Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu
E130047
  ruit icoon
Laatste revisie: 24-04-2019

E130047 - Voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Kaderbesluit 2004/757/JBZ betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en straffen op het gebied van de illegale drugshandel, wat de definitie van drug betreft



Met het oog op de stroomlijning en verduidelijking van het rechtskader voor drugs wil de Europese Commissie met dit voorstel de schadelijkste nieuwe psychoactieve stoffen onder dezelfde strafrechtelijke bepalingen laten vallen als die welke gelden voor de krachtens de VN-verdragen gereguleerde stoffen. De Commissie stelt daarom voor de werkingssfeer van Kaderbesluit 2004/757/JBZ uit te breiden tot nieuwe psychoactieve stoffen.


Stand van zaken

Behandelfase Eerste Kamer: behandeling in Eerste Kamer afgerond.

nationaal

De richtlijn is op 6 februari 2019 geïmplementeerd.

Europees

Richtlijn 2017/2103PDF-document werd op 15 november 2017 ondertekend door de Raad en het Europees Parlement en gepubliceerd in Pb EU L305 op 21 november 2017. De richtlijn diende uiterlijk op 23 november 2018 geïmplementeerd te zijn.


Kerngegevens

document Europese Commissie

COM(2013)618PDF-document, d.d. 17 september 2013

rechtsgrondslag

Artikel 83(1) van het VWEU

commissie Eerste Kamer

beleidsterrein


Implementatie

Richtlijn 2017/2103PDF-document werd op 15 november 2017 ondertekend door de Raad en het Europees Parlement en gepubliceerd in Pb EU L305 op 21 november 2017. De richtlijn diende uiterlijk op 23 november 2018 geïmplementeerd te zijn. De richtlijn is op 6 februari 2019 geïmplementeerd.

Het Kamerstukdossier 34.923 geeft een volledig overzicht van de behandeling van de implementatiewetgeving in de Eerste en Tweede Kamer.

Bron: Stand van zaken implementatie richtlijnen eerste kwartaal 2019


Behandeling Eerste Kamer

De commissie I&A/JBZ nam op 27 mei 2014 de reactie van de minister van V&J van 16 mei 2014 voor kennisgeving aan.

De minister van Veiligheid en Justitie reageerde op 16 mei 2014 op de vragen van de SP-fractie van 16 april 2014. In de brief geeft de minister onder meer aan dat de reactie van de Europese Commissie van 25 maart 2014 geen aanleiding heeft gegeven tot wijzigingen in de standpunten van de regering over de richtlijn en de verordening. De commissie I&A/JBZ zal de reactie van de minister van V&J op 27 mei 2014 bespreken.

Op 15 april 2014 stelde de commissie I&A/JBZ de conceptbrief met nadere vragen van SP-fractie aan de regering vast. De brief werd 16 april 2014 verzonden naar de minister van Veiligheid en Justitie en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De commissie I&A/JBZ besprak op 1 april 2014 de reactie van de Europese Commissie van 25 maart 2014. De fractie van de SP besloot naar aanleiding hiervan inbreng te willen leveren voor nader schriftelijk overleg met de regering. Een conceptbrief zal op 15 april 2014 worden besproken.

De Europese Commissie reageerde op 25 maart 2014 op de vragen van de SP-fractie van 13 december 2013. De commissie I&A/JBZ zal de reactie van de Europese Commissie op 1 april 2014 bespreken.

Op 13 december 2013 stuurde de commissie voor I&A/JBZ een brief met vragen van de SP aan de Europese Commissie over het richtlijnvoorstel en het verordeningsvoorstelPDF-document betreffende nieuwe psychoactieve stoffen. Dezelfde dag werd tevens een brief aan de minister van Veiligheid en Justitie gestuurd met een steunbetuiging aan de regering over haar positie over het richtlijn- en verordeningsvoorstel. Een gelijkluidende brief werd verstuurd aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Op 10 december 2013 stelde de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) de commissiebrief met vragen aan de regering en de brief met vragen van de SP-fractie aan de Europese Commissie vast.

Op 3 december 2013 leverde de leden van de SP fractie in de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) inbreng voor schriftelijk overleg met de Europese Commissie. De leden van de VVD, PvdA en GroenLinks gaven aan inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering. De conceptbrieven zullen worden besproken op 10 december 2013 .

De commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) besloot op 26 november 2013 om op 3 december 2013 inbreng te leveren voor schriftelijk overleg met de regering en/of de Europese Commissie over het richtlijnvoorstel.

Op 24 september 2013 besloot de commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) het voorstel opnieuw te agenderen na het verschijnen van het BNC-fiche. De Kamer ontving het BNC-fiche op 15 november 2013. De commissie I&A/JBZ zal het voorstel op 26 november 2013 opnieuw bespreken.

De commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad (I&A/JBZ) heeft dit voorstel als prioritair geselecteerd uit het werkprogramma 2012 van de Europese Commissie.


Behandeling Tweede Kamer

Tijdens het algemeen overleg (AO) over de Gezondheidsraad van 10 december 2013 is het BNC-fiche over de verordening psychoactieve stoffen en de richtlijn tot wijziging van het Kaderbesluit inzake de definitie van drugs besproken. De VVD merkte tijdens het AO op dat de regering in het BNC-fiche zich kritisch heeft uitgelaten over de voorstellen maar dat het BNC-fiche op zo'n laat tijdstip de Kamer heeft bereikt dat de termijn om nog een behandelvoorbehoud te kunnen maken min of meer verstreken is. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport geeft in haar reactie aan dat dit komt doordat de voorstellen op twee terreinen liggen namelijk V&J en VWS en dat het overleg daardoor wat langer heeft geduurd.

De Tweede Kamer heeft dit voorstel ook als prioritair geselecteerd uit het werkprogramma 2012 van de Europese Commissie. De commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft op 27 november 2013 besloten het BNC-fiche te agenderen voor het algemeen overleg over de EU-Gezondheidsraad op 5 december 2013.


Standpunt Nederlandse regering

De minister van Buitenlandse Zaken stuurde op 15 november 2013 het BNC-fiche over onderhavig richtlijnvoorstel en het voorstel voor een verordening betreffende nieuwe psychoactieve stoffen aan de Kamer. Hierin staat onder andere dat het kabinet kritisch staat ten opzichte van de gekozen rechtsgrondslag voor de richtlijn (artikel 83, lid 1, VWEU). De strafrechtelijke sanctionering vloeit niet voort uit een noodzaak tot criminaliteitsbestrijding. Bij de Commissie bestaat kennelijk de verwachting dat door de krachtens de verordening in te voeren verboden er een grensoverschrijdende illegale handel zal ontstaan die een dergelijk harmoniserend optreden rechtvaardigen. Het kabinet is van mening dat de richtlijn wordt voorgesteld in het verlengde van de voorgestelde verordening en derhalve strekt tot een doeltreffende uitvoering van beleid van de Unie op grond waarvan harmonisatiemaatregelen worden vastgesteld en acht daardoor alleen de rechtsgrondslag van artikel 83, lid 2, VWEU passend en niet lid 1.

Verder oordeelt het kabinet negatief met betrekking tot de subsidiariteit van de richtlijn. Zelfs wanneer de verordening wordt beperkt tot Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS) waarvoor een reguliere toepassing (commercieel of industrieel) bestaat en die tevens een ernstig risico voor de volksgezondheid opleveren is niet aangetoond dat het met het oog op de bescherming van de interne markt noodzakelijk is, om naast de in de verordening voorgestelde sancties, Uniebreed strafrechtelijke sancties van toepassing te verklaren. Ook hierbij geldt dat NPS waarvoor geen reguliere toepassing (commercieel of industrieel) bestaat en die binnen het huidige systeem worden verboden daardoor Uniebreed onder het strafrechtelijk regime worden gebracht.

Op 23 oktober 2013 stuurde de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief aan de Kamer met daarin het bericht dat het BNC-fiche niet binnen de daarvoor geldende termijn van zes weken naar de Kamer kan worden gezonden. Het BNC-fiche zal de Kamer op zo kort mogelijke termijn alsnog worden toegezonden.


Samenvatting voorstel Europese Commissie

In het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2012 is dit wetgevingsvoorstel aangekondigd.

De Commissie merkt op dat er schadelijke nieuwe psychoactieve stoffen op de markt zijn gekomen, die ernstige gezondheids-, sociale en veiligheidsrisico's inhouden voor individuen en voor de samenleving. Om de handel in deze stoffen en de betrokkenheid van criminele organisaties bij hun productie of distributie, samen met gereguleerde drugs, af te schrikken, stelt de Commissie voor nieuwe psychoactieve stoffen aan strafrechtelijke bepalingen te onderwerpen. Deze nieuwe psychoactieve stoffen zijn nu nog niet aan dezelfde controlemaatregelen onderworpen waardoor ze vaak als legale optie op de markt worden aangeboden. Verder is het een probleem dat er talrijke toepassingen van deze stoffen bestaan, ze steeds vaker via het internet verkrijgbaar zijn en zich snel verspreiden tussen de landen van de Europese Unie. De beperkende maatregelen die verschillende nationale autoriteiten hebben genomen, hebben daardoor slechts een beperkt effect.

Met het oog op de stroomlijning en verduidelijking van het rechtskader voor drugs wil de Commissie de schadelijkste nieuwe psychoactieve stoffen onder dezelfde strafrechtelijke bepalingen laten vallen als die welke gelden voor de krachtens de VN-verdragen gereguleerde stoffen. De Commissie stelt daarom voor de werkingssfeer van Kaderbesluit 2004/757/JBZ uit te breiden tot nieuwe psychoactieve stoffen. Dan zijn ze onderworpen aan controlemaatregelen krachtens Besluit 2005/387/JBZ van de Raad. Verder gelden dan permanente marktbeperkingen krachtens een nieuw voorgestelde verordening inzake nieuwe psychoactieve stoffen.


Behandeling Raad

Op 25 september 2017 heeft de Raad van de Europese Unie zijn standpuntPDF-document ingenomen over de richtlijn inzake het opnemen van nieuwe psychoactieve stoffen in de definitie van ''drug''.

Het voorstel is in de JBZ-Raad van 8-9 december 2016 als A-punt aangenomen. Is thans in de triloog aan de orde.

In de databank EUR-Lex wordt de laatste stand van zaken in de Europese behandeling van het voorstel weergegeven.


Behandeling Europees Parlement

Het Europees Parlement stelde op 17 april 2014 haar standpunt in eerste lezing vast over het richtlijnvoorstel en het verordeningsvoorstel betreffende nieuwe psychoactieve stoffen.

Op 10 maart 2014 stemde de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) in met het ontwerpverslag over de ontwerpverordening betreffende de vaststelling van minimumvoorschriften met betrekking tot de bestanddelen van strafbare feiten en straffen op het gebied van de illegale drugshandel, wat de definitie van drug betreft.

Op 10 maart 2014 stemde de commissie voor Burgerlijke Vrijheden, Justitie en Binnenlandse Zaken (LIBE) in met het ontwerpverlag over de ontwerpverordening betreffende nieuwe psychoatieve stoffen.

In de databank OEIL van het Europees Parlement wordt de laatste stand van zaken in de behandeling van het voorstel weergegeven.


Standpunten andere lidstaten (IPEX)

Zowel het Engelse Hogerhuis als Lagerhuis hebben op 11 november 2013 een brief met subsidiariteitsbezwaren aan de Europese Commissie gestuurd.

In de databank IPEX wordt de behandeling van het voorstel in de diverse (kandidaat) lidstaatparlementen weergegeven.


Alle bronnen

Sociale media menu