E090270
Laatste revisie: 03-12-2012

E090270 - Kaderbesluit inzake bescherming milieu door strafrecht (initiatief Denemarken)



Op 1 februari 1999 heeft Denemarken een voorstel ingediend om milieucriminaliteit op EU-niveau strafrechtelijk aan te pakken. Het verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van het milieu met behulp van strafrecht uit 1998 diende grotendeels als leidraad. Het voorstel is wel uitgebreid met een bepaling over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen. Verder bepalingen m.b.t. nauwe samenwerking bij onderzoek, het verlenen van de ruimst mogelijk bijstand, instellen contactpunten.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: implementatietraject gestart.

Nationaal

De minister van Veiligheid en Justitie heeft dit voorstel bij brief van 8 oktober 2012 ingetrokken (zie kamerstukken in de serie 30.037).

Europees

Het kaderbesluit 2003/80/JBZPDF-document is 5 februari 2003 gepubliceerd in Pb EU L 29.


Kerngegevens

commissie Eerste Kamer

beleidsterreinen

verwante dossiers


Implementatie

De minister van Veiligheid en Justitie heeft dit voorstel bij brief van 8 oktober 2012 ingetrokken (zie kamerstukken in de serie 30.037).

Op 26 oktober 2005 verzoekt de minister van Justitie de Tweede Kamer per briefWord-document de verdere behandeling van wetsvoorstel 30037 op te schorten in afwachting van de door de Europese Commissie te ondernemen stappen naar aanleiding van de uitspraak van het Hof van Justitie.

Kaderbesluit 2003/80/JBZPDF-document dient voor 27 januari 2005 geïmplementeerd te zijn. Voor implementatie van het kaderbesluit, door aanpassing en aanvulling van enkele bepalingen van het Wetboek van Strafrecht en andere wetten, is op 16 maart 2005 wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer (zie kamerstukken in de serie 30.037).


Behandeling Eerste Kamer

Op 14 januari 2003 werd instemming verleend.

Op 17 december 2002 werd instemming onthouden wegens de motie Jurgens.

De regering verwijst, in reactie op de wens van de Eerste Kamer dat een interpretatieve verklaring wordt afgelegd dat de Staat niet valt onder de definitie van rechtspersoon en derhalve niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld, naar Trb.1997,251 Tweede Protocol van 19 juni bij de Overeenkomst aangaande de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen en stelt dat er sindsdien een modelbepaling wordt gehanteerd inzake de aansprakelijkheid van rechtspersonen. Op 5 december 2002 is een brief naar de minister van Justitie gezonden.

Op 26 november 2002 werd instemming onthouden i.v.m. zeswekentermijn motie Jurgens en omdat het lid Van de Beeten mogelijk een vraag zal formuleren m.b.t. uitsluiting strafrechtelijke aansprakelijkheid van de overheid.

Op 8 oktober 2002 heeft de EK ingestemd met het ontwerpkaderbesluit zoals neergelegd in raadsdocument 15525/01, onder de voorwaarde dat een interpretatieve verklaring wordt afgelegd dat de Staat niet valt onder de definitie van rechtspersoon en derhalve niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld.

Op 6 maart 2001 heeft de EK instemming verleend aan het ontwerpkaderbesluit zoals neergelegd in raadsdocument 6466/01.


Behandeling Tweede Kamer

Op 18 december 2002 werd ingestemd.

Op 26 november 2002 werd instemming onthouden.

De TK heeft (i.v.m. overlijden prins Claus werd AO met de bewindslieden op 10 oktober 2002 geschrapt) op alle ontwerpbesluiten die het Koninkrijk beogen te binden een parlementair voorbehoud gemaakt.

Tijdens een AO op 13 maart 2001 gaf minister Korthals aan dat de meerwaarde van het kaderbesluit t.o.v. het RvE-verdrag ligt in de snelle inwerkingtreding. Het richtlijnvoorstel van de Ec wilde hij wel in beschouwing nemen, maar hij sprak wel het verwijt uit dat de EC het onderwerp twintig jaar had laten liggen en het nu opeens als haar competentie beschouwde.

Tijdens een AO op 26 september 2000 gaf minister Korthals aan dat nog niet alle lidstaten het RvE-verdrag hebben getekend en dat hij dat graag zou willen bepleiten, voorts wenste hij dat het RvE-verdrag als minimumnorm zou gelden bij de besprekingen over het kaderbesluit. In het verdrag zijn bijvoorbeeld bepaalde culpose milieuovertredingen als strafbare feiten aan te merken ongeacht de vraag of milieuvergunningen zijn overtreden, in het Deense voorstel niet.


Standpunt Nederlandse regering

De regering verwacht dat de artt. 173 a + b van het wetboek van strafrecht en de wet inzake de luchtverontreiniging aangepast moeten worden.

  • bnc-fiche
    Ministerie van Buitenlandse Zaken - 22.112, 174 fiche 1
    7 november 2000

Openbaarheid i.v.m. motie Jurgens

Raadsdocument 13421/02 (ontwerpkaderbesluit) en 13743/02 (toelichting) zijn openbaar. De zeswekentermijn verstrijkt op 25 december 2002.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

Op 1 februari 1999 heeft Denemarken een voorstel ingediend om milieucriminaliteit op EU-niveau strafrechtelijk aan te pakken. Het verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van het milieu met behulp van strafrecht uit 1998 diende grotendeels als leidraad. Het voorstel is wel uitgebreid met een bepaling over de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen. Verder bepalingen m.b.t. nauwe samenwerking bij onderzoek, het verlenen van de ruimst mogelijk bijstand, instellen contactpunten.

Op 13 september 2005 heeft het Europees Hof van Justitie Kaderbesluit 2003/80/JBZ inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht nietig verklaard. De Europese Commissie had hiertoe een beroep ingesteld tegen de Raad van de Europese Unie. Zie ook het arrest van het Hof van Justitie en het persberichtPDF-document van de Europese Commissie.

Op 23 november 2005 heeft de Europese Commissie een mededeling over de gevolgen van het arrest van het Hof gepubliceerd.


Behandeling Raad

De JBZ-Raad besprak op 15/16 maart 2001 wederom het ontwerpkaderbesluit. Inhoudelijk werd een politiek akkoord bereikt, doch de discussie werd bemoeilijkt door het gegeven dat de EC een ontwerprichtlijn m.b.t. dezelfde materie had ingediend. De lidstaten bleken een duidelijke voorkeur te hebben voor een kaderbesluit, maar wilden bepaalde artikelen uit het richtlijnvoorstel wel overnemen.

Het ontwerpkaderbesluit is in de JBZ-Raad van 28/29 september 2000 aan de orde geweest. Toen werd besloten een EU-instrument vóór de uitbreiding tot stand te brengen en daarin delen van het RvE-verdrag inzake de bescherming van het milieu door strafrecht over te nemen.

Een uitgebreide discussie in de Raad heeft geleid tot de conclusie dat dit kaderbesluit op basis van de artt. 29, 31e en 34, lid2b van het EU-verdrag wordt aangenomen (invalshoek justitiële samenwerking) en niet de ontwerprichtlijn die de Europese Commissie op basis van artikel 174, lid 2 EG-verdrag (invalshoek milieubescherming) heeft voorgesteld. EC en EP wensen echter nadrukkelijk een communautair instrument. Het EP heeft geadviseerd de richtlijn aan te nemen en vervolgens een behoorlijk uitgekleed kaderbesluit.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement heeft op 9 april 2002 hernieuwd advies uitgebracht m.b.t. de ontwerprichtlijn en het ontwerpkaderbesluit. Het EP is voorstander van een communautair instrument en kan instemmen met een 'uitgekleed' kaderbesluit, mits eerst de richtlijn is vastgesteld.

Het Europees Parlement heeft op 7 juli 2000 advies uitgebracht m.b.t. het ontwerpkaderbesluit en 47 amendementen voorgesteld.


Reacties Derden

  • 126750.3 Word-document advies
    Permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtenlingen- en strafrecht - CM01-005
    9 maart 2001
  • 126750.3
    Permanente commissie van deskundigen in internationaal vreemdelingen-, vluchtenlingen- en strafrecht - CM01-005
    8 maart 2001

Alle bronnen

Sociale media menu


Volg via