Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
T00678

Toezegging bij wet inburgering 5



De minister voor Vreemdelingenbeleid en Integratie streeft ernaar om beide Kamers een halfjaar na de invoering van de Wet Inburgering te informeren over de eerste ontwikkelingen en indrukken op de markt van de inburgeringscursussen, in het bijzonder over de mate waarin van onderwijsvoorzieningen gebruik wordt gemaakt en een beroep wordt gedaan op de lening- en vergoedingfaciliteit.


Kerngegevens

Nummer T00678
Oorspronkelijke nummer tz_VROM/WWI_2008_12
Status voldaan
Datum toezegging 21 november 2006
Deadline 7 januari 2007
Verantwoordelijke(n) Minister voor Integratie, Preventie, Jeugdbescherming en Reclassering
Minister voor Wonen, Wijken en Integratie
Commissie commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu / Wonen, Wijken en Integratie (VROM/WWI)
Soort activiteit Plenaire vergadering
Categorie brief/nota
Kamerstukken Wet inburgering (30.308)


Opmerking

Voldaan bij brief inzake Stagnering Inburgeringscursussen, gezonden op 8 oktober 2007 aan de VZ Tweede Kamer. Een afschrift van deze brief wordt alsnog toegezonden. Reactie Justitie: Een jaar na inwerkingtreding van de WI zal de eerste rapportage over prijsontwikkeling aan de TK en EK worden toegezonden. Daarbij zal ook een eerste indruk gegeven worden van gebruikmaking van cursussen, leningen en vergoedingen. Dit zal naar verwachting 1 januari 2008 gebeuren.

Uit de stukken

Handelingen Eerste Kamer 2006 – 2007, 9 – 359

Handelingen Eerste Kamer 2006 – 2007, 8 – 344

De heer Van de Beeten (CDA)

(…)

Het convenant voorziet in een inventarisatie van de ontwikkelingen na een jaar en na twee jaar. Ik zou de minister willen verzoeken al eerder een peiling te houden naar de mate waarin van de onderwijsvoorzieningen gebruik wordt gemaakt. Zowel voor de afspraken met de MBO Raad als voor de vraag of de wet succesvol is, is het van belang of inburgeringsplichtigen aan wie geen voorzieningsaanbod behoeft te worden gedaan daadwerkelijk werken aan de voorbereiding op hun examen. Een maatstaf daarvoor is de mate waarin men zich heeft gemeld bij roc’s en andere bij de overheid bekende instellingen, die cursorisch onderwijs aanbieden ten behoeve van inburgering. Weliswaar is denkbaar dat een deel van de betrokken groep op een andere wijze voorziet in onderwijs, maar erg waarschijnlijk is dat niet. Deze gegevens, in combinatie met de mate waarin een beroep is gedaan op de leenfaciliteit, zouden zes maanden na invoering moeten worden geïnventariseerd en een maand later aan de Kamers moeten worden gemeld. Dat biedt de gelegenheid nog in een vroeg stadium bij te sturen of aanvullende maatregelen te nemen.

(…)

Handelingen Eerste Kamer 2006 – 2007, 9 – 359

Minister Verdonk:

(…)

In artikel 7, eerste lid, van datzelfde convenant is naar aanleiding van een andere vraag van de heer Van de Beeten erin voorzien om een en twee jaar na de inwerkingtreding van de WI de eerste ontwikkelingen op de markt van de inburgeringscursussen te inventariseren. Hij vroeg of het niet mogelijk was om na een halfjaar al een inventarisatie te maken van de mate waarin van onderwijsvoorzieningen gebruik wordt gemaakt en een beroep wordt gedaan op de lening- en vergoedingfaciliteit. Dat voorstel vind ik heel begrijpelijk. Ik streef ernaar om beide Kamers een halfjaar na de invoering van de WI te informeren over de eerste ontwikkelingen en indrukken.



Historie

  • 19 februari 2007
    Voortgang:
    documenten:
    • -   
      31200 XVIII, B. Bijlage bij 30800 VI, D (11 mei 2007)
  • 21 november 2006
    toezegging gedaan