Voorzitter. Dit raakt rechtstreeks aan de veiligheid van Joodse Nederlanders. Het is al eerder gezegd: in 2025 registreerde de politie 867 gevallen van antisemitisme. Dat is ongeveer 8% van alle door de politie geregistreerde discriminatiefeiten, terwijl ongeveer 0,3% van de Nederlandse bevolking zich als Joods identificeert. Begin dit jaar verscheen het rapport Gevangen in vrijheden, van de Taskforce Antisemitismebestrijding. Veel Joodse studenten en medewerkers voelen zich in het hoger onderwijs nog steeds onveilig. De taskforce beschrijft geweld, vernielingen, bedreigingen en intimidatie. Een Joodse student die zich op een Nederlandse universiteit niet veilig voelt om herkenbaar Joods te zijn, heeft weinig aan mooie woorden over inclusiviteit. Vrijheid van meningsuiting is een grondrecht en demonstreren ook, maar veilig naar je universiteit, werk of synagoge gaan, hoort ook bij een rechtsstaat.

Voorzitter. In september vorig jaar liep een demonstratie in Den Haag uit op rellen. Agenten en journalisten raakten gewond. In april blokkeerden honderden klimaatactivisten de A12 bij Utrecht. Op 16 september raakte een agent gewond bij een demonstratie op het Malieveld. Het doel van de demonstratie doet in dezen niet ter zake. Demonstratierecht is geen vrijbrief voor geweld, bedreiging of ontwrichting. Mijn vraag aan de minister is: waar ligt de grens? Wanneer houdt het faciliteren en de-escaleren op en begint de plicht om in te grijpen tegen geweld en intimidatie, zodat de veiligheid en vrijheid van andere burgers niet alleen op papier maar ook in de praktijk worden beschermd?

Voorzitter. Een andere pijler van de rechtsstaat is rechtszekerheid. Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat een besluit van de overheid ook iets betekent. Dat geldt ook voor boeren. In 2021 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak nog dat intern salderen niet vergunningsplichtig was. In december 2024 oordeelde zij dat er bij intern salderen vrijwel altijd wél een vergunning nodig is, ook voor projecten die sinds 2020 zijn gestart. De Raad van State erkende zelf het belang van rechtszekerheid en hanteerde daarom een overgangsperiode tot 1 januari 2030. Ook het kabinet schreef dat deze uitspraken aanzienlijke gevolgen hebben voor de rechtszekerheid van burgers, bedrijven en overheden. Ondertussen vragen organisaties in tien provincies om het intrekken van natuurvergunningen die jaren geleden zijn verleend.

Mijn fractie bestrijd niet dat rechters rechtspreken volgens het geldige recht, maar politiek moeten wij een fundamentelere vraag durven stellen: wat is een onherroepelijke vergunning nog waard als een burger of ondernemer er toch niet op kan vertrouwen? Mensen investeren soms miljoenen op basis van overheidsbesluiten. Een rechtsstaat kan niet van burgers verlangen dat zij zich aan ieder besluit, iedere termijn en iedere vergunning houden, terwijl diezelfde overheid de spelregels steeds verandert. Welke waarde hecht de staatssecretaris vanuit haar verantwoordelijkheid voor rechtsbescherming en wetgevingskwaliteit aan een onherroepelijke vergunning? Waar ligt voor haar de grens waar veranderende regelgeving of rechtspraak de gerechtvaardigde rechtszekerheid van burgers en ondernemers aantast?

Voorzitter. Organisaties ontvangen overheidssubsidies en proberen tegelijkertijd via maatschappelijke acties en strategische rechtszaken invloed uit te oefenen op het overheidsbeleid. Neem Milieudefensie. Deze organisatie kreeg jarenlang miljoenen euro's aan overheidssubsidies. Een deel werd doorgeleid naar partners en een deel was bestemd voor internationale projecten. Maar het principe is helder. De belastingbetaler financierde een organisatie die via de rechter en de overheid het bedrijfsleven tot ander gedrag probeert te dwingen. Niemand betwist het recht van organisaties om naar de rechter te stappen. Dat is een grondrecht. Maar een recht om te procederen is iets anders dan een recht op subsidie voor wie procedeert. Kijk eerlijk naar wat die procedures doen. In het geval van Urgenda bekrachtigde de Hoge Raad in 2019 een reductiebevel aan de Staat op grond van de artikelen 2 en 8 van het EVRM, bepalingen die voor heel andere doeleinden zijn geschreven dan klimaatbeleid. In de zaak tegen Shell legde de rechtbank in 2021 via een open norm uit het Burgerlijk Wetboek, die met afspraken tussen staten werd ingevuld, een reductie van 45% op. Het hof vernietigde dat bevel, maar bevestigde wel een zorgplicht. De Hoge Raad beslist naar verwachting begin 2027.

Voorzitter. Ik verwijt de rechter niet dat hij een zaak behandelt die hem wordt voorgelegd. Maar de uitkomst van deze procedure bepaalt in de praktijk politieke keuzes: hoeveel uitstoot, welke economie, welke woningbouw. Dat is geen aanval op de rechter, maar een vraag aan ons, de wetgever. Waarom laten wij deze keuzes via open normen en verdragsartikelen bij de rechter terechtkomen? Betalen wij vervolgens mee aan een van de organisaties die dit traject bewandelen? Hoe wenselijk vindt de regering het dat de overheid organisaties financiert die via strategische rechtszaken politieke keuzes proberen af te dwingen? Is de regering bereid tot volledige transparantie over deze subsidies? Hoe borgt zij dat ze uitsluitend worden besteed aan het doel waarvoor ze zijn verstrekt?

Voorzitter. Dit brengt mij misschien wel bij het gevoeligste deel van dit debat: de verhouding tussen de rechter en de politiek. De Raad voor de rechtspraak noemde het beeld van een zogenaamde dikastocratie in 2020 al terecht "eenzijdig", alsof rechters simpelweg de macht van de politiek zouden overnemen. Dat doet geen recht aan onze staatsrechtelijke verhoudingen. Maar eenzijdig is ook het tegenovergestelde beeld, alsof deze uitspraken geen politieke gevolgen zouden hebben. Het is allebei waar: de rechter doet zijn werk en de uitkomst raakt aan de kern van het politieke bestel. Vaak is het juist de politiek die open normen formuleert, internationale verplichtingen aangaat of moeilijke besluiten voor zich uit schuift. Onze kritiek richt zich daarom op de wetgever die politieke beslissingsruimte uit handen geeft. Want wanneer steeds meer politieke keuzes juridisch worden vastgelegd in internationale verdragen, Europese regelgeving en open normen, ontstaat er een democratisch probleem. Een toekomstige meerderheid kan de verkiezingen winnen en vervolgens ontdekken dat zij op wezenlijke terreinen nauwelijks een andere koers kan varen. Waar ligt volgens de staatssecretaris de grens tussen rechterlijke rechtsbescherming en politieke besluitvorming? Hebben regering en Staten-Generaal nog voldoende democratische ruimte om op fundamentele beleidsterreinen daadwerkelijk een andere koers te kiezen? Als die balans is verschoven, is de regering dan bereid nationale wetgeving, Europese afspraken en internationale verdragen opnieuw tegen het licht te houden?

Voorzitter. Dan een onderwerp waar rechtsstaat, internationale verplichtingen en nationale democratische beslissingsruimte rechtstreeks samenkomen: asiel. Nederland registreerde in 2025 ruim 24.000 eerste asielaanvragen. Daar kwamen ruim 16.000 nareizende gezinsleden bij, een record. Samen zijn dat ruim 40.000 mensen, ongeveer 220 per 100.000 inwoners. Mijn fractie betwist niet dat Nederland gebonden is aan verdragen en Europese regelgeving, al hadden we dat liever anders gezien. De vraag is wat dat betekent voor onze mogelijkheid om zelf te bepalen wie wij toelaten, wie hier mag blijven en wie Nederland moet verlaten.

Denemarken, een land met 6 miljoen inwoners, registreerde in 2025 ongeveer 1.960 asielvragen, waarvan ruim 1.600 nieuwe aankomsten. Omgerekend is dat per 100.000 inwoners grofweg een kwart van het Nederlandse aantal eerste aanvragen. Er werd aan 875 mensen asiel toegekend, een historisch laag aantal. Denemarken heeft door zijn opt-outpositie op delen van Justitie en Binnenlandse Zaken meer nationale ruimte behouden, maar het land is nog steeds gebonden aan het Vluchtelingenverdrag, het EVRM en het beginsel van non-refoulement. Het verschil komt dus niet voort uit internationale verdragen, maar uit Europese uitzondering en andere keuzes. Daarom vraag ik de regering welke Deense maatregelen binnen de huidige verdragen en Europese regels ook hier mogelijk zijn en waarom deze niet zijn genomen. En voor wat niet kan: welke Europese en verdragsrechtelijke stappen zijn nodig voor meer nationale beleidsruimte en wanneer kunnen we die stappen verwachten? Hoe weegt de regering de rechten van buitenlandse mensen die bescherming vragen, tegen de veiligheid, draagkracht en belangen van de Nederlandse bevolking? Welk belang geeft de doorslag als die botsen?

Voorzitter. De discussie gaat niet alleen over wie Nederland binnenkomt, maar ook over wie mag blijven. Uit een recente peiling van Maurice de Hond blijkt volgens gepubliceerde resultaten dat 76% van de ondervraagden voorstander is van verplichte remigratie van criminele allochtonen. Mijn vraag aan de regering is welke juridische mogelijkheden Nederland heeft om hieraan uitvoering te geven. Welke Europese en internationale verplichtingen beperken die ruimte? Maakt de regering daarbij onderscheid tussen vreemdelingen en personen met een Nederlandse nationaliteit? Voor hen gelden immers verschillende juridische regels.

Voorzitter. Achter alle juridische discussies staan uiteindelijk mensen. Lisa was 17 jaar. Op 20 augustus 2025 fietste zij naar huis. Zij kwam niet thuis. Het OM vervolgt de verdachte voor moord, verkrachting en een poging tot verkrachting. In de locker van de verdachte op een COA-opvanglocatie werd een mes aangetroffen met het DNA van Lisa. Bij de pro-formazitting werden verklaringen van de verdachte voorgelezen. Daarin zegt hij bewust messen te hebben gekocht om iemand te doden. Hij zegt ook Lisa te hebben aangevallen. Uit het strafrechtelijk onderzoek blijkt dat hij voor zijn komst naar Nederland door meerdere Europese landen is gereisd.

Voorzitter. Ik formuleer het zorgvuldig. Ik stel niet als juridisch vastgesteld feit dat deze verdachte op het moment van het misdrijf illegaal in Nederland verbleef, maar voor mijn fractie blijft de politieke conclusie onontkoombaar: deze man had hier nooit mogen zijn. Ik vraag de regering toe te lichten hoe iemand van wie de identiteit en achtergrond onzeker zijn en die door meerdere Europese landen is gereisd, in een Nederlandse COA-opvanglocatie terecht kon komen. Op welk moment had Nederland juridisch of praktisch kunnen voorkomen dat deze man hier terechtkwam en bleef? Ik vraag de minister daarnaast afzonderlijk naar de strafrechtelijke aspecten en veiligheidsaspecten. Als het antwoord luidt dat Nederland die mogelijkheid niet had vanwege Europese of internationale verplichtingen, is de regering dan bereid die verplichtingen ter discussie te stellen? Een rechtsstaat die uitsluitend uitlegt waarom iets juridisch niet anders kon, maar niet meer durft te vragen of het recht zelf nog het juiste resultaat oplevert, maakt zichzelf uiteindelijk machteloos. Lisa had nog moeten leven!

Voorzitter, ik ga afronden. De discussie over de rechtsstaat wordt vaak gevoerd alsof het vooral gaat om instituties, rechters, wetten, verdragen en procedures. Dat is allemaal belangrijk, maar ik begon met de vraag voor wie onze rechtsstaat eigenlijk is. Het antwoord van de PVV is: voor de burger. Voor de burger die 's avonds veilig naar huis wil, voor het slachtoffer dat verwacht dat zijn aangifte wordt onderzocht, voor de boer die erop moet kunnen vertrouwen dat een vergunning morgen ook nog iets waard is, voor de Joodse student die zonder angst naar college wil, voor de ouder die na door de overheid aangedaan onrecht niet opnieuw jarenlang door bureaucratische procedures wil worden gestuurd, voor de burger die tegenover diezelfde overheid zijn recht probeert te halen en voor het land dat zelf moet kunnen bepalen wie het toelaat. Daarom heb ik één overkoepelende vraag aan de regering. Wanneer vindt zij dat de belofte van de rechtsstaat aan de burger is gebroken? Hoeveel jaren mag herstel van overheidsfalen duren? Hoe lang mag een burger wachten op informatie? Hoeveel ernstige aangiften mogen er op de plank blijven liggen? Hoe onzeker mag een onherroepelijke vergunning worden? En hoeveel barrières mogen er bestaan voordat we erkennen dat een recht op papier niet hetzelfde is als een recht in de praktijk?

Voorzitter. De rechtsstaat vraagt niet om nog meer mooie woorden. Hij vraagt om gezag, rechtszekerheid en handhaving, om een overheid die zelf betrouwbaar is en bovenal om bescherming van de burger. Herstel de wet, herstel de orde en herstel daarmee de gebroken belofte van de rechtsstaat aan de Nederlandse burger. Breng het gezag terug waar het hoort, bij een rechtsstaat die allereerst zijn eigen burgers beschermt.

Voorzitter, ik dank u voor de tijd.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Van der Goot. Hij spreekt namens OPNL.