De Eerste Kamer herdacht dinsdag 16 juni oud-senator Peter Boorsma, die op 23 maart jl. op 81-jarige leeftijd overleed. Hij was zestien jaar lid van de Eerste Kamer voor het CDA, van 23 juni 1987 tot 10 juni 2003.
Na de middelbare school in Alkmaar ging Boorsma economie studeren aan de Vrije Universiteit. In 1973 promoveerde hij in de economische wetenschappen op een onderzoek naar oligopolie, een marktvorm waarbij een klein aantal grote aanbieders het overgrote deel van de markt in handen heeft.
Een jaar na zijn promotie werd hij hoofd van de afdeling Begrotingsvoorbereiding op het ministerie van Financiën. De wetenschap bleef trekken en na vier jaar werd hij lector openbare financiën aan de Universiteit Twente, en later hoogleraar. Hij sloot zijn wetenschappelijke carrière af in Enschede als directeur van de masteropleiding Risicomanagement.
In 1982 werd hij lid van het CDA omdat hij het no-nonsense beleid van Lubbers en Ruding als een verademing ervoer. Toen hij op zijn 43e lid van de Eerste Kamer werd voor het CDA, koos zijn fractie hem als financieel woordvoerder en specialist op het gebied van volksgezondheid. Hij sprak met gezag, ook al riepen zijn opvattingen soms spanningen op bij de regeringen waarvan zijn partij deel uitmaakte.
Boorsma was acht jaar voorzitter van de commissie voor Financiën en twee jaar Eerste Ondervoorzitter. Bij zijn afscheid van de senaat in 2003 zei Eerste Kamervoorzitter Braks dat het 'misschien een goed idee zou zijn als de Eerste Kamer in deze tijden van bezuinigingen nog eens een beroep doet op zijn deskundigheid als hoogleraar openbare financiën.'
Eerste Kamervoorzitter Mei Li Vos zei tijdens de herdenking: 'Peter Boorsma was een wetenschapper en volksvertegenwoordiger die met lef en intuïtie de kloof tussen burger en politiek minder groot maakte. Dat ons respect voor zijn persoon en zijn verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun mag zijn voor zijn familie en vrienden.'