26.431

Planologische Kernbeslissing Derde Nota Waddenzee



De procedure tot vaststelling van deze Planologische Kernbeslissing (PKB) Derde Nota Waddenzee is op 24 februari 1999 (TK nr. 1) in gang gezet met een hoofdlijnenbrief. Nadat in 2001 de delen 1, 2 en 3 waren gepubliceerd (TK nrs. 18, 19 en 20) bleek de procedure niet afgerond te kunnen worden voor de verkiezingen van 2003. Het kabinet dat in 2003 aantrad heeft een advies Ruimte voor de Wadden laten opstellen (TK nr. 63). Nadat met het uitbrengen van een herzien deel 3 (TK nr. 65) een nieuwe inspraakronde was gehouden is op 12 mei 2006 het kabinetsstandpunt met betrekking tot het aangepast deel 3 uitgebracht (TK nrs. 66 en 67). Op 27 oktober 2006 heeft het kabinet een naar aanleiding van de behandeling in de Tweede Kamer aangepast kabinetsstandpunt aangeboden (TK nrs. 93 en 94).

Het aangepaste deel 3 zal voor rijk, provincies en gemeenten richtinggevend zijn bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid, waaronder initiatieven tot internationale samenwerking op het terrein van ruimtelijke ordening, bij besluitvorming over ruimtelijke projecten en bij de voorbereiding van structuurnotas die relevant zijn voor de Waddenzee.

De hoofddoelstelling voor de Waddenzee is de duurzame bescherming en ontwikkeling van de Waddenzee als natuurgebied en het behoud van het unieke open landschap.


Stand van zaken

De Tweede Kamer heeft deze pkb op 31 oktober 2006 goedgekeurd. De Eerste Kamer heeft deze pkb op 19 december 2006 goedgekeurd.


Kerngegevens

ingediend

12 mei 2006

titel

Planologische Kernbeslissing Derde Nota Waddenzee

schriftelijke voorbereiding

ondertekening

  • minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Hoofdlijnen

Om de hoofddoelstelling te bereiken is het beleid gericht op de duurzame bescherming en/of een zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling van:

  • de waterbewegingen en de hiermee gepaard gaande geomorfologische en bodemkundige processen;
  • de kwaliteit van water, bodem en lucht. De water- en bodemkwaliteit dient zodanig te zijn dat verontreinigingen slechts een verwaarloosbaar effect hebben op flora en fauna;
  • de flora en de fauna;

en tevens op behoud van:

  • de landschappelijke kwaliteiten, met name rust, weidsheid, open horizon en natuurlijkheid inclusief duisternis.

Tevens worden de in de bodem aanwezige archeologische waarden en in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden beschermd. De veiligheid van de bewoners van het waddengebied wordt gewaarborgd door een goede verdediging tegen de zee. De bereikbaarheid van de havens en de eilanden wordt gewaarborgd.



Documenten

1
  • 31 oktober 2006
    goedkeuring PKB Handelingen TK 2006/2007, nr. 19, blz: 1459