Naar hoofdinhoud Naar hoofdnavigatiemenu

Debat Onderwijsbegroting 2020



17 december 2019

Maandag 16 december debatteerde de Eerste Kamer met ministers Van Engelshoven en Slob (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) over de begroting van het ministerie voor 2020. De Kamer stemt dinsdag 17 december over de begroting en de drie ingediende moties.

De bewindspersonen van OCW tijdens het debat op 16 december 2019
Meer afbeeldingen

Het debat richtte zich met name op de personeelstekorten in het onderwijs, het gebrek aan structurele middelen, en de loonkloof tussen basis- en voortgezet onderwijs. Ook kwam de diversiteit in het onderwijs aan bod: het gebrek aan mannelijke leerkrachten in met name het basisonderwijs en het gebrek aan ideologische diversiteit.

In het debat werden drie moties ingediend. Senator Vos (PvdA) diende twee moties in. In de eerste motie verzoekt zij de regering te erkennen dat de huidige loonkloof tussen primair onderwijs en voortgezet onderwijs een belangrijke oorzaak is van het tekort aan leraren in het primair onderwijs. De tweede motie-Vos verzoekt de regering bij de onderwijsbegroting een structureel bedrag uit te trekken dat in elk geval voldoende is om de loonkloof tussen het primair en voortgezet onderwijs te dichten. Minister Slob ontraadde beide moties.

De derde motie werd ingediend door senator Vendrik (GroenLinks) en spreekt uit om in de volgende regeringsperiode vervolgstappen te zetten om de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs te dichten en voldoende extra middelen beschikbaar te stellen voor het bestrijden van de werkdruk in het basis- en voortgezet onderwijs. Bij deze motie liet minister Slob het oordeel aan de Kamer.

De ministers waarschuwden de Kamer niet tegen deze begroting te stemmen. Als de begroting wordt verworpen, zal volgens hen moeten worden teruggevallen op de begroting voor 2019 waarin minder geld is opgenomen.

Impressie van het debat

FVD-senator Nanninga, die haar maidenspeech hield, stelde dat het onderwijs er is om mensen te informeren en autonome, goed geïnformeerde burgers af te leveren die zelf hun afwegingen kunnen maken. Zij wees op de beweging die internet en onafhankelijke media teweeg hebben gebracht. Volgens haar doorzien mensen in heel Nederland op alle onderwijsniveaus zogenaamde machinaties waarover de afgelopen decennia niet gesproken werd. Nanninga stelde daarnaast dat beter voor onderwijzers gezorgd moet worden. Volgens FVD zouden de uitgaven aan klimaat beter uitgegeven kunnen worden aan onderwijs. Nanninga betoogde dat het in het onderwijs schort aan diversiteit, ideologische diversiteit. Tot slot hield zij een pleidooi om te kiezen voor visie, voor ideeënstrijd en voor grote gedurfde opvattingen.

Oud-onderwijzer Van Kesteren (PVV) stelde dat onderwijs lesgeven is. De praktijk is volgens hem echter anders. De leerkracht van tegenwoordig moet een duizendpoot zijn, aldus Van Kesteren. Van elke euro die het Rijk in onderwijs steekt gaat slecht 0,25 cent naar het primaire proces. Een functie buiten de klas is beter betaald dan die in de klas, zei de PVV-senator. De PVV-fractie vindt dat arbeidsomstandigheden van leerkrachten in de klas moeten worden verbeterd. Van Kesteren: "Geef het leraarschap weer aanzien, verleid de mensen buiten de klas om weer in de klas te gaan staan." Als er meer vrouwen in de top moeten, dan ook meer mannen in de basis, in de klas, aldus Van Kesteren. Hij besloot met een betoog tegen de linkse indoctrinatie in het onderwijs en bij de publieke omroep.

SP-senator Van Apeldoorn wees op het feit dat het hoger onderwijs vooral gericht is op concurrentie en niet op samenwerking. Het kabinet erkent dit, maar verdere stappen moeten nog wel worden gezet. Hij vroeg of de ministers nog stappen binnen deze regeerperiode te nemen om dit verder aan te pakken. Van Apeldoorn noemde het begrijpelijk dat het basisonderwijs doorgaat met acties. Daarbij is het lerarentekort nog eens bijzonder nijpend in het speciaal onderwijs en is er een kloof met leraren in het reguliere onderwijs, zo stelde de SP-senator. Net zoals de kloof tussen primair en voortgezet onderwijs. Om al deze problemen op te lossen moet er structureel geld bij, aldus Van Apeldoorn. Volgens hem maakt dit kabinet daarentegen keuzes ten koste van het onderwijs.

Senator Vendrik (GroenLinks) schetste waar de 460 miljoen euro vandaan komt voor onderwijzers in grote steden, dat vandaag bekend werd gemaakt. Het is volgens hem veel geld, maar het is niet genoeg. Het merendeel van deze 460 miljoen euro is niet structureel, aldus Vendrik. Hij vroeg de minister of het klopt dat uit het door het kabinet aangekondigde Investeringsfonds geld komt voor het funderend onderwijs. En indien dat het geval is of het om incidenteel geld gaat. Hij riep het kabinet op om structureel geld naar het onderwijs te krijgen.

PvdA-senator Vos schetste enkele trends: wachtlijsten, ervaren leraren die voor scholen kiezen met kinderen van hoogopgeleide ouders en leraren die niet in de Randstad kunnen wonen omdat de woningen te duur zijn. Zij wees er op dat 2,5 miljoen mensen in Nederland niet mee kunnen doen vanwege hun beperkte lees- en schrijfvaardigheid. Dit kabinet kan het tij keren, aldus Vos. Echt lezen en schrijven leer je van mensen, stelde zij. Ook vroeg zij hoe het kabinet meer mannen wil interesseren voor het vak van leraar. Vos besloot met de wens dat het beroep van leraar net als in jaren '50 en '60 van de vorige eeuw weer gerespecteerd wordt.

Minister Van Engelshoven (hoger onderwijs) ging in op de vraag naar financiering van het onderwijs vanuit het Investeringsfonds. Ze antwoordde dat de besluitvorming daarover nog moet plaatsvinden. Zodra dat is gebeurd, zal de Kamer daarover worden geïnformeerd. In antwoord op vragen van senator Van Apeldoorn zei zij dat er wordt gekeken naar een ander systeem van waarderen van het onderwijzend personeel in het hoger onderwijs. Dat bijvoorbeeld wanneer je een grote onderwijstaak hebt, er even grote waardering voor is als wanneer je een onderzoekstaak hebt. Nu is het hoger onderwijs toch vooral gericht op het laatste.

Minister Slob (basis- en voortgezet onderwijs) ging vervolgens in op de personeelstekorten in het basis- en voortgezet onderwijs. Uit de ramingen voor 2024 blijkt dat met de huidige aanpak er 1300 fte's bij zullen komen, maar de minister kon niet ontkennen dat de tekorten blijven groeien, hoewel minder dan eerder voorspeld. Ook is er sprake van een toename van studenten, ook mannen, op de pabo. Daarnaast is er een groei van zij-instromers, bijna 2000 in het afgelopen jaar. Daarnaast zijn de cao-onderhandelingen weer opgepakt en is vorige week een onderhandelingsakkoord voor het basisonderwijs gesloten.


Sociale media menu


Deel dit item:
De bewindspersonen van OCW tijdens het debat op 16 december 2019
De bewindspersonen van OCW tijdens het debat op 16 december 2019
Senator Vos (PvdA)
Senator Vos (PvdA)
Senator Nanninga (FVD)
Senator Nanninga (FVD)
Vooruit
Terug