De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 12 mei over de begrotingsstaten Financiën en Nationale Schuld 2026 met minister Heinen en staatssecretaris Eerenberg van Financiën. In het wetsvoorstel staat de begroting van uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2026 van het ministerie van Financiën en van de Nationale Schuld. De Eerste Kamer heeft de begroting aangenomen zonder stemming. De fracties van SP en FVD vroegen aantekening. Op 19 mei stemt de Kamer over motie van de 50PLUS-fractie om Prinsjesdag te vervroegen.
Senator Van Rooijen (50PLUS) deed een voorstel om Prinsjesdag te verplaatsen van september naar mei, zodat het parlement genoeg tijd heeft om de begrotingen te behandelen. Nu is daar te weinig tijd voor. Minister Heinen zei dat hij geen voorstander is van het verplaatsen van Prinsjesdag. Hij is voor het opstellen van de begroting afhankelijk van beleidsinformatie die niet eerder beschikbaar is. Maar, zo zei hij, het kabinet probeert wel zoveel mogelijk beleid al eerder te presenteren.
Van Rooijen wees ook op de pensioenen. Tientallen miljarden euro's verlies zijn door de pensioenfondsen voor lief genomen om de dekkingsgraad niet onder de ondergrens te laten, aldus Van Rooijen. De minister verwees op dit punt naar de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Het debat ging vervolgens over box 3 (belasting op sparen en beleggen). De Wet werkelijk rendement is nog in behandeling bij de Eerste Kamer. Van Rooijen vroeg de minister wat hij vindt van de aanhoudende kritiek op dit wetsvoorstel, ook vanuit het buitenland. Tast dit ons investeringsklimaat aan? Volgens senator Van den Oetelaar (FVD) kijkt het kabinet voor inkomsten naar de Wet werkelijk rendement box 3. Het effect van die wet is echter dubbel schadelijk: het wordt een tegenvaller op de begroting en er komt een vlucht naar het buitenland, voorspelde Van den Oetelaar.
Staatssecretaris Eerenberg zei dat de maatschappelijke kritiek op het wetsvoorstel terecht is. Hij verwacht desondanks een redelijke verbetering te kunnen realiseren. Het kabinet is van plan om met een novelle te komen. De dekking daarvan landt in beginsel wel in het Belastingplan omdat het gaat om de samenhang. Het kabinet studeert nog of andere suggesties daar een plek in kunnen krijgen. Er komt voor de zomer een brief met de voorgestelde wijzigingen. De dekking volgt later in verband met de besluitvorming rondom de Miljoenennota.
Van Rooijen constateerde verder dat hervorming van het belastingstelsel uitblijft. Die is nodig, omdat het belastingstelsel volgens hem te afhankelijk is van het financieringstekort. De Eerste Kamer heeft eerder zijn motie aangenomen om een onafhankelijke commissie in te stellen voor een advies over hervorming van het stelsel. In het huidige stelsel zit geen visie of samenhang en de afgelopen jaren zijn er alleen maar pleisters geplakt. Van Rooijen riep de regering op de motie uit te voeren.
Staatssecretaris Eerenberg zei dat het zijn opdracht is om het belastingstelsel te hervormen en te vereenvoudigen. Hij zal daarover aan het eind van dit jaar een brief naar het parlement sturen. Over de motie van de Kamer om een onafhankelijke commissie in te stellen, zei Eerenberg dat als hij toch aan die brief werkt, dat hij dan ook een aantal deskundigen kan vragen om te adviseren over wat wijsheid is.
Oplopende schuld
Senator Van den Oetelaar wees op de oplopende schuld. De vergrijzing drijft uitgaven aan de AOW en zorg op, terwijl de inkomsten via belastingen niet hoog genoeg zijn om dit op te vangen. De werkelijke schuld zal waarschijnlijk nog veel hoger uitvallen, zei Van den Oetelaar. Hij riep de regering op niet naar de komende vier jaar te kijken, maar naar 2060. In het regeerakkoord zitten ombuigingen die erop zijn gericht om het tekort niet verder op te laten lopen, zei minister Heinen. Alle maatregelen die bijdragen aan het verminderen van het tekort zijn welkom. Maar daarvoor moet dan wel draagvlak zijn, besloot hij.
Er is een motie ingediend:
-
-De motie-Van Rooijen over het structureel verplaatsen van Prinsjesdag naar een vaste dag in mei. De motie is ontraden door de minister.