Taken en positie Eerste Kamer

De Eerste Kamer heeft door haar samenstelling en bevoegdheden een eigen plaats en taak in het politieke bestel. Wat die eigen taak en plaats zijn en waarin Eerste en Tweede Kamer van elkaar verschillen, leest u hieronder.

Veel landen hebben een parlement dat uit twee kamers bestaat (denk aan het Britse Lagerhuis en Hogerhuis). Ook Nederland heeft sinds 1815 zo'n tweekamerstelsel ('bicameralisme'). Ook op de vraag waarom dat zo is, wordt eveneens hieronder ingegaan.



Taken

De taken van de Eerste Kamer liggen vooral op het gebied van de wetgeving, maar ook bij het controleren van de regering heeft zij een rol.

Formeel beschouwd kan de Eerste Kamer wetsvoorstellen alleen verwerpen of aannemen. In de praktijk heeft ze echter nog wel wat meer mogelijkheden en zijn debatten van belang.

Want uitspraken van bewindslieden in die debatten over een wetsvoorstel kunnen namelijk een rol spelen in toekomstige rechtszaken. Het debat in de Eerste Kamer maakt namelijk onderdeel uit van de wetsuitleg. Verder kunnen Eerste Kamerleden de bewindslieden toezeggingen ontlokken over de toepassing van de wet.

Als de Eerste Kamer dreigt een wetsvoorstel te verwerpen, zal een minister of staatssecretaris (eventueel na kabinetsberaad) geneigd zijn de Kamer tegemoet te komen.

Een bewindspersoon neemt soms zelf het initiatief het wetsvoorstel te repareren door een wijzigingsvoorstel in te dienen. Zo'n tweede wetsvoorstel heet een novelle.

Ten slotte komt het ook wel eens voor dat de Eerste Kamer zoveel kritiek op een wetsvoorstel heeft, dat de regering het niet meer op stemming laat aankomen en het voorstel maar intrekt.

Overigens zwicht de Eerste Kamer op haar beurt - na afweging van voors en tegens - wel eens voor de druk van de regering. Die kan namelijk dreigen af te treden indien de Eerste Kamer een wetsvoorstel zou verwerpen. Meestal neemt de Eerste Kamer het voorstel dan toch maar aan. Ook wil de Eerste Kamer geen onnodige spanningen veroorzaken tussen de beoordeling en afhandeling in beide Kamers.

De leden van de Eerste Kamer kunnen, net als de Tweede Kamerleden, (schriftelijk) vragen stellen aan de regering. Bij de behandeling van de begroting kan de Eerste Kamer met bewindslieden debatteren over het lopende en toekomstige beleid.


Verschil met Tweede Kamer

Tweede Kamerleden zijn fulltime beroepspolitici, terwijl Eerste Kamerleden deeltijdpolitici zijn, die dikwijls nog andere functies bekleden. Zij krijgen een vergoeding die ongeveer een kwart bedraagt van die voor de Tweede Kamerleden.

De Tweede Kamer houdt zich verder vooral bezig met de dagelijkse politiek, roept ministers ter verantwoording, doet uitspraken over nieuw beleid en behandelt wetsvoorstellen gedetailleerd.

De Eerste Kamer staat, ook al omdat de politieke fracties formeel niet aan een regeerakkoord zijn gebonden, verder af van de dagelijkse politiek. Zij houdt zich alleen bezig met de hoofdlijnen van beleid. Zij kan daardoor wat onafhankelijker opereren dan de Tweede Kamer.

Ten aanzien van de wetsvoorstellen heeft zij een heroverwegende functie. De Eerste Kamer heeft niet het recht om wetsvoorstellen te wijzigen (het recht van amendement). Zij stemt alleen over het voorliggende wetsvoorstel en kan dit uitsluitend aannemen of verwerpen.

Ook mondelinge beantwoording van vragen komt in de Eerste Kamer niet voor. Van het recht om schriftelijke vragen te stellen, maken de leden van de Eerste Kamer veel minder gebruik dan die van de Tweede Kamer.

Ten slotte heeft de Tweede Kamer - met name de laatste jaren - een aantal keren gebruik gemaakt van haar recht van enquête, terwijl de Eerste Kamer dat nog nimmer heeft gedaan.


Het tweekamerstelsel

In 1815 werd met de komst van de Eerste Kamer het tweekamerstelsel ingevoerd. De Eerste Kamer bleef, ondanks de kritiek die soms op haar bestaan en functioneren werd uitgeoefend, daarna gehandhaafd.

In de loop der tijden raakten steeds meer partijen overtuigd van het nut van een tweede instantie, die na de Tweede Kamer, wetsvoorstellen beoordeelt, uitgaande van eigen criteria.

Het wetgevende proces kan namelijk vrij langdurig zijn. Soms duurt het wel vijf of zes jaar voor een wetsvoorstel wet is geworden. Regering en Tweede Kamer wijzigen in de loop van dat proces vaak de tekst van een wetsvoorstel. Daarbij moet bedacht worden dat de Raad van State alleen advies uitbrengt over de tekst van het oorspronkelijke voorstel.

Verder kunnen tijdens de behandeling nieuwe inzichten naar voren komen. Dat alles maakt heroverweging nodig. Die heroverweging is vooral gericht op de vraag of het uiteindelijke voorstel kwalitatief wel goed genoeg is, of er geen strijdigheid is met de Grondwet of internationale verdragen, of de rechten van de burgers niet onevenredig worden geschaad en of het geheel betaalbaar blijft.


Ontstaansgeschiedenis

De Eerste Kamer bestaat al sinds 1815. In dat jaar werd zij ingesteld door koning Willem I. In 1815 werden Nederland en België verenigd en vooral de Belgen drongen aan op invoering van een tweekamerstelsel.

De Eerste Kamer diende in het begin van haar bestaan als bolwerk rond de Kroon (daarmee worden koning en ministers bedoeld). Zij kon alle voor de koning onwelgevallige wetsvoorstellen alsnog tegenhouden. Het ging daarbij vooral om initiatiefvoorstellen van de (toen ook indirect) gekozen Tweede Kamer.

De leden werden niet gekozen, maar waren vertrouwelingen van de koning, die door hem voor het leven werden benoemd.

Na de afscheiding van België in 1830 bleef de Eerste Kamer gehandhaafd. In 1848 veranderde er echter veel op staatkundig gebied door de invoering van een nieuwe Grondwet. Ook de positie van de Eerste Kamer en de eisen voor verkiesbaarheid wijzigden.

De taak van de Eerste Kamer zou na 1848 geleidelijk meer op het gebied van de bewaking van de kwaliteit van de wetgeving komen te liggen; zij werd, als laatste beoordelende instantie in de wetgeving, een 'Kamer van heroverweging', een 'Chambre de réflexion'.