De Eerste Kamer heeft op 31 januari 2012 met algemene stemmen het wetsvoorstel (32.193) aangenomen dat voorziet in nieuwe taken en bevoegdheden voor de Inspectie van het onderwijs. In een stemverklaring sprak SP-senator Smaling de vrees uit dat er een gat blijft tussen de inspectie en de realiteit in het klaslokaal, maar dat het debat met minister Van Bijsterveldt van OCW voldoende positieve gezichtpunten had opgeleverd voor zijn fractie om voor te kunnen stemmen.

Het toezicht van de Inspectie zal zich vooral gaan concentreren op die scholen waar het risico op onvoldoende kwaliteit het grootst is. De Inspectie krijgt verder bevoegdheden om sancties op te leggen, het financiële beheer te controleren en toe te zien op de kwaliteit van het onderwijspersoneel.

In het debat sprak vorige week (24 januari 2012) senator Linthorst (PvdA) de vrees uit dat scholen die buiten de risicogroep vallen te veel aan hun lot worden overgelaten, terwijl de Inspectie toch ook een stimulerende rol heeft te spelen. "De meeste scholen, zeker in het primair onderwijs, stellen het bezoek van de inspectie dan ook zeer op prijs", zei mevrouw Linthorst. De PvdA-senator legde zich er bij neer dat uit een oogpunt van bezuinigingen op overheidsuitgaven de Inspectie keuzes moet maken. Maar zij kreeg wel de toezegging van minister Van Bijsterveldt (OCW) dat over drie jaar bij een evaluatie wordt nagegaan of de vrees van de PvdA gegrond is gebleken of niet.

CDA-senator Van Bijsterveld was er niet helemaal gerust op dat het nieuwe toezichtsysteem tijdig het afglijden van goed of nog goed presterende scholen zal signaleren nu elke school slechts eenmaal per vier jaar daadwerkelijk bezocht wordt door de inspectie. De minister zei dat de inspectie alert zal zijn op de mogelijkheid van afglijden.

Ouderbijdrage

Senator Ganzevoort stelde in dat debat namens de fracties van GroenLinks en D66 de vrijwillige ouderbijdrage aan de orde. De vereiste reductie- en kwijtscheldingsregeling zou komen te vervallen en dat kan voor minvermogende ouders een probleem opleveren. Zij hebben volgens senator Ganzevoort straks geen wettelijke grond meer om een beroep te kunnen doen op zo'n regeling en daardoor lopen hun kinderen het risico dat ze bij een deel van de schoolactiviteiten buitengesloten worden. Dat zou tot een tweedeling in de samenleving kunnen leiden. Minister Van Bijsterveldt zag het niet zo somber in. Volgens haar zijn scholen heel goed in staat om aan dit probleem een mouw te passen.

SP-senator Smaling pleitte voor aselecte steekproeven om meer zicht te krijgen op scholen buiten de categorie zwakke en zeer zwakke scholen. Dat zou volgens de SP-senator een stimulans kunnen zijn voor scholen, leerkrachten en leerlingen die zich nu vervelen in de klas omdat het gemiddelde niveau te laag ligt. "De diversiteit binnen klassen en binnen scholen moet op waarde worden geschat", oordeelde senator Smaling.

Fractievoorzitter Kuiper van de ChristenUnie zei dat het bij de kwaliteit van het onderwijs om meer gaat dan rekenen en taal alleen. En de overheid moet ervoor waken de vrijheid van onderwijs niet in de verdrukking te brengen door steeds nadrukkelijker zich uit te spreken over wat scholen wel of niet hebben te doen. De overheid dreigt op de stoel van de schoolbesturen te gaan zitten, meende senator Kuiper. Minister Van Bijsterveldt betoogde dat dit zeker niet de bedoeling is. PVV-senator Sörensen vroeg of de inspectie ook gaat letten op scholen waar Westerse waarden en normen als inferieur worden afgeschilderd en scholen waar docenten van dezelfde denominatie eerder worden aangesteld ook als zij onbevoegd zijn dan bevoegde docenten die niet tot de denominatie van de school behoren. De minister beloofde dat de inspectie alert zal zijn. 


Deel dit item: