Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Interpellatie-Vis (D66) en De Gaay Fortman (PPR)



15 november 1988, debat eerste kamer, pdc

Nadat de president van de Haagse rechtbank de Harmonisatiewet collegegelden en inschrijvingsduur strijdig had verklaard met het rechtszekerheidsbeginsel interpelleerden de Eerste-Kamerleden Vis (D66) en De Gaaij Fortman (PPR) minister Deetman. De rechtbank-president had de Harmonisatiewet getoetst aan het Statuut voor het Koninkrijk.

Zij wilden weten of aan de rechtszekerheid bij de totstandkoming van de wet wel voldoende aandacht was besteed. Verder vroegen zij of zijn informatie wel volledig juist was geweest. Na het debat verklaarde het CDA-Eerste-Kamerlid Grol-Overling namelijk dat de minister intern gedreigd had met aftreden, indien het voorstel zou worden verworpen. Als een minister zo'n zwaar wapen had ingezet, had hij dit dan niet in het openbaar moeten meedelen?

De minister meldde dat het kabinet cassatie had aangetekend tegen de uitspraak van de Haagse rechtbank, en dat hij het niet het moment achtte om hierover uitspraken te doen. Hij meende verder dat voldoende duidelijk was geworden welk belang hijzelf en kabinet hechtten aan aanvaarding van het wetsvoorstel en dat een openbaar machtswoord de discussie alleen maar had belast.

Naast Vis en De Gaaij Fortman mengden ook RPF-fractievoorzitter Schuurman en CDA-fractievoorzitter Kaland zich in de discussie. Schuurman keerde zich tegen de in zijn ogen verdere politisering van de Eerste Kamer die door de interpellatie zou kunnen ontstaan.

Kaland meende dat het wel vaker voorkwam dat het machtswoord alleen binnenkamers werd uitgesproken. Hij verwees daarbij naar de discussie in het kabinet-Den Uyl over de afsluiting van de Oosterschelde, waartegen de PPR-minister intern bezwaar hadden gemaakt. Vis en De Gaaij Fortman vonden dat een merkwaardige vergelijking, omdat een kabinetsvergadering niet te vergelijken is met een (openbaar) parlementair debat.

De interpellanten dienden een motie in, waarin gevraagd werd de Harmonisatiewet zodanig aan te passen, dat de rechtszekerheid zou worden gehandhaafd. De motie kwam niet in stemming.


Dossier