Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Impressie Algemene Europese Beschouwingen 2014



15 april 2014

In de Eerste Kamer vonden op dinsdag 15 april de Algemene Europese Beschouwingen met minister Timmermans (BZ) plaats. In dit jaarlijks terugkerend debat werd gesproken over diverse Europese onderwerpen. Er werd met name ingegaan op de Staat van de Europese Unie 2014 die minister Timmermans op 19 februari 2014 naar het parlement stuurde. Ook werd er gesproken over de recente ontwikkelingen in Oekraïne.

EU is van levensbelang

Senator Van der Linden (CDA) prees de grote successen van samenwerking in EU-verband die zijn behaald. Hij noemde het opvallend dat er een groot gebrek is aan kennis over Europese integratie en pleitte voor meer aandacht hiervoor in het onderwijs. Van der Linden gaf aan dat zijn fractie de grootst mogelijke zorgen heeft over de situatie in Oekraïne. De dramatische gevolgen van de vertrouwensbreuk in de relatie met Rusland zijn volgens Van der Linden niet te overzien. Er wordt volgens de senator onvoldoende rekening gehouden met de politieke, emotionele en historische opvattingen aan 'de andere kant'. De sancties na de annexatie van de Krim zullen alleen verliezers kennen en de prille economische groei in de kiem smoren. Van der Linden onderstreepte dat de diplomatieke weg tussen de EU en Rusland uit wederzijds eigenbelang open moet blijven. De Europese Commissie heeft hier een belangrijke taak in. Volgens de senator is militaire actie uitgesloten maar moet er toch worden ingezet op een Gemeenschappelijke Europese Defensiepolitiek, met name vanwege de veranderde geopolitieke verhoudingen. De EU is volgens Van der Linden voor Nederland van levensbelang en mag niet op het spel gezet worden. Europa heeft behoefte aan politici die met passie en overtuiging de erfenis van onze grondleggers verder brengt, aldus de senator.

Minister Timmermans antwoordde senator Van der Linden dat er goede voorbeelden zijn van aandacht voor Europa in het onderwijs, maar dat dit erg afhankelijk is van individuele docenten. De minister zal samen met minister Bussemaker er op inzetten dat er in het kader van staatsinrichting meer aandacht komt voor Europa.

Budgetrecht nationale parlementen

Senator De Graaf (VVD) constateerde dat de kritiek op Brussel in zekere zin vergelijkbaar is met de kritiek op Den Haag. Ook binnen Nederland wordt er door lagere overheden gevraagd om minder bemoeizucht en regeldruk, om meer vroegtijdig overleg en betere samenwerking. De wijze waarop politici en bestuurders met deze kwesties omgaan, is van groot belang voor de perceptie van de burger en dus ook voor het politiek-bestuurlijke draagvlak.

Senator De Graaf betoogde verder dat de timing van het uitoefenen van het budgetrecht van het nationale parlement fundamenteel moet worden herzien, aangezien de regering voortaan elk jaar vóór 1 mei de ontwerp begroting moet voorleggen aan de Europese Commissie. Hierdoor heeft het Nederlandse parlement niet meer voldoende tijd om haar budgetrecht behoorlijk uit te oefenen. De Graaf vroeg ook waarom het kabinet binnen de zogeheten 'artikel 13 conferentie' nog veel ruimte ziet voor nauwere interparlementaire samenwerking, terwijl de Raad van State juist heeft geadviseerd dat deze conferentie geen duurzame oplossing biedt voor het waarborgen van de (budget-)rechten van nationale parlementen. Ten aanzien van de situatie in Oekraïne vroeg senator De Graaf de minister wat er mis is gegaan met het Nabuurschapsbeleid en het Oostelijk Partnerschap en welke gevolgen de averechtse reactie van de Russische Federatie zal hebben voor dit beleid. Ook vroeg hij of het kabinet bereid is het advies van de AIV over te nemen om het rechtstatelijk gehalte van kandidaat-lidstaten niet alleen vóóraf maar ook na toetreding periodiek te toetsen.

Exit uit de EU

Senator De Graaff (PVV) noemde de Staat van de Unie een "eurofiel politiek pamflet, waarmee de kiezer zand in de ogen gestrooid wordt." Volgens de senator is Nederland er sinds haar toetreding tot de EU economisch op achteruit gegaan. Bovendien is er veiligheid, soevereiniteit, onafhankelijkheid en democratie verloren gegaan. De EU is volgens de senator bovendien niet in staat om grote vraagstukken als terrorisme en internationale criminaliteit op te lossen. De Graaff bepleitte een exit uit de EU om zo een stimulans te geven aan welvaart, zeggenschap te behouden over de eigen economie en begroting en om de toenemende migratie een halt toe te roepen. De Graaff: "Nederland wordt overstroomd met mensen uit landen met een minderwaardige cultuur, met mensen zonder respect voor Nederland, Nederlandse wetten en Nederlandse normen en waarden, maar het ergste is: zonder respect voor Nederlanders."

De bijdrage van senator De Graaff riep van diverse zijden reacties op over de waarden waar Nederland en Europa voor staan. Diverse woordvoerders gaven hierin aan dat zij met nadruk afstand nemen van de uitlatingen van senator De Graaff. 

Minister Timmermans stelde aan de kaak dat de PVV in Europees verband samenwerking heeft gezocht met partijen die zich openlijk schuldig maken aan antisemitisme en bevolkingsgroepen collectief wegzetten. De minister betoogde dat een politieke gemeenschap alleen kan bestaan bij de gratie van tolerantie.

Europa nooit af

Senator De Vries (PvdA) stelde dat zelfs de allerzwakste staten laten zien dat de Europese herstelprogramma's hun uitwerking niet hebben gemist, maar dat alle financiële en economische problemen en risico's nog niet uit de weg zijn. Europa zal net als Nederland nooit af zijn, maar verdient een constructieve houding. De PvdA-senator betreurt dat de PVV zich naar zijn mening voornamelijk richt op het zaaien van tweedracht en haat.  De Vries stelde verder dat de landen van het Oostelijk Partnerschap moeten worden geholpen om hun democratie en economie te verbeteren, maar dat lidmaatschap van de Unie hiervoor niet noodzakelijk is.  De Vries stelde dat de Russische annexatie van de Krim een grove schending is van internationaal recht, die de betekenis van akkoorden en verdragen - waar ook Rusland aan gebonden is - ondermijnt. Het is echter niet productief om de dialoog met Rusland op te schorten of om provocerende/bedreigende politiek te bedrijven. Tot slot vroeg senator De Vries de minister naar diens visie op de positie van nationale parlementen, EU-publieksvoorlichting en mogelijkheden voor verdere Europese integratie op de arbeidsmarkt.  

Inzetten op vrede en veiligheid

Senator Kox (SP) stelde dat diverse peilingen binnen Europese lidstaten aangeven dat burgers weinig vertrouwen hebben in Europese samenwerking en vroeg in hoeverre de regering deze signalen serieus neemt. Volgens Kox ligt er binnen de EU te sterk de nadruk op handelssamenwerking terwijl het bewaken van vrede, veiligheid en welzijn van veel groter belang is. Het is volgens de senator nog niet te laat om Europese samenwerking in te zetten om conflicten te voorkomen. Kox: "Een EU die rechtvaardigheid vóór geld verdienen zet, had met de Russische Federatie gezocht naar gezamenlijke wegen om het verdeelde en gecorrumpeerde land in de lift naar boven te krijgen." Kox vroeg de minister om te bevorderen dat de EU Oekraïne ondersteunt in constitutionele hervorming.

Senator Kox betoogde dat het uitbreiden van het EU-handelsblok naar het Westen door het sluiten van een vrijhandelsverdrag niet noodzakelijk ten goede komt aan burgers maar voornamelijk aan grote multinationals. De senator pleitte verder voor een Kamerbrede oproep om het kabinet aan te zetten om het budget aan het Nederlandse parlement voor te leggen vóórdat het in EU verband wordt voorgelegd.

EU is meer dan welvaart alleen

Senator Van Boxtel (D66) betoogde dat Europa grote voordelen heeft gebracht op het gebied van vrije handel, concurrentiekracht, culturele diversiteit en persoonlijke vrijheid in een democratische rechtsorde. Van Boxtel bepleitte kritische betrokkenheid bij de EU, die gericht is op vooruitgang. Ook moet er volgens de senator versneld gewerkt worden aan een gemeenschappelijk krachtig Europees defensiebeleid en aan een verminderde afhankelijkheid van Russisch gas. Van Boxtel vroeg of het mandaat van Hoge Vertegenwoordiger Ashton op dit moment toereikend is om namens de EU te kunnen handelen in de situatie in Oekraïne. De senator betwistte de stelling van minister-president Rutte dat nationale parlementen meer zeggenschap moeten krijgen over Europese aangelegenheden en pleitte voor een grotere rol van het Europees Parlement. Ook betwistte de senator de stelling dat de EU gericht is op het creëren van welvaart. Van Boxtel: "Voor D66 is de EU een creatie waarin persoonlijke vrijheden worden beschermd en vergroot."

Senator Strik (GL) stelde dat de kracht van de EU bij onderhandelingen niet mag worden onderschat: de EU-lidstaten vormen samen de grootste economie van de wereld en dragen voor de helft bij aan alle globale humanitaire hulp en ontwikkelingssamenwerking. Wel merkte de senator op dat het niet zeker is of EU-landen zich een autonome opstelling ten opzichte van Rusland kunnen permitteren. Strik vroeg de minister hoe hij de rol van de Raad van Europa ten aanzien van Oekraïne, Rusland en hun buurlanden ziet en of er voldoende oog is geweest voor de mogelijk negatieve gevolgen van het associatieakkoord met Oekraïne. Volgens de senator dient er in landen die willen toetreden tot de EU sprake te zijn van een rule of law , die ook geldt voor de in dat land levende migranten. Strik vroeg of de regering bereid is zich in te zetten voor meer financiële steun van de EU voor Syrische vluchtelingen en een groter aantal vluchtelingen in Nederland op te vangen. Verder vroeg de senator of Nederland de EU-doelstelling van 27% hernieuwbare energie in 2030 ook naar nationaal beleid gaat vertalen. Tot slot vroeg senator Strik welk antwoord de regering heeft op de geringe betrokkenheid van mensen bij de Europese Unie en hoe mensen overtuigd kunnen worden van het belang van een sterk Europa.

Senator Strik diende een motie in die de regering verzoekt zich in te spannen dat alle EU-lidstaten een substantiële bijdrage leveren aan de opvang van Syrische vluchtelingen. Minister Timmermans ontraadde de motie. Op 6 mei wordt over de motie gestemd.

Inzet op subsidiariteit

Senator Kuiper (CU) sprak in zijn bijdrage mede namens de fractie van de SGP. De senator stelde dat de aanstaande Europese verkiezingen zowel voor burgers als voor Nederland als lidstaat nieuwe mogelijkheden met zich brengen om de Europese politiek te beïnvloeden. Kuiper stelde dat de huidige subsidiariteitstoets moeizaam functioneert en de dreiging van een alom vertegenwoordigd Europa niet heeft kunnen wegnemen. Kuiper bepleitte dat subsidiariteit in de 'haarvaten van Brussel' moet gaan zitten. De senator gaf aan dat hij de inzet van het kabinet op opschoning van regels en een kleiner Europees bestuur steunt. De senator vraagt zich echter af in hoeverre dit haalbaar is in de politieke praktijk. Kuiper bepleitte een sterke Nederlandse positie in EU-verband, waarbij bevoegdheden niet onnodig op voorhand worden prijsgegeven. In de Staat van de Unie wordt hier ambivalent op ingezet: enerzijds versterking subsidiariteitsbeginsel, anderzijds kleinere Europese Commissie en dus minder Nederlandse invloed. Kuiper vroeg om een kabinets-analyse van gebieden waarop Europa ten onrechte beleid aan het bepalen is.

Pleidooi voor pensioenen

Senator Nagel (50PLUS) gaf aan dat zijn partij weliswaar in de Europese Unie wil blijven, maar wel een kritische houding aanneemt. Zo betoogde senator Nagel dat Nederland niet de dupe mag worden van pensioenproblemen in andere lidstaten. De senator vroeg of het kabinet de opvatting deelt dat de inrichting van het pensioenbeleid en nationale aangelegenheid moet blijven en dat het op één lijn brengen van verschillende pensioenstelsels niet mag leiden tot een versobering in Nederland. Daarnaast vroeg Nagel of er uit het Europees Sociaal Fonds geld kan worden vrijgemaakt voor ondersteuning van digitale vaardigheden van 50plussers. De senator uitte kritiek op onder andere de jaarlijkse verplaatsing van Brussel naar Straatsburg van het Europese Parlement, het grote aantal Eurocommissarissen en Europees Parlementsleden en de vele EU-dienstreizen. Tot slot pleitte senator Nagel ervoor dat Europees landbouwgeld gebruikt wordt om basisvoorzieningen in rurale gebieden in stand te houden. 

Ongekend grote machtsoverdracht

Senator Koffeman (PvdD) stelde dat Nederland met de totstandkoming van de bankenunie, begrotingscontracten en uiteindelijk een begrotingsunie een ongekend grote machtsoverdracht aan de EU doet. De senator haalde hiertoe onder andere de kritiek van de Raad van State op de democratische vervreemding en grote financiële risico's aan. Koffeman stelde dat "het grootste monetaire experiment uit de geschiedenis" wordt misbruikt om nog meer bevoegdheden af te staan aan Brussel. Nederlandse kiezers die hier afstand van doen, worden volgens de senator onterecht weggezet als "boze, extreem rechtse mannen die niet voor rede vatbaar zijn".  Koffeman stelde dat de PvdD de EU ziet als potentieel platform voor vooruitgang, maar dan moet wel worden ingezet op een Europa dat bestaat uit zelfstandige landen die democratische besluiten nemen om grensoverschrijdende problemen aan te pakken. De senator bepleitte tot slot dat de tientallen miljarden aan landbouw- en visserijsubsidies worden afgeschaft.

Tegenmacht

Senator De Lange (OSF) stelde ten aanzien van de situatie in Oekraïne dat tegenmacht noodzakelijk is om machtspolitiek het hoofd te bieden. Op militair gebied legt Europa veel te weinig gewicht in de schaal, dus dat is geen optie. Effectieve economische sancties zullen ook Europa zelf hard treffen, met name op energiegebied. Het valt volgens De Lange dan ook sterk te betwijfelen of de hedonistische samenlevingen in West-Europa de bereidheid zullen tonen zelf pijn te lijden ten behoeve van de internationale rechtsorde in Oekraïne. In elk geval maakt de huidige situatie duidelijk dat zeggenschap over de eigen essentiële belangen als energie niet "verpatst" mag worden aan buitenlandse mogendheden, aldus de senator. De energieafhankelijkheid van Russische leveranciers noemde De Lange zorgwekkend. Door de financieel-economische crisis is het overdragen van nationale bevoegdheden aan Europa de afgelopen jaren helaas in een stroomversnelling geraakt. Een toekomstig Europa dient volgens de senator echter gevormd te worden door onafhankelijke naties die samenwerken, maar wel met maximaal behoud van hun eigen nationale bevoegdheden en identiteit. Dat eist een nieuwe benadering in het denken over de toekomst van Europa, aldus de senator.

Noodzaak van Europese samenwerking

Minister Timmermans van Buitenlandse Zaken stelde dat de noodzaak tot Europese samenwerking is gevoed door twee suïcidale wereldoorlogen. Samenwerking was destijds vanzelfsprekend, maar wordt nu ter discussie gesteld. Paradoxaal genoeg is de vraag van Europese integratie juist één van de successen van de Europese Unie: landen hoeven niet meer te vrezen dat andere Europese landen hun binnenvallen en kunnen zich dus de vraag stellen in hoeverre zij willen samenwerken. De noodzaak van vrede en veiligheid is echter onverminderd aangezien Europese stabiliteit nooit een gegeven is, aldus de minister. Dit neemt niet weg dat er kritiek mag zijn op de wijze waarop de Unie op dit moment functioneert. De minister zal de Kamer per brief informeren over een prioriteitenlijst van onderwerpen waar de nieuwe Europese Commissie volgens het kabinet op moet inzetten. Dit is in aanvulling op de subsidiariteitsexercitie van de regering.

Energiebeleid

Timmermans pleitte ervoor dat er Europees energiebeleid wordt gemaakt waardoor de afhankelijkheid van individuele leveranciers van fossiele brandstoffen vermindert. Nederland moet er volgens de minister afhankelijkheid verminderen, maar tegelijkertijd een duurzame energierelatie met Rusland behouden. De minister gaf aan dat de Europese Unie als 'energie-klant' een krachtige positie heeft ten opzichte van Russische leveranciers, maar dan moet er wel eensgezind worden geopereerd. De minister bepleitte dat artikel 5 van het NAVO-Handvest buiten kijf moet staan: een gewapende aanval tegen een lidstaat wordt beschouwd als een gewapende aanval tegen alle lidstaten.

Verder merkte de minister op dat associatieakkoorden zoals het Oostelijk Partnerschap juist zijn bedoeld om bij landen die geen lid zullen worden van de EU toch een bepaalde mate van samenwerking te waarborgen. Sommige lidstaten zien een associatieakkoord echter als opstapje voor lidmaatschap.

Bestuurlijke hervormingen

Het huidige mechanisme omtrent de bevoegdheden van Europese Commissie moet drastisch veranderen volgens Timmermans. Ook stelde hij dat de spanning tussen nationale parlementen en het Europese Parlement moet worden omgezet in een bondgenootschap. De minister gaf aan dat de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger van Buitenlandse Zaken meer dient te handelen als vide voorzitter van de Europese Commissie. Voor een toekenning van extra formele bevoegdheden van de Hoge Vertegenwoordiger is de tijd echter nog niet rijp. De EU slaagt er ook binnen de huidige situatie in om eensgezind te handelen, aldus minister Timmermans.

De minister is voorstander van gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, maar niet als concurrent van de NAVO. Lidstaten zijn nog niet zover dat de soevereiniteit uit handen willen geven, maar er is wel degelijk veel ruimte voor Europese samenwerking op dit vlak.

Draagvlak voor Europese samenwerking

De minister onderkende dat er op dit moment binnen de Nederlandse samenleving onvoldoende draagvlak is voor Europese samenwerking. Dat neemt niet weg dat politici nog steeds hun eigen oordeel mogen vellen over de richting van Europese integratie. Timmermans onderkende dat veel van de kritiek op Europa terecht is. Hij betoogde dat als men er in Europa er niet in slaagt om jeugdwerkeloosheid aan te pakken, de invloed van extremistische partijen alleen maar groter wordt. Timmermans: "Niets werkt zo effectief voor extremistische partijen als de gedachte dat er geen perspectief meer is."

Zie ook:

Sociale media menu


Deel dit item: