Plenair Thissen bij behandeling Initiatiefvoorstel correctief referendum



Verslag van de vergadering van 8 april 2014 (2013/2014 nr. 26)

Status: gecorrigeerd

Aanvang: 15.11 uur


De heer Thissen (GroenLinks):

Dat zou ook niet goed zijn, mevrouw Lokin, want daaraan hebt u deze positie te danken.

Voorzitter. Ik verontschuldig mij op voorhand voor het feit dat ik straks tijdens dit debat de Kamer even verlaat. Dat doe ik niet uit gebrek aan respect voor de collega woordvoerders, maar vanwege het feit dat ik in het kader van mijn maatschappelijke functie in Nieuwspoort een uur moet debatteren over het onderwerp De overheid en ICT.

De traditie wil dat een spreker onder deze omstandigheden de initiatiefnemers feliciteert en zijn of haar bewondering uitspreekt voor het vele werk dat zij en hun medewerkers gedurende vele jaren, ook in andere personele bezetting, zich hebben getroost. Ik wil daarop uiteraard geen uitzondering zijn. Eens te meer omdat mijn politieke partij mede-initiatiefnemer is naast de Partij van de Arbeid en D66 en het ideaal van het referendum al sinds de oprichting van mijn partij GroenLinks onderdeel uitmaakt van het verkiezingsprogramma. Sommigen spreken dan van een kroonjuweel. Je zou ook kunnen zeggen dat deze drie partijen, doordat zij dat kroonjuweel belichamen, ook een soort democratisering bewerkstelligen van het kroonjuweel dat ooit door D66 op de agenda is gezet.

De voorzitter:

Het woord kroonjuweel valt, dus daar is de heer De Graaf.

De heer Thom de Graaf (D66):

Het woord kroonjuweel wordt in mijn kring niet gebruikt, al is het maar omdat kroonjuwelen over het algemeen in een kistje worden opgeborgen en ergens in de Tower worden bewaard. Wij willen graag levend staatsrecht en levende vernieuwing.

De heer Thissen (GroenLinks):

Ik kan de heer De Graaf van repliek dienen door te zeggen: wij hebben het kroonjuweel van D66 weer opgepoetst nadat de huidige politieke leider het een aantal jaren geleden niet alleen in een kistje heeft gedaan, maar het ook nog via Marktplaats heeft verkocht. Dat was aanleiding voor de collega's in de Tweede Kamer om het kroonjuweel in een nieuw jasje weer aan ons aan te bieden.

Deze initiatieven raken de essentie van het tijdsgewricht: welke gevolgen hebben pleidooien voor "minder overheid, meer samenleving" voor de invloed van de kiezer op de macht? Blijft het bij de door de minister-president bejubelde vraag: "willen jullie meer, of willen jullie minder overheid"? En als we minder overheid willen, betekent dat dan ook dat burgers meer invloed krijgen op beslissingen die hen aangaan? Of leidt "minder overheid" paradoxaal tot "meer overheidsinvloed" omdat burgers en lagere overheden te maken krijgen met gedetailleerde voorschriften waardoor de gedragsalternatieven tot nul gereduceerd worden?

Bij de algemene politieke beschouwingen heb ik het door mijn fractie gevoelde ongemak verwoord over de in de troonrede bejubelde participatiesamenleving. De fundamentele vraag is: wat is er collectief nodig en wat kunnen mensen zelf? Die fundamentele vraag blijft onbeantwoord. Maatschappelijk initiatief was altijd al het cement van de samenleving, maar het wordt in toenemende mate de kurk waar de samenleving op moet drijven. Meer mensen zullen voortaan taken voor het collectief, voor de gemeenschap, voor ons allen op zich moeten nemen.

Bij een toenemend beroep op de burger die zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen en die wordt aangesproken op zijn eigen organiserend vermogen, past in toenemende mate het heft in eigen handen. GroenLinks is een groot pleitbezorger van de doe-democratie. Maar dan wel écht. We kunnen dan niet volstaan met het delegeren van taken aan lagere overheden, voornamelijk de gemeenten, of burgers waar de overheid zelf niet meer aan toekomt. Wie van burgers zelfredzaamheid en eigen organiserend vermogen verlangt, moet ook de moed hebben om burgers de ruimte te geven eigen keuzes te maken en de wereld of de samenleving zélf vorm te geven.

Dat dit werkt bewijst de doe-democratie dagelijks. Mensen richten eigen zorgcoöperaties op die voorzien in op maat gesneden zorg, vaak zelfs tegen lagere kosten. Mensen richten energiecoöperaties op met eenzelfde redenering. Buurtinitiatieven maken wijken leefbaarder en versterken de onderlinge sociale samenhang. Initiatieven van burgers verfraaien de steden. Dat daarmee gemeenten werk uit handen wordt genomen, waardoor begrotingen sluitend worden, lijkt haast een plezierige bijzaak te worden. Feit is dat burgers zich inzetten, participatief, voor een leefbaarder en socialere samenleving.

Hoe het ook zij, burgers moeten zich onder alle omstandigheden herkennen in het wetgevingsproces. Ik reken het altijd tot mijn beroepseer om als politicus maximale transparantie te geven over mijn politieke beweegredenen. Ik wil mij gevraagd — en ook ongevraagd — te allen tijde publiekelijk verantwoorden over de gemaakte keuzes. Daarbij hoort ook dat burgers vervolgens de uitkomsten van die keuzes desgevraagd ter discussie kunnen stellen. Wetgeving die mensen persoonlijk raakt, ook in hun emancipatiemogelijkheden, moet ook door die mensen worden bediscussieerd en beoordeeld. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de Wet werk en bijstand of de Wet werk en zekerheid of de Participatiewet of de Wet langdurige zorg. Een zekere representatieve uitkomst van een correctief referendum is dan wel van belang, lijkt me. Daarom luister ik graag naar de beantwoording door de initiatiefnemers en door de verantwoordelijke bewindspersoon namens het kabinet van de hierover gestelde vragen.

Daarnaast vraag ik aan de initiatiefnemers hoe referenda naar hun verwachting uiteindelijk zullen plaatsvinden. Het referendum over de EU-grondwet vond ik bepaald geen feest van de democratie. Kunnen zij aangeven hoe dit debacle in de toekomst voorkomen kan worden?

De essentie van de democratie, zo betoogde Marcus Bakker, gaat over de vraag: wie bewaakt de bewakers? Ik voel het wekelijks als een grote eer en een genoegen om mijn deel aan deze waakzaamheid te leveren. We moeten niet bang zijn voor de burger die ons dan weer bewaakt. Juist door de introductie van het referendum moeten wij ons aangespoord voelen om ons werk transparant en toegankelijk te doen. Ik ben ervan overtuigd dat daardoor veel referenda voorkomen zullen worden, want dat is uiteindelijk het streven van zo'n veiligheidsventiel.

Ik wacht de antwoorden van de initiatiefnemers en het kabinet met groot genoegen af.