Debat Nederlands Hervormingsprogramma en Stabiliteits- en Convergentieprogramma



12 juni 2013

In de Eerste Kamer is op 11 juni 2013 in het kader van het Europees semester plenair gedebatteerd over het Nederlands Hervormingsprogramma en Stabiliteits- en Convergentieprogramma. In dit debat werd voor het eerst buiten de reguliere nationale begrotingscyclus met het kabinet gedebatteerd over haar invulling van Europese begrotingsafspraken. Aanleiding hiervoor vormde schriftelijk overleg tussen Eerste Kamer en regering. Namens de regering voerden minister Dijsselbloem van Financiën en minister Kamp van Economische Zaken het woord.

Afspraken naleven

Senator De Grave (VVD) benadrukte het belang van het Stabiliteits- en Groeipact, dat juist ook door Nederlandse inbreng tot stand is gekomen. Volgens De Grave gaat het om het naleven van afspraken waar Nederland zelf en terecht op heeft aangedrongen. De Grave gaf aan dat hij debatten over hoe het kabinet van Europese begrotingsafspraken invult niet bij de rol van de Eerste Kamer vindt passen. Wel vroeg hij of het kabinet in de Miljoenennota 2014 nadrukkelijk verbinding wil leggen tussen het voorgestelde begrotingsbeleid voor dat jaar en de ontwikkeling van het houdbaarheidstekort. Minister Dijsselbloem zegde toe aan senator De Grave dat hij dit punt mee zal nemen. Ook zegde hij toe de ontwikkeling van de zorgkosten per deelterrein in de Miljoenennota en in de begroting van VWS aan te geven.

Senator Reuten (SP) stelde dat de Stabiliteits- en Hervormingsprogramma's die de regering bij de Europese Commissie heeft ingediend, niet vooraf ter goedkeuring aan de Kamer zijn voorgelegd waardoor het nationale parlement er niet aan gebonden is. Volgens Reuten hebben de programma's een negatief effect op de economische crisis en leggen zij de zwaarste sociale gevolgen hiervan eenzijdig bij de werklozen. Reuten betreurt dat het kabinet het instrument van overheidsbestedingen niet gebruikt om de crisis te lijf te gaan en bekritiseerde haar aanpak van de huidige werkeloosheid.

Minister Dijsselbloem gaf aan dat het Stabiliteitsprogramma niet bindend is voor de Kamer, maar wel een vooruitblik is van de kabinetsvisie op de begroting voor 2014. Op basis daarvan kan de Europese Commissie aanbevelingen doen waarover het parlement uiteindelijk beslist. Minister Dijsselbloem gaf aan dat het beeld dat de overheid door middel van bezuinigingen veel geld uit de economie trekt en daarmee een enorme krapte veroorzaakt, niet klopt. Dit is volgens de minister een miskenning van de crisis en hoe wij er in terecht zijn gekomen en bovendien een overschatting van het effect dat overheidsbestedingen hebben op dit type crisis.

Bezuinigen in plaats van lasten verzwaren

Senator Terpstra (CDA) deelt het uitgangspunt van de regering dat er moet worden vastgehouden aan een maximaal begrotingstekort van 3% in 2014 en dat hiervoor moet worden overlegd met de sociale partners. Wel uitte Terpstra zorg dat dit overleg er toe kan leiden dat er lastenverzwaringen komen in plaats van bezuinigingen. Ook stelde hij dat door de permanente discussie over bezuinigen de burger vaak denkt dat er van de overheid weinig over is, terwijl de overheid juist vaak nog in omvang stijgt. 

Senator Postema (PvdA) prees de keuze van de regering voor een geleidelijke afbouw van hypotheekschulden, maar stelde wel dat een nog langere instandhouding van de hypotheekrenteaftrek onwenselijk is. Postema riep de regering op de discussie over de inzet van pensioenfondsen en andere collectief verplichte verzekeringsfondsen minder vrijblijvend te voeren. Postema steunde de oproep van de Europese Commissie om tot een verdere beperking van negatieve fiscale arbeidsprikkels te komen.

Minister Dijsselbloem acht het verstandig om een marge in te bouwen en te richten op een begrotingstekort van 2,8% in plaats van 3%. Deze door de Europese Commissie aangegeven extra marge van 0,2 % is echter niet bindend en geldt puur als streven. Verder kan volgens de minister Nederland nog steeds zelf beslissen hoe de door de commissie voorgestelde hervormingen worden ingericht. Daarbij doet Nederland er volgens de minister van alles aan om het renterisico terug te dringen en het begrotingsevenwicht te vinden. Over een eventuele permanente voorzitter van de Eurogroep merkte Dijsselbloem op dat hij als voorzitter zich dienstbaar opstelt in de discussie, maar dat hij er als Nederlandse minister voor Financiën er op tegen is dat er met zo'n vaste voorzitter een nieuwe institutie wordt gecreëerd in Europa. 

Kritiek op kabinetsvisie

Volgens  senator Van Strien (PVV) neemt het kabinet bij de invulling van Europese begrotingsafspraken de Nederlandse soevereiniteit te weinig in acht.  Van Strien stelde dat de economische crisis wordt verergerd en in stand gehouden door foutief, door Brussel gedicteerd, beleid. Volgens de senator zorgt de focus van het kabinet op Europese begrotingsafspraken voor schade aan de economie, de koopkracht, het consumentenvertrouwen en de werkgelegenheid.

Senator Backer (D66) noemde de kabinetsreactie op de aanbevelingen van de Europese Raad "zielloos". Backer betoogde dat Nederland zelf heeft aangedrongen op meer bevoegdheden en instrumenten voor begrotingsdiscipline voor de Europese Raad. Volgens Backer zijn de huidige hervormingen van de zorgsector, de woningmarkt en de arbeidsmarkt in de ogen van D66 nog veel te gering en voorzichtig. Hij riep het kabinet op tot het opstellen van een duurzame groeiagenda en pleitte er voor dat extra uitgaven voor onderwijs en onderzoek worden opgenomen in de Begroting OCW en de Miljoenennota 2014.

Senator De Boer (GroenLinks) merkte op dat de stabiliteits- en hervormingsprogramma's nauwelijks een basis vormen voor de begroting, maar alleen een opsomming zijn van de tot en met april 2013 gemaakte afspraken. Verder miste De Boer in de aanbevelingen van de Europese Commissie onder meer de aanpak van jeugdwerkloosheid en groeivriendelijke belastinghervorming. De Boer vroeg waarom Nederland niet heeft gevraagd om een termijn van twee jaar (in plaats van één jaar) om naar de 3%-norm toe te werken.

Volgens senator Ester (ChristenUnie) moet Europa veel meer inzetten op vergroening van de economie en moet duurzaamheid de leidraad zijn voor economische herstructurering. Ester haalde de diverse akkoorden van de afgelopen drie jaar aan, waarbij naar zijn mening bredere, achterliggende visie van de regering ontbreekt. Volgens de senator is er een gebrek aan structurele hervormingen, met name op de arbeidsmarkt en de woningmarkt.

Senator De Lange (OSF) sprak in zijn bijdrage mede namens de fractie van de PvdD en stelde dat de Nederlandse burger geen goed inzicht krijgt in de vraag of zijn belastinggeld goed en verantwoord wordt besteed. Volgens De Lange wankelt de monetaire unie en is het voortbestaan van de euro zelfs voor euro-optimisten twijfelachtig geworden. De Lange deed het kabinet de suggestie om de huidige coalitie te verbreden en in goed overleg te komen tot een brede toekomstvisie voor Nederland.

Positieve tekenen

Minister Kamp van Economische Zaken merkte op dat hoewel het land ontegenzeggelijk in crisis verkeert, er ook positieve tekenen zijn zoals het gunstige klimaat voor starters om een woning te kopen en de in vergelijking met andere Europese landen relatief gezien lagere jeugdwerkloosheid. Verder merkte de minister op dat er op vrijwillige basis nauw wordt overlegd met banken, verzekeraars en pensioenfondsen over investeringsmogelijkheden in de Nederlandse economie. Volgens de minister passen de aandachtspunten van het kabinet binnen het beleid van de Europese Commissie. Over de werkgelegenheidsinitiatieven merkte hij op dat niet het topsectorenbeleid maar het generieke bedrijvenbeleid voor dit kabinet bovenaan staat.

Zie voor meer informatie ook de themapagina Europees Semester 2014.

Sociale media menu


Deel dit item: