Wet elektronische publicaties aangenomen



30 juni 2020

De Eerste Kamer heeft dinsdag 30 juni met algemene stemmen het wetsvoorstel Elektronische publicaties aanvaard.

Staatssecretaris Knops (BZK) tijdens de stemming
Meer afbeeldingen

Met dit wetsvoorstel worden bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen van (voorgenomen) besluiten van de overheid voortaan gedaan in de officiële elektronische publicatiebladen. Daarbij dienen deze publicatiebladen op gestandaardiseerde wijze te worden gepubliceerd. Door deze standaardisatie wordt het voor burgers mogelijk om op één website alle algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen van de overheid te raadplegen.

Een week eerder, tijdens het debat op 23 juni, bleek dat een aantal fracties nog vragen had over het wetsvoorstel. PVV-senator Van Hattem stelde dat de regering zich de bevoegdheid toekent om eerder verstrekte e-mailadressen door burgers te verwerken bij de uitvoering van dit wetsvoorstel. 'Daarmee gaat de staatssecretaris er dus van uit dat die bevoegdheid met terugwerkende kracht geldt op de verstrekte gegevens,' aldus Van Hattem. Hij vroeg de staatssecretaris te verklaren waarom geen expliciete toestemming voor de verwerking van die gegevens nodig zou zijn.

ChristenUnie-senator Verkerk sprak, ook namens de CDA- en PvdA-fractie, zijn zorgen uit of voor bepaalde groepen burgers de invoering van deze wet verbetering van de communicatie met de overheid betekent. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om laaggeletterden, maar ook verstandelijk beperkten. 'Als iemand laaggeletterd is, is het voor die persoon moeilijker om te zoeken te navigeren op internet,' aldus. Hij vroeg de staatssecretaris hoe hij deze groep wil bereiken. Zelf deed hij de suggestie om veel meer met beelden te werken.

SP-senator Gerkens sloot zich aan bij de zorgen van Verkerk, in het bijzonder wilde zij wilde weten hoe de staatssecretaris informatie voor verstandelijk beperkten beschikbaar wil stellen. Verder stelde Gerkens vast dat het digitaal vindbaar zijn van informatie eisen stelt aan vindbaarheid, heldere communicatie en toegankelijkheid. 'Het kan en het mag niet zo zijn dat er nu nog websites van de overheid zijn die niet voldoen aan de toegankelijkheidseisen die we hebben gesteld. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook hoe hij dit gaat aanpakken,' aldus Gerkens.

D66-senator Dittrich vroeg aandacht voor de positie van lokale en regionale media. Als zij minder inkomsten krijgen omdat de overheid informatie steeds meer digitaal verspreidt, zal het voor die media moeilijker worden om journalisten in dienst te houden: 'Voor een goede werking van de lokale en regionale democratie is het van belang dat journalisten de vergaderingen van bijvoorbeeld de gemeenteraad blijven bijwonen en daarover blijven rapporteren.' Dittrich vroeg de staatssecretaris of in de evaluatie van het wetsvoorstel aandacht gegeven kan worden aan de relatie tussen verminderde advertentie-inkomsten en de kwaliteit van de mediafuncties.

Tot slot vroeg PvdA-senator Crone specifiek aandacht voor het toezicht op de bouw: 'In deze wet wordt een artikel geschrapt dat niet goed uitkomt,' aldus Crone. Het betreffende artikel hangt samen met de latere inwerkingtreding van de Omgevingswet. Wanneer het artikel wordt geschrapt kunnen gemeenten niet handhaven op de bouwplaats. Volgens Crone is het belangrijk om te zorgen dat 'we niet procedureel in slecht vaarwater komen'. Hij vroeg de staatssecretaris om de inwerkingtreding van het artikel op te schorten tot het moment dat het wel geregeld is.

Staatssecretaris Knops zei in de beantwoording van de vragen van de Kamer dat dit wetsvoorstel gaat over inclusie, over de relatie tussen de overheid en de burgers: 'Wij zijn als overheid verantwoordelijk voor alle burgers, niemand mag achter blijven.' Gemeenten wordt gevraagd voorlichting aanvullende informatie zelf te verzorgen, deze wet is aanvullend, aldus Knops. Hij waarschuwde dat er altijd mensen zullen zijn die 'we niet kunnen bereiken'.

Met betrekking tot het gebruik van beelden om laaggeletterden en verstandelijk beperkten te bereiken zei Knops dat de Kamer 'helemaal gelijk heeft.' Knops: 'Symbolen werken, op Schiphol, stations en ook bij de overheid. Die moeten we nog veel meer inzetten.'

Aan senator Crone antwoordde Knops dat het artikel kan worden uitgezonderd en dat het vervolgens alsnog bij koninklijk besluit zal worden toegevoegd. De staatssecretaris zegde toe hierover nog een brief naar de Kamer te sturen.


Deel dit item:
Staatssecretaris Knops (BZK) tijdens de stemming
Staatssecretaris Knops (BZK) tijdens de stemming