Tweede deelsessie 2017 Parlementaire Assemblee Raad van Europa

1 mei 2017

Aftreden President van de Assemblee

De senatoren De Bruijn-Wezeman, Kox, Oomen-Ruijten, Schrijver, SchnabelStrik en Van de Ven hebben van 24 tot 28 april 2017 deelgenomen aan de tweede sessie van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE). Aan het begin van de vergaderweek gaf de President van de Assemblee, de Spaanse senator Pedro Agramunt, een terugblik op de activiteiten die hij heeft ondernomen sinds de vorige deelsessie (januari 2017). De President gaf aan dat hij samen met twee leden uit de liberale fractie in de assemblee is afgereisd naar Syrië, waar hij onder andere president Assad heeft ontmoet. Dit leidde tot een storm van kritische reacties. De kritische opmerkingen spitsten zich toe op het feit dat de President tevoren geen mededelingen had gedaan over zijn voorgenomen reis; dat hij de reis had gemaakt voor rekening van de Syrische autoriteiten aan boord van een Russisch vliegtuig en dat hij achteraf had verklaard de reis te hebben gemaakt in zijn hoedanigheid van lid van de Spaanse senaat.

Tijdens de vergadering werd van diverse zijden het terugtreden van de President geëist. Op voorstel van Tweede Kamerlid Omtzigt besloot de assemblee de heer Agramunt uit te nodigen voor een hoorzitting waarin hem de gelegenheid zou worden geboden opening van zaken te geven en zich te verantwoorden. Aan het slot van deze hoorzitting, waarin senator Kox de President verzocht zich uit te spreken over zijn aanblijven nu de Assemblee in meerderheid het vertrouwen in hem had opgezegd, deelde de President mee zich op vrijdag 28 april 2017 in een vergadering van het Bureau te zullen uitspreken over zijn positie.

Op vrijdag 28 april liet het Bureau, na een vergadering waarin de heer Agramunt niet was verschenen, in een verklaring weten het vertrouwen in de President te hebben opgezegd en hem, bij gebrek aan statutaire mogelijkheden hem uit het ambt te verwijderen, de bevoegdheid te hebben ontnomen op enigerlei wijze op te treden namens de PACE.  

Naar aanleiding van het aftreden van de President heeft senator Van de Ven tijdens een vragenuurtje aan Secretaris-Generaal Jagland gevraagd of hij overweegt om het mogelijk te maken dat er een "impeachment"-procedure kan worden ingesteld tegen een president die het vertrouwen van de PACE heeft verloren. De heer Jagland wees in zijn antwoord op de schade die door het handelen van de President van de Assemblee is toegebracht aan de gehele organisatie van de Raad van Europa. Het in het leven roepen van een afzettingsprocedure zei hij te beschouwen als een bevoegdheid van de PACE zelf.

Politieke ontwikkelingen in Europa

In een gecombineerd debat over de activiteiten van het Bureau van de assemblee sinds januari 2017 en over een verkiezingswaarnemingsmissie van de PACE in Bulgarije heeft senator Kox een korte beschouwing gewijd politieke partijen die op zoek moeten naar antwoorden op nieuwe maatschappelijke vragen. Ook heeft hij gewezen op de groeiende aanhang van populistische partijen na de verkiezingen in Nederland en de presidentsverkiezingen in Frankrijk. Het besluit van de assemblee om de monitoring-procedure inzake Turkije opnieuw te starten juichte senator Kox toe. Tenslotte wees hij op de dringende noodzaak voor de assemblee om schoon schip te maken, zowel ten aanzien van de schadelijke gevolgen van vermoedens van corruptie door leden en oud-leden van de assemblee, waarnaar een extern onderzoek zal worden ingesteld, als ten aanzien van de integriteit van de President van de assemblee die door zijn reis naar Syrië in discussie is gekomen. Een verslag van de PACE-missie die op 26 maart 2017 de Bulgaarse parlementsverkiezingen heeft geobserveerd, gaf senator Van de Ven aanleiding enkele persoonlijke ervaringen, opgedaan als deelnemer aan die missie, met de leden van de assemblee te delen.

Senator Van de Ven sprak namens de liberale fractie zijn verbazing en afkeuring uit over een rapport waarin de strijd tegen de toenemende inkomensongelijkheid tot een politieke prioriteit van de lidstaten van de Raad wordt verklaard. Hij betoogde dat burgers vanzelfsprekend worden geacht inkomstenbelasting af te dragen om de overheid te voorzien van middelen die haar in staat stellen haar taken uit te voeren. En de overheid moet uiteraard ook alles in het werk stellen om belastingontduiking tegen te gaan. Maar in de liberale visie is de overheid volgens de senator Van de Ven geen instrument dat door middel van belastingheffing een herverdeling van inkomens ten gunste van de lage inkomens tot stand brengt.

Financiering noodhulp vluchtelingen

Senator Overbeek heeft namens de fractie van Verenigd Europees Links een bijdrage geleverd aan een debat over een rapport waarin wordt gepleit voor een betere aanpak van de financiering van noodhulp aan vluchtelingen. Deze financiering dient doelgerichter en transparanter te worden. Het moet in de eerste plaats worden gericht op bescherming van vluchtelingen. Met de in het rapport gedane oproep aan de lidstaten om aan hun internationale verplichtingen te voldoen en tot efficiëntere procedures te komen zei de heer Overbeek te kunnen instemmen.

In het rapport worden echter meer fundamentele zaken, zoals de nakoming van de Geneefse conventies inzake asielprocedures en de bescherming van vluchtelingen, niet behandeld. Ook zei hij een discussie over de wisselwerking tussen migratie van vluchtelingen en migratie wegens andere motieven te hebben gemist. Het daarmee samenhangende vraagstuk van de structurele overbelasting van het administratie systeem krijgt daardoor evenmin voldoende aandacht. Senator Overbeek stelde dat zijn fractie vooral wil inzetten op de versterking van instituties en procedures. Op die manier kan een humanitaire behandeling van vluchtelingen en migranten worden gewaarborgd. De schrikbarende financiële tekorten van de UNHCR moeten daartoe op een structurele manier worden weggewerkt.

Seksueel geweld tegen vluchtelingen

Senator Strik heeft deelgenomen aan een debat over de bescherming van vluchtelingen die te maken hebben met sekse-gerelateerd geweld. In de meeste gevallen gaat het daarbij om vrouwelijke vluchtelingen die al direct na het verlaten van hun land te maken krijgen met vrouwenhandel, (seksueel) geweld en uitbuiting waartegen zij zichzelf meestal niet kunnen weren en waartegen zij door anderen onvoldoende worden beschermd. In veel opvangkampen bestaan onvoldoende waarborgen voor hun veiligheid en privacy en zijn de verantwoordelijke autoriteiten onvoldoende ingesteld op het signaleren en voorkomen van bedreigende situaties. Senator Strik wees erop dat nog slechts 22 van de 47 lidstaten de Istanbul Convention hebben geratificeerd. Deze conventie eist van landen dat ze maatregelen treffen tegen geweld jegens vrouwen. Senator Strik riep haar collega-parlementariërs uit de 25 "achterblijvers" op nog dit jaar tot ratificatie over te gaan. Vrouwelijke vluchtelingen behoren immers tot de meest kwetsbare groep mensen.

Bescherming cultureel erfgoed

Senatoren Van de Ven en Kox hebben een bijdrage geleverd aan een debat over misdrijven rondom culturele eigendommen. Over dit onderwerp is door het Comité van Ministers van ministers een ontwerp-Conventie opgesteld. De conventie bouwt voort op een UNESCO-conventie uit 1970 en voorziet in een algeheel verbod op handel en vervoer van culturele eigendommen. Ook geeft de Conventie een wettelijke basis voor de handhaving van dat verbod. Beide senatoren wezen in het debat op de schokkende vernielingen van archeologische plaatsen in Irak en in bijvoorbeeld Palmyra die vervolgens leidden tot schaamteloze diefstal en illegale handel en transport van unieke culturele en archeologische (kunst)voorwerpen. Van de kant van zowel de ALDE-als de UEL-fractie spraken zij steun uit voor de ontwerp-conventie en voor enkele door de assemblee voorgestelde amendementen die het Comité van Ministers opdragen voor voldoende financiële middelen te zorgen die de uitvoering van de nieuwe instrumenten die de conventie biedt mogelijk maken.