Een impressie uit de Eerste Kamer



25 februari 2000

Voor velen is het lidmaatschap van de Eerste Kamer een aangename en zelfs benijdenswaardige functie. Dit is niet geheel ten onrechte. Het is bepaald aantrekkelijk om via part-time werkzaamheden (een dag per week) betrokken te zijn bij het reilen en zeilen van 'Den Haag', en dan vooral in combinatie met een beroepsleven elders in de samenleving. De voordelen van een dergelijke constructie zijn aanzienlijk - voor allen. Allereerst zijn senatoren geen 'beroepspolitici', waardoor zij een lossere relatie hebben met het bestuur van het land. Dit leidt er toe dat zij het politieke bedrijf enigszins relativerend tegemoet treden. Daarbij speelt ook een rol dat vrijwel niemand in de Eerste Kamer van de geboden vergoeding moet leven, waardoor eigenbelangen nauwelijks een rol spelen. Voor ons politieke bestel is deze betrokkenheid op afstand van de Eerste Kamer dus een goede zaak.

Toch kan ik mij voorstellen dat zowel de leden van de Tweede Kamer als de ministers en staatssecretarissen de Eerste Kamer bij tijd en wijle ervaren als een blok aan het been. De suggestie wordt vaak gedaan dat de Senaat onnodige extra rompslomp oplevert en wetgeving vertraagt, dan wel tegenhoudt. Dat laatste blijkt overigens in de praktijk bijzonder mee te vallen, zoals de voorzitter van de Eerste Kamer, mr Korthals Altes, in zijn slottoespraak van het vorige zittingsjaar liet zien. Maar zelfs al zou sprake zijn van enige vertraging, dan staat daar tegenover dat de Eerste Kamer over aanzienlijk expertise beschikt, die de wetgeving alleen maar ten goede kan komen. Zo is een indrukwekkend aantal leden hoogleraar in het staatsrecht, dan wel het arbeidsrecht, het bestuursrecht of aanverwante vakken. Hun bijdragen beïnvloeden de kwaliteit van de wetgeving positief. Veel wetgeving komt in haast tot stand waarbij het bijna niet anders kan dan dat men steken laat vallen, zowel op de departementen als in de Tweede Kamer. Maar ook overigens blijken in de Eerste Kamer fundamentele kanttekeningen bij wetgevingen gezet te worden, en inderdaad: dat kan betekenen dat de wetsvoorstellen worden teruggenomen.

Ook voor de leden van de Eerste Kamer zelf is het een permanent punt van bezinning hoe kritisch men naar de wetsvoorstellen zal kijken. Van belang is dat men weet wat er in de Tweede Kamer al over gezegd is. Maar de Eerste Kamer heeft ook een eigen taak en verantwoordelijkheid. Daarbij is steeds de vraag hoe 'politiek' de Eerste Kamer moet zijn, dat wil zeggen, hoe inhoudelijk men op de wetgeving wil ingaan. Het alternatief is om alleen naar de wets-technische kanten van een wetsontwerp te kijken, iets wat eigenlijk - hoe belangrijk ook - voor de meeste Eerste Kamerleden een te beperkte opdracht is. Mijn inziens kan het niet zo zijn, dat de Eerste Kamer haar politieke achtergrond negeert; zij is geen tweede Raad van State. Maar enige politieke terughoudendheid geldt als goed gebruik.

Wat een buitenstaander zich niet altijd realiseert is dat het politieke handwerk voor 90% bestaat uit becommentariëren van wetgeving. Het is werkelijk verbijsterend hoe groot de stroom van wetgeving is die door de departementen wordt uitgestort over de Staten-Generaal (De Eerste Kamer krijgt in principe dezelfde stukken als de Tweede Kamer). Of het parlement werkelijk deze wetten kan toetsen, is een reëele vraag. Het enige dat soelaas biedt zijn de specialiseringen van de leden van de Tweede Kamer, waardoor ieder van de leden slechts een soms klein brokje wetgeving voor zijn rekening neemt, wat als gevolg kan hebben dat men op details ingaat en amendementen indient die een wet nog weer complexer maken. Ook is het hierdoor vrijwel onmogelijk om overzicht over het geheel te houden. Wie de stapels ziet vraagt zich af of er nog wel iemand is, die dat overzicht wel heeft.

De Eerste Kamer toetst sowieso alleen op hoofdlijnen, maar ook hier wordt het werk verdeeld via de 'portefeuilles', die wat minder strak zijn afgegrensd dan bij de Tweede Kamer. Van een echt gevecht over portefeuilles is dan ook geen sprake, zoals alles in de Eerste Kamer wat meer ontspannen gaat.

Hoewel de nieuwe Eerste Kamer pas sinds een half jaar echt aan het werk is, is voor de nieuwe leden één ding duidelijk: het is een genoegen om met een groot aantal betrokken, ervaren en deskundige collega's een bescheiden steentje bij te dragen aan de publieke zaak.

Deze column is op persoonlijke titel geschreven