Eerste Kamer stemt in met nieuwe Jeugdwet



De Eerste Kamer heeft op dinsdag 18 februari 2014 ingestemd met de nieuwe Jeugdwet. 45 senatoren steunden het wetsvoorstel van staatssecretaris Van Rijn (VWS) en staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie), 22 senatoren stemden tegen. Van de zes ingediende moties werden er drie aangenomen, over een jaarlijkse rapportage over de kwaliteit van de hulp in relatie tot het budget, over een meldpunt voor ouders, professionals en gemeenten voor signalen over de overheveling van de jeugd-ggz, en over de positie van landelijk werkende instellingen. De overige moties werden verworpen. De Eerste Kamer stemde ook in met het bijbehorende wetsvoorstel Gebruik burgerservicenummer in de jeugdzorg.

De nieuwe Jeugdwet is een belangrijke stelselwijziging voor de nu nog versnipperde hulp aan jeugdigen en een belangrijke decentralisatieoperatie van het kabinet. Gemeenten worden verantwoordelijk voor het leveren van alle jeugdhulp. Het kabinet wil door intensivering van de preventie en ambulante jeugdhulp, complexere (en duurdere) hulp voorkomen.

In het debat met de bewindslieden op 11 februari toonden diverse Eerste Kamerleden zich bezorgd dat jongeren straks niet de noodzakelijke hulp krijgen. De kritiek ging met name over het budget voor de gemeenten, het tempo en de overgangstermijn van de transitie en de waarborgen voor privacybescherming. Ook was er sterke kritiek op het overhevelen van de jeugd-ggz naar gemeenten. Staatssecretaris Van Rijn zegde de Eerste Kamer toe samen met brancheorganisaties en de VNG te overleggen over de geuite zorgen en de Kamer hierover per brief te informeren.

Aangenomen en verworpen moties

De motie van senator Beuving (PvdA) die de regering verzoekt de Kamer jaarlijks bij de begroting te informeren over de kwaliteit en toegankelijkheid van het jeugdhulpsysteem in relatie tot de financiële randvoorwaarden voor gemeenten, werd aanvaard. De motie kreeg steun van alle fracties, met uitzondering van de OSF. Staatssecretaris Van Rijn steunde de opzet van deze motie, maar achtte de termijn van een jaar te kort voor een integrale evaluatie.

Een tweede motie van senator Beuving die de regering verzoekt een meldpunt in te richten waar ouders, professionals en gemeenten terecht kunnen met signalen en vragen over het overhevelen van de jeugd-ggz aan gemeenten, werd door de Eerste Kamer aanvaard.  De fracties van PvdA, CU, PVV, CDA, D66, SGP, GroenLinks, SP, PvdD, 50 PLUS stemden voor, de fracties van OSF en VVD tegen. Staatssecretaris Van Rijn had aangegeven dat hier een eventuele uitbreiding van de rol van de Kinderombudsman meer voor de hand ligt.

De motie van senator Kuiper (ChristenUnie) die de regering verzoekt een regeling te treffen voor landelijk werkende instellingen (lwi's) om de beschikbaarheid van jeugdzorg voor de toekomst en een zachte landing in het nieuwe bestel te waarborgen, werd aanvaard. De fracties van CU, PVV, CDA, PvdA, D66, SGP, SP, GroenLinks, PvdD, 50PLUS stemden voor, de fracties van OSF en VVD tegen. Staatssecretaris Teeven had het oordeel over de motie aan de Kamer overgelaten.

De motie van senator Slagter-Roukema (SP) die de regering verzoekt de transitie van jeugdzorg niet te koppelen aan de taakstellende bezuiniging en een beslissing over de omvang van de bezuiniging uit te stellen tot twee jaar na de invoering van de transitie, werd verworpen. Deze motie was door staatssecretaris Van Rijn ontraden en kreeg alleen steun van de fracties van OSF, PVV, SP, GroenLinks, PvdD, 50PLUS.

De motie van senator Frijters-Klijnen (PVV) om de stemming over het wetsvoorstel uit te stellen totdat alle onduidelijkheden rondom de frictiekosten, privacyaspecten en de samenhang met andere wetten zijn weggenomen, werd verworpen. Deze motie was door staatssecretaris Teeven ontraden en kreeg alleen steun van de fracties van PVV, SP, PvdD en 50PLUS.

De motie van senator Ganzevoort (GroenLinks) die de regering verzoekt garanties te bieden voor situaties waarin de gemeentelijke budgetten ondanks zorgvuldig beleid te krap zijn om de noodzakelijke zorg en preventie te organiseren, werd verworpen. Alleen de fracties van PVV, SP, PvdD, 50PLUS en GroenLinks stemden voor. Staatssecretaris Van Rijn had de motie ontraden.

Zie ook:


Deel dit item: