Het belangrijkste werk gebeurt als niemand kijkt



3 december 1999

De meeste mensen kennen de Eerste Kamer alleen van de zeldzame keren dat er spektakel is, zoals bij voorbeeld het geval was in de 'nacht van Wiegel'. Doorgaans heeft de pers niet zoveel belangstelling. De beoordeling van de kwaliteit van wetgeving is geen nieuws. Dat de Eerste Kamer de neiging heeft een wetsvoorstel te verwerpen, is op zichzelf ook niet voldoende om de gemoederen te verhitten. Anders wordt het pas als het Kabinet aan het omstreden voorstel nu juist zoveel gewicht hecht. Het is begrijpelijk dat het dan kraakt in één van de Eerste-Kamerfracties die tot de coalitie behoren. Meestal zwicht die fractie dan uiteindelijk. Soms ook niet. De verliezers hebben dan de neiging van een bedrijfsongeval te spreken.

Maar de Eerste Kamer doet mijns inziens haar belangrijkste werk wanneer er niet zoveel belangstelling van de media bestaat. Na de afhandeling in de Tweede Kamer beoordeelt de Eerste Kamer wetsvoorstellen op diverse kwaliteitskenmerken. Natuurlijk maken de leden van de Eerste Kamer ook hun politieke afwegingen, maar omdat er klaarblijkelijk een meerderheid in de Tweede Kamer vóór het wetsvoorstel was, zal het niet zo vaak gebeuren dat de optelsom van al die afwegingen tot een andere uitkomst leidt dan 'aan de overkant'. Een negatief oordeel over de kwaliteit van een wet, bij voorbeeld over de handhaafbaarheid ervan of over de consistentie met internationale verdragen, kan echter wel degelijk een meerderheid krijgen. En dan mag de regering kiezen: of het aan laten komen op verwerping of via nieuw overleg met de Tweede Kamer een reparatie plegen.

De kernfunctie van de Eerste Kamer is de beoordeling van de kwaliteit van wetsvoorstellen. Daarnaast spreekt de Kamer jaarlijks met de regering als geheel en met de bewindslieden van de afzonderlijke departementen over de hoofdlijnen van beleid. Deze ontmoetingen geven mogelijkheden om eens wat verder te kijken dan de actualiteit van de dag.

Ik doe het Eerste-Kamerwerk nu ruim acht jaar. De eerste twee perioden was ik de enige GPV-er, sinds juni ben ik één van de vier leden van de RPF/GPV-fractie. Het werk is interessant. Maar politiek is voor een GPV-er niet alleen een hobby. Het zijn zware woorden, maar ik geloof dat de overheid verantwoordelijk is tegenover de samenleving, maar ook tegenover God. Een bescheiden bijdrage leveren aan de het beleid van de overheid, met name aan kwaliteit van de Nederlandse wetgeving, heeft daarom ook iets van een roeping.

Dat ik die bijdrage kan leveren - naast m'n werk als schooldirecteur - in een gezelschap van interessante mensen met zeer uiteenlopende maatschappelijke posities en politieke ervaring, maakt het des te boeiender.

Deze column is op persoonlijke titel geschreven