Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T01065

Toezegging Gezichtspunten kenbaar maken aan Europese Commissie i.v.m. evaluatie richtlijn Dataretentie (31.145)



De minister van Justitie, de heer Hirsch Ballin, zegt de Kamer, naar aanleiding van een opmerking van het lid Franken, toe dat de regering ervoor zal zorgen dat alle gezichtspun-ten die in de discussie over de opslag van (internet)verkeersgegevens in Nederland naar voren zijn gebracht, aan de orde zullen komen in de berichtgeving van de regering aan de Europese Commissie in verband met de evaluatie van de richtlijn Dataretentie.


Kerngegevens

Nummer T01065
Status voldaan
Datum toezegging 6 juli 2009
Deadline 1 januari 2010
Voormalige Verantwoordelijke(n) Minister van Justitie
Huidige Verantwoordelijke(n) Minister van Veiligheid en Justitie
Kamerleden prof. mr. H. Franken (CDA)
Commissie commissie voor Veiligheid en Justitie (V&J)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie evaluatie
Onderwerpen dataretentie
Europese Commissie
Kamerstukken Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (31.145)


Uit de stukken

Handelingen I 2008-2009, nr. 39, blz. 1810-1812

De heer Franken (CDA): Ik ben nu gekomen bij de politieke stellingname die mijn fractie inneemt. Wij zijn ongelukkig met de richtlijn dataretentie, die wij – helaas – moeten implementeren. Een bewaartermijn van zes maanden is daarmee onvermijdelijk. Wij zien scherp de bezwaren. Wij zouden er daarom de voorkeur aan geven wanneer de richtlijn op het minimumniveau zou worden geïmplementeerd. Het wetsvoorstel gaat echter uit van een termijn van twaalf maanden. Het verschil tussen zes en twaalf maanden vindt mijn fractie evenwel niet van zodanige aard, dat zij daarom haar steun aan het wetsvoorstel zal onthouden. Mijn fractie is daartoe echter alleen bereid wanneer in ieder geval de volgende voorwaarden zullen worden vervuld.

(…)

  • 2. 
    De bij de behandeling door de Eerste Kamer tegen de bewaarplicht naar voren gebrachte bezwaren worden ter gelegenheid van de evaluatie door onze regering in Brussel aan de orde gesteld. (U begrijpt nu de verwijzing in het verslag van deze vergadering naar onze eerdere schriftelijke inbreng, omdat ik daarvan heb gevraagd die als herhaald en ingelast te beschouwen.)

(…)

De voorzitter: Door de leden Franken, Hendrikx, De Vries-Leggedoor, Willems en Essers wordt de volgende motie voorgesteld:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het wetsvoorstel bewaarplicht telecommunicatiegegevens ziet op de implementatie van Richtlijn 2006/24/EG;

overwegende dat door de Eerste Kamer der Staten-Generaal reeds in de discussie rondom de totstandkoming van Europese regelgeving omtrent de bewaarplicht telecommunicatiegegevens bezwaren zijn geuit met betrekking tot het nut en de noodzaak van dergelijke regelgeving;

constaterende dat door de Eerste Kamer aangezochte experts hebben betoogd dat er diverse manieren bestaan om de effectiviteit van de bewaarplicht van met name internetgegevens te omzeilen, waaronder online communicatie via sociale netwerksites en webmail in plaats van regulier mailverkeer;

constaterende dat hierdoor het wetsvoorstel slechts in beperkte mate effectief kan zijn, waardoor nut en noodzaak van het voorstel in twijfel kunnen worden getrokken;

verzoekt de regering, de Europese Commissie op de hoogte te stellen van de bezwaren van de Eerste Kamer en er bij de Commissie op aan te dringen dat in de reeds voorziene evaluatie van de Richtlijn uitgebreid aandacht zal worden besteed aan de effectiviteit van de opslag van internetverkeersgegevens,

en gaat over tot de orde van de dag.

(…)

Handelingen I 2008-2009, nr. 40 – blz. 1848

Minister Hirsch Ballin: Tot slot de tweede motie van de heer Franken over de communicatie met de Europese Commissie. Wij zullen ervoor zorgen dat alle gezichtspunten die in de behoorlijk complexe discussie over dit onderwerp in Nederland naar voren zijn gebracht, aan de orde komen in onze berichtgeving aan de Commissie.

(…)

Handelingen I 2008-2009, nr. 40 – blz. 1857

Minister Hirsch Ballin: In reactie op de woorden van de heer Franken over de richtlijn het volgende. In Brussel wordt onderkend in de voorbereidingen van de evaluatie dat er reden is om verder na te denken over de toepassing van geheel dezelfde regels op de internetcommunicatie naast de telefoon- en GSM-communicatie. Ik herken dat punt en dat is voor mij ook aanleiding geweest om toe te zeggen, naar aanleiding van zijn tweede motie, dat wij de overwegingen die naar voren zijn gekomen in de discussie in Nederland onder de aandacht zullen brengen bij de Europese Commissie in verband met de evaluatie van de richtlijn. 


Brondocumenten


Historie