Modernisering strafbaarstelling mensenhandel: debat samengevat



De Eerste Kamer debatteerde dinsdag 22 september met minister Van Weel van Justitie en Veiligheid over een wetsvoorstel dat de strafbaarstelling van mensenhandel moderniseert en uitbreidt. De Kamer stemt 29 september over het wetsvoorstel.


In het kort

De woordvoerders waren het met de minister eens dat de modernisering en uitbreiding van de strafbaarstelling van mensenhandel nodig is. Het debat ging vooral over de strafbaarstelling zelf en de reikwijdte daarvan, de aangifteplicht en de uitvoering van de wet.

Uitbuiting

D66-senator Dittrich sprak ook namens PRO, ChristenUnie, PvdD, Volt, SP, JA21, CDA en de Fractie-Visseren-Hamakers Hij vroeg in welke mate Nederland ook wetsmacht heeft over misdaden die buiten Nederland zijn gepleegd. Ook wilde hij weten of uitbuiting niet alleen uitbuiting binnen gedwongen huwelijken betreft, maar ook buiten gedwongen huwelijken kan worden vervuld. Over de uitvoering van de wet zei Dittrich tot slot dat het onduidelijk is wie verantwoordelijk is voor opvang en ondersteuning van slachtoffers van ernstige benadeling op de arbeidsmarkt. Hij vroeg de minister toe te zeggen dat hij voorziet in een landelijk beschermingskader voor deze slachtoffers.

Open normstelling

Volgens BBB-senator Marquart Scholtz tast mensenhandel de menselijke waardigheid in de kern aan. Hij is voorstander van de modernisering en verbetering van de wetgeving. De wetgever moet wel duidelijk zijn. Hij wees op de vereenvoudiging van strafbepalingen in het wetsvoorstel. Tegelijkertijd is er geen limitatieve opsomming. Door een amendement van de Tweede Kamer zijn er drie vormen toegevoegd, maar ontbreekt een deugdelijke inhoudelijke toelichting op deze toevoeging. Marquart Scholtz vroeg hoe deze open normstelling zich verhoudt tot het lex certa-beginsel (wettelijke bepalingen moeten voldoende duidelijk en concreet geformuleerd zijn - red.) in ons strafrecht. Over arbeidsuitbuiting zei hij dat de Arbeidsinspectie de expertise ten volle moet kunnen inzetten. Welke stappen kan de minister zetten om de definities te verduidelijken, bijvoorbeeld door middel van een begrippenkader, vroeg hij.

Ook ging Marquart Scholtz in op de handhaafbaarheid van het wetsvoorstel. Door een amendement van de Tweede Kamer vreest BBB voor implicaties van aangifteplicht en beroepsgeheim. Hij vroeg de minister om toe te zeggen dat de aangifteplicht niet zal leiden tot een hausse aan aangiften die de al beperkte capaciteit alleen maar verder onder druk zet. Tot slot zei hij dat de kwetsbare positie van de groep tussen 18 en 21 jaar in de prostitutie zou moeten voortvloeien uit de leeftijd en de aard van de werkzaamheden. Hij vroeg de minister toe te zeggen geen aanvullende eisen te stellen.

Uitvoering

VVD-senator Meijer zei dat het een goede zaak is dat dit wetsvoorstel vandaag voorligt. Misstanden nemen toe, daarom is het goed dat de wet wordt gemoderniseerd. Volgens hem is het goed dat het verschil tussen uitbuiting en mensenhandel wordt verduidelijkt. Ook hij maakte zich zorgen om de aangifteplicht. Volgens Meijer is het goed om de aangiftebereidheid te vergroten. Door het al eerdergenoemde amendement van de Tweede Kamer worden drie elementen toegevoegd aan de niet-limitatieve opsomming van uitbuitingsvormen. De begrippen gedwongen huwelijk en huwelijkse uitbuiting overlappen elkaar niet volledig, zei hij. Hij dacht hardop aan een reparatiewet. Meijer concludeerde dat het belangrijkste is dat de Kamer nu deze wet vaststelt en daarmee verder gaat. Tot besluit vroeg hij aandacht van de minister voor de uitvoering van het wetsvoorstel in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Beantwoording minister

Minister Van Weel van Justitie en Veiligheid antwoordde dat uitbuiting ook verder dan alleen het huwelijk gaat. Daarom staat er een niet-limitatieve wettelijke opsomming in de wet. Met het voorstel wordt aangesloten bij een EU-richtlijn over huwelijkse uitbuiting zodat er geen discussie komt. Dat wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer. Hij zegde duidelijk toe dat het niet alleen om uitbuiting binnen het huwelijk gaat. Bij de uitvoering zal aandacht worden besteed aan de afbakening tussen mensenhandel en ernstige benadeling. Over de reikwijdte van het wetsvoorstel zei Van Weel dat die wetsmacht ook buiten Nederland geldt.

In reactie op de vragen over de aangifteplicht zei hij dat het slachtoffer zich vrij moet voelen om erover te spreken, en dat het ook in het belang van het slachtoffer is dat er aangifte wordt gedaan. Het is van groot belang dat artsen en psychologen uitgezonderd zijn van de aangifteplicht. Beide punten zullen worden meegenomen in de evaluatie van de wet. Voor de keten is het van grote waarde om in een vroeg stadium te weten of er sprake is van mensenhandel. Hij zei nog niet te weten of dit tot een grote toename van het aantal aangiftes zal leiden, maar onderschreef de zorg van de Kamer dat het wel haalbaar moet zijn voor de uitvoerende instanties.


Over het wetsvoorstel

Dit wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van Strafrecht (ook voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba) en enkele andere wetten in verband met de modernisering en verruiming van de strafbaarstelling van mensenhandel. De centrale doelstelling van het wetsvoorstel is het effectiever maken van de strafrechtelijke aanpak van mensenhandel, waardoor de vervolging van daders en de bescherming van slachtoffers wordt verbeterd. Met dit voorstel wordt de strafbepaling van mensenhandel vereenvoudigd. De samenhang tussen de verschillende delictsvormen wordt verbeterd om de wet zo meer bij tijd te brengen.